In het Noordhollands Dagblad stond enkele dagen geleden een bericht dat mij nu pas bereikt heeft, maar dat ik u niet wil onthouden. Het is, in meerdere betekenissen van dat woord, adembenemend.
Onder de kop “Zorg voor kwetsbare luchtwegpatiënten” worden er in dit bericht twee inwoners van Hoorn geïnterviewd, die gezondheidsproblemen hebben gehad door de rook van houtkachels in hun straat. Een van de twee moest ettelijke keren per dag overgeven. De ander kreeg een ademhalingsprobleem. De buren waren niet te vermurwen. Het ene slachtoffer van de misschien knusse, maar in elk geval giftige houtkacheltjes zag zich gedwongen haar huis te verlaten en bij haar ouders te gaan logeren, de ander moest in de badkamer gaan slapen omdat dit in huis nog de enige plek was waar hij kon ademen.
De burgemeester verloste hen uit hun ellende door de buren het stoken te verbieden. Hij kon dit doen omdat het bouwbesluit van de gemeente Hoorn een artikel 7.3.2 bevat, waarin bepaald wordt dat je met de rook die je produceert de omgeving geen hinder mag aandoen.
Nu, enige tijd later, wil de burgemeester deze bepaling schrappen zodat de stookverboden ongedaan kunnen worden gemaakt. Zijn argument is, blijkens een brief aan de raadsleden die ik op het internet vond, dat hij niet weet wat hij onder hinder moet verstaan.