Ambiguitätstoleranz
ACHTERGROND - Soms verschijnen er blogposts die je zelf had willen schrijven. In dit geval gaat het om een driedelige blogpost van arabist Wim Raven op zijn blog Leeswerk Arabisch en Islam over steniging in de islam. Over de vraag hoe steniging in het islamitisch recht terecht is gekomen kan ik wel wat droge theorie debiteren, maar Raven verwijst naar onderzoek van een collega naar de islamitische praktijk, dat een wel heel bijzondere conclusie oplevert: het vonnis ‘steniging’ als resultaat van een islamitische sharia-rechtsgang komt – voor de twintigste eeuw – niet in de islam voor. Steniging is een modern verschijnsel, er is niks ‘middeleeuws’ aan.
Daar passen twee kanttekeningen bij: er is één uitzondering bekend, die in zekere zin de conclusie bevestigt. De betreffende steniging leidde namelijk tot grote publieke verontwaardiging en de rechter van dienst werd uit zijn functie ontheven. Ten tweede wordt een vonnis als uitkomst van een rechtsgang volgens de islamitische regelen der kunst onderscheiden van een religieus gemotiveerde lynchpartij. Dat laatste komt namelijk wel voor, maar kan niet zomaar gekarakteriseerd worden als sharia-rechtspraak. Het houdt zich immers niet aan de regels van diezelfde sharia.
Die conclusie op zichzelf maakt Ravens blogpost al de moeite waard, maar daarachter zit nog een veel interessantere vraag: waarom wordt er dan sinds de twintigste eeuw wél gestenigd in landen die zich laten voorstaan op het islamitische karakter van hun rechtspraak? Het antwoord op die vraag is zo mogelijk nóg verrassender: de – alles behalve islamitische – invloed van het westen.
