De schadelijke invloed van het neoliberalisme

‘It’s morning again in America!’ Zo luidde de verkiezingsslogan van de Republikeinse president Ronald Reagan in 1984. De leus verwees naar de explosieve opkomst van het neoliberalisme, dat volgens Reagan de oplossing bracht voor alle economische problemen. Na de ondergang van Keynes’ theorie, leek het neoliberalisme de ideologie van de toekomst.

Maarten van Rossem doet uit de doeken hoe dit zover is gekomen. Het neoliberalisme is tijdens de conjunctuurpolitiek geïnspireerd op Keynes verdedigd door de Chicago School, een kleine groep van traditionele liberalen. In de jaren ’70, toen bleek dat de conjunctuurpolitiek niet naar wens functioneerde, ontstond er een plotselinge ommezwaai naar het neoliberalisme.

De transformatie werd geleid door de economen en filosofen Friedrich Hayek en Milton Friedman. Volgens hen leidt economische vrijheid tot politieke vrijheid. Het vrijgeven van de markt, zal de oplossing bieden voor economische én politieke problemen. Menselijk interveniëren leidt enkel tot vrijheidsbeperking van de economie. Als de economie niet functioneert zoals men wenst, is de neiging groot om de economische situatie te willen veranderen. Dit resulteert in een planeconomie, zoals bij het socialisme en communisme het geval is; soms gaat dit gepaard met dwang en geweld. De ineenstorting van de voormalige Sovjet-Unie is deels te wijten aan de slecht functionerende planeconomie.

Theorie versus praktijk

De ideeën van Friedman en Hayek bleken vooral in theorie waardevol. In de praktijk blijkt het neoliberalisme vooral een filosofie, in plaats van een economische theorie, zo stelt Maarten van Rossem. Zelfs bij aanhangers van de ideologie worden de adviezen van Friedman en Hayek nauwelijks nageleefd. Neem Ronald Reagan, voorstander van het neoliberalisme. Hij trof weinig beleidsmaatregelen die er ook daadwerkelijk op gebaseerd zijn. Zo realiseerde hij geen bezuinigen op overheid en defensie tijdens zijn presidentschap, hoewel dit hard nodig was om de begrotingstekorten te verkleinen. Zijn belastingsverlagingen zijn wel geïnspireerd op neoliberale gronden, maar bleken weinig succesvol.

Het blijkt bovendien lastig om het marktmechanisme volledig te liberaliseren. Marktverstoring, zoals monopolieposities en kartelafspraken, verandert de werking van de markt. Daarnaast is het marktmechanisme niet zaligmakend. De verzorgingstaat wordt door Friedman als belangrijk instituut gezien. De mens is niet in staat om zelf te voorzien in alle noodzakelijke behoeften. Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman wees op behavioral economics: de mens handelt niet rationeel. We maken verkeerde inschattingen, waardoor overheidsingrijpen soms nodig is. Zo is de mens geneigd om niet stil te staan bij de toekomst, waardoor overheidsbemoeienis nodig is om iedereen een pensioen te kunnen garanderen. We kunnen zodoende niet op onszelf vertrouwen als het gaat om financiën.

Is er nog hoop?

Niet alleen menselijk handelen is onberekenbaar als het gaat om de economie. Ook de marktwerking zelf blijkt moeilijk te voorspellen. Geheel tegen de verwachtingen van beleggers in, implodeerde de kredietmarkt in de VS in 2007 en bleek uiteindelijk niemand in te kunnen staan voor de financiële gevolgen. Het neoliberalisme heeft vergaande invloed gehad op onze economie. Ronald Reagan heeft met zijn ideeën over het neoliberalisme veel schade aangericht, zo stelt van Rossem. De maatschappij is achterdochtig geworden ten opzichte van de overheid. Is er nog hoop voor het geloof in de vrije markt?

Maarten van Rossem zal op 28 februari de lezingenreeks afsluiten. De lezingen over The Golden Years en Het ontstaan van het neoliberalisme zijn nogmaals bekijken, of lees hier het nieuwsblog over The Golden Years. Meer weten over behavioral economics? Van Rossem raadt dan het boek van Daniel Kahneman aan, Thinking, Fast and Slow (onlangs vertaald als Ons feilbare denken).

  1. 5

    Citaat: ‘Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman wees op behavioral economics: de mens handelt niet rationeel. We maken verkeerde inschattingen, waardoor overheidsingrijpen soms nodig is.’

    1 Dat DK een Nobelprijswinnaar is, moet er wel bij, want hoe durf je nog anders met diens ‘theorie’ aan te komen?

    DK haalt ‘individu’ en ‘maatschappij’ door elkaar. ‘Fout’ van de ene individu verrekent zich nagenoeg automatisch / statistisch met die van een ander. In feite maken individuen gezamenlijk nooit fouten. Non-crimineel doen ze – bij ons – wat ze kunnen, mogen en willen. De makro-Economie volgt ze, als het er goed en democratisch aan toegaat. Alleen vertegenwoordigende Overheden kunnen economische fouten maken.

    Het totaal van de handelingen (transacties) van individuen geeft de minst slechte samenleving. Mills en Mandville zijn daarmee concordant.

    2 Enige Overheid kan niet anders bestaan dan uit Kahneman’s irrationele mensen. Hoe zouden die nu het economisch wangedrag van particuliere mensen kunnen corrigeren? Zijn ze Engelen of onfeilbare Robots? Of dictators?

    3 DK oreert verkeerd en ouderwets.

  2. 6

    1. individuën reageren redelijk hetzelfde op dezelfde prikkels. dus in totaal kunnen individuën sterk leunen naar één kant. deze verrekening gebeurt dus niet.

    2. de overheid is niet onfeilbaar, maar sommige mensen maken nu eenmaal meer fouten dan anderen. in de gevallen dat er veel feilbare mensen een markt bepalen (alternatieve geneeskunde bijvoorbeeld), kan het zijn dat de overheid goed kan ingrijpen.

    3. ouderwets of simpelweg niet in lijn met jou ideeën?

  3. 8

    HPax schrijft:

    “DK haalt ‘individu’ en ‘maatschappij’ door elkaar. ‘Fout’ van de ene individu verrekent zich nagenoeg automatisch / statistisch met die van een ander. In feite maken individuen gezamenlijk nooit fouten.”

    Daarmee is dan mooi het probleem van de overbevolking ook opgelost.

    “Enige Overheid kan niet anders bestaan dan uit Kahneman’s irrationele mensen. Hoe zouden die nu het economisch wangedrag van particuliere mensen kunnen corrigeren?”

    Als daar staat: “We maken verkeerde inschattingen, waardoor overheidsingrijpen soms nodig is”, dan wordt met dat meervoud niet de individuele mens bedoeld, maar de groep, die zich als een zwerm (vogels) gedraagt. HPax haalt ‘individu’ en ‘maatschappij’ door elkaar.

    HPax oreert verkeerd en ouderwets.

  4. 12

    “Het blijkt bovendien lastig om het marktmechanisme volledig te liberaliseren. Marktverstoring, zoals monopolieposities en kartelafspraken, verandert de werking van de markt.”

    Dit is geen verstoring, dit is de cruciale denkfout in het neoliberalisme: dat je alles kan vrijgeven en dat het zich dan vanzelf regelt. In de praktijk ontstaat een machtsvacuum, dat door de grootste partijen wordt opgevuld. Je krijgt dan dus per definitie monopolies of kartels.
    Maar omdat de overheid niet meer mag ingrijpen, is daar dus niets meer aan te doen.

    Dat is de paradox van de vrije markt: hoe vrijer je het maakt, des te minder vrij het wordt. Je kan niet zonder regulering.

  5. 13

    Juist, dat is precies wat econoom Paul Ormerod in een boek getiteld Economen hebben geen idee ook zegt. Geschreven in 1995 maar behoorlijk actueel. De voortekenen van de herverdeling van kapitaal in de wereld – burgers/overheden naar banken – was al in volle gang. Zoals we nu doen, de sociale welvaart inleveren voor denkbeelden van opperpriesters van de god Mammon zoals Onno Ruding.

  6. 14

    Kan mij iemand een plaats aanwijzen, een land of een stad, of een dorp, waar een vrije markt bestaat en waar die vrije markt een utopia schept?
    Dat is toch de belofte?
    Ik zie banken als Goldman Sachs die “spelen” met geld en winnen zoals je Monoploy kunt winnen. Ik zie een rijke elite ontstaan, die natuurlijk gelooft in haar ideaal van de vrije markt, die ze niemand ontzeggen, want als je je best doet kom je er ook wel.
    Maar de onderkant………. eigen schuld dikke bult!

    Slechts met toenemende repressie is een dergelijk concept in stand te houden.

  7. 16

    Dit artikel zou niet mistaan op De Speld, zulk slecht broddelwerk. Dit is het niveau aan een Nederlandse universiteit? Here sta me bij.

    Maar Reagan heeft als keynesiaan de economie dan dus gestimuleerd, door het overheidstekort flink op te laten lopen.

    Ik heb overigens geen idee wat er vrije markt zou zijn aan een overheid die middels centrale bank vrijwel eindeloos zo goed als gratis geld aan de private banken ter beschikking stelt, en de banken niet aan de markt van winst en verlies onderwerpt; dat blijft toch maar de blinde vlek.

    Marx stelde dat het krediet middels een centrale bank in handen van de overheid moest zijn, maar dus niet dat de overheid middels de centrale bank in handen van de private banken moest zijn—wat nu dus het geval is. Maar links snurkt verder, met platitudes over een fantoom als neoliberalisme.

    De Chicago School was helemaal niet traditioneel liberaal, maar ‘leftish fringe’:

    THE CHICAGO SCHOOL

    Friedmanism can be fully understood only in the context of its historical roots, and these roots are the so-called “Chicago School” of economics of the 1920s and 1930s.
    (…)
    The members of the original, or first-generation, Chicago School were considered “leftish” in their day, as indeed they were by any sort of genuine free-market criterion. And while Friedman has modified some of their approaches, he remains a Chicago man of the thirties. The political program of the original Chicagoans is best revealed in the egregious work of a founder and major political mentor: Henry C. Simons’s A Positive Program for Laissez Faire.1 Simons’s political program was laissez faireist only in an unconsciously satiric sense.

    It consisted of three key ideas:

    1. a drastic policy of trust-busting of all business firms and unions down to small blacksmith-shop size, in order to arrive at “perfect” competition and what Simons conceived to be the “free market”;
    2. a vast scheme of compulsory egalitarianism, equalizing incomes through the income-tax structure; and
    3. a proto-Keynesian policy of stabilizing the price-level through expansionary fiscal and monetary programs during a recession.

    Extreme trust-busting, egalitarianism, and Keynesianism: the Chicago School contained within itself much of the New Deal program, and, hence, its status within the economics profession of the early 1930s as a leftish fringe. And while Friedman has modified and softened Simons’s hard-nosed stance, he is still, in essence, Simons redivivus; he only appears to be a free-marketeer because the remainder of the profession has shifted radically leftward and stateward in the meanwhile.

    And, in some ways, Friedman has added unfortunate statist elements that were not even present in the older Chicago School.2

    http://www.lewrockwell.com/rothbard/rothbard43.html