Eigenbelang verzwakt de Republikeinse Partij

Mitt Romney heeft Super Tuesday op een nauwelijks overtuigende wijze gewonnen. De uitslag onderstreept het probleem waarmee de Republikeinen kampen. De partij is verdeeld. Dit vertaalt zich in vier kandidaten die niets willen weten van opgeven. Drie van de kandidaten maken geen kans, zij voeren campagne voor een zaak in plaats van de nominatie en stellen het eigenbelang boven dat van de partij.

Mitt Romney heeft zijn nominatie niet veilig gesteld. Een klinkende overwinning had hem de tijd gegeven om zich te richten op de campagne voor het presidentschap. Hij is gedwongen de strijd tegen zijn mede-Republikeinen voort te zetten, een uitputtend proces wat hem niet sterker maakt. Sterker, op dit moment ziet het er naar uit dat hij met een flinke achterstand aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen zal beginnen. Zijn tegenstanders en partijgenoten maken Romney zwakker. In de eerste plaats door hem in het debat en in de media aan te vallen, daarnaast door niet op te geven in een race die ze niet kunnen winnen.

Rick Santorum, Newt Gingrich en Ron Paul zijn druk met campagne voeren. Campagnes die niet zullen leiden tot deelname aan de algemene verkiezingen. Waarom? Ze strijden voor een zaak. Voor thema’s die waardevol zijn voor hun achterban binnen de Republikeinse partij.

Romney en Santorum staan symbool voor de interne verdeling op basis van politieke issues. Economische tegenover sociale thema’s. Herstel van de economie tegenover herstel van sociale waarden in de samenleving. Het creëren van banen tegenover minimale bemoeienis van de overheid in het dagelijks leven. Het geloof in het kapitalisme tegenover het geloof in god. Beide kandidaten weten zich gesteund door omvangrijke groepen binnen de partij, de gematigd conservatieven tegenover de Evangelisten.

De kandidaten voelen de verantwoordelijkheid om de kiezers die op hen stemmen niet in de steek te laten. Het is noodzakelijk om door te gaan en hun politieke issues mee te nemen in het debat. Daar komt bij een ambitie om in de toekomst nogmaals deel te nemen aan verkiezingen. Met het doorzetten van de campagne houden ze de achterban aan zich verbonden. Absoluut niet willen opgeven is een duidelijk boodschap aan de kiezer dat ze het vertrouwen niet beschamen, tot het bittere eind gaan ze door. De trouwe kiezers worden in een nieuwe verkiezing weer aangesproken om steun te geven.

Santorum is de jongste van de drie Romney-tegenstanders, het is goed mogelijk dat hij zich vaker kandidaat stelt voor het presidentschap of een andere positie. Paul en Gingrich zijn oud, maar niet minder ambitieus om politiek actief te blijven. Het houdt de verdeeldheid binnen de Grand Old Party in stand. Dit maakt Romney zwak en met hem de Republikeinse Partij wanneer de algemene verkiezingen aanvangen, de steun is niet unaniem. De drie kandidaten zijn teveel bezig met het eigen kandidaatschap en handelen niet in het belang van de partij. Deze is niet gebaat bij interne verdeeldheid, het doet af aan de eensgezindheid om in de algemene verkiezingen gezamenlijk achter Romney te staan.

Geld heeft hier ook een rol. Vroeger was het onmogelijk om kansloze campagnes door te zetten, om de doodsimpele reden dat het geld op een gegeven moment op was. Met de intrede van Super PAC’s weten de kandidaten zich gesteund door bergen met geld. De campagnes worden onverstoorbaar voortgezet. Middels reclamespotjes blijven de kandidaten elkaar bestoken met negatieve publiciteit, allemaal betaald door hun Super PAC’s.

Zegt nooit nooit, maar een wonder moet plaatsvinden wil Romney de nominatie verliezen. Aan de andere kant moet het ook gek lopen wil één van de kandidaten vroegtijdig opgeven. Ondanks een kandidaat die niet kan verliezen gaat de wedstrijd door. Het is verspilde tijd, geld en energie en het speelt de Democratische Partij in de kaart.

Romney rest niks anders dan doorzetten en verweer bieden aan de aanvallen van zijn partijgenoten. De laatste mogelijkheid om de partij te verenigen is het uitbuiten van de afkeer tegen president Barack Obama. Niets verbindt mensen zo goed als een gezamenlijk vijand. Het recept voor een broodnodig gevoel van saamhorigheid. Zeker nu de Democratische Partij eensgezinder dan ooit achter hun kandidaat staan.

Foto: Gage Skidmore

  1. 1

    Ik heb persoonlijk het idee dat Ron Paul elke keer vooral meedoet om zichzelf te profileren en tegelijk zand in de wielen van de republikeinse primaries te strooien. Ik meen me te herinneren dat hij de vorige keer ook niet opgaf tot nadat McCain de meerderheid van de delegates binnen had. In zekere zin sta ik ervan te kijken dat ze hem toch mee laten doen en niet uit de partij schoppen (hij is er een keer vrijwillig uitgestapt om voor de Libertarische partij mee te doen aan presidentsverkiezingen).

  2. 2

    Overigens maakt Santorum best nog kans, als hij iets van een pakt met Gingrich weet te sluiten. Ze spreken grotendeels overlappende groepen kiezers aan en het is eigenlijk daardoor (en doordat ze alle twee in de race blijven) dat ze kansloos tegen Romney zijn (omdat ze de conservatieve stemmers, die in de meerderheid zijn bij de meeste Republikeinse primaries, onder zich verdelen).

  3. 4

    Het duurde in 2008 tot begin Juni voordat de Democratische kandidaat bekend was. Dus het kan nog wel is een tijdje gaan duren als Romney niet overtuigend een grote voorsprong neemt in de ‘delegate count’ op zijn politieke rivalen voor die tijd.
    Uiteraard zijn ze niet helemaal (of misschien wel helemaal niet) te vergelijken met elkaar aangezien in 2008 allebei de democratische kandidaten in een nek-aan-nek race zaten, i.t.t. de huidige Republikeinse voorverkiezingen.

  4. 5

    zij voeren campagne voor een zaak in plaats van de nominatie en stellen het eigenbelang boven dat van de partij.
    Was dat niet al jaren de trend onder politici, het stellen van het eigenbelang boven dat van…. (vul maar in)?

    Ik hoop dat JFK dit keer wint….