De allerlaatste dagen der mensheid (9)

    Proloog, scène 23
     Uruzgan. Niet ver van de ISAF-basis in Tarin Kowt. Een kolonne legervoertuigen met het Korps Commando Troepen is op weg over een hobbelige bergweg. De zon komt net op en het is koud.
    Eerste soldaat: Godverdegodver, hadden ze dat ons gisteren niet kunnen vertellen, dat we op verkenning zouden gaan …
    Tweede soldaat: Dan had je je niet de hele nacht sufgerukt zeker?
    Eerste soldaat: Ik had in elk geval wat minder gezopen. Man, m’n kop.
    (Ze zwijgen, terwijl de zwaarbepantserde legertruck bijna stapvoets over de grote keien boldert.)
    Eerste soldaat: Kuthobbels … Weet jij eigenlijk waar we heengaan? What’s the big idea, man?
reporter.jpg     Tweede soldaat: Naar die boerderij, weet je wel, waar die journalist, dat joodse schrijvertje… met die neus… van Café de Wereld… Huppeldepup …
    Eerste soldaat: Arnie.
    Tweede soldaat: Ja, soldaat Arnie het over had. Waar bommen gemaakt zouden worden. Hij was er heen geweest met die cameraman van die bezopen soapserie van Defensie, Dutchmill.
    Eerste soldaat: Die boerderij die midden tussen die maisvelden ligt? Man, dat is je reinste zelfmoord! Ideale plek voor een hinderlaag. Kunnen we tenminste niet even wachten tot na de oogst?
    Tweede soldaat: Ja maar die cameraman ging volgende week terug en hij had nog geen opnames van een huiszoeking. Vandaar. De commandant had z’n bedenkingen, maar ja, hoger orders.
    Eerste soldaat: Godverdegodver, dat wordt schieten, dat geef ik je op een briefje …
    (Het is inmiddels dag. De kolonne bereikt de boerderij. Voorzichtig wordt de plek omsingeld, het deuren worden ingetrapt. Er is niemand. De brigade doorzoekt het huis, waarbij alles overhoop wordt gehaald. Cameraman Vik Franke volgt de gebeurtenissen aandachtig, maar behalve een paar seconden in het begin, filmt hij nauwelijks. Soldaat Arnie geeft bibberend van de angst zijn ogen de kost en maakt af en toe aantekeningen.)
    Eerste soldaat: Waarom filmt die eikel niet? Hij moest toch zonodig hiernaartoe?
    (Buiten staat de commandant onder een afdak. Een soldaat komt op hem af.)
    Derde soldaat: Commandant! Niets gevonden!
    De commandant: Niets? Zelfs geen massavernietigingswapens? Hahaha!
    Derde soldaat: O ja, toch iets: we hebben een ingegraven tv en een dvd-speler gevonden.
    De commandant: Niet direct iets om bommen mee te maken. Maar neem maar mee. Ik had het die lul wel gezegd: hier wonen alleen mensen, die doodsbang van ons zijn. Okee, verzamelen en ingerukt. Maar voorzichtig blijven!
    Derde soldaat: Tot uw orders!
    (De kolonne zet zich in beweging. Plots klinkt er er een ontploffing en meteen daarop het geluid van geweerschoten en mortieren uit het maisveld naast de weg.)
    De commandant: Een hinderlaag! Mannen! Schieten!
    (De ISAF-brigade schiet vanuit de verschanste wagens terug op de vuurmonden in het maisveld. Cameraman Franke heeft zijn camera weer aangezet en filmt alles, totdat de batterijen op zijn. Dan grijpt hij het C8-geweer dat hij op de grond ziet liggen van een commando die achter het machinegeweer zit. Ook soldaat Arnie heeft inmiddels een C8 bemachtigd.)
    Cameraman Franke (tegen soldaat Arnie): Goed dat ik m’n batterijen heb gespaard bij de huiszoeking. Okee, hoe ging dat ook weer in dienst.
    Soldaat Arnie: Zoveel mogelijk terugschieten. Zoveel mogelijk lood het maisveld in pompen!
    (Ze schieten in het wilde weg en worden steeds enthousiaster.)
    Cameraman Franke: Jezus, die kut-Talibaan kunnen echt niet schieten! Daar! En daar! Haha!
    Soldaat Arnie: Cameraman Franke en Soldaat Arnie dragen hun steentje bij! Haha! Daar! Pak aan! En daar! En daar! En daar!
    (changement.)

    Proloog, scène 24
    Majoor Vleugels scant een bericht van de woordvoerder Defensie.
    Majoor Vleugels (leest): Als je embedded gaat… en zeker bij de commando’s… kom je in de buurt van wapens… (dat is nou een maal zo, daar ontkom je niet aan, logisch toch)… Maar (goed zo!)… niet de bedoeling… zeer zeker níet de bedoeling dat etc. etc…. of zij terecht handelden kan ik niet beoordelen vanuit mijn warme leunstoel in Nederland… (staat misschien raar dat de woordvoerder in Nederland zit, dat kan er wel uit) (hij schrapt de passage en leest verder)… (goed zo, het communicatieplan Uruzgan erbij gehaald)… bij persverzoeken dient het uitgangspunt dan ook te zijn: ja, tenzij… Hun verhaal bevestigd… in grote lijnen dan… enkele tientallen Talibaanstrijders… aan vijandelijk kant een tiental doden… na afloop hebben Afghaanse burgers zich beklaagd bij Kamp Holland omdat ze zouden zijn beschoten… of soldaat A. en cameraman F. hier iets mee te maken hebben onduidelijk … zaak in onderzoek bij de marechaussee… Heel goed, die transparantie, laat zien wat we doen, dat kan er mee door.
    (changement)

    Proloog, scène 25
    Uruzgan. Journalist Arnie embedded aan het front. Hij wordt aangesproken door majoor Vleugels.
    Majoor Vleugels: Jij bent er zo een die vindt dat het leven iets is wat er beter niet had kunnen zijn. Daar kan ik inkomen. Maar moet je daarom de natuur een handje helpen?
    Soldaat Arnie: Ik wist niet wat me overkwam.
    Majoor Vleugels: Daar kan ik ook inkomen. Het heetst van de strijd. Jullie waren zo stom geweest in een hinderlaag te lopen. Voor een ingegraven tv en een dvd-speler bij een verlaten boerderij! Maar wie kan het weer gaan uitleggen aan het thuisfront? Wie moet zich weer verantwoorden? Ik ben er helemaal niet blij mee, Arnie. Het is helemaal niet de bedoeling dat embedded journalisten zelf naar de wapens gaan grijpen. Die cameraman werkt voor defensie, die is niet helemaal lekker. Maar van jou had ik het niet verwacht.
    Soldaat Arnie: Het zal niet weer gebeuren. Dat beloof ik plechtig.
    Majoor Vleugels: Daar koop ik wat voor.
    Soldaat Arnie: Ik schoot niet om te doden, maar om te overleven.
    Majoor Vleugels: Ook nog jezuïet geworden, hè? In het verre Afghanistan…
    Soldaat Arnie: Ik heb gehoord dat een andere journalist schietinstructies kreeg van Defensie.
    Majoor Vleugels: En waar heb jij leren schieten?
    Soldaat Arnie: Ik kom uit Amsterdam Zuid, majoor Vleugels. Toen ik die C8 zag liggen, had ik er plotseling genoeg van om steeds meer weer diezelfde messcherpe observaties te maken. Ik wilde meedoen. Erbij zijn. Ik wás erbij. Ik schoot op de plekken in het maisveld waar ik dacht dat het vuur vandaan kwam. Dat was op vijftig meter afstand. Ik heb mijn steentje bijgedragen. Net als cameraman Franke, trouwens. Ik hoop dat dit geen gevolgen heeft voor hem. Ze zaten overal om ons heen. AK47’s en RPG’s. Het was onvoorstelbaar. Ik zag een afgerukte arm in de berm liggen. Een andere Afghaanse militair werd doodgeschoten terwijl een medic hem nog vasthield. Een gekkenhuis.
    Majoor Vleugels: Wat wil je? Het is oorlog. Ook al is het een wederopbouwmissie.
    Soldaat Arnie: Maar als je dan terug bent, en er staat cola voor je klaar, koude cola, dan ben je eigenlijk een soort van enthousjast. Die Talibaan kunnen echt niet schieten. Wat een verschil met onze manschappen, zoals hun drills en skills automatisch in werking treden. Iedereen deed wat je moet doen in zo’n situatie. Zoveel mogelijk terugschieten. En dat gold ook voor mij. Ik dacht maar aan één ding: zoveel mogelijk lood het maisveld inschieten.
    Majoor Vleugels: Het overkomt ons allemaal op een dag, Arnie. Op een goeie of kwaaie dag kom je het grote grijze moddermonster tegen in het donkere bos, en dat blijk je dan zelf te zijn.
    Soldaat Arnie: Wacht, die schrijf ik even op… (noteert in een opschrijfboekje, onderwijl z’n steeds over zijn ogen zakkende helm terugduwend)
    Majoor Vleugels: Nergens kom je jezelf zo tegen als in een oorlogssituatie. Dan pas weet je waar je echt toe in staat bent. Ten goede en ten kwade. Heb je zo genoeg? (Soldaat Arnie is al enige tijd opgehouden met schrijven.)
    Soldaat Arnie: Meer dan genoeg, majoor.
    Majoor Vleugels: Je weet waar het naartoe moet. En eh, soldaat Arnie, laat het niet weer gebeuren.
    Soldaat Arnie: Ay ay, majoor.
    (changement)

Proloog, scène 26
    Madurodam. Burgemeester Cohen van Amsterdam onthult samen met de voorzitter van het COC en de burgemeester van Madurodam een replica van het Amsterdamse homomonument op een schaal van één op vijfentwintig. Lange Frans heeft met Gordon een duet ten gehore gebracht over geweld tegen homo’s, waarin Lange Frans rapte ‘Ik ben geen homo, maar ook geen homofoob’. Burgemeester Cohen besluit zijn toespraak.
    Burgemeester Cohen: … om aan te geven dat ook in Madurodam intolerantie niet wordt getolereerd!
    (Applaus vanaf de overkant van de miniatuurgracht. De fotografen knippen er lustig op los. Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu en haar man kijken elkaar aan met een blik waaruit bewondering spreekt.)
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Dat heeft hij toch maar weer goed gezegd!
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Van juistem. Dat zal ze leren, de intoleranten.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: De boel bij elkaar houden, daar gaat het om. Ook in Madurodam.
    Een fotograaf: Burgemeester Cohen! Kunt u iets opzij gaan staan! Dan hebben we u voor het Paleis op de Dam!
    (Burgemeester Cohen stapt opzij, bovenop een menigte demonstrerende Madurodammers.)
    Burgemeester Cohen: Oeps.
    (Hij stapt weer terug, waarbij hij weer vele toegestroomde nieuwsgierigen onder de voet loopt. Velen worden verpletterd, anderen blijven met gebroken ledematen liggen, weer anderen komen met de schrik vrij, en beginnen met stenen te gooien naar enkels van de Amsterdamse burgervader. Het bleef nog lang onrustig in Madurodam.)
    (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::

Reacties zijn uitgeschakeld