Schoolverlaters kleine MBO’s minder vaak uitkering

ANALYSE - Er circuleert ergens een idee om de bekostiging van mbo-instellingen te koppelen aan het succes op de arbeidsmarkt: ik meen dat ik het las in 2010 al bij de Heroverwegingen, opgesteld door ambtelijke werkgroepen.

Volgens mij is het idee er nog niet door. Maar bij het zien van een nieuwe dataset van DUO, realiseerde ik me dat “open data” niet neutraal of waardenvrij zijn. De overheid kan subtiel sturen, met transparantie. 
In het openbare bestand staat per ROC precies aangegeven hoeveel schoolverlaters werk hebben, en hoeveel er een uitkering hebben. Buitengewoon interessant. Omdat er zoveel factoren een rol spelen (o.a. lokale arbeidsmarkt) is het niet helemaal fair om een top-10 weer te geven van de slechtst presterende ROC’s, al is dat wel heel makkelijk te doen.

Ik geef in de grafiek alleen weer bij welke ROC’s geen enkele schoolverlater een uitkering heeft.

En dat levert een mooi plaatje op van veelal kleinere scholen. Het zou me niet verbazen als de kosten per leerling hoger zijn. Maar met een directe koppeling met de arbeidsmarkt en uitkeringen, kunnen bestuurders van deze instellingen wijzen op de totale kosten voor de overheid.

Wellicht zijn de kosten per leerling op een groot ROC lager (vanwege allerlei efficiency voordelen), maar zijn de kosten voor de maatschappij uiteindelijk hoger of even hoog, omdat er meer uitval is en minder succes op de arbeidsmarkt. Het is een hypothese, maar met deze data in de hand, is die discussie in ieder geval te voeren.

DUO, databestand 2010 (14. Werkende schoolverlaters per instelling, domein, opleiding sbb, diploma)
  1. 1

    Ik heb de dataset niet gezien, maar het lijkt me logisch dat de kans op 0 uitkeringen, bij een kleine instelling (relatief weinig schoolverlaters) groter is dan bij een grote instelling.

    Mijn hypothese: Als de “kwaliteit” van schoolverlaters van een groot en klein MBO gelijk is, zou je verwachten dat je bij de kleine MBO’s meer extremere percentages van uitkeringsgerechtigden zou hebben. (Zowel meer als minder) Bij de grotere zou de wet van de grote getallen dit meer naar het gemiddelde moeten gaan.

    Kan iemand met toegang tot de dataset dat verifieren?

  2. 3

    Het valt mij in het grafiekje meteen op dat het verschil tussen het aantal schoolverlaters en het aantal werkenden nogal fluctueert. Aangezien in alle gevallen er sprake is van 0 uitkeringen, wat is er dan met dat verschil (dat nogal kan oplopen, zie bv. Utrecht) gebeurd?

  3. 4

    Ja leuk, die open data, maar ook gevaarlijk als er niet zorgvuldig wordt gekeken en met de juiste middelen wordt gerekend.

    (a) Je moet beginnen met de vraag wat de kwaliteit van de data is, en dan zie je meteen dat er is geschat. Alle getallen zijn immers tientallen. Waarom? Even zoeken en je ziet dat er steekproeven zijn genomen. Kleine ROC’s worden eerder gemist in de steekproeven en komen dus makkelijker op 0. Dat is een bekend effect en daarom zijn uitspraken als “de kleintjes doen het beter / slechter” vrijwel altijd suspect.

    (b) “Kleine mbo’s minder vaak uitkering” is in een model te vertalen: je kijkt per opleiding naar het landelijk percentage * aantal schoolverlaters (met of zonder diploma). Kleine opleidingen moeten dan lager (=beter) scoren, grote hoger. Dan blijkt echter niet zo te zijn, in die lineaire regressie (zo heet dat) scoren de grotere juist gemiddeld lager. En _dus_ zitten er ook bij de slechtst presterende ROC’s relatief te veel kleintjes.

    Kortom: de conclusies @0 zijn helemaal fout.

  4. 5

    @4

    Alle schattingen tientallen? O jee, dat is echt bagger onderzoek wanneer er heel veel scholen zijn waar 0-9 mensen schoolverlaters bijstand krijgen (want scholen hebben nou eenmaal niet miljoenen leerlingen).