De opinie-industrie en geweld

Een gastbijdrage van jurist en filosoof Ron Ritzen.

De opinie-industrie draaide dankzij de affaire Breivik op volle toeren en net op het moment dat de aandacht ietwat begon te verslappen, deed zich weer een nieuwe aanleiding voor: de rellen in Londen en – inmiddels – ook in andere steden. Ook nu weer dendert een fiks aantal meningen voorbij die als stevige feiten worden verpakt.

Neem de NRC van woensdag, 10 augustus. Daarin trof ik drie laptopanalyses aan over het gebeuren in de Britse steden, namelijk van de socioloog Schinkel en de journalisten Hofland en Beerekamp. De socioloog verklaarde vanachter zijn laptop dat het bij de rellen “wel degelijk om een politieke strijd” gaat. Wie dat anders ziet, lijkt “geen puf meer te hebben voor achtergronden, voor analyses, voor perspectieven op de complexiteit van het samenleven. (…) Zoals we blind lijken voor analyse, zo zijn we blind voor ‘politiek’.” Een alinea verder zwaaide de socioloog nog met geweldsfilosoof Slavoj Zizek, die de Franse rellen in 2005 als extreem democratisch kwalificeerde.

De argumentatie was een beetje wonderlijk. “Natuurlijk gaat het hier niet om willekeurig verveelde jongeren. En natuurlijk hebben rellen tegen een bestaande orde een politieke lading.” Hoezo natuurlijk? En verder was er een patroon herkenbaar dat kennelijk ook in Newark, Bristol, Los Angeles, Parijs en weet ik waar niet al, zichtbaar is. Schinkel had aan twee dagen genoeg om de complexiteit van de situatie te doorgronden. Een beetje empirisch onderzoek doen of zijn opinie houdbaar is, hoefde kennelijk niet meer.

Wie in de rellende jeugdigen geen slachtoffers, maar verwende crimineeltjes zag, kon terecht bij Beerekamp. Die zwaaide op zijn beurt met het boek ‘Door en door verwend. Kritiek op de sentimentele samenleving’, het laatste boek (klopt overigens niet) van de Britse conservatief Theodore Dalrymple. Het bewijs: een filmpje op de BBC waar Schinkels extreem democratische jeugdigen een in elkaar geslagen bloedende jongen hielpen en ze tegelijkertijd zijn bezittingen roofden en een ander filmpje over twee meiden die de rellen helemaal te gek vonden. Toegegeven, Schinkels betoog komt na het zien van dat filmpje wat merkwaardig over, maar als een bewijs voor het gelijk van Beerekamp is het toch echt te mager.

Hofland zwaaide met een ouder boek van Dalrymple uit 2001, maar liet in het midden wat hij ervan vond. Hij kwam wel met een derde optie: “misschien is de afgelopen week een nieuwe factor van betekenis geworden: de kredietcrisis”. Dit klinkt misschien heel bescheiden, maar dat is het eigenlijk helemaal niet. Je oppert iets zonder nadere argumentatie en als dat later met terugwerkende kracht als onzin wordt ontmaskerd, dan kun je natuurlijk altijd wijzen op het grote voorbehoud dat verpakt zit in het woordje ‘misschien’.

Bij het Noorse geweld van Breivik zagen we hetzelfde patroon (ja ja, ik zie ook overal patronen…). Hoewel niemand in Nederland die man kent of ooit heeft gesproken, is het voor opiniërend Nederland van meet af aan duidelijk dat de man gestoord is/niet gestoord is/narcistisch is/een genie is. Zizek maakte van Breivik in The Guardian een Pim Fortuyn 2. Breivik heeft geen psychiatrisch verleden, dus ook op dit terrein is er geen informatie voorhanden. Maar ook dat maakt niet uit.

En in het verlengde van deze discussie was ook zonder meer duidelijk dat Wilders wel/niet/gedeeltelijk verantwoordelijk is voor de Noorse terreur of dat hij wel/geen/misschien slachtoffer is van de Noor. De meest originele variant kwam van de hand van Malou van Hintum. Die plaatste Rutte als gevaarfactor ergens tussen Breivik en Wilders in.

De belangstelling voor het item ‘de islamitische terreurdreiging’ staat momenteel begrijpelijkerwijs op een lager pitje. De conclusie is dat er sprake is van een algehele/geen algehele dreiging. Om zoiets adequaat te beoordelen moet je beschikken over een stevig woordje Arabisch, over theologische kennis (over de islam), over historische kennis (om te kunnen duiden hoe je de Koran en de islam wel of juist in een tijdsgewricht moet plaatsen), over antropologische kennis (over de rol van die islam in de verschillende regio’s in de Arabische wereld), over demografische kennis, over sociologische kennis (over immigratieproblematiek) en over psychologische kennis (waarom het ene individu tot een bepaalde daad komt en de ander, ondanks gelijke sociale omstandigheden, juist niet). Dat kennisarsenaal is bij niemand aanwezig, hooguit in de vorm van vijfdehands informatie. Maar, toegegeven, ik krijg de indruk dat 16 miljoen landgenoten van mening zijn, dat zij de kennis wel degelijk bezitten.

Waar al die opinies op gebaseerd zijn, blijft in de regel ongewis, maar soms wordt een tipje van de sluier opgelicht. De conservatief Spruyt wist in Elsevier te melden dat we in Nederland aan de rand van een burgeroorlog staan. De bron: had hij zelf gehoord van een politieman. Waarom heeft niemand anders dat gehoord? Dat mocht de bron van zijn bazen niet verder vertellen.

Ook prof. Smalhout was openhartig over zijn expertise op het gebied van de islamitische terreurdreiging. In De Telegraaf onthulde hij zijn bron: hij had een boekje gelezen van twee “vooraanstaande schrijvers en wetenschappers op het gebied van mensenrechten en de relaties tussen de joods-christelijke wereld en de islam”. Deze experts blijken nagenoeg compleet onzichtbaar te zijn. In de gangbare handboeken over mensenrechten kwam ik ze niet tegen en elders ook niet. Alleen op de site van de uitgever stonden drie aanbevelingen, waaronder een van een – alweer – onzichtbare communicatieprofessor en van een heus Kamerlid, een zekere G. Wilders.

Schinkel heeft ongetwijfeld gelijk met zijn bewering “dat we geen puf meer hebben voor achtergronden, voor analyses, voor perspectieven op de complexiteit van het samenleven”. Inderdaad, liever schrijven we een stukje op voor de NRC, zwaaien we met een citaatje van Zizek of, als dat beter uitkomt, een andere auteur en daarmee is het punt gemaakt. Of we schelden wat anoniem op het internet.

Ron Ritzen studeerde rechten, filosofie en sociale wetenschappen. In april verscheen zijn boek intellectuelen en de de-argumentatie in het publieke debat; in juni verscheen zijn boek over het onderwijs en de constructie van een media-hype.

  1. 1

    Ook over Sargasso kun je zeggen dat geweld meer pageviews = meer GoogleAds = meer winst oplevert. Met andere woorden:

    “Mocht het ooit tot rellen komen, wat ik dus echt niet wil, dan hoeft daarvan niet bij voorbaat een negatieve werking uit te gaan.”

  2. 2

    De vraag is dan: waarom zijn opinies zo populair in Nederland? Ik geef de schuld aan de anti-hiërarchische consensuscultuur: het opiniestuk (of Facebook update, of Twitter feed) creëert een informele (“gezellige”) relatie tussen ongelijken: de burger en de politicus, de leek en de expert, Jan met de Pet en de BN’er.

    Daarnaast is het ook nog eens goedkoper te produceren dan een diepgaande achtergrondartikel van 10 pagina’s lang.

  3. 7

    Het is een misvatting dat je “alwetend” moet zijn voordat je een opinie kunt formuleren.
    Het formuleren van opninies vanuit verschillende invalshoeken, dus met verschillende duidingen draagt bij aan het debat.
    Vanuit het debat leer je onderzoeksvragen te formuleren.
    Wat dan wel weer jammer is dat de uitkomsten van onderzoek vaak op een stapel komen te liggen, niet meer tot een publiekelijk debat leiden. Oud nieuws dan.

    Daarnaast er zijn al vele onderzoeken gedaan, vele data over vergelijkbare rellen/daden beschikbaar, dus waarom zou je vanuit die kennis niet mogen en kunnen reageren eventueel met voorbehoud.

    Kortom een beetje gezeur over het gezeur.

    Neen dan de Britse premier: De ouders zijn slapjanussen, daar ligt het aan, dat is pas diepgang.
    Nog even en men gaat daar voor het leger en de knieschoten.

    Mag je daar dan geen mening over hebben?

  4. 8

    Schinkels stuk was anders een verdomd zinnige, sociologisch geïnformeerde reactie op het hoofdredactioneel commentaar van een dag eerder, waarin de rellen werden weggezet als een verzameling uit de hand gelopen schelmenstreken waar de politie te weinig grip op had. Schinkel wees er enkel op dat er wel meer aan de hand was dan dat. Iets met sociale ongelijkheid, gebrek aan perspectief en het verlies aan sociale vangnetten, je weet wel, van die thema’s die vroeger ter linkerzijde van het politieke spectrum nog wel eens aangekaart werden… Maar nee hoor, niets politieks aan de hand hier.

  5. 10

    @9 Is dat zo? Is waarheidsvinding niet meer een taak voor wetenschappers en het journaille? En moet de opinieproducent zich niet houden bij beschouwen, en vooral vragen stellen. (verder leuk stuk overigens)

  6. 12

    @9 – De vraag of WAT waar is?

    Of het waar is dat het ging om een verzameling uit de hand gelopen schelmenstreken waar de politie te weinig grip op had, of dat er gekeken kan/moet worden naar factoren als sociale ongelijkheid, gebrek aan perspectief en het verlies aan sociale vangnetten?

    Wie er zondermeer van uitgaat dat het eerste het geval is, zonder de tweede mogelijkheid in overweging te nemen, lijkt “geen puf meer te hebben voor achtergronden, voor analyses, voor perspectieven op de complexiteit van het samenleven. (…)”

    Dat lijkt me een waarheid als een koe, mijnheer de filosoof.

  7. 15

    Dus opiniemakers mogen overal antwoorden voor poneren maar hoeven zich niet gebonden te voelen door feit en analyse? Dat vind ik erg armoedig. Een beetje als een VVD-kamerlid die zonder enige grond het KNMI zwart maakt.

  8. 16

    @15 – Armoedig? Inderdaad, dat is nu juist de bewering die schuilgaat in het stukje van Ritzen.

    En om dat te bewijzen zwaaien we met een citaatje van Schinkel of, als dat beter uitkomt, een andere auteur en doen net alsof die niets anders doen dan stukjes schrijven in het NRC. Heel anders dan de auteur natuurlijk, want die schrijft stukjes in Sargasso.

    En daarmee is het punt gemaakt.

  9. 17

    @16: Als je X gedegen analyses produceert mag je weleens een onzinstukje schrijven waarvoor je serieus wordt genomen? Ik denk dat er in Nederland in het geheel gewoon te weinig expertise en kennis is om het fenomeen “Britse relschoppers” goed te kunnen duiden.

  10. 19

    @9: Zoals Harm zegt, dat lijkt me niet waar het opiniestuk over ging, ookal neemt dat natuurlijk niet weg dat de manier waarop motivaties van de rellende figuren, de feitelijke maatschappelijke verhoudingen en de politieke overtuigingen waarop opiniemakers een beroep doen als ze de zaak analyseren nu vaak rommelig door elkaar lopen, zie bijv. hier.

    Ik deel je mening (lol) over de algemene overkill aan slecht geïnformeerde opinies wel grotendeels, alleen zijn je voorbeelden m.i. ongelukkig gekozen.

  11. 20

    @20: Het opiniestuk van Schinkel was niet alleen een reactie op het hoofdredactioneel commentaar, maar bood ook een verklaring hoe de zaak in elkaar zit. Schinkel: “Natuurlijk gaat het hier niet om willekeurig verveelde jongeren. En natuurlijk hebben rellen tegen de bestaande orde (…) een politieke lading. (…) De rellen volgen een bekend patroon. Aanleiding is de al dan niet terechte beschuldiging van politiegeweld (…). Steeds gaat het om mensen die relatief arm, machteloos en politiek ondervertegenwoordigd zijn, en die zichzelf ervaren als slachtoffer van controle en geweld van meer welvarende en machtige klasse burgers.” Enz. Hier wordt wel degelijk een waarheidsclaim op tafel gelegd en dat vereist op z’n minst empirisch onderzoek.

  12. 21

    Maar Ron, we mogen er gevoeglijk vanuit gaan dat er in de banlieues en de ghetto’s (Rodney King) een hele hoop onderzoek is gedaan.

    Als Schinkel dan zegt: ik zie, als ik zo het journaal volg, grote overeenkomsten met die andere uitbarstingen van plunderingen, autobranden en geweld tegen de politie na de aftuiging door Rodney King door politieagenten en na de dood van twee tieners in een transformatorhuisje die werden opgejaagd door de politie – dan heeft Schinkel toch gewoon een punt?

    Of vind jij dat hij eerst al het onderzoek dat in die andere gevallen is gedaan (gaan we even vanuit) over zou moeten doen in verschillende steden in het VK voordat hij mag zeggen dat we dit patroon inmiddels wel kennen en dat we ook al aardig wat weten van de oorzaken?

  13. 22

    @21: Ja, inderdaad. Schinkel zal eerst meer onderzoek moeten doen om te kunnen beoordelen of het patroon, een constructie van zijn hand, ook in dit geval opgaat.

  14. 23

    Voordat hij zijn mond open mag trekken? Want dan is de publieke aandacht voor dit fenomeen alweer voorbij. Totdat het zich weer elders voordoet, maar dan zul jij natuurlijk weer eisen dat hij eerst dáár onderzoek gaat doen, voordat hij er iets over mag zeggen.

    Op die manier kun je als wetenschapper dus nooit actuele zaken becommentariëren.

  15. 24

    @23: Dat ligt er maar aan welke claim hij maakt. Als hij enkel een mogelijke alternatieve verklaring geeft, heb ik daar op voorhand nog niet zo’n probleem mee. Maar wel met de veel verdergaande pretentie, die bijvoorbeeld uit Schinkels spreekt. En, nog kwalijker, het verwijt van “blind zijn voor politiek”, richting degenen die zijn analyse niet delen.

  16. 25

    @24 – Blind voor politiek zijn degenen die de factoren die hij opnoemt bijvoorbaat afwijzen, zeggende dat het slechts om verwende crimineeltjes gaat. Alsof die bijna dagelijks in grote groepen samenscholen om de boel naar de klote te helpen. Alleen al het feit dat dit niet het geval is, is een bewijs dat er ook andere oorzaken in het spel zijn.

    En ik kan me moeilijk voorstellen dat het patroon een constructie is van de hand van Schinkel. De oorzaken en aanleidingen zullen wel steeds een reflectie zijn van de tijd en de materiele omstandigheden, maar het patroon is al zo oud als de weg naar Rome.

  17. 26

    De Reichspogromnacht in 1938 had ook een politieke lading. Men voelde zich toen ook uitgebuit door het (joodse) (groot)winkelbedrijf. Kom, laat ik sukkeltje Schinkel eens op een lijn zetten met Goebbels. Ik heb daar namelijk echt zin in—in iets een politieke lading geven.

  18. 27

    Nogal domme reactie van Karl Kraut; als er nu een nationalistische partij was die opriep om winkels van bepaalde immigrantengroepen te plunderen, en haar gewapende arm voerde de meute aan – dan was je vergelijking terecht geweest.

  19. 29

    Nee, die nationalistische partij was er niet, maar het collectieve plunderinstinct wel. Schinkel meent dat een politieke grondslag te kunnen geven, te moeten verlenen. Wat mij betreft kan hij dan de volle laag verwachten. Je kan dat ‘dom’ vinden, maar dat interesseert me niet.

  20. 31

    @29; wat een non-argumentatie.

    Dus omdat de nazi’s plunderingen organiseerden met een politiek oogmerk, heeft Schinkel ongelijk dat er onder deze rellen in Londen en andere Britse steden een hoop maatschappelijke frustratie schuilgaat?

  21. 32

    Het is de tweede keer in een jaar of drie dat ik de ‘ongenoemde’ gebruik; de vorige keer met overduidelijke grap met dubbele bodem. Maar dit keer is het, jawel, welgemeend serieus.

  22. 33

    Het enige wat Schinkel doet, en dus wil, is geweld goedpraten. Híj geeft het een ‘politiek oogmerk’. Daar achter gaat zal dan zijn eigen frustratie schuilgaan. Maar wat ontzettend moeilijk zeg, geweld afkeuren. In plaats daarvan aankomen met waarom 2 + 2 = 5 zou kunnen zijn.

  23. 35

    Ik heb nog niets gelezen waarin Schinkel zegt: die mensen hebben groot gelijk. Het gaat erom, menselijk gedrag te verklaren en daarvoor oorzaken aan te wijzen.

    Je kunt het met zijn analyse oneens zijn, of – zoals Ron Ritzen – Schinkels argumentatie tekort vinden schieten; maar roepen dat hij gewoon geweld wil goedpraten is niks meer dan een ad hominem-argument.

  24. 37

    Filosofen dragen bij aan de verwarring.
    Misschien is een goede bijdrage aan de kennis een oordeel over waargenomen gedrag?
    Dan zien we in Breivik toch echt een verwarde massamoordenaar, met een verknipte identiteit.
    Dan zien we in Londen, zoals in Parijs, een grote groep perspectiefloze jongeren, die brandstichten en plunderen. Dat is niet rationeel, maar kan wel iets uitdrukken dat de moeite van een analyse waard is.
    En de Islam? Ritzen scharrelt daar mooi langs, met alle vormen van kennis, die hij nodig vindt om daar iets over te kunnen beweren. Dat lijkt mij onzin. Als de Islam ons zou willen overheersen, dan moet iets worden aangetoond:
    – waar zetelt het hoofdkwartier van de samenzwering?
    – waar hebben islamisten toegeslagen en zich meester gemaakt van de macht, tegen weerstand van anderen in?
    – waar en door wie zijn binnendringende islamisten ontmaskerd en onschadelijk gemaakt?
    Juristen, filosofen en sociale wetenschappers mogen alles van mij. Maar als er een gecoordineerde aanval van de islam bestaat op onze vrijheid, dan is het toch niet zo ingewikkeld daarvoor een beetje bewijsvoering te leveren?

  25. 38

    Met Prediker ben ik het eens, dat Karl Krauts bewering een ad hominem-argument is. En, zoals Martin terecht opmerkt, een verklaring is geen rechtvaardiging. Maar los van Krauts ironie: Dalrymple verwijt lieden als Schinkel dat zij met hun analyses een rechtvaardiging bieden voor dit soort gedrag. In ‘Leven aan de onderkant’ of ‘Beschaving’ – ik weet niet precies in welk boek – hoorde Dalrymple in zijn behandelkamer in de gevangenis ‘de sociale wetenschappers’ terug in de verklaringen van de gedetineerden die bijvoorbeeld hun vriendin mishandeld hadden. Die hadden volgens Dalrymple razendsnel door dat je door het gebruik van het therapeutisch jargon heel handig je eigen verantwoordelijkheid kon ontlopen.
    Daarmee heeft Schinkel nog geen ongelijk, maar in de alledaagse praktijk lopen ‘verklaring’ en ‘rechtvaardiging’ wel door elkaar.
    In dit verband is het ook interessant dat de BBC haar excuses heeft aangeboden voor haar woordgebruik. In eerste instantie had men het over demonstranten, later – en in hun ogen ogen te laat – over plunderaars.
    Harm: ik bedoel met constructie dat elke verklaring van verschijnselen en elke theorie over feiten – onvermijdelijk – een constructie is.

  26. 39

    Ron; dus omdat Dalrymple anekdotische observaties maakt in zijn praktijk, lopen verklaring en rechtvaardiging in het echte leven geheel door elkaar?

    Die vat ik even niet…

    Punt is natuurlijk dat jij er vanuit gaat dat Dalrymple het bij het rechte eind heeft. Je neemt dat in bovenstaand stukje echter heel handig net even niet voor je rekening. Dat is nagenoeg hetzelfde foefje als de “misschien-truuk” die je Henk Hofland verwijt.

  27. 40

    @37 Tom: alleen al je opmerking: “Dan zien we in Breivik toch echt een verwarde massamoordenaar, met een verknipte identiteit.” Op basis van je waarneming? Met evenveel gemak tover ik zo een legertje lieden die op basis van hun waarneming iets heel anders beweren.
    Een bijkomend probleem is volgens de historici Naomi Oreskes en Erik Conway dat wetenschappers in de V.S. bijv. werden ingehuurd om twijfel te zwaaien over opvattingen. Voor mij – als leek – is het niet te achterhalen wat ik wel en wat ik niet kan vertrouwen. (Geldt overigens ook voor de bewering van Oreskes en Conway.)

  28. 43

    @41 In het geval van Oreskes en Conway ging het over de klimaatdiscussie. Maar ik kan me voorstellen dat dit mechanisme ook speelt bij andere discussies, bijv. over de islam. Denk aan conservatieve denktanks met een duidelijke politieke signatuur. Volgens Lakoff verklaart dit mede waarom de republikeinen succesvoller zijn in het uitdragen van hun boodschap als de democraten. (Maar ook hier weer de vraag: hoe moet ik dat als leek beoordelen?)

  29. 44

    @42; waarom vraag je mij dat?

    Het is namelijk de veronderstelling die jij zelf gebruikt als opstapje naar je conclusie “maar in de alledaagse praktijk lopen ‘verklaring’ en ‘rechtvaardiging’ wel door elkaar.”

    Als argument voor deze bewering voer je immers aan:

    “In ‘Leven aan de onderkant’ of ‘Beschaving’ – ik weet niet precies in welk boek – hoorde Dalrymple in zijn behandelkamer in de gevangenis ‘de sociale wetenschappers’ terug in de verklaringen van de gedetineerden die bijvoorbeeld hun vriendin mishandeld hadden. Die hadden volgens Dalrymple razendsnel door dat je door het gebruik van het therapeutisch jargon heel handig je eigen verantwoordelijkheid kon ontlopen.”

  30. 45

    @44 Je schreef: “Punt is natuurlijk dat jij er vanuit gaat dat Dalrymple het bij het rechte eind heeft.” Mijn antwoord was dat ik niet weet of Dalrymple (of Schinkel) gelijk heeft, want ik kan dit niet beoordelen.
    Het andere punt: in de behandelkamer van Dalrymple liepen ‘verklaring’ en ‘rechtvaardiging’ in elkaar over, maar – inderdaad – dat zijn anekdotes. Je punt is dus terecht: het is onjuist om dan over “de alledaagse praktijk” te praten. Soms lopen verklaringen en rechtvaardigingen in de alledaagse praktijk door elkaar.

  31. 46

    De verwarring tusen verklaring en rechtvaardiging lijkt vooral te bestaan bij degenen die alles willen terugvoeren op moraal en persoonlijke verantwoordelijkheid. Die willen van geen verklaring weten en betitelen dus elke verklaring als een rechtvaardiging.

    Het is niet meer en niet minder dan een semantisch truukje om mensen die niet van hetzelfde vooroordeel uitgaan tot de uitspraak te dwingen dat ze iets “natuurlijk” ook afkeuren.