Duurzaamheid en koeienstaarten

Het is de elfde van de elfde vandaag. In het zuiden gaan ze door het lint voor iets carnavalesks. In het noorden kijken kinderen met bezorgde blik naar het stormweer buiten en vragen ze zich af of hun lampion wel blijft branden als ze vanavond langs de deuren gaan om te zingen dat koeien staarten hebben. Is het eigenlijk wel zo’n geschikte datum voor de Dag van de Duurzaamheid?

Nou ja, we hebben het ermee te doen. En omdat duurzaamheid ook betekent dat je geen of in elk geval zo min mogelijk voedsel weggooit, heb ik besloten vandaag mijn koelkast leeg te eten. Of er in elk geval een flinke hap uit te nemen, want er zit nogal wat in. Zo heb ik nog een halve pompoen, een halve groene kool en een half kilo aardappelen en liggen er ook nog een goede honderd gram aangebraden varkenshaas en een half onsje gerookt spek, beide van de scharrelslager, in mijn koelkast. Ik vermoed dat we dat met ons tweeën vanavond op geen stukken na op krijgen, maar gelukkig is er morgen weer een dag.

En dan zijn die kinderen er nog. Hoe ga je daar nou mee om op de Dag van de Duurzaamheid? Al dat snoepgoed is in elk geval verre van duurzaam, al was het alleen maar omdat het allemaal per stuk verpakt moet zijn omdat het anders veel te eng is. Gewoon een koekje geven komt je op een verwijtende blik en een streng verbod van een meebedelende ouder te staan. ’t Moet in de praktijk allemaal van Mars of Haribo komen. Leve de afvalberg, en dan zwijg ik nog over de ingrediënten.

Goed, dat doe ik dus niet, ook al omdat ik vind dat kinderen al véél te veel snoepen en dat, gezien de druk van de gezondheidszorg op de staatskas, dat ook mij aangaat. Mandarijntjes dus maar weer, en dan maar hopen dat die kinderen ze niet onduurzaam wegmikken zoals mijn dagblad mij afgelopen weekend waarschuwde. En natuurlijk de teleurgestelde blikken trotseren van kleuters die fruit niet als een traktatie maar als een verplicht nummertje beschouwen, en de verwijten uit allerhande hoeken–ook van u, jazeker–ondergaan dat ik een scherpslijper ben en geen kindervriend, waar overigens best iets in zit.

Maar hoeveel mandarijntjes? Vorig jaar had ik aan twee kilo niet genoeg, maar dat was toen en nu is nu en vanavond schijnt er dus die vliegende storm te staan. Bij de buurtsuper (in mijn wijk is geen groentenwinkel meer en ik moet aan de voedselkilometers denken) lagen ze slim verpakt in netjes van twee kilo. Dat vergemakkelijkt de keuze in elk geval enigszins: het is of twee, of vier kilo. Zelf wil ik die dingen natuurlijk ook niet moeten weggooien.

Ik heb toch vier kilo genomen en al bij het verlaten van de winkel voelde ik me een idioot. Aan de andere kant heb ik een prachtige ijsmachine. Met die mandarijntjes komt het dus uiteindelijk in elk geval goed terecht. Denk ik.

Duurzaam denken, het valt niet mee. Vooral niet als er koeienstaarten in de weg zwaaien.

  1. 1

    In mijn wijk hadden ze dit jaar de gezonde tractatie duidelijk afgeschaft. Er werden verleden jaar ook vaak vervelende opmerkingen gemaakt. En omdat er vanwege de storm zo weinig kinderen liepen, mochten ze allemaal én een Mars én een rolletje drop pakken. En handige kinderen lukte het dan best om met een hand drie dingen naar hun zak te verplaatsen (Lees hierover ook Jacoba van Velde, “De Grote Zaal”). Onze groep had binnen een klein uur -toen begon het verschrikkelijk te regenen- ruim genoeg verzameld om tevreden naar huis te gaan. Er zat gelukkig geen mandarijntje of appeltje bij, hoogstens wat rozijnen.