Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
DNA collage
“This will be a very important philosophical step in the history of our species. We are going from reading our genetic code to the ability to write it. That gives us the hypothetical ability to do things never contemplated before.”
Zo begint historie, mooi hé? Entrepeneurend knutselaar annex Vietnamveteraan Craig Venter knipt en plakt levenscode’s aan elkaar en bingo: god kan het vuilnisbelt op bij de rest van de broodjes aap.
Zonder het inspirerende Frankensteinverhaal zou het ontspannender genieten zijn van dit nieuwsje. Want de angst voor het out-of-control-kantje van de zaak overstemt natuurlijk weer alle rede.
Ik roep: het leven is een kunstwerk, en heiligheid is angst.
In het licht dezes kan men niet ongevoelig blijven voor de verrukking van de mislukking. Het hoogtepunt van het jaar op tenstoonstellingsgebied is wat mij betreft te zien in Rotterdam. De heerlijke artieste Silvia B. kreeg de kans de tentoonstelling in het Historisch Museum te cureren, en wàt een resultaat. De rllingen lopen je over de rug van bevreemdende warmte die uit vrijwel elk object straalt. Bijeengebracht zoals in de 19de eeuwse salons, verzameld in aparte kamers, loop je door een ruimte die zich zowel in het mogelijke als onmogelijke, in het verleden als in een toekomst afspeelt. Met humor en droefnis, met aanklacht of overgave.
Gaat kijken.
De eenvormigheid van de massa
Hans Eijkelboom (1949) is een echte straatfotograaf; sinds 1992 stelt hij zich verdekt op op straathoeken om zo de voorbijgangers vast te leggen. Specifiek let hij daarbij op de uiterlijkheden die kenmerkend zijn voor een bepaalde groep mensen. Ongemerkt is Eijkelboom daarmee een chroniquer geworden van zijn tijd die zijn bevindingen op straat heeft vastgelegd in een soort dagboek dat hij zijn Fotonotities heeft genoemd. Eijkelboom selecteert zijn beelden op gelijkenissen en plaatst deze in reeksen naast of onder elkaar waarbij een bepaalde subgroep in de samenleving zichtbaar wordt gemaakt. Een methodiek die bijvoorbeeld ook navolging heeft gekregen bij het duo Ari Versluis en Ellie Uyttenbroek die met hun Exactitudes een twaalftal mensen uit een zelfde subgroep bijeen heeft gehaald in de studio en in serie heeft afgebeeld.
Fotonotities ontstond op 8 november 1992 en zal eindigen op 8 november 2007. Het doel van het omvangrijke project was om minimaal vijf dagen per week tussen de een en tachtig foto’s per dag te maken van toevallige passanten die vaak niet eens in de gaten hebben dat ze worden gefotografeerd. Het gaat daarbij niet om de compositie, niet om de techniek, maar puur om het vastleggen van het individu in zijn/haar omgeving. Begrippen als identiteit en maatschappij spelen daarbij een belangrijke rol.
De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.
Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
Boekenfestijn moet nog groeien
Het Westergasterrein in Amsterdam was gisteren omgedoopt tot een waar literair dorp; aldaar vond namelijk de eerste Manuscripta plaats, de opening van het nieuwe boekenseizoen dat nu ook voor publiek toegankelijk was. Eerdere jaren begon het seizoen eveneens met een officiële opening, maar hier waren alleen uitgevers, bibliotheken, boekhandels en de media welkom. Dit onderonsje was nu voorbestemd voor de maandag en op zondag gingen de deuren dus wagenwijd open. Meer dan honderd uitgevers presenteerden hun nieuwe titels die vaak nog niet in de winkels te krijgen zijn. De CPNB, de organisator van het evenement, schonk de bezoekers bovendien het Boek van Boeken waarin voorproefjes van maar liefst 169 te verschijnen boeken waren opgenomen. Het festival trok 4.000 bezoekers, 1.000 minder dan het streefgetal, maar dat heeft waarschijnlijk te maken met de opstartfase van het evenement dat in ieder geval in 2008 en 2009 op dezelfde plek terug zal keren.
Aan de programmering heeft het zeker niet gelegen. De uitgevers hadden maar liefst 190 auteurs uitgenodigd die op verschillende manieren participeerden in het dagvullende programma. De laatst overgeblevene van de grote drie, Harry Mulisch, gaf acte de présence in een interview met Margot Dijkgraaf en werd voorafgegaan door vijf van de zes schrijvers die als eerbetoon voor zijn tachtigste verjaardag een novelle, geïnspireerd op zijn werk, schreven. P.F. Thomése vertelde over zijn nieuwe politieke roman Vladiwostok, Arthur Japin las voor uit De overgave en Thomas Lieske uit Dünya. Het meest hilarisch was het interview met Kader Abdolah over zijn Hertaling van de Koran die begin volgend jaar uit moet komen.
Het vervagende gezicht van de ouderdom
“De ziel van het model, sommigen van hen stralen iets uit van datgene wat alles week maakt en dat men graag wil schilderen.” – Helene Schjerfbeck
Ondanks dat Helene Schjerfbeck (1862 – 1946) de bovenstaande quote voor anderen bedoelde, was deze in de laatste jaren van haar leven vooral op haarzelf toepasbaar. De in een isolement levende kunstenares schilderde bij gebrek aan nieuwe modellen vooral zichzelf en meer ook uit praktische overwegingen omdat het model dan tenminste altijd beschikbaar was. En het is maar goed ook dat ze zo aan zichzelf overgeleverd was, want de werken die daaruit voortvloeiden tonen een prachtige weerspiegeling van een gezicht dat in verval is en de psyche die daarin meegaat. Het was de zogenaamde ‘dubbele blik’ die Schjerfbeck in haar portretten aanschouwelijk wilde maken. Daarbij liet ze steeds vaker iets weg uit dat gezicht, waardoor de afbeelding een soort realistisch kubisme over zich krijgt. In het Zelfportret met rode punt (1944) bijvoorbeeld, is er eigenlijk nog maar één oog overgebleven en kijkt het ander je hologig aan, waarmee ze de leegte van haar laatste jaren tot uitdrukking brengt. Haar laatste portret uit 1945 is meer een schets die als een dodenmasker in twee dimensies kan worden beschouwd.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
De anti-modellen van Michael Kirkham
I think the works are probably less perverted than people are generally – Michael Kirkham
Zo reageerde de Britse kunstenaar op de kritiek op zijn werk dat het banaal zou zijn. Laten we wel wezen; sex sells en men zou zijn werk zo op het eerste oog ook pervers kunnen beschouwen. Zo ziet men een naakt vrouwenlichaam tot aan het middel op het schilderij dat de titel L’ origine du monde (2006) draagt of zoals de hierboven afgebeelde zich ontkledende vrouw op een begraafplaats. Kirkham beeldt het allemaal af op doeken van twee bij één meter waarmee hij je recht in het gezicht slaat. Een aandachtiger blik leert echter dat er een diepere betekenis achter zijn werk schuil gaat. Kirkham maakt een soort van magisch-realitische werken die echter aan duidelijkheid niets te wensen over laten.
De figuren in zijn werk stralen namelijk allemaal een enorme leegte uit. Het is volgens Kirkham de verbeelding van de drang van de hedendaagse mens naar steeds meer excessen en wanneer men deze heeft uitgeoefend, valt men direct in een gat, alweer zoekend naar een nieuw en extremer excess. Het lijkt erop of Kirkham de momenten heeft bevroren waarop de bevrediging uitmondt in deceptie. De figuren hebben een volledige desinteresse voor hun omgeving en lijken te dwepen in nietsontziende lethargie. De naakten in Kirkham’s schilderijen zijn daardoor volledig ontdaan van enige erotische lading. Daar komt nog eens bij dat hij de figuren een glimmend voorkomen heeft gegeven waardoor de afstand tussen kijker en afgebeelde alleen maar verder wordt vergroot.
De teloorgang van de Amerikaanse droom
Het getuigt van grootmoedigheid; wanneer je je zorgvuldig opgebouwde droom in duigen ziet vallen en dan je zoon toestemming geven dit hele proces met fotocamera vast te laten leggen. Vader Epstein had alles; een goedlopende meubelzaak en wat beleggingen in onroerend goed die voor zijn oudedagsvoorziening moesten zorgen. Totdat er op een gegeven moment twee balorige pubers brand staken in één van zijn appartementen waardoor zowel een katholieke kerk als een huizenblok werden verwoest. De kerk stapte naar de rechter en eiste een vergoeding van 15 miljoen dollar, een bedrag waarvoor vader Epstein niet verzekerd was en dat tot gevolg zou hebben dat hij en zijn vrouw op straat zouden worden gezet.
Mitch Epstein (1952, Holyoke) heeft het allemaal subtiel in beeld gebracht. Toen hij in 1999 hoorde over de brand, ging hij naar zijn ouders om ze te helpen maar kon weinig doen. Het verhaal van zijn ouders vond hij echter zo kenmerkend voor de Amerikaanse samenleving waarin je door hard werken een hoop kunt bereiken, maar waar dit ook zomaar van de ene op de andere dag voorbij kan zijn. Tevens vond hij Holyoke een typisch voorbeeld van de veranderingen die zich in de afgelopen decennia in de voorsteden hebben voltrokken. Van welvarende gebieden veranderden ze in verpauperde centra waar men nauwelijks in staat lijkt het hoofd boven water te houden.
Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.
Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.
De straat als museum
De Amsterdamse straten worden momenteel opgefleurd met gigantische foto-exposities. Sinds enkele weken is op de Westermarkt al de tentoonstelling Spirit of the wild (wilde dieren foto’s) van Steve Bloom te zien en sinds afgelopen weekend worden de foto’s van naakte mensen die de Amerikaanse kunstenaar Spencer Tunick op 3 juni j.l. maakte in Amsterdam, op grote schermen getoond op onder andere de Nassaukade en de Leliegracht. Tunick weet voor zijn projecten wereldwijd steeds grote aantallen mensen op te trommmelen die voor dag en dauw voor hem willen poseren zonder kleren. In Amsterdam maakte hij onder andere foto’s van naakten in de open parkeergarage Q-parking in de Marnixstraat en fietsende blote mensen over de grachten. Het is eenzelfde soort beeldsensatie die onlangs in de film Het Parfum te zien was en het is de vraag of Tunick zijn inspiratie uit het gelijknamige boek van Patrick Süskind heeft gehaald. Het legt hem in ieder geval geen windeieren qua publiciteit.
Een andere fotograaf die gebruik maakt van de openbare ruimte om te exposeren, is de Franse straatkunstenaar JR. Met zijn eerste project Portrait of a Generation wist hij de aandacht op zich te vestigen. Met zijn camera trok hij de Parijse banlieux in om daar portretten te maken van hun bewoners, met een groothoeklens, recht in het gezicht. Hij was geïnteresseerd in de menselijke kant van wat ook wel de nachtmerrie van de samenleving wordt genoemd, waarbij slechts een klein deel zorgt voor de overlast in dat soort achterstandswijken. De geschoten portretten blies hij vervolgens op in het kopieerapparaat tot enkele meters en gewapend met kwast en lijm bracht hij de mensen uit de banlieux naar de binnenstad en plakte ze illegaal op prominente plaatsen zoals bijvoorbeeld op het Gemeentehuis of het Fotografiemuseum. Zo wist hij een hoop mensen die niet of nauwelijks in een museum komen, te bereiken met zijn werk.
Het kleine college van fotojournalist Eddy van Wessel
Wanneer je met hooggespannen verwachten naar het Fotofestival Naarden gaat, kan dat nog eens op een teleurstelling uitlopen. Het tweejaarlijkse festival in de vestingsstad begon bescheiden in 1989 en groeide in de loop der jaren uit tot een belangrijk evenement op fotografisch gebied. Dit jaar was de titel van het geheel Emoticon dat onder leiding van de nieuwe hoofdcurator Marga Rotteveel (coördinator fotografie aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag) werd opgedeeld in vijf thema’s: Paradijs, in Memorian, Angst, Beautiful Freak en Buy Me. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik wegens tijdgebrek niet de hele tentoonstelling kon bekijken en daarom ging ik al vrij snel naar de Grote Kerk, dat het middelpunt van het festival vormt. Twee jaar geleden kwam ik nog ogen tekort voor alle indrukken die ik opdeed op deze locatie, maar nu bood het thema Paradijs, slechts clichématige beelden van bounty-eilanden en prachtige meisjes. Nu is dat wel vermakelijk om naar te kijken, maar als bezoeker van een fototentoonstelling verwacht je nu eenmaal meer dan beelden die je overal al kan zien. En zo belandde ik bij een zeer interessant gastcollege van fotograaf Eddy van Wessel die in ongeveer een uur tijd zijn beweegredenen als fotograaf en enkele technieken die hij toepast in zijn werk, uit de doeken deed.
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.
Internet de opvolger van LSD
Het is een broeiend hete zondagmiddag. Ik sta in de rij voor het Whitney Museum of American Art op Madison Avenue, NYC. Achter mij staan vier meisjes met wapperende zomerjurkjes en bloemen in hun haar. Hun verschijning legitimeert het onderwerp van de tentoonstelling die ik wil bezoeken: Summer of Love, Art of the Psychedelic Era. Veertig jaar na die legendarische zomer, kleden tieners zich nog steeds naar het stijlbeeld van toen. Het is een mooie illustratie van de invloed dat het langharig tuig op de wereld heeft gehad.
Gewapend met de gratis audiotour stap ik de in oranje geschilderde zaal binnen. De psychedelische muziek die door mijn witte oordopjes klinkt, is fascinerend mooi. Jimi Hendrix, The Fugs, Janis Joplin, Santana, Country Joe & the Fish en het legendarische kwartet uit Liverpool, geniale artiesten die één ding gemeen hadden: ze putten hun inspiratie uit LSD.
De synthetische drug loopt als een rode draad door de tentoonstelling heen. Ik zie grootmoeders in een trip, kunstwerken die verbeelden dat LSD de benzine was waar hippies op draaiden, luister naar het White Album en stap ruimtes in die mijn evenwichtsorgaan danig op de proef stellen. Maar ik raak bovenal onder de indruk van de wilskracht van de hippies om op te komen voor hun idealen.
De ontheemde jaren van Max Beckmann

Ik ontwaakte en bevond me in Nederland te midden in een wereld van drift – Max Beckmann.
Hij moet het behoorlijk moeilijk hebben gehad; Max Beckmann werd gedwongen zijn geliefde Duitsland te verlaten nadat Hitler en de zijnen zijn werk als entartet hadden bestempeld. Hij was liever naar Parijs of naar New York gegaan, maar het lot bepaalde dat hij naar Amsterdam ging en daar gedurende de periode 1937-1947 een leven in ballingschap moest leiden. Op het eerste oog lijkt Beckmann totaal niet gespeend van enige ijdelheid omdat zijn eigen beeltenis vaak tot onderwerp van zijn schilderijen is gekozen, maar bij nadere bestudering blijkt dat Beckmann in grote onzekerheid verkeerde dankzij het gebrek aan erkenning. In Nederland was zijn status als kunstenaar namelijk vele malen kleiner dan in Duitsland en dat was een bittere pil die hij moest slikken. In zijn werk ging hij op zoek naar zijn status als kunstenaar en zien we hem vaak afgebeeld als de sombere, norse man die ons doordringend aankijkt. Het gebrek aan erkenning en de onmacht tegen de oorlog zouden gedurende de tien jaar die hij hier verbleef voortdurend terugkerende aspecten van zijn werk zijn.
In het van Gogh museum in Amsterdam is nu een tentoonstelling gewijd aan de jaren die Beckmann in Amsterdam heeft doorgebracht en wordt een klein inkijkje gegeven in het leven dat Beckmann daarna leidde in New York. Het vertrek naar New York moet een bevrijding zijn geweest voor de gekwelde schilder die maar niet weg kon komen uit Amsterdam vanwege de oorlog. De nors kijkende schilder is veranderd in een zelfverzekerde persoon die vol levenslust de wereld in kijkt. Toch was zijn periode in Amsterdam een zeer vruchtbare. In zijn atelier aan het Rokin 116 schilderde hij ongeveer een derde van zijn hele oeuvre bestaande uit portretten en symbolische werken waarin hij de dreiging van de nazi’s of zijn gevoel van onvrijheid als gevolg van zijn ballingschap weergaf.
