Tegenzinnen | Het gelijk van Verhagen
Soms komt er uit het politieke spel iets boven water waarvan je niet begrijpt dat het net zo makkelijk weer onder het oppervlak van de voortkabbelende actualiteit verdwijnt.
Nadat Wilders begin september de stekker uit de formatie trok verklaarde Maxime Verhagen dat als volgt. Wilders had hem niet iets redelijks, of onredelijks gevraagd, nee, hij had hem iets onmogelijks gevraagd. Namelijk, of de CDA-dissidenten bij voorbaat akkoord konden gaan met het besluit van het CDA-congres over een aanstaand akkoord. Verhagen: “Een onmogelijke eis omdat […] het […] in tegenspraak is tot de grondwet waarin […] staat dat iedere volksvertegenwoordiger […] zonder last of ruggespraak gekozen is.”
Direct na die persconferentie deden er echter geruchten de ronde dat de CDA-top zelf de dissidenten die vraag had voorgelegd. De reconstructie van ’t NRC van vorig weekend, maakt wel duidelijk dat dat geen geruchten waren. Drie fragmenten:
Piet Hein Donner, CDA-minister van Sociale Zaken, moet het proces weer op gang krijgen. Op zijn ministerie ontvangt hij Klink, Koppejan en Ferrier. Weer weigert het drietal in te stemmen met een schriftelijke verklaring waarin ze op voorhand beloven dat ze de Kamer uitgaan als ze het oordeel van het CDA-congres niet volgen. […]
Maar bij voor- en tegenstanders van de dissidenten heeft de affaire diepe sporen getrokken. […] Het herhaalde aandringen van de partijtop op een schriftelijke verklaring van de dissidenten dat ze het CDA-congres blind zouden volgen, beschouwen ook sommige CDA’ers buiten de fractie als intimidatie.
Klink, Koppejan en Ferrier kunnen het nauwelijks geloven als Verhagen een voorstel overneemt van De Rouwe: de drie moeten verklaren dat ze zich vooraf neerleggen bij het oordeel van het CDA-congres óf hun Kamerzetel zullen opgeven. Niet alleen het CDA-reglement, ook de Grondwet staat dit soort constructies niet toe. […]

Vandaag lekte de ‘PvdA oppositiestrategie’ uit via de Telegraaf. Misschien wel omdat de