COLUMN - Iedere week sturen neerlandici een boek aan Mark Rutte, met een begeleidende brief die uitlegt waarom hij dat boek moet lezen. Deze week een bijdrage van Marc van Oostendorp die het project eerder in deze brief toelichtte.
Geachte heer Rutte,
Dertig jaar geleden heb ik u nooit ontmoet, maar in onze oren galmt soms vast hetzelfde Leidse studentengebral nog na. Ik vermoed dat u niet hebt meegebrald, of in ieder geval niet zo vaak, u was geen lid van het corps, maar wel van de JOVD, en die twee overlapten elkaar. Ik had was geen van beiden lid, maar verzeilde telkens weer in kringen van corpsleden en JOVD’ers, omdat die indertijd nog gezellig waren.
Wanneer ze een paar biertjes op hadden, begonnen de provocaties.
Wim Kok was een communist. Een Brabantse huisgenoot, die ijverig meedronk, had een zachte g en dat verklaarde waarom hij gezakt was voor een tentamen. De broek die ik aanhad was fout, alles wat ik aanhad was trouwens fout, ik was een foute man, misschien wel een homo. De volgende dag stond zo’n jongen dan bij mij op de stoep omdat hij dichter wilde worden en hij wist dat ik gedichten las – of ik eens wilde kijken of het iets was? Of hij kookte een enorme pan erwtensoep voor het hele huis.