REPORTAGE - ‘Die zie ik hier niet,’ zei Arjen Greeven, de man die bemiddelde bij het sluiten van tal van financiële transacties tussen allerlei banken en woningcorporatie Vestia.
Alleen al om de problemen van deze corporatie als gevolg van de handel in derivaten op te lossen, was meer dan twee miljard aan gemeenschapsgeld nodig om de betrokken banken af te kopen.
Dit bedrag dient niet alleen door Vestiahuurders, maar ook door die van andere corporaties en door de overheid te worden betaald. De parlementaire enquêtecommissie, die onderzoekt hoe het allemaal zo gekomen is, kreeg van financieel adviseur en tussenpersoon Greeven een boeiend en vooral ook verbijsterend verhaal voorgeschoteld.
De toezichthouder – het Waarborgfonds Sociale Woningbouw – bleek altijd met altijd met de voorgestelde leningsconstructies akkoord te gaan, als een bepaalde dekkingsnorm – die overigens nooit echt werd gecontroleerd – maar werd gehaald. ‘Bij het WSW begrepen ze gewoon niet hoe het werkte,’ zei Greeven. Ook zelf was hij daar pas veel later achter gekomen.
Volgens de getuige waren eigenlijk alleen de banken op de hoogte van de mogelijke grote negatieve effecten van de overeenkomsten die ze met Vestia en andere corporaties afsloten. Greeven had dit naar eigen zeggen pas in 2010 beseft en was toen ook gestopt met de handel in die soort producten. Bij Vestia was men daar gewoon mee doorgegaan.