Uit de jeugdzorg | Sem
COLUMN - ‘Pfff, moet ik weer langs de kant van het voetbalveld staan,’ dacht ik steevast als ik op zaterdagochtend moest werken.
Het was duidelijk niet een van mijn favoriete bezigheden. Ik vond het koud, kreeg zere benen, een zere rug en tot overmaat van ramp leek het iedere keer als ík op zaterdagochtend werkte te regenen.
De elfjarige Sem was geen talent, dat wist hij zelf ook. Na tien minuten kijken en een praatje met andere ouders had ik het meestal wel gezien. Sem zelf eigenlijk ook. Dat zei hij regelmatig, zeker als ze weer eens verloren hadden.
Tegen het eind van het seizoen bespraken we tijdens het teamoverleg de wensen van de kinderen met betrekking tot hun sport- en hobbyclubs. We maakten een financieel overzicht. De voetbalclub van Sem kostte niet zoveel, maar de bijbehorende uitjes wel. De ene keer houden ze een barbecue, de andere keer gaan ze naar een profclub om een wedstrijd te bekijken, enzovoort, enzovoort. Dat loopt aardig op.
‘Ik vind het echt zonde van het geld. En van alle tijd en energie die wíj erin steken. En zelf vindt hij het ook niet geweldig, laat hem toch van voetbal afgaan,’ zei de één.