Een springplank voor terroristen

In korte tijd komen verontrustende berichten naar boven over hoe Al Qaeda en andere radicaal islamitische organisaties voet aan de grond krijgen in Afrika, van de Atlantische tot de Indische Oceaan. Toch is niet iedereen bezorgd.

Bureau Buitenland berichtte deze week over Somalische terreurcellen in Europa. Volgens een Somalische commandant zouden jongemannen uit de diaspora afreizen naar de Hoorn van Afrika om zich te laten trainen door de streng islamitische Al-Shabaab. De recruten zouden ter plekke hulp bieden aan de jihad, maar sommigen zouden ook terugkeren naar het land van herkomst om daar te wachten op orders. De AIVD zegt zich geen bijzondere zorgen te maken.

In NRC Handelsblad verscheen gisteren een uitgebreid verhaal van correspondent Koert Lindijer die naar Noord-Mali afreisde. Wat begon als een seculiere Touareg-opstand, is ontaard in een islamitische revolte. De seculieren en de islamisten zijn een gelegenheidscoalitie aangegaan, maar de fanaten wisten al snel te domineren. De vrees is nu dat allerlei terroristische elementen Noord-Mali zullen gebruiken als springplank voor verdere acties, bijvoorbeeld in het Westen. Lindijer vertelt, oh ironie, dat de Touareg-opstand begon toen Gaddafi was verslagen. De strijders vochten voor hem als huurlingen en moesten ander emplooi vinden. Helaas is het stuk niet online gezet.

En dan zijn er natuurlijk nog de verhalen over Boko Haram, de Nigeriaanse terreurorganisatie die dood en verderf zaait in het noorden van Nigeria, maar het gevecht ook naar Lagos brengt. De regering lijkt maar weinig grip te kunnen krijgen op het sectarische geweld.

Al met al ziet het er – althans voor het Westen – niet goed. Toch is er ook een aantal kanttekeningen te plaatsen. Op het blog African Arguments vertelt Charlie Warren,  een research associate bij het Council on Foreign Relations, dat de implosie van West-Afrika al decennia wordt voorspeld, niet in de minste plaats door Robert Kaplan. Door deze implosie zouden terreurgroepen buiten hun regio gaan opereren. Hij concludeert dat dit tot dusverre nog nauwelijks het geval is.

Ja, er zijn gewapende conflicten, maar die zijn lang niet altijd terroristisch van aard. Boko Haram bijvoorbeeld predikt wel de jihad, maar in de praktijk richten hun grieven zich meer op lokale issues. Het feit dat Boko Haram zo’n succes kan hebben heeft volgens hem meer te maken met de zwakte van de Nigeriaanse regering, dan met de kracht van de terreurorganisatie. ,,Analysts have spent a great deal of time attempting to draw the line between ‘Boko Haram the local insurrection’ and ‘Boko Haram the global extremist group.’ Splinters of Boko Haram may have contacted other terrorist organizations in an effort to engage in training, but it’s difficult to connect individual actions with international ambitions. Worse still, it’s often a distraction. Boko Haram is better understood as a diffuse group ill suited to international terrorist labels, including the U.S. designation as an official Foreign Terrorist Organization. The false dichotomy surrounding Boko Haram not only narrows our definition of the violent extremist sect, but it also constrains our ability to find measured, evidence-based solutions.”

Het terrorisme is ook niet eenduidig in de Hoorn van Afrika. Al Qaeda zou neergestreken zijn in Yemen, Somalië, Sudan en grote delen van Oost-Afrika, waaronder Kenia en Uganda. In de praktijk echter, krijgt de organisatie weinig voet aan de grond, zegt oud-ambassadeur en onderzoeker David Shinn (pdf, relevant vanaf p.55). De gloriedagen van Al Qaeda in dit deel van de wereld, liggen al lang achter ons, zegt hij, namelijk begin jaren negentig. Af en toe liet de organisatie nog van zich horen. Maar dikwijls eiste Al Qaeda aanslagen op die hij niet had gepleegd. Andere terroristische groepen hadden en hebben geen enkele internationale pretenties.

Somalië is een moeilijk verhaal. Ja, er zijn banden tussen Al-Shabaab en Al Qaeda, maar volgens Shinn opereren die toch echt los van elkaar. Al-Shabaab predikt weliswaar de wereldwijde Jihad, maar heeft in de praktijk al moeite genoeg om stand te houden in Somalië. De salafistische groep is ook een echt buitenbeentje die in het sufistisch georiënteerde Somalië maar moeilijk voet aan de grond krijgt.

Of er nu een echte nieuwe dreiging ontstaan, of dat sprake is van een continuering van allerlei lokale conflicten met bovenlokale gevolgen, is moeilijk vast te stellen. Dat een groot deel van noordelijk Afrika roerige tijden tegemoet gaan, lijkt me wel duidelijk.

  1. 1

    De AIVD zegt zich geen bijzondere zorgen te maken. Nee, die heeft het nu druk met “relatief onbekende dreigingen als satellietuitval door een zonnestorm of de aanpak van gewelddadige eenlingen. aldus de laatste ministerraad.

    Maar dat terzijde. Altijd als ik dit soort nieuws lees heb ik twee vragen: wie financiert die boel toch? En wordt het nou toch niets een echt tijd om al die jongenmannen, wiens testeron zich in terrerur wenst te uiten, een andere opleiding werk en redelijke inkomen te geven? Dat kost misschien wat meer dan terreurbestrijding, maar ‘we’ hoeven dan minder bang te zijn.

  2. 2

    Ik vraag me altijd af hoe de ‘terroristen’ aan explosieven komen voor al de bomaanslagen, die ze plegen.
    In Irak en Afghanistan kunnen ze blindgangers en achtergelaten granaten van Westerse militairen gebruiken. Maar hoe komen ze bijv. in Nigeria aan explosieven?