Minstens 72 burgerslachtoffers door Amerikaanse drones in 2011

ACHTERGROND - Bij Amerikaanse drone-aanvallen zijn vorig jaar minstens 72 burgers en zeker 330 vermeende militanten gedood. In hoeverre is dit ‘voorkeurswapen’ verantwoord?

Barack Obama mag dan de Nobelprijs voor de Vrede hebben gewonnen, onder zijn bewind is wel degelijk een oorlog gestart, een oorlog die grotendeels aan het oog onttrokken wordt en die ook grotendeels van een afstandje wordt uitgevochten.

Iedere dag zweven onbemande vliegtuigjes, UAV’s of drones, boven conflictgebieden. Deze high tech drones verzamelen inlichtingen, maar sommigen zijn ook bewapend. Volgens de Amerikaanse regering zijn deze drones het ideale wapentuig om terroristen naar hun maagden te blazen. Ze kunnen gericht worden ingezet, zo heet het, met minimale collateral damage on the ground en minimale blootstelling van de eigen troepen aan gevaar.

Over de effectiviteit van het wapenprogamma is bitter weinig bekend. De regering Obama weigert categorisch informatie naar buiten te brengen. Een tweetal nieuwe studies van Columbia Law School brengt meer helderheid. De sussende woorden van Obama kunnen niet verhullen dat de inzet van drones net zo goed vuil is.

Voordat ik naar de cijfers ga, eerst nog wat achtergrond over het drone-programma. Ze worden vooral ingezet in Pakistan, Yemen en Somalië. Er zijn twee soorten aanvallen: personality strikes en signature strikes. Personality strikes zijn gericht tegen een bekend persoon die vaak op de kill list van de CIA staat. Dit soort aanvallen doen het goed in de media. Regeringswoordvoerders halen deze strikes vaak aan als een van de meest succesvolle factoren in de ontwrichting van het Al Qaeda-netwerk.

De overgrote meerderheid van de strikes (hoewel harde cijfers ontbreken) zijn echter signature strikes, aanvallen tegen onbekende personen, vaak groepen. Het zijn juist deze tamelijk ongerichte aanvallen die de meeste hooggeplaatste figuren uitschakelen. Maar naast deze most wanted vallen ook veel andere doden. Persbureau Reuters becijferde in 2010 dat negentig procent van de vermeende militanten low level fighters waren.

Wie is een combattant?

Het echte probleem zit ‘m natuurlijk in de onschuldige slachtoffers. Een levensgroot twistpunt is wie aangemerkt moet worden als enemy combattant? Wat zijn de criteria? Is het genoeg dat je je in de buurt begeeft van een verdachte terrorist? Moet je op een dodenlijst staan. De VS zijn officieel niet in oorlog met Pakistan, Yemen en Somalië, dus aan het zomaar afknallen van mensen, ook al dragen ze een wapen, kleven wel wat bezwaren. Mogelijk dus kán de regering geen betrouwbare cijfers geven over het aantal (onschuldige) doden.

Dat neemt niet weg dat een aantal NGO’s daar wel werk van hebben gemaakt en nu komen we bij de cijfers. De twee Columbia studies bouwen voort op vooral het werk van de uitstekende Britse onderzoeksgroep The Bureau of Investigative Journalism en een tweetal andere groepen (The Long War Journal en the New America Foundation). Die drie organisaties baseren zich vooral op media-berichtgeving.

De Columbia-onderzoekers plozen alle data door en kwamen op een schatting die erg dicht bij die van The Bureau ligt. Samengevat:

In 2011 vielen zeker 465 doden als gevolg van Amerikaanse drone-aanvallen, vermoedelijk waren het er 661. Er vielen in ieder geval 330 doden onder vermeende militanten (vermoedelijk 575) en dus minimaal 72 burgerdoden (vermoedelijk 155).

Omdat The Bureau er zo dicht bij zit, heb ik ook eens hun data erbij gezocht over voorgaande jaren. Zie dit overzicht.

Het aardige is dat de onderzoekers van Columbia niet stoppen bij het tellen en turven. Ze proberen ook de gevolgen voor de burgerbevolking in kaart te brengen, al doen ze dat weinig systematisch en blijft dat nogal anekdotisch. Niettemin geven hun bevindingen een aardig inkijkje in de colletaral damage die de drone-aanvallen veroorzaken.

Marteling en moord

Burgers komen zeker in de problemen. De drones worden ingezet op basis van inlichtingen die ter plekke worden verzameld. Het is dan ook niet verwonderlijk dat militanten op zoek gaan naar vermeende spionnen. De onderzoekers vonden meerdere beschrijvingen van marteling en moord van lokale burgers.

,,In one case reported by the Los Angeles Times, a shop owner was taken from his shop in Mir Ali by a band of Khorasan gunmen, who threw him into a car and drove away. According to a relative, they took him to a safe house where they locked up him and others suspected of spying for the US drone program. The Khorasan bludgeoned him with sticks for eight weeks, trying to get him to confess that he was a spy, which his relative said he was not. Unable to determine whether he was guilty, the Khorasan released him to another militant group, which set him free 10 days later.”

Soms bijt een aanval de bevolking, Amerikanen (en de medeplichtige centrale overheid) op een andere manier in de staart.

,,As an example of another unexpected consequence, in Yemen, an American drone strike in May 2010 killed Jabir al-Shabwani, a prominent sheik and the deputy governor of Marib Province. The sheik’s tribe then attacked the country’s main pipeline in revenge. With 70 percent of the country’s budget dependent on oil exports, Yemen—and thus its people—lost over $1 billion.”

Onder deskundigen is er dan ook verdeeldheid over de effectiviteit:

1) Ja, terroristische netwerken worden gefrustreerd.
2) In sommige gebieden is er sinds het gebruik van drones minder geweld geconstateerd.
3) In Pakistan is er meer geweld, maar dat geweld begon al toe te nemen voordat het programma begon.
4) Op korte termijn worden er misschien successen geboekt, maar op lange termijn is de relatie tussen de VS en Pakistan danig verstoord.

En dan is er natuurlijk ook nog de psychologische tol die burgers in betrokken gebieden moeten betalen. ,,In locations such as northern Pakistan, where drones often buzz overhead 24 hours a  day, people live in constant fear of being hit. (…) Michael Kugelman of the Woodrow Wilson International Center for Scholars notes: “I have heard Pakistanis speak about children in the tribal areas who become hysterical when they hear the characteristic buzz of a drone. […]  Imagine the effect this has on psyches, and particularly on young ones already scarred by war and displacement.” (…) Unlike deaths and property loss, which may affect one or more families, the fear associated with covert drone strikes affects nearly everyone in a community.”

Schone oorlog bestaat niet. Voor een slachtoffer maakt het weinig uit of flitsend en high tech het wapen is dat hem doodt of verwond.

  1. 8

    Volgens de Amerikaanse regering zijn drones het ideale wapentuig om terroristen naar hun maagden te blazen.

    Welnee, die paar maagden: de onderliggende factor is de wapenindustrie. Op termijn is het uiteindelijke doel dat drones overal 24/7 continue in het luchtruim rondvliegen (te beginnen met 30.000 drones boven de VS, en daarna zien ze wel verder). De evolutie van drones staat eigenlijk nog in de kinderschoenen. Men heeft gewoon een willekeurig “slagveld” nodig om die (nieuwe generaties) simpelweg (door) te ontwikkelen. Ze zijn namelijk nog steeds onnauwkeurig:

    “There has been little to no visibility on how drone targets are selected or reviewed. There have been many cases in Afghanistan and elsewhere in which the visual identification of a “target” through drone technology proved catastrophically wrong. Such past mistakes have raised the bar on the level of transparency and public accountability required. The ‘trust us’ approach is no longer good enough where drones are involved.”

    En dan doe je natuurlijk geen kwaad in een dunbevolkt woestijn/ liefst prefab terroristenmoslimland waar collateral damage de publieke opinie niet raakt ….

  2. 10

    De vraag moet zijn: Maakt het wat uit of het vliegtuig bemand is of dat er een piloot een paar duizend kilometer verderop in een commando centrum zit. Het zijn nauwelijks autonoom opererende machines te noemen, alleen in geval er geen verbinding is kan het een beperkt aantal taken uitvoeren zoals terug vliegen.

  3. 11

    Robots halen de drempel voor gewelddadig ingrijpen omlaag. Tijdens de oorlog geldt de doctrine van de rechtvaardige oorlog: proportionaliteit en discriminatie tussen (non)combattanten. Beiden staan onderdruk door robots, evenals de wettelijke aansprakelijkheid: wie is verantwoordelijk voor slachtoffers door robots?
    De legitimiteit van een aanval of verdediging wordt door heel veel mensen op één lijn gesteld met de manier waarop je aanvalt of verdedigt. Het doel heiligt alle middelen.
    De maatschappelijke discussie over de vraag of het ethisch is op deze manier oorlog te voeren is een gepasseerd station, een realiteit die realiteit zal blijven.
    De mensheid heeft er al eeuwen een handje van om ‘de vijand’ eerst te dehumaniseren. Dat maakt het elimineren namelijk een stuk gemakkelijker en acceptabeler voor de publieke opinie. Met deze manier van oorlog voeren is het proces van dehumaniseren vervolmaakt.
    Legêne

  4. 12

    Door de enorme technologische overmacht van de amerikanen is elke oorlog die ze beginnen asymmetrisch. Of er nog een paar piloten worden neergeschoten maakt ook geen bal meer uit.