Commissaris is nog steeds voetganger op de digitale snelweg

Het Nationaal Register trekt aan de bel: de commissaris heeft te weinig in huis om het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen van de digitale transformatie. Bestuurders achten hun toezichthouders eigenlijk volstrekt ongeschikt. Disclaimer: de verwijten gaan beide kanten op. Ernstiger is dat het probleem al jaren bestaat. De digitale transformatie is inmiddels een behoorlijk sleets begrip. Toch zagen het Nationaal Register en Nederland ICT er nog heil in om (samen met VNO-NCW) te onderzoeken “hoe men aankijkt tegen, dan wel omgaat met, actuele vraagstukken ten aanzien van digitalisering”. Volgens het onderzoek ‘Nulmeting digitale transformatie in boardrooms in Nederland’ denkt slechts een kwart van de commissarissen in Nederland dat hun kennis over digitalisering en de digitale transformatie afdoende is. Eén procent van de directeuren denkt dat hun commissarissen ook werkelijk capabel genoeg zijn om over de digitale transformatie te oordelen. Niet onbelangrijk: van de 173 respondenten was 76% ouder dan vijftig jaar en 72% man; ruwweg 2/3 deel is werkzaam in een RvC/RvT, de rest in een RvB- of directiefunctie.

Foto: bixentro (cc)

Er zit een ‘kloof’ tussen burgers en bestuurders. Maar welke?

COLUMN - In de bijdrage van 4 februari 2019 op Bij Nader Inzien, concludeert politiek filosoof Teun Dekker dat de Nederlandse politiek zich de afgelopen twintig jaar heeft bewogen “tussen de regenten van het tweede Paarse kabinet en het populisme van ‘de nieuwe politiek’”, waarmee “de relatie tussen burgers en bestuurders ernstig verstoord” is geraakt. Hiermee probeert Dekker de veelbesproken kloof te verklaren. Uit deze verklaring volgt een remedie: wederzijds respect tussen burgers en bestuurders. Of eigenlijk, als eerste stap, wederzijds begrip. Het betoog is echter gebaseerd op een inconsistente analyse van het – vermeende – probleem van de kloof tussen burgers en bestuurders.

De ‘kloof’ als vertrouwensbreuk

Dekker heeft het enerzijds over het gebrek aan vertrouwen in de ‘hoge heren’ van het bestuur en anderzijds over het gebrek aan de wil bij bestuurders om hun beleid uit te leggen aan de mensen. Die tweede component heeft meer onderbouwing nodig dan de stellige bewering dat het zo is. Op welke manier zijn bestuurders nu minder bereid hun beleid uit te leggen dan twintig jaar geleden? Of minder open wat betreft dat beleid? Een meer principieel probleem schuilt echter in de eerste vermeende component: het gebrek aan vertrouwen.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: Donna Sutton (cc)

Vrijmoedigheid gevraagd

OPINIE - Ongericht afgeven op managers in het onderwijs is weinig constructief. Laat leerkrachten in plaats daarvan hun leidinggevenden vrijmoediger en dapperder tegemoet treden, meent Hartger Wassink in reactie op René Kneyber.

In het gesprek over hoe het verder moet met het onderwijs komt voortdurend de hardnekkige tegenstelling tussen leidinggevenden en leraren terug. Het is misschien wel begonnen met de beroemde Raiffeisenlezing van Geert Mak uit 2004. Daarin werden de beunhazen onder de managers afgeschilderd als een kaste gericht op zelfverrijking en eigenbelang, een ‘groeiende korst van gewichtigdoenerige figuren’. In NRC Handelsblad krijgt Leo Prick al jarenlang ruimte voor vergelijkbare, maar minder eloquent geformuleerde praatjes. Maar wat is daar nou erg aan, zullen sommigen zich afvragen? Leiders zijn toch ook slecht, door de bank genomen? En docenten hebben het toch ook moeilijk? Dat moet toch gezegd kunnen worden?

Dat ‘gezegd kunnen worden’ heeft ook een naam: parrèsia, ofwel het vrijmoedig spreken. Hester IJsseling brak daar een lans voor, in de twitterdiscussie die ontstond na dit betoog van René Kneyber. Maar het zat me dwars, en in dit stukje wil ik onderzoeken waarom. Het is niet zo moeilijk om een stukje te schrijven over hoe slecht managers en bestuurders in het onderwijs zijn. Hoe zeer gericht op hun salaris of status en hoe ze het leven van docenten zuur maken. De voorbeelden liggen voor het oprapen en het haakt aan bij een sjabloon dat in de afgelopen jaren steeds scherper is uitgesneden.

Foto: Bron: http://www.wolterskluwer.com/About-Us/Pages/corptv.aspx

Bedrijven compenseren bestuurders voor falen met aandelen

ACHTERGROND - Begin deze maand stelde Jos Streppel dat het beloningsbeleid van veel bedrijven eenvoudiger zou moeten. Dat Streppel dat zegt is pikant: hij is als voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance (MCCG) het geweten van corporate Nederland. Dit jaar neemt Streppel afscheid van de MCCG, de commissie die toeziet op de naleving van de Code-Tabaksblat. Die code zou het old boys network dwingen tot een zuivere, zakelijke en redelijke beloningspraktijk.

Die missie is niet geslaagd. Tien jaar nadat de Code-Tabaksblat het licht zag, concludeert Streppel dat een decennium lang roepen om transparantie veel mist heeft opgeleverd. Zo zegt hij in zijn afscheidsrapport: ‘In het algemeen is de verantwoording over beloningsstructuren en het beloningsbeleid in de jaarverslagen niet eenvoudig en inzichtelijk. De opeenvolgende commissies zijn er niet in geslaagd om hier verbetering in aan te brengen.’

Met die uitspraak doelt Streppel met name op de verslaglegging van beloning in de vorm van aandelen. De waarde van die populaire beloningscomponent voor bestuurders is niet alleen vaak hoog, maar op uiteenlopende manieren weergegeven in de jaarverslagen, zo ontdekten wij vorig jaar toen we werkten aan een artikel voor Vrij Nederland (pdf).

Proces van drie stappen

Tijdens ons onderzoek stuitten we op een aantal merkwaardigheden. Zo zagen we dat de waarde van de aandelenpakketten zoals die door de bedrijven werd geregeld niet in overeenstemming was met de handelswaarde van het pakket voor de bestuurder. Die discrepantie heeft deels te maken met de wijze waarop deze vorm van langetermijnbeloning wordt uitbetaald. Dat proces kent drie stappen:

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Eric Heupel (cc)

Weekendquote | Bestuurders-bashing

“Er wordt de suggestie gewekt van: men doet maar. Ik vind dat niet goed voor het openbaar bestuur, zo’n sfeer van bestuurders-bashing. Aan de andere kant begrijp ik het wel, het is smeuïg”. (Volkskrant)

Aleid Wolfsen, stoort zich terecht aan bestuurders-bashing, het houdt namelijk de aandacht af van belangrijker nieuws aldus de burgemeester van Utrecht. Bestuurders-bashing is inderdaad een van de meest storende vormen van populisme die onze samenleving de laatste jaren teistert. Wolfsen refereert o.a. aan het kleinburgelijke geneuzel om de zonnebril van Wouter Bos. Dergelijke pseudo-relletjes kunnen we missen als kiespijn. Maar of Wolfsen de kritiek op zijn optreden tegen een Utrechtse huis-aan-huis blad ook rekent onder bestuurders-bashing wordt uit het online artikel niet geheel duidelijk, daarvoor moet u (waarschijnlijk?) de pampieren Volkskrant kopen. Soms is er namelijk wel degelijk belangrijker nieuws dat onderbouwd bestuurders-bashing rechtvaardigt.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.