De Kroonboekenclub | Omero, Iliade van Alessandro Barrico

Er zijn mensen die de Grieks goden achterhaald vinden. Mensen die denken dat er vooruitgang zit in het afschaffen van goden. Wie heeft er ooit Artemis in levenden lijve gezien? Nou dan! De Italiaanse schrijver Alessandro Barrico is zo iemand. Hij is in Nederland geloof ik vooral bekend van zijn essay De barbaren, waarin hij onder andere beschrijft hoe de cultuur steeds meer in hapklare brokken wordt opgediend. Ingewikkelde boeken lezen is niet meer nodig om te kunnen meediscussiëren, het lezen van een paar blogposts volstaat. Slechts een paar jaar voor De barbaren publiceerde Barrico het boek Omero, Iliade, waarin hij zelf het kunstje laat zien: hij maakt een boek zogenaamd toegankelijk voor de hedendaagse mens. Hij doet dat door de goden eruit te snijden, en het verhaal daardoor volkomen onbegrijpelijk te maken. Dat je als schrijver een boek 'Homerus, Ilias' noemt is natuurlijk een verrassende stap.

Foto: Skara kommun (cc)

Nieuwe gedichten van Sapfo?

ACHTERGROND, LONGREAD - Dat was dus iets waar ik helemaal blij van werd: de aankondiging, eergisteren, dat twee gedichten waren ontdekt van de Griekse dichteres Sapfo van Lesbos. U vindt de voorgenomen wetenschappelijke publicatie hier, u vindt de vertaling die de Nijmeegse classicus Vincent Hunink terstond maakte daar en u vindt hieronder mijn poging te tonen hoe leuk oudheidkundige puzzels zijn.

Eerst even iets over Sapfo. Ze is een van de weinige bij het grote publiek bekende antieke auteurs. Vrijwel iedereen heeft wel eens van haar gehoord: ons woord “lesbisch” is afgeleid van haar woonplaats. Haar gedichten zijn echter minder bekend en dat is ook logisch, want ze zijn merendeels verloren gegaan.

Dat komt niet, zoals je soms leest, doordat de christenen een hekel hadden aan de homoseksuele dichteres en daarom haar teksten vernietigden. Het is veel prozaïscher: omdat papyrusrollen na ongeveer honderd jaar sleets werden, ging een antieke tekst onherroepelijk verloren als ze langer dan een eeuw uit de mode was en dus niet meer werd gekopieerd. Dat dit met Sapfo’s gedichten gebeurde, is bepaald niet uniek.

Wat resteert, is een verzameling fragmenten, die aan hun incompleetheid een eigen schoonheid ontlenen. Eén zin is voldoende om er een prachtig gedicht bij te fantaseren. Mijn favoriet:

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Institutionalisering is een drug

In 1806 versloeg Napoleon de legers van Pruisen in de slag bij Jena. Het jaar ervoor had hij Oostenrijk en Duitsland bij Austerlitz al vernederd, en hij had langs de Rijn al een reeks vazalstaatjes gesticht. Midden-Europa was door-en-door geschokt en in Duitsland was men ervan overtuigd dat alles anders moest. In de Pruisische hoofdstad Berlijn trad, onder leiding van Heinrich Reichsfreiherr vom und zum Stein, een van de meest vernieuwingsgezinde kabinetten aan die de wereld ooit heeft gezien.

Onderwijs ressorteerde onder minister Wilhelm von Humboldt, een bekende taalkundige en een persoonlijke vriend van de beroemdste classicus van die tijd, Friedrich August Wolf (1759-1824). Zij samen zijn de architecten van de oudheidkunde, zoals die tot op de huidige dag bestaat: Wolf als architect en Von Humboldt als uitvoerder.

Oudheidkunde, zo redeneerde Wolf, had geen duidelijk doel, maar wie Grieks leerde, zou leren denken zoals de oude Grieken, en dus even slim, creatief, briljant en nobel zijn – allemaal eigenschappen die men aan het begin van de negentiende eeuw toeschreef aan de antieke cultuur. Wilde Duitsland zich herstellen, dan moest al het onderwijs zijn gericht op de navolging van de Grieken. Von Humboldt richtte daartoe gymnasia op en stemde het onderwijs aan de nieuwe, Berlijnse universiteit daarop af.