De ‘No True Scotsman’-fallacy

Nu ik erover blog, heb ik spijt dat ik destijds geen aantekeningen heb gemaakt en de bron heb genoteerd. U zult mij dus op mijn groene – volgens mijn oude paspoort – ogen moeten vertrouwen. Het verhaal gaat over een monnik in de middeleeuwen die er maar niet in slaagde een goede reden te bedenken voor de verplichting van een christelijke man om zijn vrouw lief te hebben. De vrouw was immers een irrationeel wezen, dat niet alleen zelf geneigd was tot zondigheid, maar ook mannen ertoe verleidde te zondigen. Was het niet Eva die haar man Adam alzo in het verderf had gestort, en daarmee de gehele mensheid? Tot op een gezegende dag de Geest vaardig werd over deze monnik en de beste man zich realiseerde dat Christus zelf ons geboden had onze vijanden lief te hebben. Probleem opgelost. Alles in de redenering van deze monnik is van christelijke oorsprong, maar toch zal niemand er moeite mee hebben als de inhoud van ’s mans gedachten wordt beoordeeld als onchristelijk. De gedachtegang is niet christelijk en ook weer wel, het ligt er een beetje aan van welke kant af je het bekijkt. Preciezer: wat je bedoelt met het woord ‘christelijk’. Wie lijstjes doorneemt van drogredenen zal daarin ook de ‘no true Scotsman fallacy’ aantreffen: “Een drogreden waarbij een ad hoc poging wordt gedaan om een generalisering in stand te houden” aldus Wikipedia. Geen beste definitie, het voorbeeld doet het beter: wie beweert dat alle Schotten whisky drinken (de generalisatie), en te horen krijgt dat een bekende Schot géén whisky drinkt (het tegenvoorbeeld), kan zich eruit redden met: ‘Dan is dat geen échte Schot’ (de ad hoc oplossing).gedachten Die oplossing heet ad hoc te zijn omdat het erop lijkt dat hij ter plekke verzonnen kan worden. In ieder geval introduceert het een nieuw element in de discussie: een extra criterium op basis waarvan je zou kunnen beslissen wat een ‘échte Schot’ is. In voorkomende gevallen kun je dat blijven doen, door bij elk tegenvoorbeeld je definitie nader te bepalen. Zo verzet je in wezen de doelpalen. Er is een reden waarom deze drogreden genoemd is naar Schotten, want wat een échte Schot is, daar zijn maar een zeer beperkt aantal definities van mogelijk en bovendien is het antwoord op de vraag wie een échte Schot is, nauwelijks van belang voor the meaning of life, the universe and everything, zeg maar. Dat wordt anders, héél anders als je het gaat hebben over concepten die heel wat ingewikkelder zijn dan ‘Schotten’. Democraten bijvoorbeeld, of liberalen, christenen, moslims, atheïsten, altruïsten, hedonisten, ik noem maar wat. Nou ja, ‘maar wat’: deze voorbeelden zitten wel in de ingewikkelde hoek. Wie de gedachtengang van onze monnik hierboven zou citeren als christelijke misstand, loopt een zeer gerede kans tegengeworpen te krijgen dat deze monnik geen echt christelijk standpunt vertegenwoordigt. Daar kun je ‘no true Scotsman fallacy’ tegenin brengen, maar dan mis je het probleem: dit is geen ter plekke verzonnen ‘ad hoc’ argument, hier zijn redenen voor aan te dragen en steekhoudende redenen ook: een stortvloed aan bijbelcitaten, kerkvaders, theologen en moraalridders, allemaal even christelijk. Onze monnik is nog een onschuldig voorbeeld, eentje dat het voordeel van duidelijkheid heeft. In andere discussies wordt het al snel complexer. Waren kruistochten en ketterverbrandingen christelijk? Is moslimterrorisme islamitisch? Was de Sovjetunie marxistisch? Het antwoord op dergelijke vragen is volledig afhankelijk van je begrip van termen als ‘marxistisch’, ‘islamitisch’ en ‘christelijk’. De discussies daarover stranden doorgaans al snel bij onderscheid maken in ‘marxistisch in enge of brede zin’, in maximalisme of minimalisme, discussies die doorgaans niets oplossen omdat de te hanteren definitie veelal geen kwestie van overtuiging is, maar een keuze. Het is heel goed mogelijk – zelfs voor één en dezelfde persoon – om verschillende definities van dergelijke begrippen te hanteren, zonder dat er direct sprake is van inconsistentie, simpelweg omdat de gewenste definitie kan afhangen van de context. Heb je het met ‘christelijk’ over een descriptief begrip, of een normatief, bijvoorbeeld. Duidt je een historisch fenomeen aan, of een universele standaard? Wie in een dergelijke discussie de 'no true Scotsman fallacy' inroept, is als een wiskundige die met alle geweld een constante in een formule wil stoppen, zonder zich te realiseren dat die formule in werkelijkheid een complex linguïstisch probleem is en die constante een variabele.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De opinie-industrie en geweld

Een gastbijdrage van jurist en filosoof Ron Ritzen.

De opinie-industrie draaide dankzij de affaire Breivik op volle toeren en net op het moment dat de aandacht ietwat begon te verslappen, deed zich weer een nieuwe aanleiding voor: de rellen in Londen en – inmiddels – ook in andere steden. Ook nu weer dendert een fiks aantal meningen voorbij die als stevige feiten worden verpakt.

Neem de NRC van woensdag, 10 augustus. Daarin trof ik drie laptopanalyses aan over het gebeuren in de Britse steden, namelijk van de socioloog Schinkel en de journalisten Hofland en Beerekamp. De socioloog verklaarde vanachter zijn laptop dat het bij de rellen “wel degelijk om een politieke strijd” gaat. Wie dat anders ziet, lijkt “geen puf meer te hebben voor achtergronden, voor analyses, voor perspectieven op de complexiteit van het samenleven. (…) Zoals we blind lijken voor analyse, zo zijn we blind voor ‘politiek’.” Een alinea verder zwaaide de socioloog nog met geweldsfilosoof Slavoj Zizek, die de Franse rellen in 2005 als extreem democratisch kwalificeerde.

De argumentatie was een beetje wonderlijk. “Natuurlijk gaat het hier niet om willekeurig verveelde jongeren. En natuurlijk hebben rellen tegen een bestaande orde een politieke lading.” Hoezo natuurlijk? En verder was er een patroon herkenbaar dat kennelijk ook in Newark, Bristol, Los Angeles, Parijs en weet ik waar niet al, zichtbaar is. Schinkel had aan twee dagen genoeg om de complexiteit van de situatie te doorgronden. Een beetje empirisch onderzoek doen of zijn opinie houdbaar is, hoefde kennelijk niet meer.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Intellectuele integriteit in het fascismedebat is ver te zoeken

Karikatuur van Ramiro de Maeztu (Wikimedia Commons)

In de Nederlandse kranten woedt de afgelopen dagen en weken een wat kolderieke discussie rondom het boekje van Rob Riemen. Riemen stelt in zijn bijdrage dat Wilders politiek-theoretisch gezien thuishoort in het fascistoïde kamp. Eén reactie op deze these werd afgelopen dagen geleverd door Meindert Fennema, die als politicoloog eerder een boek heeft geschreven over Geert Wilders. Hij verwerpt de these van Riemen maar doet dit op m.i. oneigenlijke gronden.

Om te beginnen weigert hij op ook maar een enkel argument van Riemen in te gaan. Hij geeft hier een zonderlinge reden voor die ik, voordat de lezer mij weigert te geloven, in zijn geheel weer zal geven:

Met verbijstering las ik de kritiek van Han Warmelink op Frits Bolkestein, waarin hij beweert dat Wilders wel degelijk een hedendaagse fascist is. Niet zozeer om zijn inhoud, want die heb ik vaker gelezen, bijvoorbeeld bij Rob Riemen. Maar Riemen is een katholieke theoloog en Warmelink is docent staatsrecht in Groningen. En van een staatsrechtgeleerde mag je toch een minimale kennis van de politieke geschiedenis verwachten en enig respect voor de feiten.

Van een theoloog kan men dus, zoals Fennema impliceert, noch kennis van de politieke geschiedenis, noch respect voor feiten verwachten. Fennema negeert Riemen omdat hij theoloog is. De toevoeging dat Riemen ook nog eens een katholiek theoloog is zal wel bedoeld zijn om het antipapisme van zijn lezers te kietelen. Nu heb ik het goede geluk meerdere theologen te kennen. Vrijwel zonder uitzondering zijn dit mensen met brede intellectuele interesses en een passie voor sociale rechtvaardigheid. Waar het gaat om politiek inzicht hoor ik vaker verstandige dingen van theologen – zeker diegenen die gevormd zijn door de katholieke sociale leer – dan van politicologen en juristen. Maar goed, door Riemen af te serveren als een theologantje van wie qualitate qua geen intellectuele integriteit mag worden verwacht bevrijdt Fennema zich van de pijnlijke noodzaak om Riemen’s argumenten op steekhoudende wijze te weerleggen. Maar dat terzijde. Wat zegt Fennema over de argumenten van Warmelink? Eigenlijk ook niets, behalve snerende opmerkingen als:

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Mulisch’ Gouden Muur

De grote gouden muur (Foto: Flickr/rich115)

De Ontdekking van de Hemel, van de pas overleden schrijver Harry Mulisch, vertelt naast het verhaal van een vriendschap, ook iets over de politiek. Ten minste, het heeft een kort hoofdstuk over politiek. Een kleine detour waarin Mulisch in mijn ogen de vinger op de zere plek legt, maar helaas niet door pakt op de echte implicaties van zijn vondst.

Onno Quist, de jurist/taalkundige/politicus, spreekbuis voor Mulisch, legt in dat hoofdstuk uit wat zijn visie op de politiek is. Daar zit een interessant idee in: Mulisch/Quist stelt zich een gouden muur voor die de samenleving van de politiek scheidt. Achter de gouden muur ligt de macht, daar worden echte beslissingen genomen door staatsmannen. De mensen in de samenleving denken dat achter die gouden muur staatsmannen staan die, gebonden door regels en protocollen, een tactisch schaakspel op het hoogste niveau spelen, waarin allerlei inhoudelijke argumenten een belangrijke rol spelen. Maar niets is minder waar: achter die muur gaat alles er even rommelig aan toe als voor die muur. Rationale overwegingen en zelfs formele regels spelen geen rol, het is een zooitje waarin allerlei kleine gebeurtenissen en persoonlijke overwegingen een belangrijkere rol spelen dan de Rede of de Grondwet.

Dit is natuurlijk absoluut waar. Een mooi voorbeeld komt van Ruud Koole. Tijdens het debat in de Eerste Kamer over de grondwetswijziging die de gekozen burgemeester mogelijk zou moeten maken was er een onenigheid tussen de minister Thom de Graaf en Ed van Thijn, de PvdA-woordvoerder. Het leek erop neer te komen dat de PvdA-fractie tegen zou stemmen. Koole zat in het gebouw van de Tweede Kamer te kijken met Wouter Bos, een groot voorstander van de gekozen burgemeester. In een tweede termijn zouden de minister en de PvdA-senator mogelijk dichter tot elkaar kunnen komen, en zou met een paar toezeggingen de gekozen burgemeester er zijn gekomen. Maar dan moest wel een tweede termijn aangevraagd worden. Geen van de fracties had dat gedaan. En nog tijdens het debat SMS’ten Koole en Bos druk richting Van Thijn en Noten (de fractievoorzitter) dat zij zo’n termijn moesten aanvragen. De senatoren hadden echter hun telefoon niet opgeladen en deze stonden dus uit. Er werd dus geen tweede termijn aangevraagd. De PvdA stemde tegen de deconstitutionalisering. En de rest is geschiedenis: Thom de Graaf trad af, D66 liet haar kroonjuwelen varen, regelde wat extra geld voor onderwijs en Alexander Pechtold werd D66-minister. Hij en Lousewies van der Laan stelden zich kandidaat om De Graaf op te volgen als D66-leider. Pechtold wint van Van der Laan. Het was uiteindelijk het conflict tussen Pechtold en Lousewies van der Laan waarom D66 zo snel de stekker uit het kabinet trok bij de kwestie Hirshi Ali. Allemaal dus vanwege die ene telefoon die uitstond. Politiek hangt dus samen van chaotische besluitvorming waarbij de big picture afwezig is.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Quote van de Dag: Nederland ten onder

“Het is verbijsterend om te zien hoe de nieuwe politieke bewegingen in het parlement, ongehinderd door enige vorm van argumenteren, voortdurend verklaren dat Nederland ten onder gaat; en hoe zij deswege allerhande moties van wantrouwen indienen.”

Minister Hirsch Ballin ergert zich aan de verkondigers van de Marokkanen-apocalypse in het algemeen en aan de VVD, “een partij waarvan je toch rationele afwegingen verwacht”, in het bijzonder.

Bonuspunten scoort Hirsch Ballin hier voor het gebruik van het mooie woord ‘deswege’.