Agendering moslimdiscriminatie en moslimhaat blijft bittere noodzaak

De aanpak van moslimdiscriminatie en moslimhaat zal de komende jaren meer politieke prioriteit moeten krijgen. Dat geldt in het bijzonder voor discriminatie op de arbeidsmarkt, waar veel moslims met grove en subtiele vormen van uitsluiting te maken hebben. Die conclusie trekken Ewoud Butter, Roemer van Oordt en Ineke van der Valk, de auteurs van de Vierde Monitor Moslimdiscriminatie die 9 mei is verschenen. In deze monitor hebben de onderzoekers speciaal aandacht besteed aan discriminatie van moslims op de arbeidsmarkt. Het gaat  bij moslimdiscriminatie om alledaagse vormen van uitsluiting en discriminatie, bijvoorbeeld in de vorm van bevooroordeelde vragen en opmerkingen, om stigmatiserende berichten in de media, maar ook om openlijke discriminatie op grond van geloof, om hatespeech, gewelddadige of bedreigende voorvallen gericht tegen islamitische gebedshuizen en scholen en om voorstellen en uitspraken van politieke partijen die haaks staan op de grondwettelijke vrijheden van moslims. Het draagt allemaal bij aan een politiekmaatschappelijk klimaat waardoor grote groepen moslims zich onveilig voelen. Zij worden erdoor beperkt in de vrijheid om zichzelf te kunnen zijn. Ervaren discriminatie Uit eerder onderzoek naar ervaren discriminatie, onder andere van het SCP, blijkt dat relatief veel moslims discriminatie op grond van hun geloof ervaren. Dat geldt voor ongeveer twee derde van de Marokkaanse Nederlanders en de helft van de Turkse Nederlanders. Discriminatie vindt plaats in de openbare ruimte, op school, op de arbeidsmarkt en het internet, maar ook in de media en politiek. Discriminatie op de arbeidsmarkt In deze monitor is speciale aandacht voor discriminatie op de arbeidsmarkt. De studie is verkennend van aard. Het onderzoek werd verricht middels een literatuurstudie, een survey waaraan 315 mensen deelnamen, diepte-interviews en groepsgesprekken. Het biedt inzicht in relevante ervaringen op de arbeidsmarkt die veel moslims delen. Van de 315 personen die aan de survey deelnamen gaf driekwart aan op enigerlei wijze te maken gehad met discriminatie op de arbeidsmarkt op grond van hun (vermeende) islamitische geloof. Het merendeel van hen is moslim, maar ook respondenten die zichzelf niet als moslim beschouwen, hebben met deze vorm van discriminatie te maken. Sollicitatie Discriminatie vindt vaak plaats bij sollicitaties. Bij meer dan de helft van de vrouwen heeft de discriminatie-ervaring tijdens de sollicitatieprocedure te maken met het dragen van een hoofddoek. Ook mannen ervaren discriminatie op grond van religie gebonden uiterlijk, waaronder het dragen van bepaalde kleding of een baard. Veel respondenten krijgen tijdens een sollicitatieprocedure stigmatiserende of discriminerende vragen over hun geloof die niet relevant zijn voor de functie. Vragen gaan bijvoorbeeld over de positie van de vrouw, over opvattingen die moslims zouden hebben over homoseksualiteit of transgenders en wat ze vinden van terrorisme. Verder geven respondenten aan dat geregeld getoetst wordt of ze als moslim wel loyaal zijn aan Nederland. Op de werkvloer Ook op de werkvloer wordt discriminatie ervaren die direct gerelateerd is aan kleding of uiterlijk. Daarnaast krijgen respondenten vanwege hun religie geen contractverlenging of promotie; ze hebben te maken met kwetsende, discriminerende opmerkingen en ‘grapjes’ op de werkvloer van collega’s of leidinggevenden of worden expliciet buitengesloten of weggepest. . Sommigen ervaren het als discriminerend wanneer er geen mogelijkheid is de pauze te verplaatsen om te bidden of naar de moskee te gaan. Verder  worden associaties met terrorisme en/of vragen om afstand te nemen van terreur of extremisten naar voren gebracht. Er wordt subtiel of minder subtiel benadrukt dat moslims er eigenlijk niet bij horen. Dit heeft een enorme impact. Ook spelen discriminerende opmerkingen van cliënten of samenwerkingspartners een rol, net als ‘te streng religieus zijn’ om kans te maken op promotie. Enkele malen beroept een werkgever zich bij discriminerende beslissingen op cliënten. Verschillende respondenten tenslotte, kregen te horen dat ze niet in aanmerking kwamen voor contractverlenging omdat ze niet in de groep zouden passen. Vervolgactie na discriminatie-ervaring Na een discriminatie-ervaring tijdens een sollicitatie of op de werkvloer onderneemt ruim een derde tot de helft van de respondenten geen  actie. Iets meer dan de helft bespreekt deze ervaring met familie, vrienden of bekenden en ongeveer een kwart gaat het gesprek aan met de persoon in kwestie of maakt melding bij een leidinggevende. Een kleine minderheid van de respondenten (5-10%) met een discriminatie-ervaring meldde dit bij de politie of een anti-discriminatievoorziening. Vaak gegeven redenen om te melden zijn: voor jezelf opkomen en gedrag van anderen beïnvloeden; steun, herkenning en erkenning zoeken bij naasten; voorkomen van herhaling en melden, dan komt het in de statistieken. Redenen om juist niet te melden zijn: geen tijd; geen energie; niet moeilijk doen; het heeft toch geen zin; geen bewijs (voor strafbare feiten); angst voor de gevolgen; gebrek aan informatie over mogelijkheid om te melden; schaamte en niet in een slachtofferrol willen komen. Monitor Net als in voorgaande afleveringen van de Monitor (2012/2015/2017) wordt in dit rapport de stand van zaken weergegeven rond moslimdiscriminatie in Nederland in het algemeen. De focus ligt hierbij op de periode 2017-2019, met ook hier en daar aandacht voor 2020. Er wordt nog steeds weinig melding gedaan van discriminatie bij registrerende instanties als een anti-discriminatievoorziening of de politie: dat geldt ook voor moslimdiscriminatie. Het aantal meldingen per jaar varieert en houdt verband met de intensiteit van de maatschappelijke discussie over moslims en de islam. Moslimhaat is - net als bijvoorbeeld bij antisemitisme het geval is – permanent sluimerend aanwezig en kan als een veenbrand oplaaien door maatschappelijke of politieke ontwikkelingen. Zo nam afgelopen jaren het aantal meldingen bij meldingsinstanties toe  na terroristische aanslagen door jihadisten en de verhitte discussie over de vluchtelingencrisis in 2015 en 2016. Daarna daalde het aantal meldingen. Hierbij moet worden aangetekend  dat er minder bekend is over de cijfers omdat de politie moslimdiscriminatie sinds 2019 niet meer apart registreert vanwege een veranderde werkwijze. Het aantal voorvallen gericht tegen moskeeën met een discriminatoir, haatzaaiend of intimiderend karakter, nam na een piek in 2015 en 2016 af, maar ligt nog altijd hoger dan in de jaren voor 2015. Er is hierbij sprake van een andere aard van de voorvallen: de daders zijn minder vaak anoniem, maar opereren vaker namens kleine, maar luidruchtige extreemrechtse of radicaal-rechtse organisaties. Ze zoeken voor hun acties  nadrukkelijk de publiciteit. Omdat ze deze aandacht krijgen, is de impact van hun acties groter en worden ze gestimuleerd om op deze weg door te gaan. Een positieve ontwikkeling is dat moslimdiscriminatie sinds enkele jaren wat meer op de politieke agenda staat: het wordt expliciet genoemd in verkiezingsprogramma’s, geagendeerd in de Tweede Kamer (vooral door DENK, GroenLinks en PvdA) en haalde het regeerakkoord van het vorige kabinet. Sinds 2015 wordt het apart geregistreerd als subcategorie van de grond discriminatie op grond van geloof door ADV’s en (tot 2019) door de politie. Daar staat tegenover dat er op zijn minst één grote politieke partij (PVV) is die moslims voornamelijk als bedreiging van de samenleving ziet en hen elementaire grondrechten wil afnemen. In navolging van de PVV zijn er meerdere partijen die daar (deels) in mee gaan zoals FvD, VVD, SGP en CDA. Dit heeft geleid tot beleid en (tijdelijke) wetgeving - onder andere in het kader van antiterrorisme en - radicalisering - die het selectief inperken van de vrijheid van godsdienst van moslims tot gevolg heeft. Echt veel politieke prioriteit krijgt de aanpak van moslimdiscriminatie niet. In de praktijk blijkt er (te) weinig draagvlak voor daadwerkelijke maatregelen. Zo is de politie zonder veel protest alweer gestopt met het apart registreren van voorvallen van discriminatie op grond van het moslimgeloof. De groeiende invloed (sinds 1990) in de reguliere politiek van het idee van onverenigbare, botsende beschavingen en de meer extreme versie van dit gedachtegoed in kringen van radicaal- en extreemrechts heeft, zeker in wisselwerking met aanslagen door jihadisten, geleid tot een toenemende algemene politieke en maatschappelijke weerstand tegen de islam. Veiligheidsdiensten hebben de afgelopen jaren meer aandacht besteed aan extreem- en radicaal-rechts, vooral gezien het potentiële gevaar van lone-actors. Uiterst rechtse formaties zijn weliswaar klein in omvang en actieve aanhang, maar hun acties hebben serieuze invloed op de islamitische gemeenschappen en mede door de media-aandacht die eraan  wordt besteed,  op het maatschappelijk debat. Tot slot De overheid is de laatste jaren meer aandacht gaan besteden aan het tegengaan van racisme en discriminatie, maar nog onvoldoende aan  specifiek moslimdiscriminatie en moslimhaat. Overheden en het maatschappelijk middenveld dienen discriminatoire agressie en geweld tegen moslims te zien voor wat het is: gevallen van inbreuk op het recht op vrijheid van religie en inbreuk op de principes van gelijkheid en antidiscriminatie. Voor het behoud en herstel van vertrouwen van moslims in de Nederlandse samenleving is het belangrijk dat vertegenwoordigers van verschillende instituties van de rechtsstaat hun stem verheffen tegen uitspraken en voorstellen die moslims stigmatiseren en uitsluiten. Andere aanbevelingen uit het rapport zijn:: Het is aan te bevelen om moslimhaat als specifieke vorm van discriminatie en racisme tezien, zoals dat bijvoorbeeld bij antisemitisme gebeurt. Laat de politie moslimdiscriminatie weer apart registreren zoals dat voor 2019 gebeurde en investeer in capaciteit van politie en OM om meer aandacht te  geven aan de registratie en vervolging van vormen van discriminatie. Steun initiatieven van moslimgemeenschappen om - in samenwerking met de reguliere meldorganisaties - te komen tot meer adequate systemen van melding en daarmee tot een verhoging van meldingspercentages. Benader Nederlandse moslims als een divers samengestelde gemeenschap, niet alleen in religieus en etnisch opzicht, maar ook wat betreft gender en diversiteit in seksuele gerichtheid. Stimuleer  onderzoek naar vormen van moslimdiscriminatie op de arbeidsmarkt, de woningmarkt, in het uitgaansleven en in andere sectoren. Denk daarbij aan onderzoeksmethoden waarbij gebruik wordt gemaakt van mystery guests of van praktijktesten. Maak serieus werk van diversiteitsbeleid en bevorder onder andere de deelname van moslims in bijvoorbeeld de ambtelijke top of in de top van het bedrijfsleven, in de media en in de kunst- en cultuursector. Houd hierbij rekening met de bestaande diversiteit binnen moslimgemeenschappen. Diversiteitsbeleid is echter niet voldoende. Werk aan een inclusief werkklimaat waarin alle werknemers zich ongeacht hun herkomst, gender, seksuele oriëntatie, leeftijd én geloof in alle vrijheid kunnen ontplooien, carrière kunnen maken en deelnemen aan de samenleving.  De effecten van het politieke-maatschappelijke klimaat zijn moeilijk te sturen en negatieve beeldvorming in de media is moeilijk te corrigeren, maar werkgevers kunnen een essentiële rol vervullen in de vormgeving van een inclusief werkklimaat. Daarnaast dient de overheid het goede voorbeeld te geven en de uitzendbranche en andere werkgevers aan te spreken en waar nodig te belonen of te sanctioneren. Zorg dat slachtoffers van discriminatie in de publieke ruimte en binnen een bedrijf, instelling, vereniging of op het internet bij professionals terecht kunnen na een discriminatie-ervaring. Het is van belang dat slachtoffers weten waar ze hun verhaal kunnen doen, waar ze steun kunnen ontvangen en waar ze indien gewenst hulp kunnen krijgen bij bemiddeling of bij het doen van een melding of een aangifte. Zorg dat dergelijke ervaringen, met in acht neming van privacywetgeving, in de openbare ruimte, maar ook binnen bedrijven, organisaties, instellingen goed gemonitord worden zodat het mogelijk is op grond hiervan beleid te ontwikkelen. Kijk kritisch naar de werkplekken waar het nu nog geaccepteerd wordt om, op grond van neutraliteit, vrouwen met een hoofddoek structureel buiten te sluiten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan geüniformeerde beroepen als de politie. Onderzoek in hoeverre dit streven naar neutraliteit ten koste gaat van inclusiviteit, gelijke rechten voor vrouwen, professionaliteit en herkenbaarheid van de politie. Kijk hierbij ook naar ervaringen in andere landen waar een politieagente met een hoofddoek wel wordt toegestaan. De monitor moslimdiscriminatie  In 2011 nam Ineke van der Valk het initiatief voor de Monitor Moslim Discriminatie, een project waarin over meerdere jaren de ontwikkeling op het gebied van moslimdiscriminatie wordt onderzocht. Zij schreef het boek Islamofobie en Discriminatie en nam de eerste drie afleveringen van de Monitors Moslimdiscriminatie voor haar rekening. Deze vierde Monitor  is een co-productie van  Ewoud Butter, Roemer van Oordt en Ineke van der Valk. Butter en Van Oordt doen eveneens  al langere tijd onderzoek  op dit gebied.  De hele Monitor kunt u hier (pdf) downloaden. Dit artikel, grotendeels gebaseerd op het laatste hoofdstuk van de Monitor, verscheen eerder bij Republiek Allochtonië.

Foto: fortheloveofcc (cc)

Wie beschermt ons tegen de beschermer?

Door Emine Uğur.

Wat doe je als de persoon die je hoort te beschermen dezelfde is als de persoon tegen wie je beschermd moet worden? Als je vader of moeder je misbruikt of je man je mishandelt bijvoorbeeld? Als de leraar die jou moet helpen zelfvertrouwen op te bouwen in een bepaald vak degene is die je zelfvertrouwen kapot maakt.

Als degene naar wie je zou rennen om beschermd te worden tegelijkertijd degene is die jou schade toebrengt, heb je feitelijke nergens meer waar je terecht kunt. Deze gedachte houdt mij al geruime tijd bezig en speelt steeds vaker door mijn hoofd sinds de toeslagenaffaire, schoot recent weer door mijn hoofd door de racistische appjes van de politie en gisteren wederom na het artikel over de NCTV. En bij elk incident wordt het steeds duidelijker dat dit al langere tijd onze relatie als burger met onze overheid is, maar dat het nu pas zichtbaarder wordt: Degene die ons onze rechtsbescherming hoort te bieden en dat hoort te handhaven, is degene die ons schade toebrengt en ons kwetsbaar maakt.

Het is geen toeval dat (institutioneel) racisme en islamofobie als een rode draad door al deze openbaringen heen lopen. Allochtonen, zwarte mensen en de afgelopen 20 jaar met name moslims, zijn namelijk schuldig tot het tegendeel bewezen is. Wolven in schaapskleren. Wantrouwen is het uitgangspunt. En dat wantrouwen vonden veel mensen niet problematisch, want het raakte hen niet en sommigen vonden het zelfs terecht, want het waren immers moslims die voor terreuraanslagen en overlast zorgden,  dus dan moet je het ook maar voor lief nemen dat ook jij, zelfs al had je niets met die aanslagen of die overlast te maken, met wantrouwen bejegend wordt.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

VVD wil met een racistische partij regeren

VVD-lijsttrekker Mark Rutte heeft de voorkeur uitgesproken voor een coalitie van zijn partij, D66, CDA en nieuwkomer JA21, meldt het NRC. JA21 presenteert zichzelf graag als het redelijke alternatief voor PVV en FVD, maar laten we niet vergeten dat JA21 zich afsplitste van het FvD vanwege antisemitische uitspraken maar niet vanwege andere racistische standpunten, vooral haat jegens islam en moslims, wat natuurlijk niet verwonderlijk is gezien de racistische standpunten van Eerdmans’ vorige partij Leefbaar Rotterdam.

Foto: Fibonacci Blue (cc)

Wat te doen tegen moslimhaat en moslimdiscriminatie?

ONDERZOEK - Wat kan er gedaan worden om moslimhaat en moslimdiscriminatie tegen te gaan? Dit was een van de vragen in een verkennende peiling die in januari was uitgezet. In totaal gaven 225 respondenten een antwoord op deze open vraag. Het leverde 20 A4’tjes aan interessante suggesties op. In dit artikel geeft Ewoud Butter, geclusterd, een samenvatting van deze suggesties.

De verkennende peiling was uitgezet in opdracht van het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie en Emcemo. Ruim 600 respondenten namen deel. Er werd gevraagd naar ervaringen met moslimdiscriminatie en naar mogelijke interventies die tegen moslimdiscriminatie genomen zouden kunnen worden. In dit artikel deed ik met Martijn de Koning al verslag van de peiling en gingen we vooral in op de ervaringen met moslimdiscriminatie. Dit artikel gaat over de suggesties tegen moslimdiscriminatie.

In de peiling werden aan de respondenten enkele maatregelen voorgelegd die afkomstig waren uit het vorig jaar gepubliceerde Manifest tegen Islamofobie van Meld Islamofobie, S.P.E.A.K., het Collectief tegen Islamofobie en Discriminatie EMCEMO en IZI Solutions. Daarnaast kwamen enkele punten uit verkiezingsprogramma’s. Een ruime meerderheid van de respondenten gaf aan belang te hechten aan:

  • meer aandacht voor extreemrechtse radicalisering,
  • toetsing van wetsvoorstellen aan de grondwet door de rechter,
  • meer onderzoek,
  • registratie van moslimdiscriminatie door de politie,
  • campagne voor meldingsbereidheid,
  • een nationaal actieplan,
  • een nationaal coördinator aanstellen.
Foto: Central European University (cc)

Mudde en de media

COLUMN - De Nederlandse politicoloog Cas Mudde, werkzaam in de VS, komt deze maand naar ons land voor het promoten van zijn nieuwe boek. Hij heeft veel media, waaronder de Volkskrant, ernstig beschuldigd. Afgelopen zaterdag interviewde de Volkskrant hem over die aantijging.

Geloof me, het zou me echt geen moeite kosten om er zo tien op te noemen.” Aan het woord is mijn collega Cas Mudde, hoogleraar aan de University of Georgia in de Verenigde Staten. In de Volkskrant van afgelopen zaterdag uit hij een ernstige beschuldiging aan het adres van die krant. Gevraagd naar voorbeelden blijft hij het antwoord helaas schuldig. Maar hij kan dus zó tien voorbeelden noemen.

Tien voorbeelden waarvan?

Daarmee doel ik op enkele columnisten die geregeld islamofobe dingen schrijven en ingezonden brieven die immigratie problematiseren,” aldus Mudde. Het gaat dus om columnisten van de Volkskrant die zich regelmatig zouden bezondigen aan het schrijven van “islamofobe dingen” en brieven van Volkskrant-lezers die immigratie zouden “problematiseren.”

Die ene zin alleen al leidt tot zoveel vragen. Want wat bedoelt Mudde met “islamofobe dingen”? Waar houdt legitieme islamkritiek op en begint de “islamofobe” categorie? En wat is het probleem met ingezonden brieven die “immigratie problematiseren”? Mudde wil toch niet dat brieven van burgers die kanttekeningen plaatsen bij het huidige immigratiebeleid ongelezen worden weggegooid?

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Quote du Jour | Islamofobie 5

Vandaag liep ik over straat langs een kroeg in Utrecht waar een stuk of 5 mannen stonden/zaten. Ik droeg een knie-khimaar en een abaya. Geen gezichtsbedekking dus. Een man die bij het café zat, zei toen: “Ja, dat mag niet meer he, vanaf morgen”. Hij wees naar zijn gezicht terwijl hij het zei. Twee mannen die met hun rug naar mij toegekeerd waren, keerden zich naar mij om en zagen mij waarna één van hen tegen hem “doe eens normaal joh” zei. De ander sprak zich er ook over uit, maar ik wist niet wat hij zei. Het was duidelijk dat hij het afkeurde. Ik hoorde die vervelende man nog zeggen “dat is toch zo??” Nou, dat is helemaal niet zo!! (2 augustus 2019)

Quote du Jour | Islamofobie 4

Ik draag de niqaab. Zojuist kwam ik in een winkel waarin de mevrouw achter de kassa vertelde dat ik met de niqaab niet de winkel in mag. Ik zei dat de wet alleen geldt voor overheidsinstellingen. Toen gaf ze aan dat zij die regel hanteren. Ik wees haar op hun huisregels (die met koeienletters op een poster stonden) en zei dat ze het daar dan moesten noteren. (1 augustus 2019)

Quote du Jour | Islamofobie 3

Ik draag de niqaab en vorige week dinsdag 13 augustus had ik een afspraak in het Diakonessen ziekenhuis in Utrecht. Om het verhaal kort te houden: mijn dochter van 3 jaar heeft een gebroken been. Daarom moesten wij de afgelopen tijd wekelijks in het ziekenhuis zijn. Ik ben twee keer in het ziekenhuis geweest na de invoering van het verbod. Ik ben beide keren aangesproken over mijn niqaab door de beveiliging en het personeel. Daar is mij gevraagd om mijn niqaab af te doen. Dit heb ik niet gedaan. Vorige week heeft een receptioniste op de afdeling gipskamer geweigerd om mij te helpen. Ik wilde een afspraak verzetten en dit weigerde zij te doen. Ook was een chirurg die een opmerking maakte. Hij zei: ”Kijk maar uit dat je niet wordt opgepakt.” Nu is het zo dat mij door de beveiliging is gezegd dat de kans reëel is dat ik de eerstvolgende keer het ziekenhuis uit gezet kan worden. (13 augustus 2019)

Quote du Jour | Islamofobie 2

Ik liep in Alkmaar over een brug en een vrouw begon met het roepen van: “Spook! Lelijkerd!” Dat bleef ze herhalen. Ze vroeg daarna of ik een naam had en toen begon ik haar filmen. Ze riep toen: “Ben je een foto van me aan het maken?” En ze kwam op mij af en probeerde mij te slaan. Ik blokkeerde haar poging maar ze raakte me wel. Ik riep dat ze van me af moest blijven. Ze begon toen te zeggen dat ze de politie ging bellen en riep nog tegen mij: “Jij mag niet eens dat ding (mijn niqaab) aan.” Ze zei daarna tegen een andere vrouw of zij de politie wilde bellen. Ik liep naar die vrouw toe om haar mijn kant van het verhaal te vertellen, maar die vrouw wilde niet naar mij luisteren. Ze knikte en liep weg. De andere vrouw herhaalde dat ze de politie wilde bellen maar liep vervolgens gewoon weg. (16 september 2019)

Quote du Jour | Islamofobie

Ik liep met mijn twee kinderen door het centrum van Zaandam. Een man liep achter mij en begon van alles tegen mij te zeggen. Ik vroeg hem of er iets was, waarop hij reageerde met: “Je draagt dit toch om dichter bij Allah te komen?” (over mijn niqaab). Ik antwoordde dat dit klopte waarop hij zei: “Weet je wat je moet doen, je moet jezelf ophangen aan een touw en dan kom je sneller dichterbij Allah”. Een man vroeg mij achteraf wat hij gezegd had maar greep niet in toen het incident zich afspeelde. (16 augustus 2019)

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Volgende