Een kort berichtje van het soort waaraan we gewend zouden moeten raken: een aanslag op een godshuis, één dode. Het is elke keer weer hetzelfde nieuws, alleen de details zijn uitwisselbaar. Dit keer was het een sji’itische moskee in Brussel en de verdachte een soennitische fundamentalist. In januari kregen kerken extra bescherming. Daarvoor was een synagoge in Amersfoort het doelwit. Het verbaast me allang niet meer.
Ik zou er dus aan gewend moeten raken, maar die aanpassing aan de politieke werkelijkheid wil nog niet vlotten. Dat geldt niet alleen voor religieus geweld. Ik ben steeds opnieuw geschokt als ik lees over pedofiliezaken, over het gemak waarmee politici wetenschappelijke inzichten aan hun laars lappen of over het cynisme waarmee onze bestuurders hun persoonlijk belang plaatsen boven het gemeenschapsbelang. (Een blogstukje waarin ik Rutte’s buiging naar de SGP vergeleek met Sarkozy’s opportunistische opmerkingen over Schengen, schoot er dit weekend bij in.) Ik verbaas me niet om wat gebeurt, maar wel over het feit dat het almaar niet went.
Daar wijdde ik een tweet aan. Mijn beste vriend twitterde de vraag terug of ik geschokter was om een aanslag op een godshuis dan als de bom was geworpen naar een belastingkantoor. Goeie vraag. De Occupy-beweging benut een beeldentaal ontleend aan een stripverhaal waarin een parlementsgebouw wordt opgeblazen, en als iemand me zou zeggen dat hij er niet gerust op is dat Occupy zich tot maskerades zal blijven beperken, kan ik alleen erkennen dat hij een respectabel standpunt inneemt.
Toch denk ik dat de overheidsgebouwen veilig zijn. Iedereen moppert op de belastingdienst, maar het gemopper is betrekkelijk goedmoedig, zoals in “Wat heb je tegen ambtenaren? Ze dóen toch niks?” Ik heb ook niet het idee dat de spot met ambtenaren de laatste tijd venijniger is geworden, al zou ik niet weten hoe ik dit kan bewijzen. Kortom, ik zie geen escalatie.