Egypte versus Algerije: hoe voetbal politiek werd

egypte algerije

Dit artikel verscheen ook op Roadto2010: hét multimediale journalistieke project op weg naar het wereldkampioenschap. Roadto2010 volgt teams en spelers die op weg zijn naar het wereldkampioenschap of ervan dromen op dat WK te kunnen acteren.

Het werd al de “moeder aller voetbalwedstrijden” genoemd. En inderdaad, de wedstrijd tussen Egypte en Algerije van 18 november mag dan al lang en breed voorbij zijn, de intimidaties en het (verbale en fysieke) geweld zijn nog lang niet ten einde. Krijgen we binnenkort een nieuwe “voetbaloorlog”?

Op 14 juli 1969 lanceerde het leger van El Salvador een grootscheepse aanval op buurland Honduras in wat tegenwoordig de “Soccer War” of the “100-hours War” wordt genoemd. Deze aanval geschiedde daags nadat twee kwalificatiewedstrijden tussen beide landen voor het WK 1970 geen winnaar – maar wel veel geweld – hadden voortgebracht. In totaal vonden zo’n 3.000 mensen de dood.

De situatie tussen Egypte en Algerije verslechtert zich dermate snel dat de vraag gerechtvaardigd is of we binnenkort een nieuw voetbalgerelateerd conflict tegemoet kunnen zien. Een conflict dat is ontstaan nadat Algerije haar grote rivaal Egypte met 1-0 versloeg in de allesbeslissende play-off voor deelname aan het WK Voetbal in Zuid-Afrika. Net als toen in Latijns-Amerika is de huidige situatie in Noord-Afrika niet louter te wijten aan een paar onderlinge voetbalwedstrijden.

Achtergrond
De onmin op voetbalgebied tussen Egypte en Algerije voert ons vele decennia terug in de tijd. In de jaren ’50 bracht het Algerijnse verzet een team van stervoetballers op de been. Dit team, met Algerijnse spelers uit de Franse competitie, toerde de hele wereld over met als doel de onafhankelijkheid van het moederland te promoten. Egypte weigerde tegen dit team te spelen.

In 1978 trekt Egypte haar team tijdens de All Africa Games terug, die toen in Algerije werden gehouden. Als Egypte Libië verslaat, breken er rellen uit. Algerijnse supporters sluiten zich aan bij de Libiërs en de Egyptenaren houden het voor gezien.

In 1989 loopt een kwalificatiewedstrijd tussen beide landen voor het WK 1990 rampzalig af. Na de wedstrijd, die door Egypte werd gewonnen, pakt de Algerijnse middenvelder Lakhdar Belloumi een fles en steekt die in het oog van de Egyptische teamdokter. Deze raakt permanent blind aan dit oog. Belloumi vlucht en ontloopt zo zijn straf.

Een jaar later weigert Egypte een team af te vaardigen voor de Afrika Cup, omdat Algerije het gastland is. Uiteindelijk sturen de Egyptenaren een veredeld jeugdteam om een zekere straf van de FIFA te ontlopen. Dit jaar, in 2009, werden de Egyptische coaches Hossam Hassan en zijn broer Ibrahim door de FIFA geschorst nadat zij met hun club Masri een wedstrijd in Algerije hadden verloren. Ibrahim had de vierde official mishandeld.

Politieke arena
De ware achtergronden van de spanning tussen beide landen liggen elders, en wel in de politieke arena. Sommige experts wijten het aan een clash tussen Arabieren en Israëliërs. Algerije behoort duidelijk tot het Arabische kamp, terwijl Egypte (ook een Arabisch land) bekend staat om haar steun aan Israël. Dit zet al jaren kwaad bloed onder Arabische landen als Algerije, die een weerzin hebben jegens, wat zij noemen, de “Zionisten”.

Aan de andere kant klagen Egyptenaren steen en been over de waardeloze behandeling die zij genieten in Algerije. Zij voelen zich gediscrimineerd en gemarginaliseerd. Er is geen enkel respect voor Egyptenaren in Algerije, zo zeggen zij. Datzelfde standpunt nemen overigens de Algerijnen in met betrekking tot het leven in Egypte.

Feit is dat de politieke leiders van zowel Algerije als Egypte het voetbal aangrijpen om de onmin tussen beide landen te benadrukken. Een dag na de play-off riep Egypte de Algerijnse ambassadeur op het matje om te klagen over de nasleep van de wedstrijd en de behandeling van Egyptenaren in Algerije in het algemeen. Prompt werd de Egyptische ambassadeur in Algerije opgeroepen voor “consultatie”, ongetwijfeld om soortgelijke sentimenten te ventileren.

Tirade
Het politieke aspect van het voetbal werd pas echt zichtbaar toen de Egyptische president Hosni Mubarak een tirade jegens de Algerijnen afstak in het Egyptische parlement. ‘Egypte zal niet toestaan dat anderen de waardigheid van haar zonen aantast,’ zo zei hij, zonder overigens de opponent van 18 november met naam te noemen. Hij gaf aan dat zijn land de rechten van haar onderdanen met verve zal verdedigen.

Mubarak’s zoon Alaa gooide daarvoor al olie op het vuur door te roepen dat Egypte zich “keihard” moest opstellen. ‘Als je mijn waardigheid beledigt, zal ik je op het hoofd slaan,’ zo luidde zijn veelvuldig gequote uitspraak. Zijn woorden vonden dankbaar weerklank onder de lokale bevolking. ‘We moeten Algerije behandelen als ieder ander land dat ons de oorlog verklaart,’ aldus een student in Caïro.

Terwijl Algerije haar rivaal oproept op te houden met deze “media-oorlog”, is er een ander aspect zichtbaar in het land van de Farao’s. Veel Egyptenaren hebben de verloren voetbalwedstrijd aangegrepen om op felle wijze te protesteren tegen het huidige regime van Mubarak. Zij tonen hiermee hun frustraties jegens de sociale en economische problemen die Egypte al jaren plagen.

Voetbaloorlog
De indirecte oorlogsverklaring van Mubarak is nu niet bepaald de juiste methode om de emoties in beide kampen te beteugelen. Al weken vindt er hevige onrust en geweld plaats in Egypte, Algerije, Soedan en andere landen zoals Frankrijk. En omdat beide landen de andere partij ervan beschuldigen te zijn “begonnen” is er weinig hoop op een snelle verzoening.

Feit is dat beide partijen schuldig zijn. Zo raakten Algerijnse voetballers gewond door stenengooiende Egyptische fans voor aanvang van de tweede wedstrijd in Caïro. En Egyptische fans werden daarop voor, tijdens en na de derde wedstrijd (de play-off) naar eigen zeggen belaagd door Algerijnse supporters in “gastland” Soedan.

De dagen na de play-off bekogelden woedende Egyptenaren de Algerijnse ambassade in Caïro met stenen en molotov-cocktails. Ook verbrandden zij Algerijnse vlaggen en zongen zij oorlogsliederen. Algerijnen op hun beurt maakten vele video’s op Youtube waarin ze, gewapend met messen, de Egyptenaren met vergelding dreigden. In de Franse hoofdstad Parijs liep een Algerijns feest uit de hand nadat de fans de politie te lijf ging. De gendarme hield tientallen Algerijnen aan.

Media
De agressie tussen beide bevolkingsgroepen neemt zulke vormen aan dat 150 Egyptische en Algerijnse academici en intellectuelen een oproep hebben gedaan tot een “staakt het vuren”. Een van hen gaf de schuld aan de media. ‘De media in beide landen hebben zich uitermate agressief en irrationeel gedragen. Zij zijn verantwoordelijkheid voor het verspreiden van leugens en overdrijvingen.’

Of het helpt is zeer de vraag. Politici in beide landen grijpen de kans om het “nationalisme” in eigen land aan te wakkeren en zichzelf in de kijker te spelen. Ook de voetballers zelf kunnen elkaar niet meer luchten. Onlangs maakte Amr Zaki bekend dat hij niet wilde voetballen voor het Engelse Portsmouth. De reden? ‘Ik wil niet spelen bij een club met een Algerijn onder de gelederen,’ aldus de Egyptische middenvelder, die op zoek is naar een nieuwe werkgever. ‘Portsmouth is niet langer een optie.’

Op dinsdag werd bekend dat Muammar Gaddafi heeft toegezegd te zullen bemiddelen in het conflict. De Arabische Liga schijnt hem hierom te hebben gevraagd. De toekomst moet uitwijzen of zijn sussende woorden een voetbaloorlog tussen Egypte en Algerije kunnen voorkomen. De haat tussen beide landen gaat veel verder dan een simpel potje voetbal.