Spinozaland

De regen kwam met bakken uit de hemel. Maar de schipper stelt de reiziger gerust. ‘Springt u maar op de wal. En dan links, rechts en nog een keer rechts, daar is het huis van de chirurgijn.’ En korte tijd later vond hij inderdaad het gezochte huisje. De meid deed open en de bezoeker stelt zich in het latijn voor: ‘Oldenburg, nobili saxo. Ik wens de heer Spinoza te spreken…’ Was het écht slecht weer, die dag? De meid verstond de bezoeker niet, vertelt Maxime Rovere – verstond de schipper hem wél? Of voelde de schipper aan dat zulk hoog bezoek maar één doel kon hebben: Bento de Spinoza? Het is het eeuwige probleem bij ‘geromantiseerde’ non-fictie: de werkelijkheid is altijd verwarrend en chaotisch, en een roman moet nu eenmaal vaart maken. Vaart, dat maakte Henri Oldenburg in elk geval, in die zomer van 1666. De wetenschapper/diplomaat reisde al geruime tijd door Europa, op zoek naar de belangrijkste vertegenwoordigers van de ‘Nieuwe filosofie’. Zo kwam hij ook in Amsterdam, waar hem werd verteld dat hij ook langs Rijnsburg moest gaan, het ballingsoord van Spinoza. Spinoza begreep onmiddellijk dat hij een voorname gast over de vloer had. De heren zetten zich op een bankje (p. 262/263): ‘Ze beginnen te praten over de erfenis van Descartes, van Bacon, over het bestaan van God, over het verschil tussen lichaam en geest… Zo begint er tussen deze beide mannen, ‘die de waahyt opregtelijk beminnen,’ een ongebruikelijke relatie (…) de aanvang van een soort van verstandhouding die zo zeldzaam en bijzonder is, dat ze vandaag de dag bijna ondenkbaar is. (…) Zonder er zich echt van bewust te zijn, brengt hun gedeelde interesse hen ertoe, beurt voor beurt, dingen onder woorden te brengen die ze nooit eerder tegen iemand hebben gezegd. Naarmate hun durf en vertrouwdheid groeit, is het alsof hun woorden steeds beter kloppen, alsof de lucht zuiverder wordt, alsof de dingen in het Universum veranderen in een groots golvenspel dat hen zachtjes wiegt.’ Ook dát is geromantiseerde non-fictie. Waar non-fictie kan volstaan met de mededeling dat Oldenburg en Spinoza het goed met elkaar konden vinden, begint in Spinozaland het Universum te golven. Draagt al die dichterlijkheid iets bij? Draagt het überhaupt iets bij om Spinoza’s leven te ‘romaniseren’? Wiep van Bunge, onze ‘nationale’ spinozakenner, meent van wel. In de inleiding bij Maxime Rovere’s Spinozaland schrijft hij dat Rovere op deze manier de gaten in onze biografische kennis ‘naar believen’ kan inkleuren maar daarnaast laat zien dat Spinoza ‘de aanjager en uiteindelijk de belangrijkste woordvoerder [was] van een hele generatie van Amsterdamse vrijdenkers’ en dat zijn werk ontstond uit ‘een permanente interactie met zijn onmiddellijke omgeving’. Dat laatste is zeker waar, en vormde ook heel lang een onderbelicht aspect van ’s mans leven. Sinds de Spinozaverering opkwam, nu zo’n anderhalve eeuw geleden, wordt Spinoza vaak afgeschilderd als een verheven, onbegrepen ziel, vastgezogen in de Hollandse klei, omringt door nitwits. Maar dat beeld werd vanaf 1945 vaak en stevig gecorrigeerd – en Rovere maakt uiteraard goed gebruik van alles wat sindsdien allemaal boven water is gehaald. Maar ‘aanjager’ en ‘woordvoerder’? Andere Hollandse vrijdenkers liepen veel meer in het oog, en timmerden veel meer aan de weg. Daarbij komt dat die collega-vrijdenkers er in Spinozaland toch wat bekaaid van afkomen. Rovere schetst geen tijdperk of cultureel klimaat; het blijft een (geromantiseerde) biografie van Spinoza. Anderen vervullen bijrollen. Met twee uitzonderingen. Rovere besteedt (en dat is origineel) uitgebreid aandacht aan de ondergang van de vrijdenker Franciscus van den Enden, die naar Parijs was verhuist en betrokken raakte bij een samenzwering tegen Lodewijk XIV. Hij schreef een grondwet voor een vrije Bretonse republiek, een werkstuk dat hem op het schavot bracht. En we vernemen het tragische levensverhaal van Niels Stensen, alias Nicolas Steno, de Deense arts die in heel Europa geroemd werd om zijn geniale anatomische dissecties, en die tevens de grondlegger is van de moderne geologie – maar op het hoogtepunt van zijn carrière koos voor het katholicisme. Dat ‘verraad’ werd hem door alle filosofen uiteraard niet in dank afgenomen. Voor hen stond de Kerk gelijk aan onderdrukking en bijgeloof. Maar ook Steno zélf raakte uiteindelijk in een (tweede) geestelijke crisis, en stierf onder erbarmelijke omstandigheden. Spinoza, stilletjes werkend in Rijsburg en daarna in Voorburg en Den Haag, werd door de Hollandse vrijdenkers zeer gerespecteerd, maar hij was te veel een denker, en ook te ‘duister’, en zijn productie was te bescheiden om echt ‘woordvoerder’ van de beweging te zijn. Hij was anders dan andere, dát was wel duidelijk. En vooral dankzij Oldenburg, die veel langer in Rijnsburg bleef dan hij van plan was en diep onder de indruk raakte, maakte heel intellectueel Europa kennis met Spinoza’s inzichten. Systematisch, logisch, maar ook vermoeiend abstract, bouwde Spinoza aan het fundament voor een nieuwe wereldbeeld. Velen begrepen er niets van, anderen briesten van verontwaardiging, weer anderen (waaronder Oldenburg) keken vol verwachting uit naar wat Spinoza nog meer zou brengen. Misschien wel de enige ‘nieuwe filosoof’ die niet onder de indruk was, sterker: die niets van Spinoza moest hebben, was Christiaan Huygens. De overambitieuze Huygens weigerde te accepteren dat een landgenoot slimmer en beroemder was dan hij. Een eerste ontmoeting werd een mislukking, en Spinoza bleef voor Huygens ‘die jood’, zoals hij hem snerend aanduidde. Regen of niet, Spinozaland is een genot om te lezen. Afgezien van de passages waarin het Universum golft, of waarin Rovere dapper probeert om Spinoza’s toch vaak duistere filosofie op bloemrijke wijze uit te leggen, leest het boek als een trein. Rovere schetst een levendig beeld van de kibbelende joodse gemeenschap in Amsterdam, van de strijd tussen voor-  en tegenstanders van het nieuwe denken en van de politieke verwikkelingen in die jaren. Met name de moord op de gebroeders de Witt greep Spinoza erg aan. Leibniz, een andere grootheid die bij Spinoza langskwam en diep onder de indruk raakte, vertelde hierover later: ‘Hij zei me dat op de dag dat de gebroeders De Witt gelyncht werden, hij de straat wilde oprennen om een plakkaat op te hangen op de plaats van de moordpartij met de woorden Ultimi barbarorum – de ergsten onder de barbaren. Maar zijn huisbaas sloot hem op om hem te belemmeren naar buiten te gaan en zo de kans te lopen zelf in stukken gescheurd te worden.’ Rovere komt na dit citaat met zijn eigen versie van het gebeuren: ‘Hendrik doe open! brult Spinoza terwijl hij op de deur van zijn kamer bonkt. Hendrik! Hendrik! Hendrik! Ik… Ik kan het niet Benedictus. Het spijt me maar… ik kan het niet! Et cetera. Spinoza was altijd al ziekelijk, en stierf in 1677. Op dat moment verrichtten zijn vrienden hun grootste daad: ze zetten alles op alles om alle nagelaten geschriften te verzamelen, en zo snel mogelijk uit te geven, voordat Spinoza’s tegenstanders zijn nalatenschap in handen kregen. (De lezer is dan omstreeks pagina 520 van de 560, dus waarom de uitgever het boek de ondertitel ‘De ontdekking van de vrijheid – Amsterdam, 1677’ heeft meegegeven is deze recensent een raadsel. Net als waarom voor de omslag een schilderij is gebruikt van de Amsterdamse beurs.) Het zijn deze Opera Posthuma geweest, die de faam van Spinoza voorgoed hebben gevestigd. Eindelijk, eindelijk, kreeg Leibniz nu de Ethica onder ogen, dat boek waarover al zoveel jaren werd gesproken. Hij ploeterde zich een weg door Spinoza’s stellingen, piekerde zich suf, hoorde de stem van een groot denker – en verwierp de inhoud radicaal. De Ethica zou het einde betekenen van elk godsgeloof, elke moraliteit. En Leibniz stond hierin niet alleen. Er volgde een ware maalstroom van anti-Spinoza geschriften. Een nieuw tijdperk was aangebroken. [boeklink]9789460039386[/boeklink]

Door: Foto: aesop (cc)
Foto: Eric Huybrechts (cc)

Zijn wij goede voorouders?

RECENSIE - Hoe kunnen we het langetermijndenken bevorderen in een kortetermijnwereld?

De waan van de dag, de focus op het hier en nu, de onmiddellijke behoeftebevrediging, de snelle winst, de politieke blik die niet verder gaat dan de volgende verkiezingen: we leven in een wereld waarin de korte termijn ons denken en gedrag in hoge mate domineert. Wat ons doen en laten betekent voor volgende generaties komt nauwelijks aan de orde, en zeker niet in de onstabiele, crisissituatie waarin we momenteel zitten. Toch dringt de vraag zich op: wat betekenen onze keuzes vandaag voor het toekomstige leven van onze achterkleinkinderen? Zijn wij goede voorouders voor de generaties die nog komen?

De Britse politiek filosoof Roman Krznaric wil ons met De goede voorouder op weg helpen om meer op de lange termijn te denken. Hij pleit voor intergenerationele solidariteit. Het leven dat wij nu leiden is mede mogelijk gemaakt door creatieve, hard werkende, verantwoordelijke en vooruitziende voorouders. Laten we het nu dus niet verpesten voor ons nageslacht door in ons gedrag niet verder te kijken dan vandaag en morgen. Deze morele oproep onderbouwt Krznaric met een analyse van de bestaande remmen op het langetermijndenken en de mogelijke strategieën om ons op het spoor te zetten van meer verantwoordelijkheid voor de toekomst.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Quote du Jour | Chinese filosofie in coronatijd


Het Zwitserse blad Reportagen verzamelde persoonlijke impressies uit 35 landen over de coronacrisis. Het Nederlandse 360 Magazine vertaalde de inzendingen.

Uit Peking schreef Liu Zichao:

Tegenwoordig staat er bij vrijwel elk hek een groepje filosofen die de drie wezenlijke vragen stellen: Wie ben je? Waar kom je vandaan? Waar ga je naar toe? Tot besluit een schot in je voorhoofd (de contactloze thermometer) om te kijken of je het warm hebt.

Foto: © NOS schermafbeelding persconferentie 12 maart 2020

Waarom Rutte de natiestaat als lichaam presenteert

ESSAY - door Levi van Veurs (Redacteur Kosmos Uitgevers)

“Nederland is nu een patiënt. En die patiënt moet behandeld worden,” zei premier Rutte afgelopen 12 maart tijdens een persconferentie over de maatregelen tegen het coronavirus. Rutte haakt daarmee in op een metafoor die in ons cultureel geheugen gegrift staat en ons denken beïnvloedt, namelijk: de figuurlijke relatie tussen natiestaat en lichaam.

Deze metafoor baant een weg voor politieke besluiten. Hoe dient ze Ruttes agenda?

Als je het ene zegt, maar het andere bedoelt

Als je ooit Il Postino (1995) over Pablo Neruda hebt gezien, kun je je waarschijnlijk het glunderende gezicht van Massimo herinneren als bij hem het kwartje valt na Neruda’s uitleg van het begrip ‘metafoor’: “Een metafoor, dat is als je het ene zegt, maar het andere bedoelt.”

Een talig trucje dus. Leuk voor een dichter, maar geen directe aanduiding van de dingen zelf. Waarom zegt Rutte niet gewoon waar het op staat?

Neruda’s uitleg impliceert dat er bij het gebruik van een metafoor een beweging van het figuurlijke naar het letterlijke gemaakt moet worden om de betekenis te snappen. Maar is het wel zo dat we, als we het gordijn van de metafoor opzij trekken, de naakte waarheid aantreffen? Hoewel metaforisch taalgebruik door de eeuwen heen door verschillende denkers als ‘leugen’ werd bestempeld, zijn er ook filosofen die beweren dat metaforen juist constructief zijn voor ons denken.

Foto: Crash Symbols (cc)

Een nieuwe mentaliteit

OPINIE - door Sophia van Tol, Masterstudent Filosofie en Maatschappij aan de Universiteit Groningen met een interesse in sociale en politieke filosofie.

Op 12 januari schreef Marjan Slob in de Volkskrant over de ‘paradox’ tussen de enorme welvaart waarin we leven en de groeiende golf van depressies, burn-out klachten en gevoelens van leegte die ervaren worden. De drie sprekers op een bijeenkomst van The School of Life die zij modereerde wezen beschuldigend naar de samenleving maar benoemden ook de verantwoordelijkheid van de beroepsgroep van psychische hulpverleners en die van de gedupeerden zelf. Maar hoe zit het eigenlijk met die verantwoordelijkheid?

Staatssecretaris Tamara van Ark stelde vlak voor het nieuwe jaar dat de verantwoordelijkheid voor het beschermen van de werknemer tegen burn-out klachten in eerste instantie bij de werkgever ligt. Werkgevers wijzen op de verantwoordelijkheid van hun werknemers zelf en zo heeft iedereen zijn vinger op iemand anders gericht en wordt er weinig veranderd. Maar wat als de problemen nou juist het gevolg zijn van deze mentaliteit?

De mentaliteit waarin het ieder voor zich is, niemand verantwoordelijkheid neemt en het gemeenschappelijk belang als een zwaar en vertragend blok aan het been wordt gezien van het individu als ondernemer van zijn eigen geluk? Wie hard werkt kan in principe alles bereiken, succes ligt voor iedereen binnen handbereik door te optimaliseren en concurreren, te ondernemen en ontwikkelen en door te beheersen, disciplineren en te observeren. Maar is dit realistisch?

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: duncan c (cc)

Nietzsche en het populisme

RECENSIE - Is het populisme met zijn simpele, oppervlakkige stellingen, zijn botheid en leugenachtigheid wel een diepzinnige filosofische analyse waard, vroeg ik me af. Sybe Schaap gaat in zijn boek Het wendbare verleden;Nietzsche in postmoderne tijden diep in op het denken van hedendaags populisten. Hij grijpt daarvoor terug op Friedrich Nietzsche, de 19e eeuwse filosoof en cultuurcriticus die volgens Schaap zijn tijd ver vooruit was. Nietzsche’s filosofie biedt aanknopingspunten voor het begrijpen van het postmoderne denken dat van grote invloed is op het populisme. Schaap schrijft op een hoog abstractieniveau en geeft slechts spaarzaam actuele voorbeelden van het populistisch denken dat hij probeert te duiden. Dat is jammer voor de leesbaarheid, maar anderzijds ook wel begrijpelijk als je een politieke stroming wilt analyseren en daarbij niet de aandacht wil afleiden met incidentele uitspraken van min of meer toevallige vertegenwoordigers. Want -bij nader inzien heeft Schaap me wel overtuigd van de waarde van zijn onderneming- het populisme is gegeven zijn invloed en aanhang wel degelijk belangrijk genoeg om dieper op in te gaan. En dan, voor een goed begrip, juist los van de dagelijkse tweets en provocerende oneliners van hedendaagse representanten. Schaap maakt het echter niet makkelijk voor degenen die niet gewend zijn aan filosofische betogen.

Foto: jiejun tan (cc)

De wereld vóór God

RECENSIE - In 1945 verscheen Bertrand Russells A History of Western Philosophy. Het boek was direct een geweldig succes. Dat had waarschijnlijk alles te maken met het feit dat het het levenslicht zag in het laatste oorlogsjaar. Na de waanzin van de Tweede Wereldoorlog bracht de beroemde filosoof een hoopvolle boodschap. A History was een hoopgevende samenvatting van de groei van het westerse filosofische denken, van de tijd van Socrates tot aan… Russell himself. Jazeker, er bestond vooruitgang. Russell schetste een lange keten van denkers die op elkaars inzichten hadden voortgebouwd, die ons denken hadden verdiept, en die leidde naar de moderne filosofen die door middel van linguïstische analyse de laatste filosofische vragen zouden kunnen oplossen. Voor dat stralende vooruitzicht (eigenlijk voor zijn hele oeuvre, maar de jury noemde expliciet A History) kreeg Bertrand Russell in 1950 de Nobelprijs voor de literatuur.

Russells boek maakte de geschiedenis van de filosofie tot een huiskameronderwerp. Maar het had uiteindelijk hetzelfde effect als Gibbons Decline and Fall of the Roman Empire.

Latere auteurs konden niet anders dan eer betonen aan deze voorganger, aan zijn fraaie stijl, zijn overzicht en rechtlijnige visie. Hier lag een niet te negeren monument van wijsheid. Elke geschiedenis van de filosofie werd daar voortaan ter controle langs gelegd. En het was een boek met een niet te negeren boodschap: filosofie is een uniek westers concept, en een ongehoord succesverhaal. Vrijwel alle latere auteurs moesten zich daarnaar gedragen. What more was there to tell?

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Foto: Eric Heupel (cc)

Een stad vol vrije geesten

RECENSIE - © Spectrum. boekomslag Republ;iek der vrije geesten van Peter NeumannHet is 1799. Europa staat aan de vooravond van een nieuwe eeuw. Wanneer die nieuwe eeuw precies begint, is een onderwerp voor elegante discussie (dezelfde die gevoerd werd rond 1999), maar het is duidelijk dat er grote veranderingen op stapel staan.

In Frankrijk lijkt een einde te zijn gekomen aan de Revolutie met de staatsgreep van consul Napoleon. Een vermaard, meedogenloos generaal is nu de leider van de sterkste natie van Europa – en hij zal ongetwijfeld afrekenen met Frankrijks vijanden, de vijanden van de Revolutie.

Duitsland, dat allegaartje van reactionaire vorstendommen en vrije steden, lijkt een gemakkelijke prooi. En ondertussen broeit en gist het in datzelfde Duitsland.

Overal weerklinken de slogans van de Franse revolutie. Een nieuw tijdperk breekt aan! Maar niemand wil geassocieerd worden met de Jacobijnse terreur, of de oorlogstaal van Napoleon. In Duitsland moet het geen tijdperk van wapengeweld worden maar het tijdperk van de Geest. Napoleon wil de wereld dwingen, Duitsland zal de wereld onderwijzen. Tegenover de oppervlakkige Franse kreten (‘vrijheid, gelijkheid, broederschap!’) zal Duitsland een diepzinnig revolutionair denken scheppen. Een filosofie voor de nieuwe mens, die zijn eigen toekomst schept.

De grondlegger van die filosofie is Immanuel Kant. Althans, dat beweert Johann Gottlieb Fichte (1762-1814). Fichte blaast het stof van Kants abstracte werken. Hij wordt de Paulus van de nieuwe filosofie. Hij vestigt zijn roem met zijn Versuch einer Kritik aller Offenbaring, dat hij anoniem uitgaf en dat bij verschijnen direct wordt aangezien voor een nagelaten manuscript van Kant. Aha! Dát vond Kant dus van het fenomeen godsdienst! Kant verwierp alle openbaring! Weg met de Bijbel, weg met God! Nog groter is de opwinding als blijkt dat dit atheïstische geschrift (Fichte had niet voor niets zijn naam weggelaten) niet van Kant is maar van een leerling. Fichte is in één klap beroemd. Goethe, Geheimrat van de hertog van Saksen-Weimar, doet daarna zijn uiterste best om deze veelbelovende jongeman een hoogleraarspost te bezorgen. De hertog zélf moet uiteraard niets hebben van aanhangers van de Franse revolutie maar Goethe speelt zijn kaarten zorgvuldig. En het wordt Jena. Het slaperige universiteitsstadje krijgt een filosofisch kanon in huis.

Foto: Eric Heupel (cc)

Een kleine geschiedenis van de waarheid – Julian Baggini

RECENSIE - door Addie Schulte, redacteur van Boekenstrijd.
© Klement UItgeverij boekomslag Een kleine geschiedenis van de waarheid – Julian Baggini
Sommige mensen kunnen ingewikkelde problemen op een eenvoudige manier uitleggen. Als ze dat doen zonder te simplistisch te worden, is dat een prestatie van formaat. Filosoof Julian Baggini lukt dat in dit dunne boekje over ‘de waarheid.’ Hij legt op luchtige toon zijn visie uit en geeft zelfs tips over hoe met de waarheid om te gaan.

Baggini maakt de grote, onontkoombare waarheid kleiner door die op te delen in tien vormen. Er is niet een waarheid, er zijn ‘eeuwige waarheden’, ‘gezaghebbende waarheden’, ‘empirische waarheden’ en zo verder. Alleen al die aanpak zorgt uiteraard voor een relativering. Er is niet een absolute waarheid die op al die manieren waar is. We pakken de werkelijkheid en onze belevingswereld in met allerlei waarheden, die op verschillende niveaus iets zeggen.
We moeten van iedere waarheid zijn plaats weten, dan komt het wel goed, is de boodschap van Baggini.

Sneeuw is wit

Dit is geen inleiding in de filosofische inzichten in de waarheid, hoewel er verschillende filosofen voorbij komen. Zo citeert hij een van de bekende uitspraken over waarheid van Alfred Tarski: ‘sneeuw is wit’ is waar als en alleen als sneeuw wit is. De claim van de waarheid is een claim over een uitspraak. Maar hij gaat niet in op de moderne academisch-filosofische inzichten over waarheid. Wel is duidelijk uit Baggini’s benadering dat hij het idee van een algehele waarheid verwerpt.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: United Nations Photo (cc)

Klimaatsceptici zijn geen echte sceptici

COLUMN - Klimaatsceptici missen de scherpte, de diepgang en de zelfkritische blik van de echte scepticus.

Opwarming van de aarde? Door de mens? En dat zou op te lossen zijn door om te schakelen op duurzame energie?

Onzin, zeggen de zogenaamde ‘klimaatsceptici’, een grote groep mensen die zich verzet tegen minstens één van deze drie stellingen. Het gebruik van het woord ‘klimaatscepticus’ voor mensen die bovenstaande argumenten aanhangen stuit mij echter tegen de borst. Met scepticisme hebben ze niet zoveel te maken.

Waar komt het woord scepsis vandaan

Het woord scepsis komt van een filosofische stroming uit de oudheid. In mijn boek “de wereld vóór God”, heb ik onlangs alle filosofieën van voor de middeleeuwen op een rij gezet, van de Grieken tot de Romeinen, van de Indische filosofie tot aan China. Niet alleen wilde ik deze denkers op toegankelijke manier bespreken en zo voor meer mensen ontsluiten, ook wilde ik kijken in hoeverre hun inzichten van toepassing zijn op onze tijd.

Van al die filosofische stromingen – en dat zijn er nogal wat – is de filosofische school van sceptici één van de stromingen die mij uiteindelijk het meest aantrekt. Deze sceptische school ontstond ongeveer 300 jaar voor onze jaartelling, en heeft 600 jaar lang een belangrijke rol gespeeld in de filosofie. Helaas werd hun manier van denken in de dogmatische middeleeuwen weer minder populair, en sindsdien hebben de sceptici een negatieve naam gekregen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Volgende