COLUMN - Prostitutie is flink aan banden gelegd. De tippelzones zijn gesloten, veel ramen op en rond de Wallen zijn dicht, raamverhuurders moeten intakegesprekken houden met de sekswerkers om te bepalen of zij uit vrije wil handelen. De vrouwen zelf is een registratieplicht opgelegd, en er dreigt een taaltoets.
Alles gebeurt met nobele doelstellingen: in de prostitutie vindt nogal wat uitbuiting plaats. Zeker bij de Oost-Europese vrouwen die hier werken, is geregeld sprake van vrouwenhandel. De vrouwen worden onder valse voorwendselen hier naartoe gelokt, hun paspoort wordt ze afgenomen, ze worden gechanteerd dat hun thuisfront wordt ingelicht over hun huidige werk, vluchten gaat haast niet, en hun inkomsten gaan regelrecht naar hun uitbuiters.
Maar sluiting van ramen of gedoogzones en nog meer regulering is niet de weg om deze groep bij te staan. Daarmee maak je het vooral de vrouwen moeilijk die prostitutie als tijdelijke job of als bijbaantje hebben: wanneer de baten voor hen niet langer opwegen tegen de kosten, hangen ze hun G-string in de wilgen. Ze moeten steeds meer betalen voor een raam en hebben weinig zin om zich als prostituee te registreren, want dan zitten ze de rest van hun leven, in al hun transacties met de overheid, aan dat stigma vast. Je jaagt dus bij uitstek die vrouwen uit het vak voor wie prostitutie nu wél een vrijwillige keuze was.