De allerlaatste dagen der mensheid (18)

Met aflevering 52 wordt het eerste bedrijf van De Allerlaatste Dagen der Mensheid afgesloten. Er volgt nog een tweede bedrijf maar wanneer dat gebeurt is nog onduidelijk. Maar als het gebeurt, is Sargasso de eerste die het weet, na onszelf dan. De oorspronkelijke Laatste Dagen der Mensheid van Karl Kraus verschijnt volgend jaar bij De Harmonie in de serie Klassiek Geïllustreerd. Als alles naar wens gaat, wordt het eind volgend jaar dan ook opgevoerd door ’t Barre Land. Tot ziens, Bindervoet & Henkes.

    Proloog, scène 51
    De oudstrijders dhr. Wiskerke en dhr. Brekveld, in gesprek in de gemeenschappelijke ruimte van het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen te Bronbeek. Dhr. Brekveld zapt de tv uit met de afstandsbediening.
    Dhr. Brekveld: Ik vond de vorige spannender.
    Dhr. Wiskerke: Nou ja, je kreeg toch wel een beeld van hoe de wederopbouw verloopt.
    Dhr. Brekveld: Zijn we wat wijzer geworden dan?
    Dhr. Wiskerke: Overste Tak citeerde voorzitter Mao: Dood er één en je maakt er 10.000 bang.
    Dhr. Brekveld: That’s the spirit.
    Dhr. Wiskerke. Hij had het over de Talibaan, de OMF.
    Dhr. Brekveld: O. Maar het is tenminste klare taal. Dat kan je van majoor Vleugels niet zeggen. Ze moesten ze ’n ‘paraplu’ geven waaronder ze konden ‘schuilen’ en met hun ‘inktvlekstrategie’ konden ze die paraplu dan ‘opendoen’ en daarna weer ‘dicht’. En we zijn op ‘de goeie weg’, maar het is een ‘proces van hele lange adem,’ ‘om even aan te geven hoe beperkt de scoop is’. Dat soort vaag gewauwel. Met gelul voer je geen oorlog.
    Dhr. Wiskerke: Ondertussen regeert de angst. De wreedheid van de vijand werkt, met het platbranden van huizen, het verwoesten van schooltjes, het afsnijden van oren, kortom allemaal zaken die niet in ons normen- en waardenpatroon passen,zoals kapitein Dresen terecht stelde.
    Dhr. Brekveld: Het eindshot was mooi. Die jongen die geraakt was bij een schotenwisseling en ondersteund door zijn kameraden twintig kilometer was komen lopen om door de medics te worden geholpen met de revalidasie. In een balletje knijpen en dat soort dingen. Het was een mooi beeld: zag je hem terugstrompelen, met zijn maats, weer twintig kilometer terug naar zijn dorp, tegen de ondergaande zon in. Dat doet je wat. Want je weet: als wij er niet hadden gezeten, was ie al lang gecrepeerd.
    Dhr. Wiskerke: Nee, we doen daar goed werk.
    (changement.)

    Proloog, scène 52
    Op de beletage van een grachtengordelgrachtenpand.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Zeg, zullen we ons aanmelden voor de publieke tribune, voor dat debat over het voorlopig generaal pardon? Lijkt me wel interessant en dan komen we nog eens ergens.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Dat debat is nog lang niet, volgens mij.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Hoezo?
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Nou, eerst moesten we wachten op een brief van het kabinet, waar de voltallige ministers met z’n allen vier dagen over dejen, en vanavond is het pakjesavond en morgen wordt de nieuwe kamervoorzitter gekozen. Kan ook leuk worden. Kamp tegen Van der Hoeven. Vuurwerk! En ik hoor net dat het overmorgen niet door kan gaan vanwege ‘persoonlijke omstandigheden’ van de minister.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Ach wat leuk! Misschien wordt ze wel oma. Maar die asielzoekers dan?
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Die kunnen nog wel even wachten. Die wachten al zo lang!
    (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::