Wij toch als democraten
Een gastbijdrage van Eksteroog, het stuk is ook op zijn site te lezen.
Mark Rutte heeft zijn standpunt over de opstand in Egypte drastisch gewijzigd. En hij durft het niet toe te geven. Die conclusie trok ik onlangs bij het zien van een interview met hem. Een van de onderwerpen van het interview (rond 10 minuten) was de serie opstanden in de Arabische landen. Onze premier maakte eerst een positieve opmerking over de opstand. De interviewster vroeg naar een eerdere uitspraak van Rutte over de ontwikkelingen in Egypte:
Rutte: ” Wij toch als democraten voelen hier iets bij.”
Interviewster: Terwijl Ik u eerder heb horen zeggen enige tijd geleden van ‘Ik vrees eigenlijk wat daar gaat gebeuren’.
Rutte: “Nou, ik heb steeds gezegd je moet niet naïef zijn, we moeten niet alleen romantisch naar deze revolutie kijken. We moeten zeker weten dat we de ontwikkeling de kant op helpen stuwen, die de goede is.”
Ik had dezelfde herinnering als de interviewster. Ik heb het daarom opgezocht (vanaf minuut 12).
Vraag: Wat zijn de gevaren volgens u van wat er nu allemaal gebeurt (-)
Antwoord Rutte: Ik denk dat Egypte op een kruispunt staat. Dat kan dus de kant opgaan van grote landen als Indonesië (…)

Een Marshallplan 2.0 voor de Arabische landen is dringend gewenst. Uiteraard uit nobele motieven: de arme Arabieren hebben ook recht op democratie. Maar hulp is ook economisch eigenbelang. Onstabiliteit is slecht voor de westerse economie.
Binnenkort zijn er verkiezingen voor onze provincies. Het zijn verkiezingen, die niet deugen. Hieronder vertel ik waarom. Mag je dat wel zeggen, als democraat? Ik heb het probleem eerder gehad, bij het referendum over de grondwet voor Europa: een onzinnige vraag, die ook een onhanteerbare uitkomst gaf. Maar deze verkiezingen hebben ook veel tegen: zoveel dat ik mij oppositioneler voel dan ooit. Dat heeft te maken met de formatie van dit kabinet, de gevolgen daarvan voor deze verkiezingen en voor de verkiezingsstrijd, die nu begint.