Kan de computer wetenschappelijke artikelen beoordelen?

Het aantal wetenschappelijke publicaties groeit volgens sommige beweringen – op hun beurt ook weer vervat in wetenschappelijke publicaties – exponentieel, en een wetenschappelijke lockdown is nog lang niet in zicht. Toch is het eigenlijk niet duidelijk of zo’n enorme groei de wetenschap nu vooruit helpt of juist remt. De vele vaccins binnen korte tijd hebben we ongetwijfeld te danken aan deze wetenschappelijke ijver – praktische oplossingen kunnen zo snel worden gegenereerd – maar het is de vraag of in deze brij van gelijkvormige detailstudies uiteindelijk nog wel echt diepere inzichten naar boven kunnen komen. Een tamelijk bizarre gedeeltelijke oplossing is voorgesteld in een recent artikel – ook weer een wetenschappelijke publicatie – van drie Amerikaanse onderzoekers. Zij stellen voor om artikelen voor publicatie voortaan te laten beoordelen door computers. Op die manier worden onderzoekers van een zeer tijdrovende en vrijwel onzichtbare taak ontlast: het uitgebreid doornemen van de artikelen van hun collega’s op foutjes. Primitieve taal De onderzoekers zijn vrij kritisch over hun eigen resultaten. Het computersysteem dat ze hebben gebouwd beweert bijvoorbeeld nogal veel onzin (‘it generates non-factual statements’ noemen ze dat zelf eufemistisch) in de leesverslagen die het opstelt. We zijn er dus nog niet zeggen ze, al kan het systeem dat ze gebouwd hebben proeflezers wel helpen met een ruwe versie van hun rapport, bijvoorbeeld om een samenvatting te maken. De Amerikanen zien zo’n leesrapport dan ook puur als een stilistische exercitie: je neemt een artikel als input en destilleert daar zo’n verslag uit met altijd een samenvatting van het artikel en een eindoordeel, dat ‘beleefd en vriendelijk’ moet zijn. Dat gaat volgens mij voorbij aan waar zo’n leesverslag eigenlijk om zou gaan of zou moeten gaan. Zo lijkt me de samenvatting vooral zinnig om te laten zien hoe de reviewer het artikel begrepen heeft; een samenvatting door de computer is daarvoor waardeloos, bijvoorbeeld omdat de auteurs doorgaans zelf ook al een samenvatting leveren (het ‘abstract’). Het belangrijkste van zo’n leesrapport lijkt mij echter: een expert vertelt de redacteur hoe je dit artikel moet plaatsen binnen de wetenschappelijke literatuur. Staan er zaken in die elders al zijn weerlegd? Worden er methodologische fouten gemaakt in het onderzoek? Is dit juist heel vernieuwend op een interessante manier? Zo’n verslag kan ook in heel primitieve taal zijn opgeschreven om toch nuttig te zijn. Voorgekookte oplossingen Ik kan me voorstellen dat je expertsystemen kunt maken, computers die de hele literatuur kunnen overzien en begrijpen en dan verslagen maken. Maar dat is nog heel ver weg en ook helemaal niet wat de onderzoekers beogen. Eigenaardig is dat hun artikel zelf een voorbeeld is van iets heel anders wat er mis dreigt te gaan met de stortvloed aan publicaties. Dat begint met de clickbait-achtige titel. Een goed wetenschappelijk artikel hoort een titel te hebben die op het saaie af neutraal is en beschrijft wat er in het artikel staat. Hier wordt een sensationele vraag gesteld die vervolgens in het artikel met nee wordt beantwoord – de methode van Story en Privé. Zoiets zit ook al in het precieze antwoord dat de auteurs geven: “not yet”. Het venijn zit natuurlijk in het yet – een weinig bruikbaar resultaat wordt weergegeven als een potentiële oplossing. Er is dus een voortdurende toon van hype – de enige manier om nog op te vallen. Dat lijkt me het feitelijke probleem met dit artikel: de stortvloed aan reviewwerk is een rechtstreeks gevolg van het feit dat de wetenschap steeds meer als een artikelenfabriek functioneert in plaats van als een plaats waar creatieve oplossingen gevonden worden, een oord waar niet het risico wordt genomen van de sprong in het onbekende maar alleen de veilige oplossingen van het invullen van schema’s. Maar de gekozen oplossing stimuleert datzelfde gedrag alleen maar, want stel dat dit type algoritmen inderdaad de wetenschap gaan beoordelen, dan hebben alleen de voorgekookte oplossingen nog een kans op acceptatie.

Hulspas weet het | Een god met een stekker

COLUMN - God is dood, zei Nietzsche. En we hebben hem zelf vermoord. Christenen maken zich graag kwaad om deze uitspraak. Merkwaardig. Want Nietzsche drukte daarmee precies uit wat christenen juist zo goed aanvoelen en diep betreuren: dat het geloof in God niet langer vanzelfsprekend is. Een levensgevaarlijke ontwikkeling, vond Nietzsche, maar niks aan te doen. Dus moeten de mens voortaan zélf maar bepalen wat goed en kwaad is. Maar gelukkig zou deze ‘godloze fase’ wel eens van tijdelijke aard kunnen zijn. Er staat een nieuwe God aan te komen. Krachtiger én praktischer dan al zijn voorgangers.

‘Way of the future’, zo heet de nieuwe religie van Anthony Levandowski (en zijn apostelen). Levandowski is een high tech profeet uit Silicon Valley met excellente papieren. Hij werkte ooit voor Google en nu voor Uber aan de zelfrijdende auto. En hij ziet geen einde aan die ontwikkeling.

Nog een paar jaar, zo profeteert Levandowski, en we hebben niet alleen de zelfrijdende auto maar ook fully functioning artificial intelligence. Supercomputers die veel intelligenter zijn dan de mens. We zullen eraan moeten wennen, maar uiteindelijk zullen we eraan moeten geloven – en dan zullen we de toekomst van onze planeet in handen leggen van die computers. Wat zij doen is altijd goed.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Foto: Eric Heupel (cc)

Verjaardag: MS DOS is dertig jaar

MS-DOS has turned 30 years old this week. Microsoft’s first desktop operating system was launched on July 27, 1981, after Microsoft bought the full rights to QDOS (Quick and Dirty Operating System), the PC operating system the company acquired from Seattle Computer Products.

During its life, several competing products were released for the x86 platform, and MS-DOS itself would go through eight versions, until development ceased in 2000. Ultimately it was the key product in Microsoft’s growth from a programming languages company to a diverse software development firm.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Volgende