De laatste niet-antisemiet moet het licht uitdoen

een gastbijdrage van Mihai Martoiu Ticu Nazi-vergelijkingen met twee maten Vorige week beschuldigde voormalig parlementariër Wim Kortenoeven de ChristenUnie en het CDA van antisemitisme. Kortenoeven, die tegenwoordig in een Israëlische nederzetting woont en zich tot het orthodoxe jodendom heeft bekeerd, richtte zich in het Reformatorisch Dagblad op twee partijen die een boycot van producten uit Israëlische nederzettingen steunen. Hij haalde daarbij zelfs de Duitse leus 'Kauft nicht bei Juden' aan, bekend van de landelijke boycot van Joodse winkels, artsen en advocaten die de NSDAP op 1 april 1933 organiseerde. Thierry Baudet werd voor de rechter gesleept toen hij de coronamaatregelen met de Holocaust vergeleek en Francesca Albanese (VM Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden) werd op verzoek van het CIDI uit de Tweede Kamer geweerd toen ze Tweede Wereldoorlog-analogieën maakte, omdat die de Holocaust zouden bagatelliseren. Dus blijkbaar mag Kortenoeven, directeur van het Netherlands-Israel Public Affairs Committee (NIPAC), een lobbyorganisatie ten behoeve van Israël (een Nederlandse variant van het Amerikaanse AIPAC), de Holocaust wél bagatelliseren, want hij doet het voor een goed doel. Een paar dagen eerder werd ook Frans Timmermans van antisemitisme beschuldigd omdat hij rechts en extreemrechts in Israël met de nazi’s vergeleek. Trouwens, de vergelijking van Timmermans was een legitieme deductieve analogie. Deze week kwam daar nog een voorbeeld bij. Eddo Verdoner betoogde in de Volkskrant dat een cartoon van Peter de Wit over de bezetting antisemitische beeldtaal zou gebruiken. Mijn voorstel is om de definitie van antisemitisme te versimpelen: “Alle uitspraken over het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn antisemitisch, behalve de uitspraak: ‘Israël heeft altijd gelijk.’” Antony Lerman en de herdefiniëring van antisemitisme Een uitvoerige analyse van de steeds ruimer wordende definitie van antisemitisme staat in Whatever Happened to Antisemitism? Redefinition and the Myth of the ‘Collective Jew’ van de Britse onderzoeker Antony Lerman. Hij schrijft niet alleen als academicus, maar ook vanuit tientallen jaren ervaring binnen organisaties die antisemitisme onderzochten. Hij werkte bij het Institute of Jewish Affairs, later werd hij directeur van die organisatie en van haar opvolger, het Institute for Jewish Policy Research. Hij zette ook de Antisemitism World Report op, een jaarlijks landenrapport over antisemitisme. In die zin is Lerman ook een klokkenluider in zijn eigen vakgebied. Hij beschrijft in zijn boek conflicten binnen de organisaties waarvoor hij werkte en druk van andere instellingen. Toen hij in 1985 kritiek uitte op de neiging Arabische oppositie tegen Israël als antisemitisch te behandelen, leidde dat tot oproepen hem te ontslaan. Later verzette zijn instituut zich tegen samenwerking met een door de Mossad gefinancierd onderzoeksproject, omdat het twijfelde aan de onafhankelijkheid daarvan. Van Jodenhaat naar ‘nieuw antisemitisme’ Lermans hoofdonderwerp is de verandering van het begrip antisemitisme sinds de jaren zeventig. Klassiek antisemitisme heeft volgens hem betrekking op vijandigheid tegen Joden als Joden: bijvoorbeeld samenzweringstheorieën over Joodse macht, bloedlaster, Holocaustontkenning en racistische karikaturen. Hij bestrijdt niet dat zulke vormen van antisemitisme nog steeds bestaan. Daarnaast ontstond volgens Lerman geleidelijk het concept van het ‘nieuwe antisemitisme’. Daarin kwam de houding tegenover Israël en het zionisme steeds centraler te staan. De gedachte is dat Israël tegenwoordig de rol vervult van de ‘collectieve Jood onder de naties’: zoals Joden vroeger werden uitgesloten, gedemoniseerd en bedreigd, zou Israël nu als staat worden uitgesloten, gedemoniseerd en bedreigd. Boycots van Israël, anti-zionisme en bepaalde vormen van kritiek op de staat konden vanuit die gedachte als hedendaagse verschijningsvormen van antisemitisme worden beschouwd. Lerman reconstrueert hoe deze benadering zich vanaf de jaren zeventig ontwikkelde. De verhouding tussen anti-zionisme en antisemitisme werd steeds intensiever besproken, maar lange tijd bestond daarover geen overeenstemming. Zo werd binnen Joodse en Israëlische instellingen enerzijds betoogd dat het ontkennen van Joodse nationale zelfbeschikking antisemitisch kon zijn, terwijl anderzijds werd erkend dat oppositie tegen Israëlisch beleid of ideologische kritiek op het zionisme dat niet noodzakelijk was. Volgens Lerman kwam rond de eeuwwisseling een omslag. De tweede intifada, de Durban-conferentie en een groeiende politieke aandacht voor anti-Israëlische uitingen versterkten de opvatting dat anti-zionisme en antisemitisme nauw met elkaar verbonden waren. Onderzoeksinstellingen, Joodse organisaties en Israëlische overheidsorganen gingen zich steeds nadrukkelijker met dit ‘nieuwe antisemitisme’ bezighouden. De ‘collectieve Jood’ Het theoretische middelpunt van Lermans boek is zijn kritiek op het beeld van Israël als ‘collectieve Jood’. Volgens hem worden daarin twee verschillende categorieën met elkaar verbonden: een bevolkingsgroep en een staat. Een individu kan vanwege zijn Joodse afkomst of religie worden gehaat of gediscrimineerd. Een staat is daarentegen een politieke instelling die kan worden beoordeeld op haar wetgeving, grenzen, ideologie, militaire optreden en beleid. Daarom volgt volgens Lerman uit vijandigheid tegenover Israël of het zionisme niet zonder meer vijandigheid tegenover Joden. Hij trekt daaruit niet de conclusie dat anti-Israëlische uitingen nooit antisemitisch kunnen zijn. Dat kunnen ze volgens hem wel degelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer klassieke stereotypen over Joodse macht of samenzweringen worden gebruikt of wanneer Joden als groep verantwoordelijk worden gesteld voor het optreden van Israël. Zijn bezwaar richt zich tegen een automatische gelijkstelling: de concrete inhoud en context moeten bepalen of een uiting antisemitisch is. Van EUMC naar IHRA Een belangrijk deel van het boek gaat over de institutionalisering van deze nieuwe benadering. In 2005 publiceerde het European Union Monitoring Centre on Racism and Xenophobia een ‘working definition’ van antisemitisme. Die tekst was volgens het EUMC onderdeel van een lopend proces en had geen juridische status. De definitie kwam niet uitsluitend van academische onderzoekers tot stand; Lerman beschrijft hoe vertegenwoordigers van verschillende organisaties bij de ontwikkeling ervan betrokken waren. In 2016 nam de International Holocaust Remembrance Alliance een aangepaste versie van die definitie over. Voor Lerman is vooral van belang dat veel van de bijbehorende voorbeelden betrekking hebben op Israël. Daardoor werd een ontwikkeling die eerder vooral in politieke en academische discussies plaatsvond volgens hem steeds sterker onderdeel van het beleid van regeringen, universiteiten, politieke partijen en andere instellingen. Lerman ziet daarin de institutionele verankering van een bredere definitie van antisemitisme, waarin niet alleen vijandigheid tegen Joden, maar ook bepaalde vormen van anti-zionisme en Israëlkritiek een plaats krijgen. Het risico van begripsvervaging Lermans belangrijkste bezwaar is uiteindelijk conceptueel. Wanneer zeer uiteenlopende verschijnselen onder hetzelfde begrip worden gebracht, wordt het volgens hem moeilijker onderscheid te maken tussen klassieke Jodenhaat en politieke conflicten over Israël en Palestina. Daarom verzet hij zich tegen de eenvoudige formule dat anti-zionisme gelijkstaat aan antisemitisme. De twee kunnen volgens hem overlappen, maar zijn niet identiek. Of een uitspraak over Israël antisemitisch is, moet worden vastgesteld aan de hand van wat er daadwerkelijk wordt gezegd, welke stereotypen worden gebruikt en tegen wie de vijandigheid is gericht. Dat heeft volgens Lerman ook praktische gevolgen. Wanneer BDS, kritiek op de bezetting, discussies over een éénstaatoplossing of beschuldigingen van mensenrechtenschendingen al snel onder verdenking van antisemitisme komen te staan, kan het begrip mede gaan bepalen welke politieke standpunten nog als legitiem worden behandeld. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat een te ruim begrip het moeilijker kan maken om antisemitisme in zijn klassieke vormen precies te herkennen en te bestrijden. Hij koppelt zijn kritiek daarom juist aan de wens het begrip analytisch scherp te houden. Te onthouden Antisemitisme is een vorm van racisme. Racisme is het gedrag waarbij iemand ongerechtvaardigde voordelen nastreeft, of anderen onterechte nadelen toebrengt, gebaseerd op veronderstelde biologische kenmerken. De juridische definitie omvat ook ‘rassendiscriminatie’ (discriminatie op afkomst of nationale of etnische afstamming). U moet echter onthouden dat de kern van discriminatie is dat iemand schade lijdt, of iets wordt ontnomen (of onthouden) waar hij of zij recht op heeft. Om CDA, ChristenUnie, Frans Timmermans en de Volkskrant van antisemitisme te kunnen beschuldigen, moet men dus eerst aantonen dat zij de Joden schade toebrengen. Over de auteur: Dit artikel verscheen eerder bij Thrasymachus. Mihai Martoiu Ticu is afgestudeerd filosoof en heeft een master Internationaal Recht (Universiteit Utrecht). Hij schrijft op zijn persoonlijke website over politiek, filosofie, argumentatie en mensenrechten. Tevens plaats hij artikelen op zijn weblog Thrasymachus.

Door: Foto: "Jews Against Zionism" by zorilla is licensed under CC BY 2.0
Foto: David Lisbona (cc)

Het CIDI: van waakhond tot medeplichtige

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël was natuurlijk nooit neutraal, maar het presenteerde zichzelf wel zo: als een organisatie die feiten checkt, nuance bewaakt en het debat zuiver houdt. Dat zelfbeeld klopt al jaren niet meer, en de feiten laten inmiddels weinig ruimte voor twijfel. Wie het publieke optreden van het CIDI volgt, ziet een organisatie die steeds dieper verstrikt raakt in bondgenootschappen met partijen en personen die zelf een lange geschiedenis hebben van uitsluiting, racisme en complotdenken. Dat is geen toeval. Het is het logische gevolg van een organisatie die haar eigen bestaansrecht koppelt aan de verdediging van de Israëlische staat, ongeacht de koers die die staat vaart.

Want die koers is onmiskenbaar: Israël radicaliseert ook al decennia. Netanyahu presenteerde eind 2022 de meest extreemrechtse regering in de geschiedenis van Israël, met als minister van Nationale Veiligheid de extremist Itamar Ben-Gvir, in 2007 veroordeeld wegens terrorisme en aanzetten tot racisme. Bezalel Smotrich, die openlijk opriep tot annexatie van de bezette gebieden, werd verantwoordelijk voor het nederzettingenbeleid op de Westelijke Jordaanoever. Haaretz-hoofdredacteur Aluf Benn schreef dat de verandering van Israël diepgaand en onomkeerbaar is: de overwegend seculiere en progressieve versie van Israël die ooit tot de verbeelding van de wereld sprak, is allang voorbij.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Het CIDI even niet aan tafel

Minister-president Rob Jetten spreekt vandaag vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap over antisemitisme. Op de lijst met genodigden ontbrak één bekende naam: het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI). Volgens directeur Naomi Mestrum een breuk met eerdere jaren, waarin haar organisatie “vaak” werd uitgenodigd bij dit soort gesprekken.

De verontwaardiging, die door de regels heen sijpelt, roept een simpele vraag op: waarom zou het CIDI daarbij moeten zijn?

Het CIDI presenteert zich graag als vertegenwoordiger van “de Joodse gemeenschap”. In werkelijkheid functioneert het vooral als lobbyorganisatie voor de Israëlische staat. Dat is een politieke positie. Een zeer uitgesproken politieke positie zelfs, waarin de Israëlische oorlog in Gaza en bezetting van de Westoever consequent worden verdedigd of gebagatelliseerd, ook wanneer internationale organisaties spreken over mogelijke oorlogsmisdaden of genocide.

Foto: April Pethybridge on Unsplash

Bondi Beach als alibi

Na de verschrikkelijke aanslag in Sydney voltrok zich een bekend patroon. Rouw, solidariteit, scherpe woorden over veiligheid. Terecht ook. Geweld tegen Joodse instellingen en individuen is geen abstract probleem maar een concrete dreiging, en wie dat bagatelliseert is moreel failliet. Maar vrijwel onmiddellijk gebeurde er ook iets anders, inmiddels bijna even bekend. De aanslagen werden niet alleen veroordeeld, ze werden ingezet. Als bewijsstuk in een breder betoog over Israël, over kritiek daarop, en over wie er volgens sommigen schuld draagt aan de onveiligheid van Joden wereldwijd.

De logica was eenvoudig en werd door lokale Joodse leiders, waaronder rabbijnen in Sydney, publiek uitgesproken. Kritiek op Israël voedt antisemitisme en protesten tegen de oorlog in Gaza creëren een klimaat waarin aanslagen als die in Sydney mogelijk worden. Wie Israël bekritiseert, zo luidde de impliciete boodschap, draagt indirect verantwoordelijkheid voor geweld tegen Joden elders. Dezelfde rabbijnen die deze kritiek uitten steunen tegelijk openlijk wat Israël in Gaza en op de Westoever doet.

De eenrichtingsdefinitie van gevaar
Opvallend is wat in deze redenering als gevaarlijk wordt gezien en wat niet. Kritiek op Israël zou Joden in gevaar brengen. Openlijke steun aan Israël, ook wanneer die steun onvoorwaardelijk is en expliciet wordt gegeven terwijl dat land massaal Palestijnse burgers doodt, hele steden vernietigt en humanitaire hulp blokkeert, zou dat niet doen.

Foto: "Anti-Semitism" by quinn.anya is licensed under CC BY-SA 2.0

De IHRA-definitie van antisemitisme, de last van herinnering en de definitie van kritiek

Er is een soort historische ballast die in Europa generatieslang is meegegeven. Wie hier opgroeit, krijgt de Holocaust niet als een hoofdstuk in een geschiedenisboek, maar als een erfenis die in je vezels kruipt. Het besef dat wij medeverantwoordelijk zijn voor een van de grootste georganiseerde genocides in de moderne tijd, laat zich niet van je afschudden. En terecht. Tegelijkertijd is Israël sinds de oprichting in 1948 aan ons verkocht als de uitzondering in de regio, de enige plek in het Midden-Oosten waar parlementen functioneren, kranten tegenspraak bieden en waar verkiezingen tenminste nog iets betekenen. Het is een frame dat blijft hangen, ook bij wie beter weet.

De IHRA-definitie van antisemitisme speelt hier handig op in. Whataboutism is een van de basisbeginselen: als je kritiek hebt op Israël, maar niet of minder op andere vergelijkbare landen die dingen doen, ben je een antisemiet. Ze schuift kritiek op Israël en haar beleid by design gevaarlijk dicht richting antisemitisme, alsof wie vraagtekens zet bij bezetting, apartheid of etnische hiërarchie automatisch het oude continentale gif van Jodenhaat in zich draagt, als men tegelijk niet even hard ageert tegen vergelijkbare zaken elders. Dat is een vals frame. Juist omdat wij Europeanen weten waartoe antisemitisme kan leiden, juist omdat we de Holocaust in onze morele rugzak meedragen, moeten we scherp kunnen onderscheiden: antisemitisme is een haat tegen Joden als mensen, Israël-kritiek is een oordeel over een staat die macht uitoefent. En juist omdat we weten hoe een rechtsstatelijke democratie behoort te werken en Israël die twee woorden claimt mogen we daar kritiek op hebben. En juist ook omdat we die staat mede mogelijk hebben gemaakt.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du Jour | Nederlanders

In het stuk “Joods-christelijke natie” reageert Peter Breedveld ouderwets venijnig op de politieke verontwaardiging rond het tijdelijk schorsen van een Kamercommissievergadering voor een iftar, en de claim dat dit het ‘Joods-Christelijke’ karakter van Nederland zou aantasten. Volgens hem toont de ophef vooral hoe het begrip “joods-christelijke cultuur” instrumenteel wordt ingezet: niet uit daadwerkelijke solidariteit met Joden, maar als retorisch wapen tegen moslims.

Nederlanders houden niet van Joden, ze hebben nooit van Joden gehouden, ze haten moslims, ze haten zwarte en bruine mensen, dat is wat anders.

Foto: Ash Hayes on Unsplash

Het failliet van het CIDI

Het Centrum Informatie en Documentatie Israël, beter bekend als het CIDI, werd ooit gezien als serieuze speler in de strijd tegen antisemitisme. Een organisatie die cijfers bijhield, rapporten uitbracht en de politiek van broodnodige data voorzag. In een land waar antisemitisme nog altijd gestaag rondsluimert, was dat geen overbodige luxe. Maar die rol is intussen uitgehold tot een klucht. Achter de schijn van waakzaamheid gaat steeds vaker iets anders schuil, namelijk de schaamteloze verheerlijking van Israëlisch geweld.

“IDF imponeert opnieuw”

Op de website van CIDI verscheen recent een lofzang op het Israëlische leger met de titel “IDF imponeert opnieuw”. Daar staat het dan, zonder schaamte: een leger dat systematisch Palestijnse burgers bombardeert en een genocide pleegt, wordt gepresenteerd als indrukwekkend. Alsof het een sportwedstrijd betreft en niet de vernietiging van huizen, ziekenhuizen en levens. De framing is niet kritisch, niet analyserend, maar jubelend. Propaganda, verpakt als verslag.

Een organisatie die pretendeert antisemitisme te registreren en aan te pakken, kan niet tegelijkertijd het PR-bureau van een genocidaal bezettingsleger spelen. Wie slachtoffers van antisemitisme verdedigt en de daden van een leger goedpraat, maakt zichzelf ongeloofwaardig.

De hypocrisie in vol ornaat

CIDI beroept zich graag op de noodzaak antisemitisme te bestrijden. Dat is terecht. Maar ondertussen gebruikt het de fel bekritiseerde IHRA-definitie van antisemitisme om vrijwel elke stevige kritiek op Israël in de verdachtenbank te plaatsen. Het resultaat? Palestijnse stemmen worden verdacht gemaakt, activisten worden gecriminaliseerd, en het publieke debat wordt gemanipuleerd. Het werpt de vraag op: in hoeverre zijn de cijfers van het CIDI betrouwbaar? In hoeverre wordt de antisemitismemonitor een instrument om tegenstanders van de staat Israël monddood te maken?

Amsterdam, die vreselijk antisemitische stad

Wat een belachelijke rel nu weer over ”antisemitische incidenten” in Amsterdam. Hooligans, of misschien gewoon doorsnee Israëli’s, fans van Maccabi Tel Aviv, gaan op een nacht door de stad, trekken Palestijnse vlaggen van gevels. mishandelen een taxichauffeur (zag hij eruit als een Arabier? Of was hij wellicht inderdaad een Arabier?), zongen liederen van ”Er zijn geen scholen in Gaza want er zijn geen kinderen meer”, dansten en zongen met Israëlische vlaggen op de Dam dat het Israëlische leger onoverwinnelijk is, maakten de volgende dag lawaai toen tijdens de wedstrijd met Ajax een minuut stilte werd gehouden en gingen daarna met hun sloopwerk verder… tot een kleine menigte Amsterdammers achter hen aan kwam.

En o wee, of moeten we zeggen oi w’awoi, wat waren ze toen ineens slachtoffer. Slachtoffer van verschrikkelijke antisemitische uitwassen, En dat net toen deftig Joods Amsterdam de Kristallnacht aan het herdenken was, het begin van de Jodenvervolgingen van de nazi’s, Een herhaling van de Kristallnacht werd er geroepen! Dat dit opnieuw in Europa mogelijk was!!

Netanyahu sloeg in de vroege ochtend alarm. Dat was te verwachten, dat past bij hem. Dat de gloednieuwe minister van Buitenlande Zaken Gideon Sa’ar naar Nederland komt om erover te praten past ook in het plaatje. Israël laat geen kansen liggen om te blijven benadrukken dat Joden overal en altijd slachtoffer zijn. Zelfs al is het land volop bezig een gigantische genocide te plegen in Gaza en Libanon weer eens volop af te straffen voor het bestaan van Hezbollah, ze blijven altijd het slachtoffer. Ze moeten ook hun reputatie hooghouden dat ze ”het recht hebben zichzelf te verdedigen”, een recht dat blijkbaar het recht geeft om iedereen en alles ervan langs te geven, en eventueel te vernietigen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Woordenboeken als wapens voor de rechter

Er zijn vermoedelijk geen woorden waarover zoveel is geschreven als over Jood. Althans, dat meent Ewoud Sanders, en als er iemand is die dat weten kan, is hij dat – de Nederlandse historicus die het allermeest weet over taal.

Sanders is zelf ook al heel lang bezig geweest met het onderwerp. Twintig jaar geleden deed hij al onderzoek naar ‘het beeld van Joden in de Nederlandse taal, hij wilde er zelfs op promoveren. Er waren toen overigens allerlei problemen – het Meertens Instituut in Amsterdam wilde zijn netwerk van informanten liever niet met dit gevoelige onderwerp confronteren – en het onderzoek sneeuwde een beetje onder. Hij promoveerde uiteindelijk op een in de verte verwant onderwerp: kinderverhalen over jodenbekeringen. Maar de vraag wat voor beeld er nu precies opduikt van de Nederlandse kijk op joden als je naar de gebezigde taal kijkt, bleef hem bezighouden.

En nu, in tijden waar het antisemitisme weer zoveel reëler is, nam hij het toch weer op.

Dat is volkomen terecht, want er blijkt heel veel over te vertellen. De methode Sanders is dat je door de geschiedenis heengaat en onderzoekt in wat voor samenstellingen (jodenkoek, jodenstreek), uitdrukkingen (twee joden weten wat een bril kost) en plaatsaanduidingen (Jeudenhoek) het woord voorkomt, om zo te achterhalen wat voor beeld erop duikt. Eerder paste hij dat toe op het n-woord, en in dit geval werkt het even goed.

Over antisemitisme: Herman Brusselmans en Arnon Grunberg, Theo van Gogh en Leon de Winter

LONGREAD - Biograaf Jaap Cohen noemt een hoofdstuk in De Bolle Gogh ‘De eeuwige antisemiet’. Het etiket plakte Leon de Winter bijna 40 jaar geleden op Theo van Gogh, na diepgaande kwetsingen. Deze maand uitte Herman Brusselmans een gewelddadige fantasie over “iedere Jood”, een bekende landgenoot gebruikt de term “Gazacaust”. (Dit artikel verscheen eerder bij Netkwesties.)

Samenvatting:

De affaire-Brusselmans wordt hieronder in detail uit de doeken gedaan, juridisch en inhoudelijk, inclusief commentaren van columnisten met steun aan de reactie van Arnon Grunberg en/of aan de Humo-hoofdredactie. Vervolgens stap ik over naar (de biografie van) Theo van Gogh die eerst Joden zoals Leon de Winter en vervolgens de Islam intens kwetsend op de korrel nam. In hoeverre was hij antisemiet en/of dom en vervelend? Tenslotte volgt een uiteenzetting over antisemitisme, met definities, Amerikaanse wetgeving en debat en uitingen van/over Leon de Winter, Jessica Durlacher en de familie Moszkowicz.

Een harde conclusie ontbreekt, hooguit een pleidooi om te onderscheiden van wat je mag en wat je kunt zeggen onder de noemer ‘vrijheid van meningsuiting’. Voor elke uiting, zender en ontvanger en context verschillen de grenzen. Kwesties als deze lenen zich dus beter voor het open debat met erkenning van verschillende standpunten en uitkomsten dan voor rechtszaken. Wellicht kinderlijk uitgedrukt, maar zijn Brusselmans en Van Gogh niet ‘gewoon’ dom/stom?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Jos van Zetten (cc)

Het wordt tijd om eindelijk eens kritiek op Israël te gaan onderscheiden van antisemitisme

OPINIE - Ach antisemitisme. Harry van Bommel, Kamerlid voor de SP, liep in 2009 mee in een mars die werd gehouden om te protesteren tegen de Israëlische inval van dat jaar in Gaza,. Hij liep gearmd met Gretta Duisenberg en ze riepen ”Intifada, intifada, Palestina vrij”. Een videofilmpje daarvan verscheen op tv en in een talkshow krabbelde Van Bommel een beetje terug. Maar de volgende dag was er in dezelfde talkshow hetzelfde filmpje en werd hij volledig afgebrand. Onbekenden achter Van Bommel en Duisenberg riepen daarin opeens ”Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas!” Ik had een groot deel van de mars meegelopen en geen enkele keer ”Hamas Hamas” gehoord. Ik sprak erover met anderen de hele tocht hadden meegelopen. Die hadden ook niets gehoord. Korte tijd later sprak ik Job Cohen, de toenmalige burgemeester, die zei dat de politie die de hele route  de gaten had gehouden ook geen melding had gemaakt van ”Hamas, Hamas”. Volgens Cohen was het mogelijk dat de video achteraf was ingedubt.

In de jaren die volgden waren er steeds nieuwe gevallen van hetzelfde heftige antisemitisme, die vaak naar buiten kwamen via de Telegraaf. In 2014 stond Fatima Elatik volkomen onwetend op een foto van een Israëlische vlag die werd gecombineerd met een hakenkruis.  Het beeld was ongeveer tien  minuten te zien voordat het werd weggehaald. Maar voor een foto in de krant van wakker Nederland was dat lang genoeg. Niet lang geleden, in 2021 of ’22, werd het toenmalige Kamerlid Kauthar Bouchallikht ermee geconfronteerd dat ze op dezelfde foto had gestaan. Het is nooit achterhaald wie verantwoordelijk was voor het plaatje. Zou het kunnen dat er eenzelfde geschiedenis aan verbonden is als destijds bij Van Bommels ”Hamas Hamas”?

Foto: Roel Wijnants (cc)

De lange arm van Israël

COLUMN - Lodewijk Asscher vindt dat een cartoon van Jos Collignon in De Volkskrant over het antisemitisme in Nederland te ver gaat. De tekening laat een lange arm met davidster zien en een dikke duim met de tekst ‘O-ver-al herlevend antisemitisme’ naast een tv die beelden van Gaza vertoont met daarboven de tekst ‘2 weken onschuldigen bombarderen, 10.000 doden waarionder 4000 kinderen. Asscher schrijft niet terug te willen vallen in oude angsten van zijn familie: ‘Als mijn krant, de Volkskrant, op de dag van de herdenking van de Kristallnacht een spotprent plaatst met de boodschap dat de Joden het antisemitisme zelf verzinnen als onderdeel van de zogenaamde ‘lange arm’ van Israël, dan is een grens bereikt.’

Asscher verwijst naar een bericht in Het Parool waarin staat dat het CIDI een toename van antisemitische incidenten heeft geconstateerd van 818% sinds het begin van de oorlog tussen Israël en Hamas. Op de website van het CIDI staan enkele pijnlijke voorbeelden. Het CIDI heeft in tien niet nader genoemde gevallen aangifte gedaan, maar geeft verder geen details.’Hoewel we tijdens eerdere conflictperiodes een stijging zagen in het aantal antisemitische incidenten was deze nooit eerder zo significant als nu.’ Kritiek op Israël zou niet meegenomen zijn bij het registreren van de incidenten.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Volgende