‘Ik heb een droom’ in Israël
OPINIE - Vredesactivist Uri Avnery verwoordt de schaamte die met name buiten Israël wordt gevoeld over de gevoerde politiek.
Voorafgaand aan de Algemene Vergadering van de VN waar gestemd werd over de erkenning van de Palestijnse staat, sprak oud-lid van de Knesseth en vredesactivist Uri Avnery.
Hij zei:
“De erkenning die de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op het punt staat te geven aan de Palestijnse staat, te vormen naast Israël binnen de grenzen van 1967, had een feestdag moeten opleveren voor de bewoners van Israël. De Israëlische regering had de eerste moeten zijn om deze beweging te ondersteunen, in plaats van een hopeloze en zinloze strijd te voeren ter verhindering er van.
Het einde van de bezetting en het inrichten van een onafhankelijke Palestijnse staat is niet alleen in het belang van de Palestijnen. Het is een vitaal belang van Israël. De bezetting is een molensteen rond de nek van Israël, ons meeslepend in diepten van wreedheid, extremisme en racisme en uiterst corrumperend voor onze samenleving. De angstaanjagende lijst van extreem rechtse parlementskandidaten, waarmee de geregistreerde leden van de regerende Likud deze week te voorschijn kwamen, is maar één van de vele en snel in aantal toenemende voorbeelden.
Het verlossen van de Palestijnen van het juk van de bezetting zal de staat Israël bevrijden van de status van bezettende en onderdrukkende staat; een duisternis jegens de naties waarover de Joden in het buitenland –speciaal de jongeren- zich beschaamd voelen en waarvan zij zich steeds meer afkeren.