Hoe de parapsychologie de nek werd om gedraaid
RECENSIE - ‘We hebben gewoon geen zin meer in gedonder.’ Aldus decaan Wim Koops van de Utrechtse faculteit Sociale wetenschappen in 2009. Nu zijn faculteiten vanouds broedplaatsen van geroddel, afgunst en kinnesinne – kortom van gedonder, maar waar Koops niets meer mee te maken wilde hebben, was de bijzondere leerstoel voor parapsychologie. Die had een halve eeuw lang alleen maar gedonder gegeven. De vraag is alleen wie daarvoor verantwoordelijk mag worden gehouden.
In ‘Wetenschap van gene zijde’ (de handelsuitgave van haar proefschrift van vorig jaar – een merkwaardige titel overigens) beschrijft Ingrid Kloosterman de geschiedenis van de Nederlandse parapsychologie. Althans, dat is de ondertitel van de handelseditie.
Volgens de inleiding gaat het echter vooral om de vraag ‘hoe we de ontwikkelingsgang van de Nederlandse parapsychologie kunnen begrijpen in relatie tot de ontwikkelingen in de gehele academische psychologie.’ En inderdaad speelt de relatie tussen die twee in het boek de hoofdrol. Maatschappelijke ontwikkelingen worden summier aangestipt; het parapsychologisch onderzoek wordt keurig vermeld maar komt er in wezen bekaaid van af. Lezers op zoek naar spectaculaire verhalen komen dan ook bedrogen uit. In plaats daarvan is er veel aandacht voor de voortdurende strijd rond die ene Utrechtse leerstoel; het ‘gedonder’ van Koops.