COLUMN - Waarin Max Molovich samen met zijn zoontje kijkt naar Martha Wainwright die Proserpina zingt, het laatste nummer dat haar moeder Kate McGarrigle schreef.
De dood bestaat nog niet voor mijn zoontje. Er is een verhaal van Dikkie Dik dat hij een tijdje interessant vond. In dat verhaal wil Dikkie Dik met een poes spelen. Maar die poes is al heel oud en een beetje ziek en komt z’n kussen niet af. Dikkie Dik gaat met een andere poes spelen. Als ze terugkomen is de ene poes er niet meer. ‘Poes Mies is dood,’ staat er dan. Ik heb dat zinnetje nog niet kunnen voorlezen. Ik sla het altijd over. Maar mijn zoon begrijpt wel dat er meer aan de hand is.
Laatst had hij zijn speelgoedboormachine in zijn hand. ‘Als je kapot bent, dan doe je het niet meer, hè?’ merkte hij op. Mijn vrouw beaamde dat.
De dood is voor hem nog heel ver weg. Hij weet nog niet wat het is en is er ook nog niet bang voor. Je kan kapot gaan, dat wel. Maar je gaat pas kapot als je heel oud bent.
Wat hem veel meer beangstigt dan de tijd dat hij er niet meer zal zijn, is de tijd die hij er nog niet was. Wij hebben een foto waar mijn vrouw en ik op staan. En hij niet. ‘Waar was ik dan?’ vraagt hij. ‘Je was er nog niet,’ zeg ik. ‘Maar waar dan?’ vraagt hij. Mijn vrouw wijst maar op haar hart. ‘Hier,’ zegt ze. Als ik naar hem kijk, kan ik eigenlijk niet bevatten dat hij er ooit niet was.