Fraude MBO leerlingen raakt kern onderwijs

Mag ik nog even, over de hoax van de NOS over het MBO, inmiddels opgepakt door minister Bussemaker, over “Fraude door MBO studenten”? Jongeren zouden zich inschrijven op een MBO en dan wel een beurs aanvragen, maar helemaal nooit naar school gaan. Fraude met gratis geld Fraude met “gratis geld”? Kent de overheid zijn eigen campagneleuzen niet meer? Lenen kóst geld, weet je nog. MBO studenten niveau 3 en 4 moeten namelijk alles terugbetalen als ze niet binnen tien jaar hun diploma halen. (En maximaal 4 jaar daarvan krijg je een beurs) Best moeilijk, om je diploma te halen als je werkelijk nooit naar school gaat. De veel kleinere groep MBO studenten die Niveau 1 of 2 doet dan?

Mbo’ers worden officieel studenten

Minister Ingrid van Engelshoven kondigt aan dat mbo’ers wettelijk ‘studenten’ gaan heten in plaats van ‘deelnemers’. “Deze verandering is geen woordspelletje. De wetswijziging gaat er hopelijk toe leiden dat mbo’ers terecht van dezelfde voordelen kunnen genieten als alle andere studenten”, aldus JOB.

De NOS rapporteerde onlangs over uitsluiting van mbo’ers bij bijvoorbeeld kroegen en clubs, zorgverzekeringen, sportclubs, introductieweken en kamers.

Bestel je boeken bij Bazarow

Bazarow is een verkopende boekensite, waar je ook recensies, nieuws, een agenda en een digitaal magazine kan vinden. Nog niet alles is af, maar veel boeken zijn al te vinden en er komt de komende maanden steeds meer bij.

Het doel van Bazarow is om een site te vormen die evenveel gemak biedt als de online giganten maar die wél teruggeeft aan de boekensector. Tegen roofkapitalisme, en voor teruggeefkapitalisme, bijvoorbeeld door te zorgen dat een flink deel van de opbrengst terug naar de sector gaat en door boekhandels te steunen.

Foto: Eric Heupel (cc)

Wegen naar het leraarschap – mbo

Stel je hebt het plan opgevat om leraar te worden. Hoe wordt je dat dan eigenlijk?

Een simpele vraag, maar het antwoord is dat zeker niet. Ik vroeg een vijftal experts die al meer dan 20 jaar actief zijn op het terrein van lerarenopleidingen om een simpel stroomschema te maken. Het antwoord verbaasde me zeer: enkelen vertelden dat ze zelf wel eens een poging hadden gedaan, maar steevast helemaal vastliepen. Er is géén overzicht en wie dat probeert te maken wordt direct ingehaald door de realiteit.

Ik vroeg naar een stroomschema voor de masteropleidingen: dus hoe kun je een 1e graad halen voor leraar in het voortgezet onderwijs? Welke “Wegen naar het leraarschap” zijn er?

Er zijn twee “hoofdroutes”: via het hbo en via de universiteit. De grootste stroom in het hbo krijgt een 2de graad, met een kleine stroom 1e graders (master). In het wo is het precies andersom: via een educatieve minor kun je daar ook een 2de graad halen.

Maar als je het precies wilt weten, wordt het al gauw heel ingewikkeld. Want met een 2de graadbevoegdheid uit het hbo, kun je niet zomaar doorstromen naar een master op de universiteit om daar een 1e graadbevoegdheid te halen. Veel schoolvakken zijn niet meer als zelfstandig vak te volgen aan een universiteit. En daarbij komt dat faculteiten eisen stellen aan de vakinhoudelijke kennis. Ook de NVAO, Inspectie en examencommissie kijken mee. Conversietabellen, pre-masterprogramma’s, schakelprogramma’s, toetsing van je vooropleiding middels EVC’s, examencommissies… het zijn slechts een paar aspecten die bepalen hoe de weg er uitziet. En dan heb je nog alternatieve trajecten als “Eerst de Klas” en onderwijstraineeships, die ook tot het leraarschap leiden.
Wegen naar het leraarschap mbo

Foto: Remon Rijper (cc)

Vakmanschap: de derde industriële revolutie?

ACHTERGROND - Het Parool berichtte er maandag over: ambachtelijk werken wordt de trend. Op het Amsterdam Maker Festival worden dingen gemaakt: door ambachtslieden die soms met nieuwe technieken als 3D-printers aan de slag gaan: “Het is geweldig als je jongeren kunt inspireren. Dat als ze hier rondlopen en zich misschien gaan afvragen of ze wel jurist willen worden of liever iets met hun handen gaan maken,” zo citeert het Parool de initiatiefnemer. Er wordt zelfs gesproken over de derde industriële revolutie.

De ambachten zouden gemakkelijk het reclame-uithangbord van het mbo kunnen zijn. Dat zijn ze niet of nauwelijks. Het mbo is natuurlijk veel meer dan een nostalgisch ambacht, dat soms maar door een paar beroepsbeoefenaren wordt uitgeoefend. Maar voor de aantrekkelijkheid van de sector, en het brengen van een heldere boodschap, is versimpeling wel zo handig. SOS Vakmanschap heeft dat goed begrepen en de invloed van deze relatief kleine club op het beleid lijkt steeds groter te worden.

De Volkskrant berichtte over de plannen van Bussemaker om het mbo wat op te schudden, en ook iets met de naamgeving te doen. Is 20 jaar na invoering van de WEB helemaal geen slecht idee: nog steeds krijgen mbo-instellingen aan ouders van leerlingen maar moeilijk uitgelegd wat die niveau nu betekenen. De niveau-indelingen, die weinig zeggen, zouden vervangen kunnen worden door nieuwe benamingen als “entree-opleidingen” (niveau 1) en “middelbaar vakonderwijs” (niveau 2 en 3). Alleen niveau 4 wordt dan nog “middelbaar beroepsonderwijs” genoemd.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Waar zouden we zijn zonder (v)mbo?

Ouders zijn doodsbang dat hun kind(eren) naar het VMBO moet(en). Maar als het (V)MBO echt zo slecht is je zou moeten geloven, dan zou je aan mogen nemen dat niets meer functioneert. Of is het toch iets genuanceerder?

(via)

Foto: Eric Heupel (cc)

Schoolverlaters kleine MBO’s minder vaak uitkering

ANALYSE - Er circuleert ergens een idee om de bekostiging van mbo-instellingen te koppelen aan het succes op de arbeidsmarkt: ik meen dat ik het las in 2010 al bij de Heroverwegingen, opgesteld door ambtelijke werkgroepen.

Volgens mij is het idee er nog niet door. Maar bij het zien van een nieuwe dataset van DUO, realiseerde ik me dat “open data” niet neutraal of waardenvrij zijn. De overheid kan subtiel sturen, met transparantie. 
In het openbare bestand staat per ROC precies aangegeven hoeveel schoolverlaters werk hebben, en hoeveel er een uitkering hebben. Buitengewoon interessant. Omdat er zoveel factoren een rol spelen (o.a. lokale arbeidsmarkt) is het niet helemaal fair om een top-10 weer te geven van de slechtst presterende ROC’s, al is dat wel heel makkelijk te doen.

Ik geef in de grafiek alleen weer bij welke ROC’s geen enkele schoolverlater een uitkering heeft.

En dat levert een mooi plaatje op van veelal kleinere scholen. Het zou me niet verbazen als de kosten per leerling hoger zijn. Maar met een directe koppeling met de arbeidsmarkt en uitkeringen, kunnen bestuurders van deze instellingen wijzen op de totale kosten voor de overheid.

Wellicht zijn de kosten per leerling op een groot ROC lager (vanwege allerlei efficiency voordelen), maar zijn de kosten voor de maatschappij uiteindelijk hoger of even hoog, omdat er meer uitval is en minder succes op de arbeidsmarkt. Het is een hypothese, maar met deze data in de hand, is die discussie in ieder geval te voeren.

Foto: jean-louis Zimmermann (cc)

Meer vakmanschap in mbo is impuls onderwijs

ANALYSE - Het Sociaal Cultureel Planbureau bracht een rapport uit over vakmanschap in het mbo. Eerder schreef ik al eens over SOS Vakmanschap, dat aandacht vraagt voor opleidingen die dreigen te verdwijnen. De club is blij met de aandacht van het SCP voor het kleinschalig vakmanschap.

Drie onderwijssectoren stonden centraal in het SCP-rapport: techniek, zorg en de kleine specialistische en creatieve beroepsopleidingen waaronder bijvoorbeeld antiekrestaurateurs, uurwerkmakers en orthopedische technici vallen. Onderwaardering van het (v)mbo en de mede daaruit voortvloeiende tekorten in sommige beroepsgroepen, vormen de aanleiding voor deze verkenning. Uiteindelijk doel van de verkenning was om na te gaan of door meer focus op vakmanschap de aantrekkelijkheid van het mbo zal toenemen. 
De tekorten in de sectoren techniek en zorg zijn onder andere af te leiden uit een tabel met gegevens van ROA, die in het SCP-rapport is opgenomen (hier omgezet in grafiek). Voor de kleine en specialistische beroepen heeft SOS Vakmanschap zelf diverse onderzoeken gedaan. Daaruit ontstaat een veel gedifferentieerder beeld: voor sommige beroepen dreigt een tekort omdat opleidingen ophouden te bestaan (te weinig instroom), bij anderen is de populariteit van de studie veel groter dan de verwachte vraag (bijvoorbeeld make-up artiesten).

Belangrijkste conclusies van het SCP-rapport zijn:

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Het mbo gaat opnieuw op de schop

Want:

Het mbo is nu met vier opleidingsniveaus en een half miljoen studenten een containerbegrip geworden. Er zitten jongeren op met een moeilijke achtergrond zonder afgeronde vooropleiding (niveau 1), maar ook gespecialiseerde vaklieden (niveau 4). Het imago van het mbo is negatief, want dat wordt bepaald door de ‘onderkant’.

Verrassend (want de afgelopen jaren was ‘hervormen’ steeds grof bezuinigen):

De MBO Raad reageert positief op het voorstel van de minister.

Foto: Mike Hiatt (cc)

Feit of fabel: MBO-opleidingen

ACHTERGROND - Jet Bussemaker (PvdA) zei vorige week in Jinek op Zondag: ‘Wat ik wel zie is dat er opleidingen zijn die geen werk bieden of te weinig, waar veel studenten werkloos worden (…) werkloosheidspercentages van rond de 20% in grafische vormgeving, detailhandel, dierverzorging, terwijl we aan de andere kant sectoren hebben waar men zit te springen om mensen met vakkennis, en dus om mbo’ers.  (…) tegelijkertijd constateer ik dat we een enorm versplinterd aantal opleidingen hebben, we hebben 8100 mbo-opleidingen in Nederland.’ 


Dat is een…

 

Werkloosheidspercentage van rond de 20% bij de opleiding dierverzorging. Klopt dit?

Dat ligt eraan wie je betrouwbaarder acht, het ROA, dat is het onderzoeksinstituut naar opleiding en de arbeidsmarkt van de Universiteit van Maastricht of de AOC-raad. Dat is de koepelorganisatie voor agrarische MBO-opleidingen.

Minister Bussemaker baseert zich op de publicatie ‘Arbeidsmarktrelevantie van grote MBO-opleidingen‘ van het ROA. Uit dit onderzoek blijkt dat onder de mensen die de opleiding ‘vakbekwaam medewerker dierverzorging’ hebben afgerond het werkloosheidspercentage 22% is.

De AOC-raad stelt echter vraagtekens bij dit onderzoek van het ROA. Volgens de AOC-raad zijn er maar vijftig respondenten geïnterviewd en is dit is volgens hun te weinig om een representatief beeld te schetsen. Ook verwijst de AOC-raad naar andere onderzoeken waaruit zou blijken dat het werkloosheidspercentage lager ligt.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Woon-werkmobiliteit in mbo-schoolverlaters

ANALYSE - Afgestudeerden in het mbo nemen ten opzichte van afgestudeerden van het hbo en wo eerder een baan dicht bij huis. Gemiddeld is de uitgaande pendel onder gediplomeerde schoolverlaters van het mbo 20%. Eén op de vijf schoolverlaters werkt dus in een andere regio dan waar hij woont.  Een arbeidsmarktregio met veel uitgaande pendel wijst erop dat deze regio voor een belangrijk deel voor een of meer andere regio’s opleidt.

Er zijn grote regionale verschillen. In Zuid-Limburg (6%) en Groot-Amsterdam (9%) wordt het minst gependeld. De grootste pendel is te vinden in Zaanstreek/ Waterland, Midden-Holland en Rivierenland (meer dan 40%). Geringe pendel is deels te verklaren door de beschikbaarheid van banen in de eigen regio, deels door de begrenzing door buurlanden België of Duitsland. 
Bron: ROA (2013). Doelmatigheid mbo in de regio. D. Bertrand-Cloodt, F. Cörvers, S. Dijksman, J. van Thor
Maar de onderzoekers van het ROA gebruiken het cijfer ook om te kijken naar de doelmatigheid van het mbo in de regio. Als een groot deel van de afgestudeerden uit een arbeidsmarkt pendelt, kan dit erop wijzen dat de transitie tussen onderwijs en arbeidsmarkt in die arbeidsmarktregio te wensen overlaat. Afgestudeerden zullen in de regel immers een baan dicht bij huis verkiezen boven een baan in een andere regio. Dit is zeker het geval voor mbo’ers die relatief vaak voor een baan dicht bij huis kiezen.
Volgende