Journalistiek als retorische situatie

Stel: we onderzoeken niet hoe feitelijk nieuws is (dat laten we gedurende deze post over aan de vele factcheckers), maar hoe feiten tot stand komen en worden ondermijnd. Wat zouden we daar in vredesnaam mee opschieten? De constructie van feiten (niet afhaken!) vormt een belangrijk onderdeel van mijn onderzoek naar geloofwaardigheid in Nederlandse liveblogs. Het zal sommige lezers pijn doen (of ergernis wekken) dat ik de journalistiek niet beschouw als het probleemloos doorgegeven van de realiteit, maar als een retorische situatie of doelbewuste poging om publiek ervan te overtuigen de juiste versie van de realiteit voorgeschoteld te krijgen. Daarvoor zijn gelukkig argumenten. Retorische situatie Het liveblog is zo’n retorische situatie bij uitstek en een net zo populair als problematisch journalistiek genre. Het wordt steeds vaker ingezet (en gewaardeerd) bij sportwedstrijden, rechtszaken, rampspoed (terroristische aanslagen of natuurrampen) en politieke evenementen (campagnes en debatten). Daarbij is weinig tijd om informatie te checken of verifiëren wat leidt tot een verschuiving in journalistieke waarden, van first be right, then be first naar never wrong for long. En dat staat haaks op het ethische kompas van de journalistiek.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.