Jurja Steenmeijer: autonome professionals zijn betere professionals

Door Marcel Ham, Dorien Claessen Sociaal werk gaat steeds meer gebukt onder regels. Dat beperkt de handelingsruimte van professionals. Dat is de focus van de Marie Kamphuis Lezing die Jurja Steenmeijer (BPSW) houdt op 24 september 2026 tijdens de Agenda van het Sociaal Werk. Jurja Steenmeijer bijt zich al jaren vast in het vraagstuk van de autonomie van de sociaal werker. Ze schreef er in 2022 een boek over, met daarin een model voor het dagelijks handelen. De vraag naar hoe autonoom sociaal werkers zijn, speelt al decennia, en wordt volgens Steenmeijer met de dag urgenter. De overheid, maar ook diverse organisaties bemoeien zich steeds meer met het professioneel handelen van sociaal werkers. Goed hulpverlenerschap wordt dan al snel het volgen van beleid en voorschriften in plaats van de professionele standaarden van het beroep zelf. In het verleden was ze zelf sociaal werker en nu is ze directeur van de Academie van de beroepsvereniging van professionals in sociaal werk (BPSW). Bij de Academie kunnen sociaal werkers terecht voor scholing. [kader]Aanmelden Agenda van het Sociaal Werk ‘Sociaal werker aan zet: meer professionele autonomie’ is het thema van de Agenda van het Sociaal Werk die op 24 september 2026 plaatsvindt bij The Colour Kitchen in Utrecht. Jurja Steenmeijer houdt de Marie Kamphuis Lezing. Als sociaal werker, ethica en auteur biedt zij een inspirerende visie op professionele autonomie in het sociaal werk. Diverse workshops gaan in op de positie van sociaal werkers. Je kunt je hier aanmelden.[/kader] Wat is je recentste voorbeeld van de inperking van de autonomie van de sociaal werker? ‘Ik hoorde van een professional in een gemeente dat ze een aanvraag voor jeugdzorg had afgewezen. De moeder van het kind was jurist en ging naar de klachtencommissie van de gemeente en trok ook de wethouder aan haar jas. Uiteindelijk werd de aanvraag alsnog toegekend door de gemeente, terwijl de professional een weloverwogen besluit had genomen, en op professionele gronden geen reden zag om de gevraagde voorziening toe te kennen. De voorziening zou niet gaan werken, in dit gezin was iets anders nodig, oordeelde zij.’ Dus de ingreep van de gemeente ging hier ten koste van de expertise van die professional. Heb je nog een voorbeeld? ‘Wat je in zijn algemeenheid ook vaak hoort, is dat sociaal werkers zeggen dat ze bepaalde informatie niet willen delen omdat dat onder hun geheimhoudingsplicht valt en dat hun organisatie of gemeente dan zegt: ‘Ja, maar we wij werken samen met de politie.’ En vervolgens word je onder druk gezet die informatie toch te delen. Die professional belt dan vertwijfeld met de BPSW en zegt: ‘Maar dit kan toch helemaal niet?’’ Dus er is alle reden voor een Marie Kamphuis Lezing over de autonomie van het beroep. Kun je al iets verklappen over hoe je professionals gaat aanmoedigen om hun professionele autonomie te versterken? ‘Dat kan op drie manieren. De eerste stap is door een sterkere identificatie met je professie. Wat is je identiteit als sociaal werker? De tweede stap is legitimeren; dat betekent dat je actief professionele argumenten inzet voor de onderbouwing van je handelen en de besluiten daarbinnen: je vakkennis, de beroepscode, mensenrechten vanuit de reflectie met je collega’s. En dat je die bronnen in een goede argumentatieve structuur weet te gieten. ‘Weerwerk bieden, kritisch denken over de collectieve oorzaken achter individuele problemen en tegengas geven’ De laatste stap is weerwerk bieden, oftewel kritisch denken over de collectieve oorzaken achter individuele problemen en dat je tegengas kunt geven. En dat als een beleidsmaker zegt dat iets onder ‘zelfredzaamheid’ valt, je daar ook een kritisch en onderbouwd weerwoord op hebt.’ Je eerste stap, de identificatie met het beroep van sociaal werker, daar schort het nu aan? ‘Ja. Je ziet het in De grote raadpleging van het sociaal werk van Movisie vorig jaar. Als je aan 1200 sociaal werkers vraagt naar hun beroepsnaam krijg je vijfhonderd verschillende antwoorden. Ze gebruiken hun functienaam: sociaal makelaar, welzijnscoach, koppelmedewerker... Eigenlijk zou iedereen moeten zeggen: ik ben sociaal werker. En natuurlijk is het dan prima dat op je kaartje je functie staat, zodat mensen weten wat je voor hen kan betekenen. ‘Mensen tot hun recht laten komen. Dat is je belangrijkste missie’ Maar tegelijk moet wel duidelijk zijn dat je professionele kaders en kennis hebt. Dus dat je de legitimering, stap 2 dus, zoekt in professionele bronnen. En niet alleen in het systeem.’  Wat is de belangrijkste bron van het sociaal werk? ‘Artikel 1 van de Beroepscode voor professionals in sociaal werk. Dat draait om ‘mensen tot hun recht laten komen’. Dat is je belangrijkste missie. Mensen tot hun recht laten komen in wisselwerking met hun omgeving, zodat ze zich zo optimaal mogelijk kunnen ontplooien, in lijn met hun eigen aard en behoeften. Vervolgens kijk je naar wat die mens nodig heeft, en: wat kan ík als professional daarin betekenen? Maar wat helaas heel vaak gebeurt is het omgekeerde. Dat je vanuit je werkopdracht op pad wordt gestuurd en tegen een dilemma aanloopt en denkt: hé, wie ben ik om hier wat van te vinden? Dan wordt de beroepscode er pas als laatste bij gepakt, maar dat is je stártpunt. Dan mis je dus de identiteit die je autonoom maakt en de onderbouwing om je handelingsruimte te vergroten.’ ‘Mensen tot hun recht laten komen’ is best abstract. Kun je dat meer handen en voeten geven? ‘Ik weet niet of je dat moet doen, want dan ga je alweer het antwoord voor de professional geven. Mensen tot hun recht laten komen verwijst én naar rechtvaardigheid én naar floreren als mens, de ‘zelf’ worden die je wilt en kunt zijn. Je kunt alleen in de situatie - in een gezamenlijk zoekproces - ontdekken wat dat betekent. Als je het vooraf invult, perk je de ruimte toch weer in.’ ‘Ik hoor werkgevers ook wel zeggen: die autonome professional van jou, Jurja, die bestaat helemaal niet’ Maar als je honderd verschillende mensen vraagt wat het betekent om mensen tot hun recht te laten komen, dan krijg je honderd verschillende antwoorden. ‘Gelukkig maar! Het zijn ook honderd verschillende mensen. Het stoort me mateloos als ik een stuk lees dat begint met ‘iedereen recht heeft op goede zorg’, en het vervolgens dan tientallen pagina’s gaat over hoe dat er voor iedereen hetzelfde uitziet en waarmee dus geprobeerd wordt professionals weer in het gareel te krijgen. Honderd verschillende antwoorden vinden we onverdraaglijk, maar mensen zijn uniek. Is het dan niet logisch dat ze krijgen wat ze nodig hebben op de honderd verschillende antwoorden die ze geven?’ Maar tegelijkertijd wil je ook die gemeenschappelijke identificatie van de sociaal werker krijgen. ‘Wat mij betreft zit die gemeenschappelijkheid in de argumentatie die je gebruikt om beslissingen te nemen. En niet in het besluit dat je neemt, dat mag alle variatie hebben. De redenen waarmee je je besluit onderbouwt, moeten natuurlijk wel uit gedeelde bronnen komen. Wat dus professioneel niet kan is: ‘Ik doe dit omdat het goed voelt’.’ Vragen we dan niet te veel van sociaal werkers? ‘Het is niet makkelijk want het systeem probeert ze steeds weer in te perken. Ik hoor werkgevers ook wel zeggen: die autonome professional van jou, Jurja, die bestaat helemaal niet. Dan denk ik: ja, logisch als het systeem de hele tijd tegen ze zegt: goed werk is werk in lijn met de afspraken die we als werkgevers hebben gemaakt. Werkgevers suggereren dan dat professionals hun eigen hobby’s zitten te beoefenen. Dan denk ik: hobby’s? Heb je soms een gaatje in je hoofd om in zulke termen over werk in de jeugdbescherming te praten? Maar als antwoord op jullie vraag: ja, professionals moeten dit zeker aankunnen, ze hebben een vierjarige hbo-opleiding op zak, hè.’ Goed, je neemt een overwogen beslissing met hulp van de bronnen die je tot je beschikking hebt, dan moet je ook nog eens de moed hebben om daarvoor te gaan staan, zoals in het voorbeeld waarmee je begon. Dat is niet makkelijk, de wethouder kan je bellen, je kunt de pers over je heen krijgen, je baan kan onder druk komen te staan… ‘Als je de argumenten gebruikt op basis van je professionele standaarden en kennis, dan sta je dus niet alleen, maar op de schouders van je beroepsgroep. Je moet het ook niet alleen doen, maar met collega’s bespreken. En als je er niet uitkomt, haal je de beroepsvereniging erbij. Als je niet alleen staat kun je ook veel moediger zijn, je hebt iets in handen. Als ik professionals hoor zeggen: ‘Maar wie ben ik dan om dit te vinden?’, dan denk ik: kom op joh! ‘Wat professionals volgens mij nodig hebben is de moed om ergens voor te gaan staan’ Wat professionals volgens mij nodig hebben is de moed om ergens voor te gaan staan. En er dan ook rekening mee durven te houden dat ze in al hun kwetsbaarheid durven te falen.’ Je derde stap naar meer autonomie betekent: meer tegengas geven. Een jaar of vijf geleden is er veel discussie geweest over politisering van het sociaal werk. Sindsdien lijken sociaal werkers dat juist niet meer te zijn gaan doen. Waarom is politiseren zo moeilijk? ‘Ik denk omdat sociaal werkers gestimuleerd worden om te beginnen waar ze nog niet zijn. Ik zie het in de trainingen die ik geef aan sociaal werkers. Dan heb ik het voorbeeld van mensen in een sociaal werkbedrijf in Apeldoorn die meer salaris eisen. De gemeente waar dat bedrijf is gevestigd weigert dat. De kop in de krant is: ‘Harry (56) wil meer loon, maar mag een budgetcoach nemen’. Ik denk dan: zijn ze helemaal gek geworden daar in Apeldoorn? Maar dan vraag ik mijn cursisten: ‘Wat roept dit bij jullie op?’ En de meesten zeggen: ‘Wel fijn dat die mensen geholpen worden om beter rond te komen.’ Sommigen vragen zich voorzichtig af of dat geld voor de budgetcoach niet beter direct naar Harry kan, en een enkeling vindt de salariseis terecht. Nu gaat het mij er niet om dat Harry en zijn collega’s meer geld moeten krijgen, maar als NS-medewerkers of docenten meer salaris vragen, krijgen ze niet de reactie dat ze moeten leren budgetteren. Wat is dan het verschil?’ ‘Regels kunnen ruk uitpakken. In die gevallen komt het aan op het beoordelingsvermogen van de professional’ We weten uit eerder onderzoek dat professionals het vaak wel fijn vinden om veel houvast te hebben - een stappenplan, een participatieladder, duidelijke regels, noem maar op. ’Kijk, 80 procent van de regels zijn gewoon goed. Maar regels kunnen ook ruk uitpakken. In die gevallen komt het aan op het beoordelingsvermogen van de professional. Die moet dan de ruimte pakken zodat mensen wel tot kun recht kunnen komen. Dan heb je dus andere argumenten nodig dan de regels die gelden om je besluit te onderbouwen. Dat vergt scherpe professionals.’ Je legt de bal voor meer autonomie bij professionals, en ook bij organisaties en werkgevers. Wat hebben burgers of cliënten aan autonome sociaal werkers? ‘Autonomie betekent niet dat je kunt doen waar je zin in hebt. Juist niet! Als professional verklaar je je vrijwillig gebonden aan de vakinhoudelijke en ethische normen van de professie. Het gaat niet om ‘ik mag het zelf bepalen’. Dat is vaak waar burgers bang voor zijn. Dus zij hebben baat bij autonome sociaal werkers. Zij krijgen betere professionals tegenover zich die hun handelen kunnen onderbouwen en die de messiness van het leven niet wegdrukken maar daar oog voor hebben.’ Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Marcel Ham is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Dorien Claessen is senior onderzoeker/projectleider Professionalisering van sociaal werk

Door: Foto: Jurja Steenmeijer fotograaf Marloes van Doorn (met toestemming Sociale Vraagstukken)
Foto: Djoeke Ardon Foto door Amber Witsenburg

Participatielezing manosphere: ‘Jongens niet als gevaarlijk wegzetten’

ACHTERGROND, OPROEP - door Tea Keijl

Djoeke Ardon werkt als onderzoeker bij Movisie al jaren aan het tegengaan van genderongelijkheid. Haar Participatielezing over de manosphere bouwt ze op aan de hand van onderzoeken uit met name de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar ook door vele gesprekken met professionals, docenten en ouders in Nederland. Bovendien struint ze zelf rond op sociale media van influencers die propageren dat jongens en mannen gespierd moeten zijn en dat ze vrouwen kunnen domineren. En die vaak ook verkondigen hoe je snel geld kunt verdienen.

‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben’

Ardon: ‘Er zijn Nederlandse influencers met dit soort boodschappen die een half miljoen volgers hebben. En video’s die viraal gaan, bereiken een veelvoud hiervan.’ Uit Brits onderzoek blijkt dat 80 procent van de jongeren daar de Brits-Amerikaanse influencer Andrew Tate kent.

De krochten van het internet

In de Participatielezing duikt Ardon in de ontstaansgeschiedenis van de manoshpere. Rond de eeuwwisseling gebeurden er in de krochten van het internet al dingen die nu aan te wijzen zijn als de wortels van het gedachtegoed. Ze stuit op extreme verhalen: ‘Die gaan over getraumatiseerde jongens die het gevoel hadden dat ze er niet bij hoorden. Online vonden ze elkaar en zo ontstonden hechte gemeenschappen.’

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zomercollege | Kunnen zonder begrijpen

De Amerikaanse filosoof/neurowetenschapper Daniel Dennett trekt in onderstaande lezing interessante parallellen tussen Darwins evolutietheorie en het denken van Alan Turing over computers. Wat is de drijvende kracht achter organisatie? En is het waar dat de evolutie sinds de komst van de mens is veranderd? De inleider is wat uitvoerig, dus begin bij 07.00 minuten.

Foto: Kim Daram (cc)

Gevangenisstraf moet het allerlaatste redmiddel zijn

VERSLAG - Misdaad en straf zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in het huidige strafrechtssysteem. Volgens strafrechtjurist prof. mr. Jacques Claessen moet het anders. Hij pleit voor een rechtssysteem waarin er aandacht is voor de mens achter de misdaad, voor herstel en voor rechtvaardigheid. Een beter alternatief?

We kennen allemaal de krantenkoppen over de recente avondklokrellen. “De heftigste rellen in 40 jaar”. “Plunderingen, brandjes, stenen naar de ME”. “Het leek wel oorlog”. Hoewel iedereen best begrijpt dat er onvrede en woede heerst over de huidige coronamaatregelen, is geweld nooit de oplossing. De eerste ingeving van politici én onszelf is dan ook vaak om hard te oordelen en hard op te treden. Een logische gedachtegang als we kijken naar ons huidige strafrechtsysteem. Een dader pleegt een misdaad en belandt na een rechtelijk proces achter de tralies. Toch wordt niemand beter van een gevangenisstraf, stelt strafrechtjurist prof. mr. Jacques Claessen (Universiteit Maastricht). Daarom pleit hij voor een minder zwart-wit rechtssysteem waarin de mens weer centraal komt te staan.

Op misdaad volgt straf. Toch?

Op zijn zachts gezegd was het kabinet niet blij met de avondklokrellen. “Dit heeft niets met corona te maken, dit is misdadig. We gaan er keihard tegenin,” aldus demissionair minister Grapperhaus. En dat gebeurde. Nu, iets meer dan een maand na de rellen, zijn er al 79 veroordelingen. De relschoppers vallen onder het snelrecht, waarmee ze binnen drie weken voor een politierechter verschijnen. De rechter stelt vervolgens welke wet er precies overtreden is en bepaalt welke straf de dader krijgt. In dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een schadevergoeding. Het is een vrij rationeel en zakelijk proces dat gebaseerd is op het principe van vergelding. Een dader moet en zal boeten voor zijn misdaden.

Foto: The Advocacy Project (cc)

Srebrenica: een spook met veel gedaantes

ACHTERGROND - Politicoloog dr. Erna Rijsdijk (Nederlandse Defensie Academie) legt in een lezing in de reeks ‘Duister verleden’ uit hoe Srebrenica een soort spook is geworden dat rondwaart in de Nederlandse maatschappij.

De val van de moslimenclave Srebrenica in 1995 houdt de gemoederen bezig. Na twee NIOD-rapporten en diverse journalistieke reconstructies lijkt het spook nog steeds niet bezworen.

“De naam Srebrenica doet veel Nederlanders pijn. …  In juli 1995 gebeurde daar iets vreselijks.” Zo begint het hoofdstuk over de val van Srebrenica in de canon van de Nederlandse geschiedenis. Gevolgd door een nogal simpele weergave van wat nu bijna 22 jaar geleden gebeurde: meer dan 7000 moslims werden gedeporteerd en vermoord op gezag van de Bosnisch-Servische generaal Mladić, ondanks de aanwezigheid van Nederlandse VN-militairen.

Aandacht voor de massamoord in de Nederlandse schoolboeken is er nauwelijks. Toen ik op de middelbare school zat, kwam het een enkele keer ter sprake. En als we het er al over hadden, ontbrak het aan een Bosnisch perspectief en was er geen ruimte voor de context waarin deze verschrikkelijke gebeurtenis zich voltrok.

De contouren van het spook

De manier waarop de val van Srebrenica doorleeft in de Nederlandse samenleving is diffuus, ongrijpbaar, maar aanwezig: het is een spook. Volgens Rijsdijk is het misschien wel interessanter om te kijken naar hoe zo’n gebeurtenis blijft rondspoken in de samenleving dan naar wat er feitelijk gebeurd is. Want, zoals de Amerikaanse politicoloog Wendy Brown schreef: “We inherit not what really happened to the dead, but what lives on from that happening.” Wát precies doorleeft van zo’n gebeurtenis verschilt bovendien per betrokkene: de Nederlandse, de Dutchbatters, en de nabestaanden.

Foto: Bas Bogers (cc)

Waarom het koloniaal verleden wel èn niet aanwezig is

ACHTERGROND - Van de VOC tot de WIC: verhalen uit de koloniën duiken keer op keer op uit onze collectieve dode hoek om ons te verrassen en confronteren. Hoe is dit te verklaren? Een bijdrage uit de Studium Generale serie ‘Duister Verleden’ van de Universiteit Utrecht

“Laten we blij zijn met elkaar. Laten we zeggen: ‘Nederland kan het weer!’, die VOC-mentaliteit. Over grenzen heen kijken! Dynamiek! Toch?” Op deze befaamde naïeve uitspraak van Jan-Peter Balkenende in 2009 volgde een stortvloed aan reacties. Balkenende ging volledig voorbij aan donkere kanten van de ‘handelsgeest’, denk aan de plunderingen en slavenhandel. Was de oud-premier verblind door stiekeme trots en het romantische idee van het koloniaal verleden? Of was hij het echt ‘vergeten’?

Een vergeten verleden?

“De omgang met ons koloniaal verleden is als een weerlicht: iets flikkert in de verte. Het is er wel en het is er niet.” Dit is de metafoor die historicus prof. dr. Remco Raben (UU) graag aanhaalt. Collectief wordt er – bewust of onbewust – weggekeken van het koloniaal verleden. Tegelijkertijd duikt het keer op keer weer op uit onze collectieve dode hoek – het verrast en confronteert. Soms wordt de positieve kant belicht en soms alleen het negatieve, maar alle versies zijn relevant en kunnen naast elkaar bestaan. Raben: “Veel postkoloniale harten kunnen in een borst kloppen: trots en trauma, goed en fout, vergeten en herinneren.”

Foto: Shannon Clark (cc)

Eén Europa, één Holocaustherinnering?

ACHTERGROND - ‘Het Achterhuis,’ kamp Westerbork of Vught: na de oorlog zijn het plekken geworden waar we de Holocaust actief herinneren. Toch is dat niet in heel Europa zo. In Oost-Europa, waar het geweld na de Tweede Wereldoorlog doorging, is men het niet eens over de betekenis en bestemming van beladen locaties. Hoe ga je met deze plekken om? In de lezingenserie ‘Duister verleden’ plaatst historicus prof. dr. Rob van der Laarse (UvA) de Holocaustherinnering in Europees perspectief.

Ondanks pogingen van Europa om een universeel geldend verhaal van de Holocaust te maken, is er nog steeds geen versie waarin iedereen zich herkent. Een lijn tekent zich af tussen Oost- en West-Europa.

Op 27 januari 1945 werd Auschwitz door het Russische Rode Leger bevrijd. 70 Jaar later was de Russische president Vladimir Poetin tijdens de Holocaust Memorial Day in Auschwitz de opvallende afwezige. De bevrijder werd niet uitgenodigd. Hoe kon dit zo gebeuren? In de lezing ‘Van Holocaust tot herinneringsoorlog’ legt historicus prof. dr. Rob van der Laarse uit hoe politiek en herinnering onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Nooit meer Auschwitz

De herinnering aan de Holocaust is één van de ideologische fundamenten van de Europese eenwording. In 2000 legden Europese hoogwaardigheidsbekleders de Stockholm-declaratie af. Dit vormde het begin van The International Task Force for International Cooperation in Holocaust Education, Remembrance and Research, kortweg ITF. Boodschap: nooit meer Auschwitz. De Holocaust heeft universele betekenis, omdat het de grondvesten van de beschaving aantastte.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

De schadelijke invloed van het neoliberalisme

‘It’s morning again in America!’ Zo luidde de verkiezingsslogan van de Republikeinse president Ronald Reagan in 1984. De leus verwees naar de explosieve opkomst van het neoliberalisme, dat volgens Reagan de oplossing bracht voor alle economische problemen. Na de ondergang van Keynes’ theorie, leek het neoliberalisme de ideologie van de toekomst.

Maarten van Rossem doet uit de doeken hoe dit zover is gekomen. Het neoliberalisme is tijdens de conjunctuurpolitiek geïnspireerd op Keynes verdedigd door de Chicago School, een kleine groep van traditionele liberalen. In de jaren ’70, toen bleek dat de conjunctuurpolitiek niet naar wens functioneerde, ontstond er een plotselinge ommezwaai naar het neoliberalisme.

De transformatie werd geleid door de economen en filosofen Friedrich Hayek en Milton Friedman. Volgens hen leidt economische vrijheid tot politieke vrijheid. Het vrijgeven van de markt, zal de oplossing bieden voor economische én politieke problemen. Menselijk interveniëren leidt enkel tot vrijheidsbeperking van de economie. Als de economie niet functioneert zoals men wenst, is de neiging groot om de economische situatie te willen veranderen. Dit resulteert in een planeconomie, zoals bij het socialisme en communisme het geval is; soms gaat dit gepaard met dwang en geweld. De ineenstorting van de voormalige Sovjet-Unie is deels te wijten aan de slecht functionerende planeconomie.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Martha Nussbaum en levenskunst

Nut en rechtvaardigheid zijn de twee leidende principes van de moderne moraal. Martha Nussbaum, een van de belangrijkste hedendaagse Amerikaanse filosofen, onderzoekt hoe die moraal weer een bredere invulling kan krijgen. Daarvoor grijpt ze terug op de levenskunstfilosofen van de klassieke oudheid, in het bijzonder Aristoteles. De centrale vraag in haar ethiek is dan ook ‘Hoe te leven’? Ethiek, Bildung, maar ook politieke filosofie krijgen allemaal haar aandacht onder de centrale noemer van het ‘goede leven’. Het goede, zo laat Joep Dohmen in zijn lezing over Nussbaum zien, is niet singulier maar meervoudig.

Wat is dan het goede? Dat blijft nogal impliciet. Een belangrijk onderdeel van Nussbaums beschrijving van het goede is dan ook dat het niet singulier of eenduidig is. Voor Plato was het goede weliswaar moeilijk te bereiken, maar in zijn aard wel helder. Nussbaum volgt Aristoteles in zijn kritiek op deze enkelvoudige opvatting van het goede. Zoals de titel van haar boek over dit onderwerp zegt, is zij geïnteresseerd in The Fragility Of Goodness, de broosheid van het goede.

Die broosheid is te beschrijven aan de hand van het tragische. Aristoteles heeft uitgebreid de tragedies bestudeerd en geeft die een plaats in zijn ethiek. Van de tragici leren we dat waardevolle zaken in het leven niet altijd commensurabel zijn. Een beroemd voorbeeld is Antigone. Zij staat voor de beslissing of zij haar overleden broer de laatste eer zal bewijzen, of de koning gehoorzamen die haar dat verboden heeft. Hier bestaat geen juiste keuze, beide opties zijn even ‘waarden-vol’ en door te kiezen voor het ene, moet zij het andere laten. Het is een tragische situatie bij uitstek, waarin de kwetsbaarheid van Antigone wordt getoond, maar ook de kwetsbaarheid van het goede zelf.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

‘Het Westen mag meer uitstoten’

Kopenhagen 2009. De klimaatconferentie lijkt  op een mislukking uit te lopen, wanneer het gastland van de conferentie met een ‘Friends of the chair’ akkoord op de proppen komt. Zo’n type akkoord is een middel binnen de VN om impasses te kunnen doorbreken: een klein groepje experts probeert de problemen te tackelen die in de vergadering maar niet opgelost kunnen worden. Het akkoord had geen bindende geldigheid en behelsde dat landen voor zichzelf emissiereductie doelen moesten stellen en dat de aarde niet meer dan twee graden zou mogen opwarmen de komende eeuw. Zowel de manier waarop dit akkoord tot stand kwam als de inhoud ervan stuitte op weerstand van verscheidene ontwikkelingslanden. Prof. dr. Luc Bovens, hoofd van het departement Filosofie, Logica en Methode van de London School of Economics, stelt de vraag welke verantwoordelijkheden het Westen heeft tegenover ontwikkelingslanden in dit soort aangelegenheden.

Locke en het ‘enough-and-as-good’ principle

Er zijn drie verschillende modellen voor het delen van de verantwoordelijkheid inzake het klimaatvraagstuk. Je zou kunnen pleiten voor een evenredige emissie per hoofd van de bevolking per land, hogere quota voor ontwikkelingslanden of hogere quota voor ontwikkelde economieën binnen een bepaald tijdsframe. De eerste twee modellen staan bijna altijd centraal bij klimaatconferenties, maar volgens Bovens moeten we het derde model niet zomaar aan de kant schuiven. Hierbij haalt hij de Engelse filosoof Locke aan, die een theorie over het recht op landbezit propageerde die een interessant perspectief kan bieden op de verantwoordelijkheid voor het oplossen van klimaatvraagstukken. Lockes’ theorie komt op het volgende neer: er is een stuk land dat ongeroerd is. Vervolgens besluit er iemand dat stuk land te gaan gebruiken. Hij exploiteert het naar behoren en zodoende wordt er toegevoegde waarde gecreëerd. Hierbij moet van twee verschillende principes uitgegaan worden: het ‘enough-and-as-good’ en het ‘no waste’ principe. Het eerste principe behelst dat het land alleen geëxploiteerd mag worden door iemand als hij er toegevoegde waarde mee creëert, terwijl het tweede principe duidelijk maakt dat je niet meer land moet exploiteren dan binnen je capaciteiten ligt. Nu is het volgens Locke zo dat de één een groot stuk land zal exploiteren, de ander een klein en een derde geen, aangezien deze er bijvoorbeeld voor zal kiezen zijn diensten aan te bieden aan één van de landeigenaren. Na verloop van tijd zal het exploiteren van meer en meer land niet meer voldoen aan het ‘enough-and-as-good’ principe en zal het niet toegestaan worden om nog meer land te exploiteren. Landeigenaren kunnen op dat moment echter wel een gerechtvaardigde claim maken op het land dat ze al bezaten. Zo zou je ook naar de uitstoot van broeikasgassen kunnen kijken; als iedereen minder moet uitstoten, is het niet zo dat de grootste uitstoters het belangrijkste deel daarvan voor hun rekening moeten nemen. Evenredig met het aandeel dat de verschillende landen in de CO2-uitstoot hebben zullen ze hun uitstoot moeten verminderen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Zomercollege | Creative Destruction

Hoewel Japanners zelf zich nog grote zorgen maken, lijkt in de rest van de wereld alsof de tsunami en de problemen in Fukushima nooit hebben plaatsgevonden. Sommige technologiebedrijven voelen nog wat pijn van de logistieke ontwrichting van een paar maanden geleden, maar voor de rest is het business as usual. Of misschien zitten de EU en de VS te diep in hun eigen besognes.

In onderstaande video bespreekt Janet Hunter, historisch econoom aan de London School of Economics, wat de economische impact was van een andere grote ramp in Japan: de aardbeving van 1923 die aan 140.000 mensen het leven kostte. Zou Schumpeter met zijn creative destruction gelijk hebben?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende