Ambtenaar mag toegang woning eisen
Ambtenaar mag toegang woning eisen
Of u even uw privacy opgeeft.
Ambtenaar mag toegang woning eisen
Of u even uw privacy opgeeft.
Dat het huidige kabinet graag een kijkje achter de voordeur neemt is weinig nieuws. Dat het miljoenen Nederlanders aan controlebezoeken wil onderschikken is dat wel. Volgens een wetsvoorstel dat in behandeling is bij de Tweede Kamer moeten uitkeringstrekkers ambtenaren voortaan de woning binnenlaten, zelfs wanneer zij niet van fraude of enig misdrijf worden verdacht.
De regeling gaat niet slechts op voor bijstandsgerechtigden; ook weduwen en weduwnaren, wezen, arbeidsongeschikten en gepensioneerden vallen onder de wet alsmede de kinderbijslag. Wordt de ambtenaar toegang geweigerd dan mag de kinderbijslag zonder slag of stoot worden ingehouden. De overige uitkeringen worden in zo een geval nog slechts voor de helft uitgekeerd. Gemeenten, de Sociale Verzekeringsbank en het UWV mogen zelf bepalen wanneer zij toegang tot iemands woning wensen. Er komt geen gerechtelijke instantie aan te pas.
Het kabinet acht de wet noodzakelijk om “het draagvlak van sociale voorzieningen” onder de samenleving te behouden. Er moet een “preventieve werking” van uitgaan. De regering verwacht dan ook niet meer fraudeurs op te sporen. Immers, in geval van verdenking mogen ambtenaren reeds over de vloer komen.
Vanzelfsprekend zou een wet als deze een grove inbreuk betekenen op het huisrecht en de privacy van burgers om maar te zwijgen van het totalitaire karakter van enige regelgeving die burgers bij voorbaat als verdachten behandeld.
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft. Dit is het zevende deel in een serie van acht. Lees ook deel 1, deel 2, deel 3, deel 4, deel 5 en deel 6.

De belangrijkste manier om onderscheid te maken tussen grote groepen kinderen is het gebruik van risicoprofielen, die in de afgelopen afleveringen al vaak voorbij zijn gekomen. Een risicoprofiel is een verzameling van karakteristieken of factoren van een kind en zijn omgeving die de ontwikkeling van het kind kunnen bedreigen. Een profiel geeft een waarschijnlijkheid aan dat iets gebeurt en vindt zijn oorsprong in de statistiek. Het kind of gezin dat het meest extreme profiel heeft, krijgt vaak voorrang in de hulpverlening.
Daarnaast worden profielen in toenemende mate gebruikt om een voorspelling te doen. Een profiel geeft vaak een kans aan dat problemen zich gaan openbaren. Ook al lijkt alles nu nog koek en ei. Om te voorkomen dat uit de kiem van een probleem een probleemjongere groeit, kan nu alvast worden ingegrepen. Hoe hoger het risico, hoe groter de kans op problemen en hoe sneller en rigoureuzer er ingrepen wordt.
Luister hier de podcast, of download die bij iTunes.
Iedereen die wel eens een krant leest of naar een serieus programma kijkt, weet dat beleid niet alleen rust op Dat Wat Juist Is. Beleid wordt gevormd door beïnvloeding van verschillende belanghebbenden. Politieke partijen kijken ook naar politieke winst. Maatschappelijke organisaties behartigen de belangen van hun achterban. Burgers, die van zichzelf. En het bedrijfsleven probeert natuurlijk ook goed voor zichzelf te zorgen. Dit proces van beïnvloeding noemen we lobbyen en daar is op zich niet zo heel veel mis mee, zolang het maar transparant gebeurt.
Daarom is het jammer dat de media zo tekortschieten in de berichtgeving over Brussel, de lobbyhoofdstad van de wereld. Onder de publieke radar wordt daar namelijk hard gewerkt aan het uitvouwen van een security industrial complex. En dat zijn niet mijn woorden, maar die van de industrie zelf.
Onlangs werd een rapport vrijgegeven door de European Organisation for Security, waar alle grote techniek-, defensie-, ICT- en securitybedrijven lid van zijn (vertegenwoordigen bedrijven met in totaal 2 miljoen werknemers). Het is een position paper, waarmee de lobby het Europese beleid op het gebied van veiligheid wil beïnvloeden.
Enkele hoofdpunten zijn:
“Security is a relatively new market sector which needs stronger support through the definition and development of a comprehensive and sustainable European model for security with a specific industrial policy which will help to make security a strategic sector for Europe. A ‘security industrial policy’ would differ from a ‘defence industrial policy’ on several aspects, including different market structure and dynamics, different market maturity, customer fragmentation, acceptability of industries addressing only the civilian market etc. Yet, these two policies also have several elements in common, like dual technologies, confidentiality issues etc.”
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft.

Het NRC Handelsblad had gisteren het volgende bericht (helaas niet online):
De politie wil met mobiele wapendetectoren werken. Handig bij voetbalwedstrijden of bij de ingang van een winkelcentrum.
Uit het onderzoeksvoorstel voor de ontwikkeling van de wapendetector waarmee de politie momenteel universiteiten, onderzoeksinstellingen en bedrijven benadert, blijkt dat ook wordt gedacht aan gebruik buiten gebieden die zijn aangewezen als preventief fouilleergebied. “De urgentie is hoog. De dreigings- situatie op straat blijft groot. (…) Alleen preventieve fouilleermogelijkheid is een te beperkt middel,” zo staat in het voorstel dat onder meer door de Rotterdamse politie is opgesteld. Dankzij een detector weet de politie direct wie er wel en wie er niet nader moet worden onderzocht. In het voorstel worden scenario’s genoemd waarin burgers ? al of niet op de hoogte gesteld ? op afstand worden doorgelicht.
De wapendetector kan volgens de politie ook worden ingezet bij grote evenementen als voetbalwedstrijden, bij het doorzoeken van auto’s en bij de in- en uitgang van het openbaar vervoer en winkelcentra. Bij die laatste twee categorieën geldt “dat de mensenmassa ongemerkt snel wordt gescand op verborgen wapens.”
In de Tweede Kamer zijn in ieder geval het CDA, de PvdA en de VVD positief over invoering. “Het fouilleren van mensen is veel kwalijker voor de privacy dan het gebruik van een detector. Bovendien kost fouilleren veel meer tijd,” zegt Sybrand van Haersma Buma (CDA). Ton Heerts van de PvdA vindt dat er een debat moet komen over de vraag wat belastender is voor de privacy: visitatie van het lichaam, of detectie op afstand. “?Maar de PvdA vindt dat een scanapparaat de voorkeur verdient.” Fred Teeven (VVD) zegt voorstander te zijn van ‘alles wat tijdwinst oplevert voor de politie’, al betwijfelt hij of scannen op afstand minder ten koste van de privacy gaat.
Trouwe bezoekers van Sargasso kunnen de eerstvolgende twee paragrafen overslaan. Wat daar staat heb ik de afgelopen 4 jaar al op verschillende manieren verteld.
Op papier is Nederland een representatieve democratie. Maar een representatieve democratie veronderstelt dat de gekozen leden ongeveer doen wat hun kiezers van ze verwacht. In Nederland is dit echter nauwelijks te controleren. Dus is iedere volgende verkiezing in feite een farce. Kiezers baseren hun stem op enkele berichten uit de media en de mooie woorden van de kandidaten, niet op wat de kandidaten of partijen werkelijk doen als ze gekozen zijn. Dat kan namelijk niet, want vrijwel niemand weet dat.
Als u op GroenLinks stemt, weet u dan ook of ze voor alle milieuwetten hebben gestemd en tegen alle liberaliseringen? Als u voor de VVD stemt, weet u dan of de VVD werkelijk voor meer vrijheid voor het individu heeft gestemd en tegen alle betuttelende overheidsmaatregelen? Nee, dat weet u niet. Met uitzondering van enkele thema’s die in de media komen (en zelfs dan nog niet), heeft u geen flauw idee wat ze werkelijk gestemd hebben. Dat kan ook niet. Die honderden, duizenden stemmingen zitten opgeslagen in een ontoegankelijk archaïsch systeem waar slechts een handjevol mensen mee weet om te gaan. En zelfs die mensen hebben niet alle tijd van de wereld om de informatie te ontsluiten.
En dat is en blijft een schande.
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft. Dit is het tweede deel in een serie van acht. Lees ook deel 1, deel 2, deel 3, deel 4 en deel 5.

Van embryo tot arbeidskracht. Het kind wordt gevolgd door een veelvoud aan instellingen die allemaal zeggen het belang van het kind voorop te stellen. Iedereen houdt met de beste bedoelingen een oogje in het zeil: de kraamverzorgende, het consultatiebureau, de peuterleidster, de basis- school, de politieagent, de tandarts, de huisarts en de ambulancebroeder, de eerste hulp posten, de maatschappelijk werker, de jongerenwerker, de leraar in het voortgezet onderwijs, de arbeidsconsulent, de gemeentelijke handhavers. Al die loszittende observaties worden door middel van techniek aan elkaar geknoopt en tot een elektronische lappendeken geweven die het kind thuis, op straat en op school bedekt. Een deken dat ‘niet-pluis vermoedens’ aanvoelt en registreert. En met het kind staat ook het hele gezin onder toezicht. Tot slot wordt in toenemende mate een voorschot genomen op de toekomst en gekeken naar de huidige risicofactoren en de scenario’s die zij in zich zouden bergen.
Luister hier de podcast, of download die bij iTunes.
Download
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft. Dit is het vijfde deel in een serie van acht. Lees ook deel 1, deel 2, deel 3 en deel 4.

Maar Yasmine brengt natuurlijk een groot deel van haar tijd door op school en daar wordt ze vrijwel continu geobserveerd en bemeten. Dat begint al op de peuterspeelzaal met bijvoorbeeld het registratiemodel KIJK! Peuters. Het zou beter een volgmodel kunnen heten. In het programma wordt genoteerd of Yasmine zelfvertrouwen heeft, ze ondernemend is en betrokken is bij de activiteiten van andere kinderen. Daarnaast wordt er naar een aantal risicofactoren gekeken waaronder spel-, spraaktaal- en sociaal-emotionele ontwikkeling. In Zeeland wordt dit model gebruikt om een kwart van de peuters te volgen. De zogenoemde zorgenkinderen. Het vergt wel enorm veel inzet van de begeleiders: per kind drie uur, iedere drie of zes maanden. De gegevens van de kinderen in KIJK! Peuters worden aan de basisschool doorgegeven. De ouders krijgen daarentegen niet zondermeer het dossier te zien, omdat het bedoeld is voor professionals. Ouders die toch inzage willen, krijgen eerst een mondelinge samenvatting. Alleen als ze er echt expliciet om vragen, krijgen ze het dossier te zien. In Zeeland gaat men er ook vanuit dat het dossier naar jeugdzorg kan gaan.
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft. Dit is het tweede deel in een serie van acht. Lees ook deel 1, deel 2 en deel 3.

Yasmine is inmiddels oud genoeg om alleen buiten te spelen. Ze woont nog steeds in Spangen. Op een dag wordt voor haar neus een autoruit ingetikt. Toevallig is er politie in de buurt. De agent noteert wat er gebeurd is en schrijft ook de naam van Yasmine op, evenals haar adres. Als hij terugkeert op het bureau, maakt hij een proces-verbaal op. Hij opent het programma ProKid en voert Yasmine in. ProKid is een databank van de politie, die in Arnhem is ontwikkeld. Als het aan minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst ligt, wordt het straks in heel Nederland gebruikt. De politie noteert dat er een autokraak is gepleegd, haar naam, waar ze woont en of Yasmine dader, slachtoffer of getuige is. ProKid vergelijkt die informatie met andere databanken en kijkt of Yasmine en haar ouders, broertjes en zusjes vaker in de politiesystemen opduiken.
Luister hier de podcast, of download deze op iTunes.
GeenCommentaar heeft altijd ruimte voor gastloggers. Dit stuk is van Dimitri Tokmetzis, een journalist die op zijn weblog over privacy, controle en toezicht in Nederland en daarbuiten schrijft. Dit is het tweede deel in een serie van acht. Lees ook deel 1 en deel 2.

De verwijsindexen zijn in relatieve rust ontwikkeld en opgezet. Dat geldt niet voor het Elektronisch Kind Dossier (EKD) dat van alle jongeren tot 19 jaar gemaakt wordt. Eind 2008 breekt er grote onrust uit als minister Rouvoet de Data Basis Set (.pdf) naar de Tweede Kamer stuurt. Deze dataset is een gestandaardiseerde lijst met medisch relevante vragen en daarmee een blauwdruk voor het EKD. Kamerlid Ineke Dezentjé (VVD) verwoordt het onbehagen van veel mensen door te waarschuwen voor de ‘schaamhaarpolitie‘. In de Data Basis Set staat namelijk een aantal vragen over de schaamhaarontwikkeling bij kinderen. Of sprake is van ‘ongepigmenteerd haar langs de labia (schaamlippen)’, een jongen ‘donkere, gekrulde beharing rond basis penis’ toont, of dat zijn haartjes ‘licht, lang en ongekruld zijn’. Is het relevant om die informatie op te slaan en dan ook nog zo lang, vroegen velen zich af. Het dossier wordt tot het 34ste levensjaar bewaard.
Luister hier de podcast, of download deze op iTunes.