Een zwart sprookje

De hoofdredacteur schreef toen hij nog jong was en niet der dagen zat, een grappig bedoeld zombiefeuilleton over onderzoekers die in managers veranderen en dan toch nog blijven rondlopen. Hij werkte toen nog niet aan de oostelijke universiteit, maar aan een westelijke. Het is nu ongeveer tien jaar geleden dat hij verhuisde, en op een universiteit aankwam waar tot zijn verrassing allemaal mensen werkten, van vlees en bloed. Wel vroegen de mensen van de oostelijke universiteit of hij nu ook over hen ging schrijven, maar de hoofdredacteur zag daar geen enkele noodzaak toe. Het was ook een beetje een malle universiteit, omdat er bisschoppen in de Raad van Toezicht zaten kon je haar niet echt serieus nemen, van die ongehuwd samenwonende mannen in het bestuur die zich druk maakten over de vraag of deze of gene wel een bestuurder kon worden als ze ongehuwd samenwoonde. Er ontstond wel uiteindelijk een heel conflict omdat in het bestuur ook voormalige VVD’ers zaten die juist vonden dat de ongehuwd samenwonende vrouw de enig juiste persoon was voor deze belangrijke functie. Het conflict tussen bisschoppen en VVD’ers sleepte zich jarenlang voort terwijl de universiteit zichzelf bleef. Op de campus zag je nog steeds alleen maar mensen. De bisschoppen besloten op een bepaald moment dat de universiteit, de grootste katholieke instelling van Nederland naast de kerk, met zoveel perversiteiten natuurlijk niet langer ‘katholiek’ mocht heten. Een paar jaar later verklaarde Rome echter doodleuk dat dit niet waar was, dat de universiteit niet zozeer alsnog katholiek mocht zijn, maar dat deze altijd katholiek was geweest. Ondertussen liepen over de campus dezelfde menselijke mensen rond, nog altijd was niemand in een manager veranderd. In de geloofsbeleving veranderde wel iets: bij academische bijeenkomsten werd niet langer gezegd ‘ik open deze bijeenkomst met het gebed Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra‘, maar ‘ik open deze bijeenkomst met de woorden Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra‘. Iedereen tevreden. De hoofdredacteur was zo gecharmeerd van dit alles dat hij zichzelf bijna katholiek had laten verklaren, zo niet door de Nederlandse bisschoppen, dan toch in ieder geval door de paus. Maar helaas: een gevolg van dit alles was ook dat in de Raad van Toezicht op onnaspeurlijke wijze mannen de macht hadden gegrepen die in het dagelijks leven de leiding hadden over grote, al dan niet katholieke, consultancy-bureaus. De bisschoppen waren eruit, de managers kwamen erin. Die mannen stelden een nieuwe college van bestuur aan, en dat college nam weer allerlei consultants aan om de boel efficiënter en meetbaarder te maken en meer zoals een bedrijf. En ineens zag de hoofdredacteur de farce die hij ooit bedacht had verkeren in een tragedie.

Door: Foto: Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons Hans Holbein, Bisschop en de Dood
Foto: Caspar David Friedrich, Der Wanderer über dem Nebelmeer (ca. 1818). Publiek domein, via Wikimedia Commons.

Berusting en stampij

Nu de hoofdredacteur al bijna drie weken gevrijwaard is van dagelijkse beslommeringen, en hij door een warme Romaanse stad dwaalt temidden van andere toeristen, stelt hij zich natuurlijk existentiële vragen.

Inmiddels is de hoofdredacteur 40e-jaars student Nederlands, sinds hij zich in 1986 inschreef voor die opleiding. Het is niet overdreven om te stellen dat het veertig jaar waren van voortdurende neergang. Al zat hij met ruim honderd eerstejaarsstudenten in de collegezaal, toch werd de hoofdredacteur er toen al op gewezen dat dit er veel minder waren dan tien jaar eerder. En dat bovendien de kwaliteit van de opleiding die de hoofdredacteur en die 99 anderen kregen niet bepaald vooruit was gegaan sinds de invoering van de zogeheten tweefasenstructuur enkele jaren eerder, die de maximale lengte van een studie had teruggebracht naar vier jaar.

Sindsdien werd altijd alles almaar minder. Allerlei opleidingen waarbij de hoofdredacteur betrokken is geweest, leiden een kwijnend bestaan, de tak van onderzoek waarover de hoofdredacteur zo vol vuur een proefschrift geschreven heeft, bestaat niet meer, grote helden uit het verleden zijn overleden, en de hoofdredacteur kent uit zijn eigen studieperiode meerdere personen (mannen) die manager zijn geworden, maar geen grote wetenschappers.

Geldschieters

Ondertussen mag je blij zijn als alle opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur samen net zoveel studenten trekken als die ene waar de hoofdredacteur zijn lange, lange studiepad op begon.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Commissaris is nog steeds voetganger op de digitale snelweg

ACHTERGROND - © Nationaal Register voorkant omslag Nulmeting digitale transformatie in boardrooms in Nederland 2019Het Nationaal Register trekt aan de bel: de commissaris heeft te weinig in huis om het hoofd te kunnen bieden aan de uitdagingen van de digitale transformatie. Bestuurders achten hun toezichthouders eigenlijk volstrekt ongeschikt. Disclaimer: de verwijten gaan beide kanten op. Ernstiger is dat het probleem al jaren bestaat.

De digitale transformatie is inmiddels een behoorlijk sleets begrip. Toch zagen het Nationaal Register en Nederland ICT er nog heil in om (samen met VNO-NCW) te onderzoeken “hoe men aankijkt tegen, dan wel omgaat met, actuele vraagstukken ten aanzien van digitalisering”.

Volgens het onderzoek ‘Nulmeting digitale transformatie in boardrooms in Nederland’ denkt slechts een kwart van de commissarissen in Nederland dat hun kennis over digitalisering en de digitale transformatie afdoende is. Eén procent van de directeuren denkt dat hun commissarissen ook werkelijk capabel genoeg zijn om over de digitale transformatie te oordelen. Niet onbelangrijk: van de 173 respondenten was 76% ouder dan vijftig jaar en 72% man; ruwweg 2/3 deel is werkzaam in een RvC/RvT, de rest in een RvB- of directiefunctie.

“Niet van strategisch belang”

Die conclusies werden door Nationaal Register ‘pijnlijk’ genoemd. Ze werden als volgt door onderzoeker Valerie Frissen samengevat: “Commissarissen zien digitalisering toch vooral als iets operationeels en niet als iets dat grote impact heeft op hun organisatie en dus van strategisch belang is.” Volgens Frissen wordt het strategische belang van digitalisering – digitalisering doorvertalen naar de transformatie van je bedrijf – onderschat. Er is veel te weinig aandacht voor de kansen die digitalisering biedt, voor nieuwe verdienmodellen en nieuwe manieren van (bijvoorbeeld datagedreven) werken. Frissen vreest dat de gemiddelde commissaris weinig kaas heeft gegeten van blockchain, AI en algoritmes. Veel commissarissen blijven naar haar mening steken aan de oppervlakte – met als risico dat je blijft hangen bij wat je in de media kunt lezen over technologietrends.

Foto: bixentro (cc)

Er zit een ‘kloof’ tussen burgers en bestuurders. Maar welke?

COLUMN - In de bijdrage van 4 februari 2019 op Bij Nader Inzien, concludeert politiek filosoof Teun Dekker dat de Nederlandse politiek zich de afgelopen twintig jaar heeft bewogen “tussen de regenten van het tweede Paarse kabinet en het populisme van ‘de nieuwe politiek’”, waarmee “de relatie tussen burgers en bestuurders ernstig verstoord” is geraakt. Hiermee probeert Dekker de veelbesproken kloof te verklaren. Uit deze verklaring volgt een remedie: wederzijds respect tussen burgers en bestuurders. Of eigenlijk, als eerste stap, wederzijds begrip. Het betoog is echter gebaseerd op een inconsistente analyse van het – vermeende – probleem van de kloof tussen burgers en bestuurders.

De ‘kloof’ als vertrouwensbreuk

Dekker heeft het enerzijds over het gebrek aan vertrouwen in de ‘hoge heren’ van het bestuur en anderzijds over het gebrek aan de wil bij bestuurders om hun beleid uit te leggen aan de mensen. Die tweede component heeft meer onderbouwing nodig dan de stellige bewering dat het zo is. Op welke manier zijn bestuurders nu minder bereid hun beleid uit te leggen dan twintig jaar geleden? Of minder open wat betreft dat beleid? Een meer principieel probleem schuilt echter in de eerste vermeende component: het gebrek aan vertrouwen.

Foto: Donna Sutton (cc)

Vrijmoedigheid gevraagd

OPINIE - Ongericht afgeven op managers in het onderwijs is weinig constructief. Laat leerkrachten in plaats daarvan hun leidinggevenden vrijmoediger en dapperder tegemoet treden, meent Hartger Wassink in reactie op René Kneyber.

In het gesprek over hoe het verder moet met het onderwijs komt voortdurend de hardnekkige tegenstelling tussen leidinggevenden en leraren terug. Het is misschien wel begonnen met de beroemde Raiffeisenlezing van Geert Mak uit 2004. Daarin werden de beunhazen onder de managers afgeschilderd als een kaste gericht op zelfverrijking en eigenbelang, een ‘groeiende korst van gewichtigdoenerige figuren’. In NRC Handelsblad krijgt Leo Prick al jarenlang ruimte voor vergelijkbare, maar minder eloquent geformuleerde praatjes. Maar wat is daar nou erg aan, zullen sommigen zich afvragen? Leiders zijn toch ook slecht, door de bank genomen? En docenten hebben het toch ook moeilijk? Dat moet toch gezegd kunnen worden?

Dat ‘gezegd kunnen worden’ heeft ook een naam: parrèsia, ofwel het vrijmoedig spreken. Hester IJsseling brak daar een lans voor, in de twitterdiscussie die ontstond na dit betoog van René Kneyber. Maar het zat me dwars, en in dit stukje wil ik onderzoeken waarom.

Het is niet zo moeilijk om een stukje te schrijven over hoe slecht managers en bestuurders in het onderwijs zijn. Hoe zeer gericht op hun salaris of status en hoe ze het leven van docenten zuur maken. De voorbeelden liggen voor het oprapen en het haakt aan bij een sjabloon dat in de afgelopen jaren steeds scherper is uitgesneden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Bedrijven compenseren bestuurders voor falen met aandelen

ACHTERGROND - Begin deze maand stelde Jos Streppel dat het beloningsbeleid van veel bedrijven eenvoudiger zou moeten. Dat Streppel dat zegt is pikant: hij is als voorzitter van de Monitoring Commissie Corporate Governance (MCCG) het geweten van corporate Nederland. Dit jaar neemt Streppel afscheid van de MCCG, de commissie die toeziet op de naleving van de Code-Tabaksblat. Die code zou het old boys network dwingen tot een zuivere, zakelijke en redelijke beloningspraktijk.

Die missie is niet geslaagd. Tien jaar nadat de Code-Tabaksblat het licht zag, concludeert Streppel dat een decennium lang roepen om transparantie veel mist heeft opgeleverd. Zo zegt hij in zijn afscheidsrapport: ‘In het algemeen is de verantwoording over beloningsstructuren en het beloningsbeleid in de jaarverslagen niet eenvoudig en inzichtelijk. De opeenvolgende commissies zijn er niet in geslaagd om hier verbetering in aan te brengen.’

Met die uitspraak doelt Streppel met name op de verslaglegging van beloning in de vorm van aandelen. De waarde van die populaire beloningscomponent voor bestuurders is niet alleen vaak hoog, maar op uiteenlopende manieren weergegeven in de jaarverslagen, zo ontdekten wij vorig jaar toen we werkten aan een artikel voor Vrij Nederland (pdf).

Proces van drie stappen

Tijdens ons onderzoek stuitten we op een aantal merkwaardigheden. Zo zagen we dat de waarde van de aandelenpakketten zoals die door de bedrijven werd geregeld niet in overeenstemming was met de handelswaarde van het pakket voor de bestuurder. Die discrepantie heeft deels te maken met de wijze waarop deze vorm van langetermijnbeloning wordt uitbetaald. Dat proces kent drie stappen:

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Weekendquote | Bestuurders-bashing

“Er wordt de suggestie gewekt van: men doet maar. Ik vind dat niet goed voor het openbaar bestuur, zo’n sfeer van bestuurders-bashing. Aan de andere kant begrijp ik het wel, het is smeuïg”. (Volkskrant)

Aleid Wolfsen, stoort zich terecht aan bestuurders-bashing, het houdt namelijk de aandacht af van belangrijker nieuws aldus de burgemeester van Utrecht. Bestuurders-bashing is inderdaad een van de meest storende vormen van populisme die onze samenleving de laatste jaren teistert. Wolfsen refereert o.a. aan het kleinburgelijke geneuzel om de zonnebril van Wouter Bos. Dergelijke pseudo-relletjes kunnen we missen als kiespijn. Maar of Wolfsen de kritiek op zijn optreden tegen een Utrechtse huis-aan-huis blad ook rekent onder bestuurders-bashing wordt uit het online artikel niet geheel duidelijk, daarvoor moet u (waarschijnlijk?) de pampieren Volkskrant kopen. Soms is er namelijk wel degelijk belangrijker nieuws dat onderbouwd bestuurders-bashing rechtvaardigt.