Enjoy idealism

Hieronder treft u een bijdrage van Remko van Broekhoven, politiek filosoof en docent op de School voor Journalistiek. Hij is sinds kort toegetreden tot de groep associated bloggers alhier.

‘Genoeg! Ik houd het niet meer uit. Vieze lucht! Deze werkplaats waarin men idealen fabriceert… ik vind het er stinken van de leugens!’ Aldus Nietzsche, 122 jaar geleden. Je kan veel zeggen van de filosoof-met-de-hamer. Dat hij vrouwen bij voorkeur met een zweep te lijf ging. Dat hij de laatste tien jaar van zijn leven als kasplantje doorbracht. Of dat hij hier en daar een ideetje poneerde waarmee later kampbeulen en cabaretiers verrassend goed uit de voeten konden. Allemaal waar. Maar een fijne neus voor idealisme en andere schijnheiligheden had hij zeker.

Wat Nietzsche ergerde – en waar hij met professioneel genoegen op inhamerde: zielige mensen, hun hulpverleners en hun woordvoerders, vol van ‘idealen’ en niet minder vervuld van morele superioriteit. OK, zij mogen dan niet rijk zijn, of machtig zoals Nietzsche’s Übermensch: ze hebben in elk geval alle gelijk van deze wereld, en natuurlijk verwerven zij ook de fijnste stoelen in de wereld erna. Zie Marcus 10: 25: ‘Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.’

Zo, weer even genoeg geciteerd. Ik moest aan de oude Friedrich en zijn rant avant la lettre denken toen ik afgelopen week eindelijk ‘Enjoy Poverty’ zag. In deze kruising van kunstwerk, pamflet en tv-documentaire reist Renzo Martens rond in Congo. Daar portretteert hij – even meedogenloos als hilarisch – hooggestemde hulpverleners, cynische oorlogsjournalisten en niet op de laatste plaats zichzelf. Hij vertelt de plaatselijke bevolking onder meer dat ze zich maar beter kan neerleggen bij haar armoede. Die verdwijnt toch nooit. En dat als de armen goed naar hem luisteren, ze er wellicht nog een slaatje uit kunnen slaan. Zo traint hij enkele lokale fotografen om voortaan in plaats van feestjes en partijen, uitgehongerde kindjes en verkrachte vrouwen te fotograferen. Dat verkoopt nu eenmaal beter, stelt Martens vast.

Toen de film ruim een jaar geleden het IDFA-documentairefestival in Amsterdam opende, regende het heftige kritiek van mensen die de film smakeloos en schaamteloos vonden. Ik zag er vooral een meesterlijke ontmaskering in van verheven bedoelingen, inclusief die van de maker zelf. Hoewel ik niet kan uitsluiten dat dit laatste onbedoeld was. Hoe dan ook: Nietzsche leek gereïncarneerd in de gedaante van een jonge blonde god uit Sluiskil, Zeeuws Vlaanderen; en de scherpe pen was verruild voor microfoon en camera. Ere wie ere toekomt.

Maar twee dagen later zag ik een documentaire waarvan ik écht tranen in mijn ogen kreeg. Niet van het lachen ditmaal. ‘Burma VJ’, ook te zien op het IDFA in 2008, en daar winnaar van de prijs voor de beste documentaire. Hier worden idealisten in beeld gebracht zonder enige spot of zelfspot, en het resultaat is niet irritant maar ontroerend. De film is een verslag van de Birmese volksopstand in het najaar van 2007, door de ogen van hen die deze meemaakten. Figuurlijk, maar ook letterlijk.

We zien de Boeddhistische monniken die massaal de straat opgaan om met louter hun lijf en leuzen een militaire dictatuur tot aftreden te dwingen. We zien de soldaten die op hen schieten en hen de kleren van het lijf rukken. En we horen de jongeren die dit alles in beeld brengen, slechts gewapend met verborgen camera’s en mobiele telefoontjes. Het verhaal heeft geen happy ending: de opstand wordt neergeslagen, de monniken verdwijnen achter de tralies, en de ‘VJ’s’ moeten het land verlaten. Maar wat een moed, hoop en kracht. En wat een prachtig, creatief en subversief journalistiek product. Ik geloof weer in idealisme. Juist waar echt wat op het spel staat, waar het pijn doet en waar het moeite kost. Zulk soort idealisme verdient het steeds opnieuw tot leven te worden gebracht. Enjoy idealism.

  1. 2

    Wel heel vergezocht om de cynische ontwikkelingshulpindustrie te vergelijken met de authentieke burmeese vrijheidsstrijd.

    Trouwens, waarom zou je idealisme als ding op zich moeten nastreven? Wilders, Bin Laden, Gandi, Pol Pot, Mao, Mandela, Lenin, moeder Theresa, de Una bomber, allemaal idealisten.

  2. 3

    ben niet echt zeker of je niet de hele wereld wil vooruithelpen om jezelf te kwalificeren als idealist.
    Volgens de waarden&normen van opgesomd richardesque gezelschap, is iedereen idealist.

  3. 5

    Ik denk dat ik me maar aansluit bij richard, en er nog even aan toevoeg dat het stuk inderdaad zwaar stinkt. Naar jaren 60 sweeping statements die een wereld van idealen helemaal Ok vinden, wat die idealen ook zijn. Pol Pot was ook een boedhistische monnik, tenslotte.

  4. 6

    Uit je stukje volgt dat je het woord ‘idealist’ neutraal kan opvatten, het hoeft geen waarde oordeel in te houden. Het feit dat er slechte idealisten zijn (Hitler, Pol Pot, Mao, 9/11-daders, enz) betekent op zichzelf dus niets. Integendeel misschien zelfs: ook slechterikken hebben door hun idealen na te streven veel bereikt in de wereld. Het was alleen niet goed.

  5. 7

    @2 + @5 Nee, laten we inhoudsloze en zure en vooral dommige reacties achterlaten. Daar schieten we echt wat mee op. Als je de crux van een helder en goed geschreven stukje niet begrijpt is het misschien beter om gewoon niet te reageren?

  6. 9

    @AB; de implicatie van dit stuk is dat het *ook* leunt op een verschil dat gemaakt kan worden tussen mensen die zich laten leiden door idealen (beide filmmakers, in feite) – en mensen die dat niet doen (hier niet getoond). Ik zou willen zeggen dat de mensen die dat niet doen er beter af komen: de idealisten maken – allebei – nogal een spektakel van zichzelf.