Socialisatie is leren aanpassen

OPINIE - Speelplaatsen zijn een onmisbaar instrument bij de socialisatie van peuters. Als je doodschoppen en doodschieten wilt tegengaan, zullen we meer aandacht moeten besteden aan de ontwikkeling van sociale vaardigheden, hulpbetoon, empathie en driftbeheersing.

Hoe maken mensen mensen? Door dat kunstje waar iedereen dol op is, maar dat bedoel  ik niet. Sommige vinden het doodschoppen van een scheidsrechter een normale ontsporing, terwijl anderen het een beschamend drama vinden. Waar komt dat verschil vandaan?

Hebben wij een Marokkanenprobleem? Wilders kletst maar wat in zijn bekende spoor, maar het  is waar dat Marokkanen veel voorkomen in slechte lijstjes. Als er een probleem is heeft dat veel te maken met opvoeding en sociale verhoudingen in gezinnen. Dus de vraag is: hoe socialiseren wij elkaar?

Ik denk dat ruimtelijke condities er veel mee te maken hebben. In de architectuur spreken we van ruimtelijk determinisme als er gedacht wordt dat een bepaalde omgeving leidt tot bepaald gedrag. Zo eenduidig is het niet, maar een bijdrage levert ruimte wel. Ik geloof dat je met goed ontwerpen  gewenst gedrag kunt bevorderen. Als dat eens waar zou zijn?

Ruimte moet ambigu zijn, zegt de socioloog, want door onzekerheid worden mensen voorzichtiger in de omgang met elkaar.  In de jaren zeventig moest de stedelijke ruimte weer worden heroverd op het verkeer. Aldo van Eijck had zich daar al jaren mee bezig gehouden in Amsterdam.  Elk snippertje ruimte werd speelplek gemaakt. Richard Sennett schreef in 2008 over de speelplaatsen van Aldo van Eijck: ‘De architect probeerde fysieke rituelen tussen de spelende kinderen te creëren door grenzen ambigu te maken; kinderen moeten voor hun veiligheid leren hun bewegingen te choreograferen–.’  Vergelijk het met de kapstokken in een school: die moeten achter een plank naar de muur gericht zijn, want stoeiende kinderen zouden zich kunnen bezeren. Onzin, zegt de eigenwijze schoolleider: kinderen moeten leren wat gevaar is en hun gedrag aanpassen.

Het denken van Aldo van Eijck ging de zelfde kant op: hij had gezien hoe kinderen uitgedaagd worden door springstenen. Als de ene is beklommen, moet de hogere worden verkend. Als gespeeld is in het gras, moet de overgang naar de zandbak  overschreden. De ruimte bevat de uitdagingen. Kinderen helpen elkaar daarbij spontaan, troosten elkaar als zij vallen. Aldo van Eijck hoopte dat er dan contact- en waarnemingsceremonieën zouden ontstaan.

Ik zie de onbeheerste jochies bij het schoolhek, die door DWDD worden geinterviewd over de dood van de scheidsrechter. Zij vinden een onbeheerste woedeaanval normaal en begrijpelijk. Maar ze hebben zich wel zo in hun capuchon verstopt dat ze onherkenbaar zijn, dat weer wel. Een beetje vaagheid in opvoeding en socialisatie had ze socialer gemaakt, denk ik. En ook minder op hun hoede.

In de Bijlmermeer kwam bijna geen dubbelzinnige ruimte voor. Alles was bedacht, gepland, monofunctioneel: een woonmachine . Speelplaatsjes werden door Publieke Werken wel aangelegd, een soort citaten van de speelplaatsen van Aldo van Eijck uit de oude stad. Maar door de ruimtelijke opzet van de Bijlmermeer werkte dat niet, zoals in de oude stad. Maar mijn kinderen, die daar speelden, onder moederlijk toezicht, werden er ook niet slechter van.

Maar werkte het in Amsterdam wel zo als Sennett het beschrijft? Ik weet niet of er ooit onderzoek naar gedaan is. Kun je de civiliserende werking van een goede speelplaats op jonge peuters wel onderzoeken? Het lijkt mij niet zo simpel. Maar toch durf ik wel het vermoeden uit te spreken dat wij, met crèches,  ouderwets moederen en kinderspeelplaatsen, onze peuters beter gesocialiseerd hebben dan de kleuters van onze mede-landers. Onze praktijk van kinderopvang, crèches,  moderne kleuterschooltjes en speelplaatsen brengt harmonischer mensen voort.

Denk ik tenminste. En dan schiet een of andere neuroot in Amerika een hele kleuterklas dood. Is het de beschikbaarheid van wapens? Vast belangrijk: maar van meer gewicht is de vraag hoe wij leren omgaan met elkaar en met de emoties in ons.

De Bijlmermeer is opgeknapt, vooral door meer ruimte ambigu te maken. Onzekerheid in sociale zin is goed, omdat het aangepast gedrag vraagt. Stedelijkheid is rekening houden met elkaar. Zit ook hier een probleem? Onze cultuur heeft dominant urbane trekken, maar de Marokkanen hebben vooral een rurale achtergrond.  Ben je dan minder sociaal?

  1. 1

    Sorry Tom, maar ik begrijp niet wat je nou wil zeggen. Stedelijkheid, kinderopvang, ambigue ruimte, onzekerheid en aangepast gedrag…
    Weet je wat ik over mijn kinderen te horen krijg, die niet op de crèche en de kinderopvang zijn geweest en nog al eens beduusd zijn van een of ander assertief van zich afslaand jochie? Dat hun sociaal-emotionele weerbaarheid niet groot genoeg is, met andere woorden: ze bijten niet genoeg van zich af. Kinderopvang creëert geen harmonie, maar een wereld van kinderen die al jong moeten leren zich dat er veel mensen zijn die in principe hun vriendjes niet zijn en hen zelfs belagen. En iedereen zich maar afvragen waar toch die agressie van jonge mensen vandaan komt.
    Ik word ook wel een beetje moe van dat gemier over de Amsterdamse Marokkanen hoor. Eerst wordt me verteld dat ze al generaties in Nederland wonen en dus eigenlijk “Nederlander” zijn, en nu hebben ze volgens jou weer een “rurale achtergrond”. Het enige rurale wat die jongens meekrijgen is het grasveld bij hun flats en op het voetbalveld volgens mij. Misschien komt een enkeling op de kinderboerderij, maar meestal zie ik daar alleen hun moeders en die komen alleen naar de periodieke rommelmarkt. Ze zijn minder ruraal dan menig autochtone bewoner van Amsterdam-West of -Oost die van het platteland in Amsterdam is komen wonen.

  2. 2

    …vooral een rurale achtergrond. Ben je dan minder sociaal?

    Interessante vraag.

    Ik denk dat dat niet zo is, dwz men is niet minder sociaal. Maar doordat er meer ruimte is en lokalere, stabielere, kleinere samenlevingsverbanden is de noodzaak tot veranderen minder groot – minder dynamiek zoals je zelf al opmerkt : Ruimte moet ambigu zijn, zegt de socioloog, want door onzekerheid worden mensen voorzichtiger in de omgang met elkaar..

    En als je niet past in dat kleine groepje, dan vertrek je.
    Naar de stad bij voorkeur. En daar blijken de rurale mensen vaak ineens van een andere ‘stam’ dan de stadsmensen omdat ze het nog moeten leren. Wat ze enthousiast doen en daarom voor zeker drie generaties goed ‘boeren’ in de stad.

    Echte stadsmensen zijn pas echt waardeloos.

    Niks Marokkaans : stad tegen platteland!

  3. 4

    Ze wonen in flatjes en hebben met de verkeerde wipkippen gespeeld, DAAROM gedragen ze zich zo vervelend. Natuurlijk!

  4. 5

    Zou het ontwerp van de ruimte inderdaad zo sterk van invloed zijn op ons gedrag en de socialisatie van kinderen?
    Ik kom nog uit een tijd dat we ‘gewoon’ buiten speelden en niet iedere vierkante centimeter openbare ruimte was gepland, ontworpen en vastgelegd volgens protocollen, veiligheidsnormen waaraan wipkippen moesten voldoen en wat dies meer zij.
    Als er ergens gebouwd werd (en dat was nogal veel, want de woningnood moest bestreden), dan speelden wij ’s avonds en in het weekeind op die bouwterreinen. Die werden namelijk nog niet hermetisch afgesloten omdat anders de hele boel weggejat werd.
    Ambigue ruimte? Vast wel. Spannend ook in ieder geval. Ik kan mij niet herinneren dat één van mijn speelkameraadjes ooit ergens uit- of ingevallen is. Als kind ben je je best wel bewust van wat gevaarlijk is en waar extra voorzichtigheid is geboden.
    Althans, dat sprak vanzelf. Maar misschien waren we ook niet zo beïnvloed en doortrokken door films en games waarin de indruk van onaantastbaarheid en onsterfelijkheid werd gewekt en onze speelkameraadjes alleen virtueel waren.
    Wat ik maar zeggen wil: socialiseren deden wij spelenderwijs.

    Al weer geruime tijd geleden schreef Margriet Oostveen in NRC-Handelsblad de serie ‘In Washington’. Zij schreef daarin over de school van haar kinderen in de suburb Bethesda, net buiten D.C. Ik herinner me nog een stukje dat ik kenmerkend vond voor deze tijd: het kwam namelijk regelmatig voor dat de directrice van deze school de pauze afgelaste.
    Reden? Er was te weinig toezicht op het schoolplein.
    Er was echter ook een dieperliggende reden: volgens de directrice waren er namelijk steeds meer kinderen die zelf niet meer wisten hoe ze moesten spelen. In de virtuele wereld van de computerspellen konden ze alles, maar in de echte wereld gingen nogal wat kinderen kopje onder op het plein.
    Kinderen viellen elkaar lastig, omdat wie niet geleerd heeft te spelen, ook niet weet hoe je ruzie maakt: ‘Wie opgroeit in een volwassen wereld van winners of losers heeft geen ruzie, maar hoogoplopende conflicten. Die los je niet op, maar vecht je uit tot je wint of verliest’.
    Socialiseren is dus niet alleen een zaak van de al dan niet ambigue ruimte van de aangeharkte kinderreservaten die speelplaatsen tegenwoordig zijn, maar ook van wat ik maar de ‘geestelijke ruimte’ noem: de cultuur, de techniek en de psychosociale setting van de tijd.

  5. 6

    Het klinkt flauw als ik zeg dat ik u deelgenoot maak van mijn verwarde gedachten, ik geef het toe. Maar ik hoopte op enkele spannende reacties.
    Het probleem begon bij de schoppende pubers, die een brave huisvader doodschopten. Dan probeer je te bedenken hoe dat mogelijk is en hoe vroeger driften werden gekanaliseerd.
    Wat ik probeer is verbindingen te maken met dingen waar ik iets over weet: de dubbelzinnigheid van het sociale leven en de behoedzaamheid, die je daardoor ontwikkelt.
    Over het algemeen is het rurale leven niet dubbelzinnig: daardoor krijg je een sociaal keurslijf. Kan dat zich cultureel voortplanten? Zijn de autoritaire verhoudingen in migrantengezinnen een restant van rurale geschiedenis?
    Eerlijk, ik weet het niet. Maar als elke voetbalbobo en minister roept dat we het met zijn allen moeten bedenken, probeer ik maar eens even mee te doen. De spot over de wipkip mag, hoor. Maar ik ben blij met de serieuze overwegingen. Het beheersen van geweld is een serieuze zaak.
    Kan iemand zich het gemoed voorstellen van een dwaas, die elf kogels in een kind van 6 jaar schiet? Het is weer een stap verder dan iemand schoppen tot hij niet meer beweegt. Maar het puzzelt me. Ruimtelijke condities veroorzaken niets, maar hebben wel betekenis. Zoals het hebben van wapens…

  6. 7

    @6: Ik weet niet in hoeverre vroeger driften gekanaliseerd werden. Misschien was er meer overeenstemming over bepaalde normen in het sociale verkeer die de meeste individuen niet waagden te overtreden (omdat er ook meer sociale controle was?). Maar misschien voelde vroeger ook niet ieder individu zo sterk de behoefte een origineel, geïndividualiseerd, uniek, assertief en bovenal autonoom schepsel te zijn die zelf wel bepaalt wat de regels van het spel zijn.
    Kortom: de atomisering van de samenleving en de toenemende anonimiteit in die samenleving (waar geen sociale media tegenop kunnen) maken het socialisatieproces misschien wel zoveel moeilijker.
    Daarbij komt wellicht het gegeven dat de openbare ruimte steeds minder als gemeenschappelijke ruimte ervaren wordt, maar als een ruimte waar het individu zichzelf tentoonstelt als het bovengenoemde autonome schepsel die maar één ding verlangt: respect!
    Maar misschien zie ik het wel iets te ongenuanceerd. Vandaar ook mijn veelvuldig gebruik van ‘misschien’…

  7. 8

    Ik zeg nieuw urbanisme. De menselijke maat moet terug in de architectuur en stadsplanning. Dat modernistische wijken een slecht effect hebben op de bewoners is inmiddels wel duidelijk geworden.

  8. 10

    Interessant stuk.

    De poging om moraliteit aan architectuur doet denken aan architectuurstijlen uit het begin van de twintigste eeuw, die arbeiders wilden verheffen. Ik heb me altijd afgevraagd hoe een architectuurstijl (boompje hier, ornament daar etc.) tot verheffing van arbeiders of -ja- socialisering van ‘Marokkanen’. (Waarbij ‘Marokkanen’ staat voor elke gegeneraliseerde groep herrieschoppende pubers en adolescenten van allochtone achtergrond die de lezer erin zou menen te herkennen.) Desalniettemin zal ik geen wipkip-opmerking plaatsen, omdat ik simpelweg niet weet welke invloed architectuur heeft.

    Wel deel ik de mening dat de notie van onveiligheid ook een onderdeel is van de opvoeding. Misstappen maken hoort bij het leven en is niet erg, je moet wel weten wanneer je een misstap kan/mag maken. Een misstap voor de drempel, waardoor je struikelt, zorgt voor een zere/blauwe plek. Een misstap op de trap levert je (minstens) meerdere blauwe plekken op. Een misstap van de rand van een hoog gebouw en je bent dood. Ambiguïteit is dan belangrijk.

    Daarentegen: een goed ontwerp is niet ambigu: het doet wat het hoort te doen en de makkelijkste manier om dat ontwerp te gebruiken moet ook de meest voor de hand liggende zijn. Een goed ontwerp heeft ook inspraak van de gebruikers, maar wat doe je als die nog niet geboren zijn? Een ontwerp heeft ook een doel. Welk doel heeft een woonwijk? Ga dit voor jezelf af en er blijkt dat er niet zoiets is als een goed ontwerp voor een woonwijk, omdat het ambigu is, omdat er gebruikers komen die er nog niet waren (en die dus geen inspraak hebben gehad) en omdat mensen verschillende en ook conflicterende doelen in gedachten hebben voor een woonwijk. Dat maakt het des te nobeler als je gedrag wil veranderen via architectuur.

  9. 11

    TD. ‘Hebben wij een Marokkanenprobleem? Wilders kletst maar wat in zijn bekende spoor, maar het is waar dat Marokkanen veel voorkomen in slechte lijstjes’.

    Wie kletst hier? Eigenlijk?

    En wat de opvoeding van Marrokanen betreft, die worden of zijn al opgevoed. ’t Is alleen een andere opvoeding! Dat we die hier niet lusten, hadden we eerder kunnen & moeten bedenken.

    Ze dan via speeltuinen te willen gaan heropvoeden, ik moet ver in mijn geheugen teruggrijpen om er een infantilisme van dit formaat uit op te vissen.

  10. 12

    “De Bijlmermeer is opgeknapt door meer ruimte ambigu te maken. Onzekerheid in sociale zin is goed, omdat het aangepast gedrag vraagt. Stedelijkheid is rekening houden met elkaar.”
    De Bijlmer verandering is vooral minder grootschalige, dus minder stedelijk. Blijkbaar minder aangepast gedrag. Heel vreemd.

  11. 13

    De Bijlmer levert altijd onhandige voorbeelden op – over alle onderwerpen – omdat er geen duidelijk onderscheid meer kan worden gemaakt tussen de Bijlmer en Amsterdam Zuidoost. Zo worden de schietpartijen in Zuidoost achteraf geassocieerd met de Bijlmer.