Etnisch profileren in Estland
ELDERS - Estland worstelt met oude en nieuwe immigranten.
In Estland zijn twee mannen, vader en zoon, opgepakt op verdenking van spionage voor Rusland. De zoon, Deniss Metsavas (1980), is majoor in het Estse leger en diende met de NAVO-troepen in Afghanistan. Hij zou met zijn vader, Pjotr Volin (1953), de afgelopen vijf jaar geclassificeerde informatie hebben doorgegeven aan de Russische geheime dienst GRU. Premier Ratas noemde de arrestatie een overwinning voor de contra-inlichtingendienst. Het is nog onduidelijk welke schade het tweetal heeft aangericht aan de nationale veiligheid.
De affaire is extra pijnlijk vanwege de afkomst van de spionnen. Ze behoren tot de veelgeplaagde Russische minderheid in Estland. Twee jaar geleden kwam Metsavas nog uitgebreid op televisie als goed voorbeeld van hoe etnische Russen als ware patriotten in het leger van Estland kunnen dienen. De arrestatie is koren op de molen van nationalistische Esten die niets moeten hebben van vreemdelingen. De jongerenorganisatie van de conservatieve partij EKRE vindt dat het leger en andere organisaties die de veiligheid van het land dienen strenger moeten selecteren op afkomst. ‘Bloed is dikker dan water’, meent Ruuben Kaalep, voorzitter van Sinine Äratus. ‘Loyaliteit aan de natie is niet gegarandeerd door de eed van een officier, maar is afhankelijk van het gevoel voor de etnische groep waar je uit komt en de banden met je voorouders.’