De allerlaatste dagen der mensheid (12)

    Proloog, scène 34
    Op de Waddendijk bij Marrum. Aan de voet van de dijk ligt een berg jonge paarden, met de benen omhoog en de tanden ontbloot. Een tractor met grijparmen rijdt af en aan om de dieren te bergen. Op de dijk slaan twee ramptoeristen het macabere schouwspel gade, vergezeld van hun hond die wil spelen.
    De eerste ramptoerist: Hadd’n ze d’r niet een kleedje overheen kunn’n legg’n of wat?
    De tweede: Geen gezicht. ’t Is toch ook niet te geloov’n. Met groot materieel uitg’rukt en nog staan die beest’n tot an hun buik in de koo int waeter.
    De eerste: ’t Schijnt dat die pontons tot drie keer toe aan de grond zijn gelopem…
    De tweede: Kvinnet maer triest hoor. Vijftig man hebben ze dropaf stuurd en die hebben niks presteerd. Ja, ze hebbn wat van die veulentjes uutet waeter haald…     De gemeente Ferwerderadiel staat er weer bantgekleurd op.
    De eerste: Joa, maer, ’t leger…
    De tweede: Skei toch uut, asset in Oeroeskan kan, dan kannet hier toch oôk?
    (changement.)

    Proloog, scène 35
    Ter Apel. De Tijdelijke Noodvoorziening voor mensen die asiel willen gaan aanvragen, waar ze ongeveer twee weken wachten om asiel te mogen aanvragen. Een terrein met caravans, zonder wielen, waarin niet gegeten of gedronken mag worden. Thee zetten mag ook niet. Dat is te gevaarlijk. Voor de thee wordt dus illegaal warm water afgetapt uit de buizen van de verwarming. Er is een ruimte vol gloednieuw speelgoed, maar er is geen geld voor een begeleider en dus kan er niet gespeeld worden. Dat is ook te gevaarlijk. De kinderen staan met hun neuzen tegen de ramen naar het speelgoed te staren. Rechts van de toegangspoort het Aanmeldcentrum, waar het asielverzoek gedaan moet worden, links het Vertrekcentrum. Een groepje belangstellenden, onder wie een voormalige vluchteling die nu bij VluchtelingenWerk werkt, wordt rondgeleid door een personeelslid van de IND, met vierkant geknipt stekeltjeshaar, als een Amerikaanse marinier. Hij staat in de centrale hal van het Aanmeldcentrum bij een kunstwerk, een druppelende kraan die het verstrijken van de tijd symboliseert.
    De IND’er (met een kopje thee in zijn hand): Stel je voor je vlucht uit je land…
    (changement)

    Proloog, scène 36
    Café Eylders aan het Leidseplein te Amsterdam. Aan de muur grote schilderijen van wulpse blote vrouwen, in felle oranje en roze tinten, omringd door poëtische teksten met spelfouten. Het echtpaar Oranje-Blanje-Bleu zit aan een tafeltje en wacht op de bitterballen en de vlammetjes.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Nou, ze gaan hem toch ophangen.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Dat vonnis is terecht.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Dat zei de prumjee ook. De Spaanse prumjee heeft benadrukt dat de EU zich tegen de doodstraf verzet.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Het past bij het bewind van Saddam.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Dat zei de prumjee óók. Maar de Fransen vrezen dat het vonnis het geweld in Irak verder zal aanwakkeren.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu (terwijl de ober de bittergarnituur neerzet): Ondanks al het geweld gaat het de goeie kant op in Irak, zeggen de Amerikanen. Het was een goeie dag voor het Irakese volk. (tegen de weglopende ober) … Eh, doet u mij nog maar een pilsje. Jij nog iets drinken? (zijn vrouw prikt met een kaasprikkertje in een bitterbal en schudt afwezig het hoofd.)
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Maar de prumjee voegde er nog wel aan toe dat het eigenlijk niet hoorde.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Wat niet?
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Iemand ophangen, de doodstraf, denk ik.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu (terwijl hij een vlammetje in de rode saus doopt): Eigenlijk niet, zei hij dat echt? Fantastische opmerking. Die kaerel begint me eigenlijk steeds beter te bevallen. De ironie druipt ervanaf! (Hij is even stil, kijkt nadenkend en zegt dan:) Ik zou hem stante pede president maken, als ik hun was.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Wie? De prumjee?
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Nee, gek mens dat je d’r bent, Saddam!
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Saddam? President van Nederland? En wat moet er dan met onze Koningin gebeuren? Moet die soms …
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu (onderbreekt haar): Nee, president van Irak! Saddam weer president van Irak. Welbeschouwd is hij de enige die al die bevolkingsgroepen in de hand weet te houden… Hij heeft het bewezen.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu (enthousiast): Ik zou er wel bij willen zijn.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu: Waarbij?
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Nou, gewoon, bij de execusie. Is toch een historisch moment. Het einde van een schrikbewind.
    Meneer Oranje-Blanje-Bleu (met volle mond): Geen sprake van. Komt niks van in. Veel te gevaarlijk.
    Mevrouw Oranje-Blanje-Bleu: Als het aan jou lag, kwam ik nooit ergens!
     (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::