Einde van de Gang of Four

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol


Harlem is een van de meest beroemde buurten van Amerika, het epicentrum van Afro-Amerikaanse cultuur en politiek. Het is ook een van de armste wijken van New York. Sargasso-correspondent Dimitri Tokmetzis woont er met zijn jonge gezin middenin en doet wekelijks verslag over het razendsnel veranderende leven in de wijk en daarmee over het razendsnel veranderende leven in de Verenigde Staten. Vandaag de vijfde aflevering: een politieke aardverschuiving.

Adam Clayton Powell jr.

Adam Clayton Powell jr.

Wie de zwarte stem wil binnenslepen, moet Harlem behagen. Dat is tenminste decennialang politieke wijsheid geweest. Maar aan de Harlemse politieke suprematie lijkt nu een einde te komen.

Sinds de vroege twintigste eeuw is Harlem het epicentrum van de zwarte politiek. De overal vereerde Adam Clayton Powell jr., een zwarte predikant, kwam er vandaan. Hij was de eerste zwarte New Yorkse afgevaardigde in het Congres (1945-1971). Hij stichtte een heuse dynastie en zijn naam prijkt op veel avenues, parken en pleinen – ook al kleefden er beschuldigingen van corruptie aan hem. Zijn zoon en kleinzoon roerden en roeren hun vingers in de plaatselijke politieke pap.

Degene die het zwaartepunt echt in Harlem heeft neergelegd is J. Raymond Jones, ook wel ‘the Harlem Fox’ genoemd. Hij was een groot politiek talent, de eerste zwarte leider van de beruchte New Yorkse Democratische (intens corrupte) ‘Machine’, Tammany Hall. De New York Times haalt een anekdote aan over de sluwheid van Raymond Jones. President Harry S. Truman once asked a New York newspaper reporter whether Mr. Jones could be trusted. To which the reporter supposedly replied: “Well, Mr. President, I can tell you one thing. If Ray Jones stole the Brooklyn Bridge, no one would ever find it.” Hij was een mannetjesmaker bij uitstek en richtte de Harlem Clubhouse op, een politieke club die onder zijn mentoraat een aantal zwarte talenten lanceerde. Een paar mannen sprongen er bovenuit, de zogenoemde Gang of Four.

De Gang of Four bestaat uit:

David Dinkins: was tussen 1990-1993 de eerste zwarte burgemeester van New York. Zijn bewind zou tot verzoening tussen de rassen leiden, zo was de verwachting. Toen in de wijk Crown Heights vervolgens rassenrellen uitbraken, bleven die als smet op zijn nalatenschap kleven. Ook zou hij te soft zijn, hoewel de criminaliteit onder zijn bewind stevig begon te dalen. Hij legde het in 1993 af tegen Rudolph Giulliani en sindsdien bespeelt hij vooral achter de schermen de plaatselijke politiek.

Basil Paterson: vooral bekend als de vader van David Paterson, de huidige gouverneur van de staat New York (die vaak als vijfde lid van de Gang of Four wordt genoemd). Vader Paterson was loco-burgemeester onder Ed Koch.

Percy Sutton: was de eerste zwarte president van het stadsdeel Manhattan en een zeer succesvolle zakenman en mannetjesmaker.

Charles Rangel: nam in 1971 het kiesdistrict van Adam Clayton Powell jr. over en vertegenwoordigt Harlem sindsdien in het Huis van Afgevaardigden. Rangel is een flamboyante man die veel voor de lokale gemeenschap heeft binnengesleept. Ook heeft hij de zogenoemde Black Caucus in het Huis van Afgevaardigden opgericht, een machtsblok van zwarte parlementariërs.

Kirsten Gillibrand

Kirsten Gillibrand

De Gang of Four creëerde een air van onvermijdelijkheid: politici moesten Harlem het hof maken als ze de zwarte stem wilden binnenslepen. Dat is een sterke mythe gebleven. Toen vorig jaar de blanke, conservatieve en pro-wapens Kirsten Gillibrand een Senaatszetel van New York wilde overnemen, liep ze in Harlem het vuur uit de sloffen. Een photo op met plaatselijke leiders – met ook de altijd aanwezige predikant en activist Al Sharpton – mocht natuurlijk niet ontbreken. Zojuist heeft de jonge Obamanesque Harold Ford jr. zijn campagne voor het senatorschap in New York beëindigd. Hij lag niet lekker bij de zwarte gemeenschap, lees bij de zwarte leiders. Ook het feit dat Bill Clinton zijn kantoor aan 125th Street heeft gevestigd, draagt bij aan de politieke aura van de wijk.

Maar de goede tijden lijken voorbij. Percy Sutton is in december overleden. Charles Rangel ligt onder vuur omdat hij snoepreisjes heeft aangenomen van lobbyisten en zijn belastingen niet heeft betaald. Hij heeft het voorzitterschap van de zeer machtige Commissie of Ways and Means tijdelijk moeten neerleggen. Maar niemand gaat ervan uit dat hij het voorzitterschap weer op zich kan nemen. Onlangs maakte gouverneur Paterson bekend dat hij geen herverkiezing zoekt. Hij heeft meegeholpen om een zaak van huiselijk geweld van een van zijn adjudanten onder de pet te houden. Daarnaast is de blinde politicus zeer impopulair. De staatspolitiek verkeert al jaren in absolute chaos en Paterson lijkt daar niets aan te kunnen veranderen.Vorige maand stond Clayton Powell’s kleinzoon voor de rechter wegens het rijden onder invloed.

The New York Crimes – David Paterson & Charles Rangel
www.thedailyshow.com

Daar komt bij dat de demografie in het nadeel van Harlem werkt. In Charles Rangels kiesdistrict is nog maar dertig procent zwart. In Harlem is zes op de tien van andere afkomst. De meeste zwarten wonen tegenwoordig in stadsdeel Brooklyn en de nieuwe, veelbelovende politici komen dan ook daar vandaan. De plaatselijke blog Harlem World vroeg zijn lezers onlangs of de schemer daagt voor de Harlemse politiek. Nee zegt 41 procent (onduidelijk is of het uberhaupt een representatieve steekproef is). Maar de vraag stellen is ‘m beantwoorden . Zeker als de gentrification doorzet ligt de toekomst van de zwarte politiek in Brooklyn. De tijden van zwarte politieke spelletjes, corruptie, machinaties en symboolpolitiek zijn dan net als veel andere maatschappelijke uitingen in Harlem: een mooi geschiedverhaal.

Reacties (1)

#1 Jasper

Mooie serie Dimitri!

Deze kwestie wordt ook mooi weergegeven in de serie “the wire”.

Ook blijf ik het jammer vinden dat er niet zulke qualitatief hoge late night shows in Nederland zijn.