De allerlaatste dagen der mensheid (10)

     Proloog, scène 27
     In een bijkeuken in Wijdenes. Op de keukentafel liggen vellen kopieerpapier en een ordner. Mevrouw Hooftma-Kistemaker staat gebogen over het aanrecht en herleest haar ingezonden brief aan het tijdschrift Boodschappen, een uitgave van de leden van de coöperatieve inkoopvereniging Superunie B.A.
    Mevrouw Hooftma-Kistemaker: ‘Goede raad is duur’. Dat geldt echter niet voor de huishoudelijke tips in Boodschappen. Ik lees ze graag, knip ze uit en plak ze vervolgens op vellen dik kopieerpapier die ik opberg in een ordner. Datzelfde doe ik met bepaalde recepten, waarbij ik de vegetarische weer op aparte vellen plak. Drie onderwerpen dus in één ordner, waarvoor een andere oplossing zou zijn: drie plakboeken met een verschillende gekleurde kaft.
     (changement.)

    Proloog, scène 28
     Geldrop. Een doorsnee doorzonwoning. Op de bank in de huiskamer zitten een man en een vrouw. Zij heeft een vier maanden oude baby op schoot. Hij heeft een brief in zijn handen.
    Mevrouw Mwansiti Juma Cornelissen-Kupara: Lees hem nou nog eens goed over. Dat kan toch niet?
    Meneer Geert Cornelissen: Het staat er echt: binnen achtentwintig dagen moet Faraja uit eigen beweging het land verlaten, anders wordt ze verwijderd.
    Zij: Ze kan zich helemaal niet op eigen kracht bewegen! Hoe hadden ze zich dat voorgesteld? Moeten we een helikopter van haar maken? Je hebt haar toch netjes aangegeven op het stadhuis?
    Hij: Ik had voor de geboorte de ongeboren vrucht moeten erkennen, staat hier, omdat we niet getrouwd zijn. Jij hebt een verblijfvergunning tot 2011, en daarna kom je in aanmerking voor een Nederlands paspoort.
    Zij: En Faraja?
    Hij: Is geen Nederlandse. En omdat ze ook geen Tanzaniaans paspoort heeft, wordt ze uitgezet.
    Zij: Maar hoe had ze een Tanzaniaans paspoort moeten krijgen? Had ik dat ook moeten baren?
    Hij: Ik heb de ambassade in Brussel gebeld. Daar begrepen ze er ook niks van. ‘Uit eigen beweging het land verlaten’ …
    Zij (begint Faraja uit te kleden): Dan moeten we maar eens kijken waar we de vleugels kunnen bevestigen.
     (changement.)

     Proloog, scène 29
     Tezelfderplekke, een dag later. Geert Cornelissen komt de huiskamer binnen, met een opengescheurde envelop en een brief in zijn hand. Zijn vrouw zit met de baby op de bank.
    Geert Cornelissen: Het is een vergissing!
    Mwansiti Juma Cornelissen-Kupara: Wat is een vergissing?
    Hij: Alles is een vergissing!
    Zij: Alles is een vergissing? Spreek duidelijk of spreek niet, lieve echtgenoot.
    Hij: Faraja hoeft niet het land uit! We kregen per ongeluk een standaardbrief die bestemd was voor illegale meerderjarigen. Goddank.
    Zij: En die vleugels dan? Hoe krijgen we die er nu af?
(Een blik op Faraja leert dat er twee zilvergrijze vliegtuigvleugels aan haar schouderbladen vastzitten en een hefschroef aan haar stuitje is vastgehecht.)
     (changement.)

::: Meer over de serie De allerlaatste dagen der Mensheid, de schrijvers Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes en illustrator Aart Clerkx :::