Detailpolitiek (17): Wissels

Hoe komt het toch dat veel Kamerleden onzinvragen stellen aan ministers en onderwerpen nauwelijks uitzoeken voordat ze hun Kamervragen indienen? De verklaring is eenvoudig: denk- en leeswerk van Kamerleden wordt door kiezers niet beloond. Een voorbeeld kan dat verduidelijken.

Het is nog maar vijf maanden geleden dat er grote problemen waren bij Prorail, de organisatie die verantwoordelijk is voor het onderhoud van het spoor. In de winter van 2009-2010 waren er veel problemen op het spoor, en dus beloofde Prorail samen met de NS het spoor ‘winterklaar’ te maken. Het ging in december 2010 alweer mis. Kamerleden eisten het vertrek van de directie, en dus kwam directeur Klerk in Buitenhof uitleggen dat Prorail aan oplossingen werkte.

De belangrijkste oplossing was: het reduceren van het aantal wissels. Klerk wist te vertellen dat bij een Japans spooremplacement het aantal wissels vele malen kleiner is dan in Nederland. Dat is een probleem, want wissels zorgen voor storingen en in de winter vriezen ze vast. Dus wilde Klerk zoveel mogelijk wissels weghalen. In het buitenland was immers gebleken dat dat goed mogelijk was. Weg winterproblemen.

Wissels saneren
Enkele maanden later is het zover. Prorail heeft een rapport geschreven met de veelzeggende titel ‘wissels saneren’. Arie Slob stelde er Kamervragen over. Een kleine bloemlezing: waarom maakt Prorail geen analyse van de gevolgen van de wisselsanering voor de transfercapaciteit op stations, het extra overstappen voor reizigers en verstoringen? Wordt dit plan getoetst op toekomstige dienstregelingen? Waarom wordt niet gekeken naar lagere onderhoudskosten voor wissels in plaats van het schrappen van wissels? En de mooiste:

Deelt u [de minster, CA] de mening dat wissels die het vaakst gebruik worden ook de meeste storingen opleveren en dat een spoorwegnet met minder wissels dus ook meer onderhoud per wissel betekent? Waarom is dit niet meegenomen in de berekening van de kostenbesparingen en is juist op het punt van de integrale kosten geen vergelijking gemaakt met Japan?

Kennis van zaken
Meestal laten Kamervragen zien dat Kamerleden weinig kennis van zaken hebben, onderwerpen niet zelf willen uitzoeken en met hun vragen ambtenaren zinloos aan het werk zetten. De ChristenUnie laat echter denk- en leeswerk aan Kamervragen vooraf gaan. Waarom zien we dat niet vaker? Waarom doen de meeste Kamerleden het omgekeerde en stellen ze vragen waar ze het antwoord al op weten?

Een verklaring is de opmars van het populisme: Kamerleden willen steeds vaker lijken op gewone burgers en dus hoeven ze geen expertkennis te hebben. Zij stellen allerlei vragen die burgers ook zouden stellen want pas dan laten Kamerleden zien dat ze de burger echt ‘vertegenwoordigen’. Burgers hebben immers geen gedetailleerde kennis, en kunnen ingewikkelde inhoudelijke vragen van Kamerleden niet plaatsen. Dit leidt tot de ene hersenloze Kamervraag na de andere, want het belang van een inhoudelijke vraag is aan de achterban niet in twee zinnen uit te leggen.

De veronderstelling is dus dat burgers het liefst Kamerleden hebben die even onwetend zijn als zijzelf. En die veronderstelling is juist. Waarom verliest de ChristenUnie immers steeds weer zetels? Een van de redenen is dat deze Kamerleden hun werk doen, weten waar ze over praten en inhoudelijke vragen durven te stellen die de meeste burgers boven de pet gaan. En wat blijkt? De ChristenUnie wordt door burgers afgestraft. Niet zo gek dus dat de meeste Kamervragen onzinnig zijn.

  1. 1

    Je vraagt je af waarom goede vragen door het publiek niet gewaardeerd worden, maar weet het publiek wel dat er ook goede dingen gebeuren in het parlement? In de media, vooral op TV, wordt vooral veel aandacht besteed aan relletjes en ruzies, voor het echte werk is geen tijd. Dit zal waarschijnlijk voor veel Kamerleden de reden zijn om zich populistisch op te stellen: dat wordt beloond met aandacht.

    Dat is jammer, de media zouden meer moeten doen om de echte kwesties te bespreken, deze in een context plaatsen, zo gezegd. Helaas levert dat geen kijkcijfers op, en daar worden die media weer op afgerekend, zelfs bij de publieke omroep.

    Hoe komen we hieruit?

  2. 2

    De veronderstelling is dus dat burgers het liefst Kamerleden hebben die even onwetend zijn als zijzelf

    Dat geldt niet voor iedereen, maar het laatste decennium hebben de partijen, die zich op die groep richten, electoraal veel succes.

  3. 3

    Wat Chris vergeet is dat ‘vragen naar de bekende weg’ ook relevant kan zijn om een politiek feit te creeren. Het is soms nodig dat een minister zaken bevestigt of antwoorden geeft die een kamerlid ook wel zelf kan opzoeken, zodat dat kamerlid vervolgens die minister verantwoordelijk kan houden. Daar kun je cynisch over doen en het onzinnige vragen noemen, maar dat zijn wel correcte en zorgvuldige procedures in een politiek systeem. Er is een reden waarom ons parlement niet per twitter werkt…