Closing Time | The Silence
Het laatste nummer van het meest recente album van The Machester Orchestra; A Black Mile to the Surface. De band werd opgericht in 2004 in Atlanta en heeft al redelijk wat wisselingen gehad in de personele bezetting.
De dagelijkse afsluiter met muziek en heel soms wat anders
Het laatste nummer van het meest recente album van The Machester Orchestra; A Black Mile to the Surface. De band werd opgericht in 2004 in Atlanta en heeft al redelijk wat wisselingen gehad in de personele bezetting.
Zeg je Bettie Serveert dan zeg je waarschijnlijk gelijk Palomine, zowel de debuutplaat uit 1992, als het titelnummer met die inmiddels klassieke gitaarsolo en die droeve tekst: and now the sun will allways shine on this pall o’mine. Maar er is gelukkig meer moois van Bettie: Heaven, van de plaat Dust Bunnies uit 1997. Een vrolijke dansbare song, ruimtelijk geluid, rammelende gitaar, ritselende drums, galm, raadselachtige, grappige tekst en perfect gezongen – het is er allemaal, daar in Heaven.
Zat ik laatst in een snackbar een broodje te eten, hoorde ik ‘Crazy Horses’ van de Osmonds op de radio. Ineens was ik weer even een jongetje van zeven op een lagere school in een Apeldoornse nieuwbouwwijk. Ik heb later nog weleens gelezen dat de Osmonds destijds een ware manie hebben ontketend. Dat is destijds langs me heengegaan, maar nu ik het exuberante clipje zie, denk ik dat ik er iets van snap. Je kunt van de muziek denken wat je wilt, maar het enthousiasme spat er vanaf.
R.I.P Eddie. Een invloedrijk gitarist van een grote rockband is heengegaan.
Warlock was in de jaren 80 de band van de ‘koningin van de heavy metal’ Doro Pesch. Inmiddels doen sommige dingen (zeg: kapsels, de videoclip, misschien zelfs de muziek) een tikje gedateerd aan, maar fuck dat. Niets mis met een beetje gedateerd.
Ik maakte voor het eerst kennis met de stem (en de verschijning) van Shannon Shaw toen ik ergens op internet het clipje The Boy van Shannon & the Clams zag. Ik heb die cd gekocht en dat werd daarna de plaat die ik in 2018 het meest gedraaid heb. Dus toen ik las dat Shannon een soloplaat, In Nashville, had gemaakt, weer dat historiserende geluid: retro, sixties, fifties, Phil Spector, Motown, country, romantiek, kitsch – alles zit erin, was ik erg benieuwd. Misschien is het niet waar, maar de moeder van Shannon schijnt haar auto verkocht te hebben om deze plaat van haar dochter te financieren.
De alternatieve rock en grunge van de jaren 90 heb ik grotendeels overgeslagen. Naar mijn onbescheiden mening: te veel bands met enkele goede nummers als vlag op een modderschuit van heel veel saaiheid. Wat dus niet wil zeggen dat er leuke dingen zijn uitgebracht. Drain STH’s “I Don’t Mind” was een bescheiden hitje bij alternatieve muziekprogramma’s, en is nog steeds goed te pruimen.
Mark Everett, de zanger en componist van Eels, zat op een zomeravond met een sigaar in zijn tuin, hij keek naar de sterren. Zijn gedachten gingen over zijn band, de concerten, de toekomst – en ineens had hij het: hij wilde nu niet weer op tournee met Eels in de bekende popgroep samenstelling, bandje op tournee, maar wat als het Eels repertoire op het podium nou ‘ns vertolkt werd door een snarenkwartet? Wat als er nou een violiste, een celliste, een staande bas en mandolinespeelster op het podium stonden? Uiteraard gestoken in mooie kleding. En hij daartussen in driedelig pak, wandelstok sigaar een frivool staande asbak? En dat is wat er gebeurd is. Eels with strings, live at Town Hall is een cd met 29 Eels-songs, en een dvd van die concertregistratie. En het was, bedankt nog Mark, heerlijk om een concert van die tour mee te maken.
Marc Rebillet nam het motto ‘Play that funky music, white boy‘ iets te serieus, geloof ik.
Dinsdag 29 september overleed de Amerikaanse songwriter Mac Davis. In 1969 had Elvis Presley een grote hit met het door Davis geschreven In the Ghetto. Maar hier bij Closing Time hebben we gekozen voor het ook door Davis geschreven A Little Less Conversation, dat een hit was voor Elvis in 1968. Het Nederlandse Junkie XL had hier weer een hit mee in 2002.
Een paar jaar geleden wees ik al eens op de bizarre muziekfilm ‘True Stories’ van David Byrne (Talking Heads). Hier een fragment met de legendarische Roebuck ‘Pops’ Staples van de Staple Singers in de rol van voodoopriester.