Recensie Zomergasten met Adriaan Geuze

Ik dacht het die middag terwijl wij over de Afsluitdijk reden: de lucht is vaal als keileem. Terwijl ik het dacht, wist ik niet dat de basis van de Afsluitdijk uit keileem bestond. Dat zou ik die avond pas leren, in het laatste fragment van de vierde aflevering van Zomergasten 2015 met landschapsarchitect Adriaan Geuze.

Naar aanleiding van een ander fragment, waarin H.H. ter Balkt een gedicht over een aardappelsorteermachine voorleest, legde Geuze uit hoe kunst zijn werk beïnvloedt. Waar iemand als u en ik het over de overstroming van 1953 hebben, daar heeft H.H. ter Balkt het over een spokende maan. Waar u en ik een aardappelsorteermachine zien, daar ziet H.H. Ter Balkt een levend wezen. Ruysdael en Potter leerden ons de horizon ontdekken en zo het Nederlandse landschap te waarderen. En sinds ik Mijn Vlakke Land van Jacques Brel eens goed beluisterde, zie ik geen grijze hemel meer, maar luchten die vaal als keileem zijn. Een goed kunstenaar leert je anders naar de dingen kijken. 

Eerder die avond toonde Geuze een filmpje waarin de schilderijen van Mondriaan in chronologische volgorde achter elkaar waren gezet, zodat je kon zien hoe hij langzaam maar zeker steeds abstracter werd, eindigend in de rood-geel-blauwe vlakverdelingen. In een tijd dat de ruilverkaveling nog moest plaatsvinden, had Mondriaan het naoorlogse polderlandschap reeds van bovenaf geschilderd. Geuze had tijdens zijn studie in Wageningen een leraar gehad die betoogde dat de indeling van Flevoland gebaseerd was op Mondriaans Bevrijding van het vierkant.

De avond kwam wat moeizaam op gang. En het bleef moeizaam. Er was weinig chemie tussen Wilfried de Jong en Adriaan Geuze, die zich liet kneden als een brok stugge klei. Bijna alle voorzetjes die Wilfried de Jong gaf in een poging nadere uitleg te krijgen, waren fout in de ogen van Geuze. Of het nu ging over de volksaard van de Spanjaarden, het Schouwburgplein in Rotterdam of de onbegrijpelijke lelijkheid van Leidschendorp: als Wilfried de Jong de woorden van Geuze probeerde te interpreteren, dan klopte er niks van. Wat ergens wel vermakelijk was, maar ook vermoeiend. Geuze bleek een paradoxale man. Een compromisloze polderaar, een redelijke radicaal, een anarchist in opdracht, iemand die evenveel van Al Green’s geiligheid houdt als van Mondriaan rechtlijnigheid. En als Wilfried de Jong ergens moeite mee heeft in dit leven, dan is het een gesprekspartner die vol met tegenstrijdigheden zit.

De avond was een pleidooi voor de Hollandse engineerings-traditie, om het in Geuze-taal te zeggen. Hoe de eeuwenlange strijd tegen het water, waarin we beetje bij beetje leerden hoe we het land konden winnen, zijn hoogtepunten kende in projecten als De Afsluitdijk, de Deltawerken en de IJsselmeerpolders. In een tijd dat de Verenigde Staten de prairies van Oklahoma kapot ploegden, ontgonnen wij de Wieringermeerpolder. Maar deze traditie van sober en doelbewust plannen is ergens in de jaren tachtig ingeruild voor een nieuwe traditie waarin alles kan zolang de procedures maar worden doorlopen, met als gevolg dat heel Nederland staat volgebouwd met commerciële centra waarin elke doelmatigheid ontbreekt. Knappe kunstenaar die ons leert daar de poëzie van in te zien. (Leefde Martin Bril nog maar.)

Het is het gevolg van een doorgeschoten redelijkheid, meende Geuze. Hij zag het al in de boeken van Jip en Janneke, die hij dan ook niet aan zijn kinderen had voorgelezen. Echte problemen ontbraken in deze reeks van Annie M.G. Schmidt. En als er al problemen waren, dan werden ze opgelost door iemand anders. Hij zag hierin de voorspelling van de babbelcultuur die in de jaren ’70 de standaard werd. Het was een utopische versimpeling van de werkelijkheid. Tegenover Jip en Janneke plaatste hij Ayaan Hirsi Ali van wie hij een groot fan was. Terwijl Hirsi Ali in haar optredens nu ook weer niet bepaald altijd even goed liet blijken te beseffen hoe ingewikkeld de werkelijkheid in elkaar zit. Maar dat vond hij dan juist weer zo aardig aan haar: terwijl ze keer op keer verraden werd, bleef ze haar eigen weg gaan en doorbrak zij de stugge kaders van het Nederlandse debat.

Geuze’s grote probleem met de Nederlandse cultuur is dat de redelijkheid als uitgangspunt wordt genomen. Terwijl, als je van tevoren weet dat het eindpunt redelijk zou zijn, kun je maar beter iets radicaals als uitgangspunt nemen. Als je dan in het midden eindigt, dan is dat midden een stuk interessanter dan wanneer je start met redelijkheid. Klinkt zo gek nog niet, nu ik het zo opschrijf.

We komen alleen maar verder doordat er mensen zijn die anders denken dan anderen. Hij liet een fragment zien waarin dolfijnen met een staartvin op de bodem van de zee kloppen en zo cirkels van slijk maken, waardoor vissen zich genoodzaakt zien om daar overheen te springen. Waar de dolfijnen vervolgens met open bek staan te wachten, klaar om ze op te vangen. Er is ooit een nerd-dolfijn geweest die dat heeft bedacht.

Maar er zit een keerzijde aan de medaille der vooruitgang. Geuze had uitgerekend dat de kans groot was dat hij in de collegezalen van Hamburg ooit les had gegeven aan Mohammed Atta. Met dezelfde soort kennis waarmee Geuze had nagedacht over de lichtval van het Centraal Station van Rotterdam, had Atta berekend hoe hij met twee vliegtuigen de Twin Towers kon laten neerstorten in het Manhattan waarop Piet Mondriaan naar verluidt zijn allerlaatste schilderij had gebaseerd.

Zoals gezegd eindigde de avond met een fragment over de Afsluitdijk. We zagen hoe het laatste stukje van deze 32 kilometer lange streep werd gedicht met keileem. Naarmate het gat kleiner werd, stroomde het water harder. Een mooiere ode aan de Hollandse traditie van sobere doelbewustheid dan deze film van de radicale communist Joris Ivens kende Geuze niet. De grijpers dichtten het gat met keileem. De zee was bedwongen en eindigde in redelijkheid.

  1. 4

    Leuk was ook dat De Jong Adriaan Geuze vroeg wat hij van die neerstortende brug in Alphen aan de Rijn vond, was immers dagenlang voorpaginanieuws. “Neerstortende brug? In Alphen aan de Rijn, een paar weken terug? Nee, gemist, ik was toen met vakantie”.

  2. 6

    Ik ben het met je verzuchting ‘leefde Martin Bril nog maar’ eens. Maar niet omdezelfde reden. Ik vond zijn proza over de snelwegranden en de industrieterreinen net zo vlak en ongeinspireerd als die gebieden zelf.

  3. 8

    Wat is er aan de hand met Wilfried de Jong? telkens kromme tenen door zijn manier van reageren op Geuze. Geuze is een echte Watergeus en gaat staan voor zijn zaak en steekt er energie in. Dat kan ik erg waarderen. De Jong begrijpt ’t niet helemaal en vind ik te vrijblijvend.

  4. 9

    Ergens halverwege noemde Geuze de pogingen van De Jong zelfs “amateurpsychologie”. Dat was wel lekker (zo van: eindelijk zegt iemand het eens). Vanaf dat moment liep het ook wat beter.

  5. 12

    Zag ook iemand de humor?
    Ik vond Ter Balkt vooral leuk. Geuze was niet boos of gefrustreerd over de verrommeling van ons landschap, maar in paniek.
    Het leek mij ook dat Wilfried de Jong niet goed voorbereid was of slecht overweg kan met de anarchistische speelsheid van professor Adriaan.
    Maar ik heb mij wel geamuseerd. Geuze liet met zijn fragmenten onderwerpen en tegenstellingen zien, die de moeite waard zijn, b.v. dat wij langs de snelwegen in keurige procedures krijgen wat niemand wil hebben. In Frankrijk zie je die verrommeling ook, maar daar is meer ruimte en herneemt de schoonheid van het landschap wel weer wat je even kwijt was.
    Geuze is ook een ingenieur en een aanpasser: ik moest hem vergelijken met Aldo van Eyck, die nog wat diepzinniger en wat principiëler was en daardoor, ondanks zijn immense kwaliteit als ontwerper, vrijwel niets gebouwd heeft. Doorgaans eindigde een schitterend ontwerp in bonje met de opdrachtgever.
    Het is jammer dat Wilfried op dit punt niet even doorvroeg; we komen helemaal niet altijd bij redelijkheid uit, maar bij kleurloos en gemiddeld. Maar Geuze onttrekt zich daar behoorlijk aan, alleen het is nog steeds een raadsel hoe hem dat lukt.

  6. 13

    Ja, met de opmerkingen over het landschap hier dat de Engelsen zeggen over de Nederlanders: no pride and no shame. Aardige omschrijving.

  7. 14

    @12: Volgens mij kwam het erop neer dat Geuze twee dingen accepteert: 1) dat je in het spel met de opdrachtgever zo nu en dan moet acteren en 2) dat het eindresultaat per definitie redelijk is, zodat het zaak is om met iets onredelijks te beginnen.

  8. 15

    @14.

    Hij vertelde dat hij talloze strategieën had voor onderhandelen met opdrachtgevers. Maar zoals bij andere onderwerpen ook wel eens, hij zich hier niet over uit wilde laten. Logisch.

  9. 17

    Ja, Max, dat hoorde ik ook.
    Maar het helpt niet erg bij wat mij puzzelt: dwarse, anarchistisch denkende en begenadigde ontwerpers. Geuze slaagt behoorlijk, heeft een groot kantoor, doceert over de halve wereld, heeft opdrachten. Aldo van Eijk heeft vooral kinderspeelplaatsen gemaakt: het Burgerweeshuis, Estec en het gebouw van de Algemene Rekenkamer zijn wat weinig voor een leven als groot ontwerper.
    Wat is het geheim van Geuze? Lijkt hij anarchist, maar is hij eigenlijk een soort D66-er? Ik weet het niet.

  10. 18

    @17.

    Het woord ‘traditioneel’ of ‘traditie’ kwam zeer vaak langs. Bij zo’n beetje elk onderwerp.

    Het gesprek over anarchistisch ontliep hij door de opmerking ‘amateurpsychologie’, dus hij liet zichzelf niet zien. Hij vond het wel aardig om buiten de bekende kaders te lopen, maar goed, dat is de reden waarom hij goed boert en gevraagd wordt voor zomergasten.