De voordelen van kunst zonder subsidie?
De NOS zond gisteravond bovenstaande reportage uit over de kunstsector in New York. Strekking was dat die nauwelijks overheidssubsidie krijgt en vooral draait op private giften en een fier ondernemerschap. Het verhaal paste mooi in het plaatje dat Rutte en Zijlstra zo graag voorspiegelen. Het plaatje klopt echter niet.
Ten eerste New York is geen Nederland. Er is meer cultuur op een vierkante kilometer Manhattan dan Nederland in totaal. New York is een metropool waar media, geld en kunst sterke magneten zijn met internationale aantrekkingskracht. Die twee vergelijken, is vragen om problemen. New York is ook geen Amerika. In andere steden is de kunstsector wel wat minder bruisend.
Ten tweede bestaat er in Amerika een lange traditie van filantropie die in Nederland grotendeels afwezig is. Nederland is gul, maar betaalt vooral aan goede doelen, noodhulp, etcetera. In Amerika wil iedere rijke graag zijn naam op de gevel van een theater hebben. Met meer dan zestig miljardairs, honderden multimiljonairs en duizenden ‘gewone’ miljonairs in New York alleen, zijn er een hoop gevels nodig om de praalzucht van de rijken te bevredigen.
Een misvatting is ook dat de kunstensector nauwelijks in de belastingpot kan grabbelen. Oke, misschien bestaat maar tien procent van de inkomstenstroom in New York uit subsidie. Maar al die giften zijn in grote mate net zo goed belastingaftrekbaar.
“Ik zie ook voorbeelden van onderzoeksvragen die van belang zijn voor de grand challenges. Als staatssecretaris van cultuur ben ik heel benieuwd naar hoofdstuk 4 over cultuur en identiteit. Mijn minister zal op haar beurt veel interesse hebben voor het hoofdstuk over hersenen (…)”

