Boekrecensie | Armoede uitgelegd aan mensen met geld

Tim ’s Jongers heeft een boek geschreven waarin hij, zoals de titel al verklapt, dingen over armoede vertelt en waarbij hij zich specifiek richt tot het niet arme deel van de bevolking. Voor degenen die ’s Jongers niet kennen: hij is een Belgisch wetenschapper en publicist, die in Nederland onderzoek deed naar armoede bij onder andere de Raad voor Volksgezondheid & Samenleving. Hij is bekend bij het grote publiek als columnist bij onder andere De Volkskrant en De Correspondent, en door zijn eerdere boek Beledigende Broccoli. Momenteel is hij directeur van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. Het boek in vogelvlucht Om te beginnen bij het begin: ’s Jongers heeft een uitermate leesbaar boek geschreven. Hoewel het onderwerp zwaar en bij tijd en wijlen schrijnend is, is de schrijfstijl dermate vlot dat je blijft lezen. ’s Jongers is zelf opgegroeid in armoede. Hij maakt van dat gegeven zeker geen ‘armoede peepshow’, zoals hij het zelf verwoordt (p13), maar zet het sporadisch en (daardoor?) zeer effectief in om zaken te illustreren. Het deed me een beetje denken aan de boeken van Geert Mak, die bij het beschrijven van grote lijnen in de geschiedenis ze door middel van een anekdote tot leven brengt. In Armoede uitgelegd aan mensen met geld komen vrijwel alle relevante thema’s en discussies rondom armoede aan bod. Zoals bijvoorbeeld de gezondheidsverschillen tussen arm en rijk, de blijvende effecten van kinderarmoede, het feit dat velen in de bijstand helemaal niet kunnen werken (hoezeer ze ook in die richting worden geduwd) en de culturele aspecten van armoede die het lastig maken om er aan te ontsnappen. Een terugkerend thema is de veel te hoge verwachting over de zelfredzaamheid van mensen die beleidsmakers hebben, het probleem dat van de mensen die de overheid het hardste nodig hebben het meest wordt verwacht, en het geloof in de meritocratie waardoor armoede als ‘eigen keuze’ wordt gezien. Met tal van voorbeelden illustreert ’s Jongers de onzinnigheid daarvan. Het boek geeft dus een zeer volledig beeld van de huidige discussies rondom armoede en bestaanszekerheid, en wat er allemaal mis gaat in dat domein. De auteur tikt vrijwel alle relevante thema’s aan, en gebruikt inzichten uit een zeer brede literatuur. Van wetenschappelijke klassiekers als Deci & Ryan over zelfbeschikking tot de inzichten over verschillende typen 'kapitaal' van de socioloog Bourdieu. Tot recente, Nederlandse wetenschappelijke rapporten over (de gevolgen van) armoede. Complimenten voor de volledigheid van de schrijver, én het ogenschijnlijke gemak waarmee hij moeilijke onderwerpen toegankelijk maakt. Wat kritische noten Om te voorkomen dat dit al te veel een lofzang wordt, toch wat kritische kanttekeningen. De eerste is dat veel van ’s Jongers zijn kritiek wat apolitiek van aard is, gericht is op ‘de dominanten’, ‘hoopvollen’ of ‘knoppendraaiers’, die verantwoordelijk zijn voor de huidige situatie. Maar dat is natuurlijk een wat al te grove generalisatie. De constatering dat ‘ons soort mensen’ wel heel goed voor zichzelf heeft gezorgd is volkomen terecht. Hij beschrijft zorgvuldig hoe de welvarende klasse de problemen van het leven weet te outsourcen. Druk? Dan gaan we uit eten of nemen we een hulp in de huishouding. Kinderen moeite op school? Dan doen we ze op bijles. Een onmogelijke belastingaangifte? Dan huren we gewoon een adviseur in. Et cetera. Het zijn allemaal luxes die mensen in armoede niet hebben, hen wordt gevraagd om ‘zelfredzaam’ te zijn. Maar het was natuurlijk een bepaald deel van de ‘hoopvollen’ dat uit politiek/ideologische redenen heeft aangestuurd op het huidige systeem. Het waren, om maar wat te noemen, niet de rijke, hoogopgeleide socialisten die hebben gevochten voor een nachtwakersstaat, waarbij de overheid het minimale doet en waarbij de zelfredzame ‘homo economicus’ zowel idool als uitgangspunt is. ’s Jongers benoemt dit niet, behalve impliciet als hij het heeft over de “terugtredende overheid” (p161). Die terugkerende overheid, die had echter natuurlijk politieke voorvechters (maar wie dat waren blijft weer buiten beeld). Nu weet ’s Jongers dit allemaal natuurlijk donders goed, en acht ik de kans aanzienlijk dat het niet al te duidelijk benoemen hiervan strategisch is (je moet juist ook de rechtsmens zien te overtuigen natuurlijk, gezien de politieke verhoudingen in dit land, en dan werkt al te duidelijk benoemen wie verantwoordelijk is voor de huidige puinzooi wellicht tegen je). Tegelijkertijd wordt op deze manier toch wel een beetje onrecht gedaan aan de talloze dominanten en knoppendraaiers die de afgelopen decennia hebben gevochten tegen het huidige systeem, die hebben gewaarschuwd voor de gevaren en hebben gevochten tegen de bierkaai. Een andere al te grove generalisatie komen we tegen als de schrijver uithaalt naar het basisinkomen, iets voor 'jonge hoogopgeleiden die de ballen van armoede snappen' (p52). Los van wat je van het basisinkomen vindt, ik ken de voorstanders in alle soorten en maten, van oud tot jong, arm tot rijk en praktisch tot theoretisch opgeleid. Ook hier doet het generaliseren nodeloos afbreuk aan de rest van het (overwegend uitstekend onderbouwde) betoog. Wat al te ver doorgevoerd cynisme Een ander kritisch punt, en dat sluit aan bij bovenstaande, is het cynisme van de auteur. Cynisme kan effectief zijn in een betoog, en ook in ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ vervult het soms die rol door wat (zwarte) humor aan te brengen. Een mooi voorbeeld is de frase: ‘Want iemand die 'uit het handje eet' zou maar eens levensvreugde of enige vorm van comfort ervaren' (p82) - als hij het heeft over de lasten waar burgers onder gebukt gaan als gevolg van de ‘chronische overheidsargwaan’. Dit is inderdaad gewoon (zei het wat hard geformuleerd) waar het rijksbeleid op gebaseerd is, met alle gevolgen voor de burger van dien. Maar het kan ook ten koste gaan van de analytische scherpte. En dat gevoel heb ik bijvoorbeeld bij de passage “Ik kijk dan uit op een zaal van pakweg honderd ambtenaren, die mij blijkbaar nodig hebben voor een analyse van hun eigen vakgebied” (p10). Dit is toch een beetje alsof meneer pastoor, wiens kerk elke zondag bomvol zit, zich vertwijfeld afvraagt of al die katholieke mensen de bijbel niet kennen, want ze moeten blijkbaar naar hem komen om er over te horen. Terwijl de werkelijkheid natuurlijk is dat meneer pastoor zo mooi kan vertellen, en dat al die gelovigen komen om verhalen te horen die ze voor een groot deel al kennen. En zo is het natuurlijk ook bij eerwaarde ’s Jongers. Neen, de zaal zit niet vol met mensen die hem nodig hebben voor een analyse van hun vakgebied.* De zaal zit vol met mensen die dezelfde analyse al hebben gemaakt, of deels hebben gemaakt, en bevestiging willen hebben van hun waarneming. Of die wellicht op zoek zijn naar iemand met autoriteit, die het verhaal zo strak neer kan zetten dat een ambtelijke of politieke baas overtuigd kan worden meer met deze kennis te doen. Sterker nog, de werkelijkheid is misschien wel cynischer dan wat ’s Jongers schrijft. Want juist de mensen die zijn verhaal wél nodig hebben om tot een correcte analyse te komen, die zitten helemaal niet in die zalen waar hij staat. Die vinden bijstandsgerechtigden immers labbekakken, kijken neer op mensen zonder geld (zullen wel niet hun best hebben gedaan) en gaan toch godbetert niet luisteren naar iemand die verbonden is aan de Partij van de Arbeid? Wat random interessante dingen Nog enkele vermeldingswaardige zaken. ’s Jongers scoort tien bonuspunten voor het opnemen van Sam Vimes "Boots" theory of socioeconomic unfairness. De schrijver spreekt de lezer aan en zegt: 'ha jij hebt vermoedelijk zelfs betaald voor dit boek', maar dat is natuurlijk een misvatting want wij knoppendraaiers kennen onze privileges – zo’n boek krijg je gewoon gratis als je er een stukje over tikt.** Het punt dat ‘wij’, de dominante groep hoogopgeleiden met  ‘articulatiemacht’ een verantwoordelijkheid hebben voor de bestrijding van armoede, deel ik hartgrondig en kan niet genoeg onder de aandacht gebracht worden (bij deze dus nog een keer). De auteur stelt dat ‘er geen enkel domein is waar 'niet over de mensen zonder de mensen' zo van toepassing is’. Hoewel het in het armoededomein óók van toepassing is, vermoed ik dat sekswerkers, drugsgebruikers of daklozen er met de ‘hoofdprijs’ vandoor gaan in de categorie ‘geen volwaardig gesprekspartner zijn’. Ik vermoed overigens ook dat er wel enige verschillen zijn tussen, bijvoorbeeld, het Rijk en lokale overheden, als het gaat om het betrekken van mensen waar het om gaat. Een anekdote: toen het Nijmeegse bijstandsexperiment in volle gang was, kwamen ambtenaren van het ministerie van SZW en het CPB langs op werkbezoek, om te kijken hoe we dat deden. Als organisator van de dag heb ik geregeld dat vrijwel de hele dag bestond uit speeddates tussen ambtenaren en bijstandsgerechtigden die deelnamen aan het experiment, juist met als doel om ‘ambtelijk Den Haag’ inzicht te geven hoe het leven in de bijstand écht is. “Dit is heel interessant”, zei een hoge ambtenaar in zo’n gesprek, “ik heb nooit eerder gesproken met iemand in de bijstand”. “Nou dat is toevallig”, gaf de bijstandsgerechtigde aan, want ik sprak ook nooit eerder een ambtenaar van een ministerie!” Er is nog wel wat te winnen, zullen we maar zeggen, als we het hebben over ‘de kloof’. Tegelijkertijd heb ik het idee dat, gelukkig, zowel lokaal als landelijk het belang van ervaringskennis steeds meer gezien wordt. Voor wie is dit boek? Als je op de titel af moet gaan is het wel duidelijk voor wie het is: ‘mensen met geld’. Niettemin bekroop me deze vraag tijdens en na het lezen. In algemene zin kan ik het vrijwel iedereen aanbevelen. Vlot geschreven, inhoudelijk overtuigend, over een belangrijk onderwerp dat (nog) veel meer aandacht verdient. Los van dat het prettig leest: mensen met geld kunnen er wat van leren, mensen zonder (of die hebben gezeten zonder) vinden allicht herkenning. Tegelijkertijd denk ik dat er toch best groepen zijn die zijn bij wie dit extra onder de aandacht gebracht zou mogen worden. En dat zijn juist de mensen die er normaal met een boog omheen zouden lopen. De mensen die nog geloven in de ‘homo economicus’, die denken dat mensen in armoede, schulden en bestaansonzekerheid allemaal zelfredzaam zijn (hint: als ze dat zouden zijn zouden ze vaak niet in die situatie zitten!), en de mensen die denken dat je alleen maar hoeft te gaan werken om uit de armoede te ontsnappen. Mijn aanbeveling zou dan ook zijn om dit boek bijvoorbeeld in de kerstpakketten te stoppen bij de ministeries van EZ en Financiën, en van de mensen die werken bij een Telderstichting. En in het pakket ‘inwerkstukken’ van iedere nieuwe ambtenaar en professional die begint te werken in het sociale domein. Resumerend ’s Jongers heeft een goed en mooi boek geschreven. Als je het nog niet gelezen hebt, ga het vooral alsnog doen.       Noten *hoewel die er wellicht ook tussen zitten, met dank aan de notie dat ambtenaren geen inhoudelijke kennis meer hoeven te hebben. **ook schrijven voor Sargasso? Klik hier!

Door: Foto: Abhi Sharma (cc)
Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Woordenboeken als wapens voor de rechter

Er zijn vermoedelijk geen woorden waarover zoveel is geschreven als over Jood. Althans, dat meent Ewoud Sanders, en als er iemand is die dat weten kan, is hij dat – de Nederlandse historicus die het allermeest weet over taal.

Sanders is zelf ook al heel lang bezig geweest met het onderwerp. Twintig jaar geleden deed hij al onderzoek naar ‘het beeld van Joden in de Nederlandse taal, hij wilde er zelfs op promoveren. Er waren toen overigens allerlei problemen – het Meertens Instituut in Amsterdam wilde zijn netwerk van informanten liever niet met dit gevoelige onderwerp confronteren – en het onderzoek sneeuwde een beetje onder. Hij promoveerde uiteindelijk op een in de verte verwant onderwerp: kinderverhalen over jodenbekeringen. Maar de vraag wat voor beeld er nu precies opduikt van de Nederlandse kijk op joden als je naar de gebezigde taal kijkt, bleef hem bezighouden.

En nu, in tijden waar het antisemitisme weer zoveel reëler is, nam hij het toch weer op.

Dat is volkomen terecht, want er blijkt heel veel over te vertellen. De methode Sanders is dat je door de geschiedenis heengaat en onderzoekt in wat voor samenstellingen (jodenkoek, jodenstreek), uitdrukkingen (twee joden weten wat een bril kost) en plaatsaanduidingen (Jeudenhoek) het woord voorkomt, om zo te achterhalen wat voor beeld erop duikt. Eerder paste hij dat toe op het n-woord, en in dit geval werkt het even goed.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Een zeer zwakke minister

OPINIE - Minister van OCW Eppo Bruins kan de megabezuinigingen op onderwijs die hij doorvoert niet verkopen omdat hij er zelf niet achter staat. Slappe hap.

Een nieuwtje dat de laatste week onderbelicht is gebleven: de Nederlandse universiteitsbesturen praten niet meer met Eppo Bruins, minister van OCW. De Groningse bestuursvoorzitter Jouke de Vries kondigde het afgelopen maandag aan tijdens zijn toespraak bij de opening van het academisch jaar, maar andere universiteiten zwegen erover en zelfs de Groningse universiteitskrant UKrant vond het niet de moeite waard er iets over te schrijven. Alleen RTV Noord berichtte erover.

Terwijl het toch een opmerkelijk feit is. Nederlandse universiteitsbestuurders zijn over het algemeen nogal gezagsgetrouw. Bij eerdere bezuinigingen kozen ze er steeds voor om ‘aan tafel te blijven zitten’ – door te praten en proberen ieder openlijk conflict te vermijden. Maar nu maakt de minister het kennelijk zo bont dat zelfs deze mensen niet meer met hem willen praten, terwijl ze eerder ook al aankondigden mogelijk een rechtszaak aan te spannen tegen de bezuinigingen omdat deze de overheid onbetrouwbaar maken. Hun enige loyaliteit is kennelijk nog dat zij, met uitzondering van Jouke de Vries, dat niet openbaar maken.

Duidelijk argument

De minister betoont zich dan ook uitermate zwak. Hij is aangesteld op een hoofdlijnenakkoord waarin over zijn dossiers niets constructiefs wordt gezegd, alleen dat er enorm in moet worden gehakt: honderden miljoenen op de publieke omroep, bijna twee miljard op het onderwijs, waarvan ruim een miljard op het hoger onderwijs. Waarom er uitgerekend op het onderwijs, dat ook in betere tijden al zo’n veelgeplaagd object was van almaar krimp, zo gigantisch zou moeten worden bezuinigd is tot nu toe door niemand uitgelegd.

Foto: Eigen foto Proefschrift bijstandsexperiment Nijmegen

In de corona – bijvangst bij het schrijven van een proefschrift

Zoals jullie weten (ik heb er namelijk al een en ander over geschreven hier op Sargasso) heb ik de afgelopen jaren onderzoek mogen doen naar de effecten van een wat ruimhartige vorm van bijstand. Uiteindelijk leidde dat tot een proefschrift over een experiment dat de gemeente Nijmegen hier mee deed. Een mooie bijvangst van promoveren is (naast de status, de loonsverhoging en de mensen op straat die je handtekening willen natuurlijk /s) is dat je, eenmaal gepromoveerd, gevraagd kan worden om zelf in de corona te gaan zitten om anderen die hun proefschrift verdedigen moeilijke vragen te stellen. En zo leer je nog eens wat nieuws!

Enkele maanden terug was ik uitgenodigd om deel te nemen aan de oppositie bij de promotie van Sandra Schel, die een uitermate boeiend proefschrift over Nederlanders die dakloos zijn en/of die leven in langdurige armoede: Towards understanding what Dutch people in a socio-economically disadvantaged position need to enhance their living conditions.

Het hier helemaal bespreken voert te ver: het proefschrift bestaat (zoals dat vaak gaat bij proefschriften) uit vier deelonderzoeken, die een samenhangend thema hebben (mensen in zeer ongunstige sociaaleconomische omstandigheden, te weten daklozen en mensen in langdurige armoede). Eén specifieke passage wil ik echter graag met jullie delen, omdat hij volgens mij essentieel is voor het verbeteren van het sociale stelsel in Nederland. Maar ook omdat hij goed aansluit bij waar hier op Sargasso vaker over geschreven is. Het gaat hier om:

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: woodleywonderworks (cc)

Experimenteren met (arme) mensen

LONGREAD - Ik las laatst wat schandaligs. Er wordt geëxperimenteerd met zieke mensen. Door gezonde mensen nog wel! Waarom mogen gezonde mensen experimenteren met zieke mensen? Experimenteren met zieke mensen, het is even bijzonder als zorgelijk dat dit kennelijk door een ethische commissie is goedgekeurd.

Kritiek op experimenten

Bovenstaande is een bewerking van enkele zinnen uit een opinieartikel in de Volkskrant van een tijd terug, van Tim ’s Jongers en Laura Batstra: “Opinie: Experimenteren met arme mensen, het is even bijzonder als zorgelijk”. In plaats van zieke en gezonde mensen, spreken zij er schande van dat er wordt geëxperimenteerd met arme mensen, door mensen die het goed hebben. Het stuk ageert specifiek tegen een experiment van het Kansfonds.

Hun punten, kort samengevat, is dat dergelijk onderzoek onnodig is omdat we al voldoende kennis hebben, het gedaan wordt door ‘hoopvollen’ op ‘hooplozen’ om te kijken ‘of ze meer op henzelf gaan lijken als we ze een beetje geld geven’ en het onethisch is dat er een controlegroep is.

Initiators en intenties

Het Kansenfonds kan prima voor zichzelf spreken maar ik ga toch nog reageren op de algemene strekking van dit artikel. Full disclosure voor de mensen die het niet weten: ik was zowel ambtelijk projectleider als wetenschappelijk onderzoeker naar een soortgelijk experiment onder bijstandsgerechtigden in Nijmegen. Dat ging, net als het experiment van het Kansenfonds, uit van meer vertrouwen in mensen en het gaf hen de ruimte om meer bij te verdienen naast de uitkering. Het had ook zo’n vermaledijde controlegroep.

Foto: James Burke (cc)

Kennis van de Nederlandse maatschappij: Het maakt niet uit

COLUMN - Een deel van het inburgeringsexamen om Nederlander te worden is nog altijd een onderdeel ‘kennis van de Nederlandse maatschappij’. De vragen die er worden gesteld zijn moeilijk te achterhalen. Af en toe borrelt er iets naar de oppervlakte, en vaak levert dat dan tumult op, want er zitten altijd betrekkelijk absurde vragen bij, waarvan je afvraagt hoeveel mensen die al Nederlander zijn ze kunnen beantwoorden.

Maar omdat het zo schimmig blijft, en misschien ook omdat het de meeste mensen die al Nederlander zijn uiteindelijk weinig kan schelen, verandert er weinig.

Op YouTube vond ik het onderstaande filmpje waarin wat vragen voorkomen uit het thema ‘omgangsvormen, normen en waarden’. Het bureau dat het plaatste ziet er serieus uit, ik neem aan dat ze weten wat ze doen. Maar er komen dus vragen in voor als:

Hoe kunt u het beste omgaan met mensen die anders denken of een ander geloof hebben dan u?

A. Niet met hen omgaan

B. Hen overtuigen van uw gelijk

C. Het maakt niet uit. U kunt gewoon met elkaar omgaan

Het is misschien onderdeel van mijn Nederlanderschap dat ik als ik zo’n vraag lees, weet dat C wel het bedoelde antwoord zal zijn. Maar is het ook ‘juist’? Het is nogal cultuurrelativistisch, het zegt feitelijk dat iedere ‘andere gedachte’ en ieder ‘ander geloof’ genegeerd moet worden. Iemand meent dat je jonge meisjes niet naar school moet sturen: ‘Het maakt niet uit’. Iemand anders denkt dat Adolf Hitler een toffe peer was: ‘U kunt gewoon met elkaar omgaan’.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Alisdare Hickson (cc)

Inzake Israël pleit de VVD voor safe spaces en cancelcultuur

OPINIE - Het gist op Nederlandse universiteiten. Sinds begin mei bezetten activisten en studenten locaties als het Roeterseiland (UvA) in Amsterdam. Ze eisen dat de universiteiten de banden met Israëlische instellingen verbreken. Volgens VVD en BBB scheppen die activisten een onveilige situatie en zouden universiteiten sancties moeten treffen tegen docenten die deelnemen aan dergelijke pro-Palestijnse manifestaties. Daarmee treedt het parlement echter buiten haar boekje.

Academische vrijheid

Je moet het maar durven. In de ene zin zeggen dat je pal staat voor de academische vrijheid en in de volgende aankondigen dat je de minister gaat vragen universiteiten aan te sporen om docenten aan te pakken die meedoen met onwelgevallige demonstraties. VVD-Tweede Kamerlid Claire Martens zag er in het WNL-actualiteitenprogramma Goedemorgen Nederland vorige week dinsdag geen tegenstelling in.

Martens maakt zich zorgen om de intimiderende werking die er uitgaat van protesten die gepaard gaan met barricadering en vandalisme door gemaskerde demonstranten, waarvan vaak niet goed duidelijk is of het überhaupt om studenten gaat of om activisten van buiten de universiteit, die deze gebruiken als podium voor hun gestaalde ideologische agenda.

De rol van de politiek

Op zich is die zorg terecht, al lijkt me de openbare orde op universiteiten in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van burgemeesters. Het gaat echter meteen al mis doordat Martens stelling neemt in een debat waar zij als parlementariër geen rol in speelt.

Foto: Rotterdam monument Erasmus, Ziko van Dijk, CC BY-SA 3.0 , via Wikimedia Commons.

De neerlandistiek in tijden van Wilders

COLUMN - Als we nu opportunistisch zijn, slepen wij neerlandici grote sommen gelds uit alle onheil die nu op ons af komt gestormd. De universiteiten moeten toch weer Nederlands worden? Nou, wij zijn er klaar voor, kom bij ons! De neerlandistiek zijn de Henk-en-Ingrid-studies bij uitstek.

Er zijn allerlei aanwijzingen dat de draconische bezuinigingen op de universiteiten (bijna een miljard euro) bovenaan het lijstje van de toekomstige regering staan. De beuk erin! De protesten die wij dan gaan voeren, zullen alleen duidelijk maken dat de elite extreem links is, of zoiets: haha, moet je die lui nou eens zien strijden voor hun eigen hachie. Want degenen die op die regering gestemd hebben, zullen de komende jaren niets krijgen dat ze echt vooruithelpt, geen verlichting van hun problemen, geen hulp in hun nood. Dus wordt het leedvermaak alvast georganiseerd: de grappige filmpjes van huilende hoofddocenten, de verontwaardigde commentaren in bepaalde kranten dat we allemaal nu eenmaal moeten inleveren. Bakje popcorn erbij, heerlijk. De opstand der intellectuelen

Maar wij neerlandici kunnen ons dus redden, mits we ons goed aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. Weg met het Engels in het hoger onderwijs! Wat u zegt, hebben wij even een mooie taal in de aanbieding. Geld voor woke onderzoek naar de geschiedenis van het kolonialisme of naar ‘woestijntalen’ zoals het Arabisch kan beter aan onze noeste studie van de gouden eeuw, het Gotisch en de Limburgse dialecten worden besteed.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Belgian Presidency of the Council of the EU 2024 (cc)

Boycot om te beginnen de politiek

COLUMN - Woensdag kregen we weer een voorproefje van wat ons te wachten staat aan de universiteiten. Jarenlang is ons voorgehouden dat onderwijsinstellingen natuurlijk ‘neutraal’ moeten zijn, en zo staat het zelfs in het hoofdlijnenakkoord van de toekomstige nieuwe regering: politiek neutraal is het ideaal.

Maar ondertussen kunnen de partijen die sympathiek staan tegenover de regering in ruste, nu ze de macht hebben of minstens ruiken, het ook niet laten om zich meteen te gaan bemoeien met het beleid van de universiteiten. Verontrustend was het verslag van het Hoger Onderwijs Persbureau gisteren over een door de SGP ingediende Kamermotie.

In de nu aangenomen motie roept de Kamer de regering universiteitsbesturen op om “niet onder druk de banden met Israëlische instellingen te verbreken”. Die druk zou dan komen van “studenten, academisch personeel en demonstranten [die] op intimiderende wijze druk uitoefenen” voor een boycot van Israëlische academische instellingen.

Rusland

Ik heb hier al geschreven wat ik van een academische boycot vind: ik ben ertegen. De universiteit is een manier waarop internationaal debat wordt georganiseerd, en zulk debat breek je nooit systematisch af. Ik vind ook niet dat we Rusland moeten boycotten, of Iran, of Noord-Korea. Praten is altijd beter dan niet praten, dat vind ik.

Foto: NIAID (cc)

De vercookiesering van sociaalwetenschappelijk onderzoek

COLUMN - van Jos van der Lans

Zijn ze op de universiteit gek geworden, dacht cultuurpsycholoog en publicist Jos van der Lans toen hij voor een onderzoek een informed consent-formulier moest ondertekenen. Hij ziet er het zoveelste voorbeeld in van bureaucratie die creativiteit en eigen verantwoordelijkheid doodt.

Onlangs werd ik benaderd voor een interview door een buitenpromovendus van de Universiteit Twente over een onderwerp waar ik het nodige over heb geschreven. Aan zo’n eervol verzoek werk ik altijd mee. Een paar dagen voordat het interview zou plaatsvinden, ontving ik een mail met daarin bijgesloten een Informatieblad & Toestemmingsformulier Onderzoek.

Wat is dit voor bureaucratische flauwekul?

In het informatieblad werden doel en werkwijze van het onderzoek, de potentiële risico’s van het vraaggesprek, de vertrouwelijkheid van de gegevens en de vrijwilligheid van mijn deelname in anderhalf A-4tje uitgelegd. In het daaropvolgende toestemmingsformulier kon ik door het zetten van kruisjes toestemming geven dat het gesprek werd opgenomen, dat er een transcript van werd gemaakt, dat er citaten zouden worden gebruikt, dat mijn naam mag worden gebruikt, en dat de verzamelde informatie mag worden bewaard. Zowel de onderzoeker als ik moesten deze verklaring vervolgens ondertekenen.

Gek geworden

Wat krijgen we nu, dacht ik. Zijn ze in Twente gek geworden? Wat is dit voor bureaucratische flauwekul? Na enige navraag werd mij duidelijk dat bij álle universiteiten, hogescholen en onderzoeksinstituten studenten, onderzoekers, promovendi die voor hun scriptie, these of onderzoek met mensen spreken met een informed-consent-formulier de boer op moeten.

Foto: Eigen foto Proefschrift bijstandsexperiment Nijmegen

De oogst van de experimenten – blijvende invloed op bijstandsbeleid

ONDERZOEK - De lezers van Sargasso hadden nog één antwoord van me tegoed, op de vraag wat er nou eigenlijk is veranderd als gevolg van de lokale bijstandsexperimenten. Bij deze. Evelien Rombouts, die het grootste deel van het werk heeft gedaan, en ik (János) hebben onderzocht tot welke beleidswijzigingen die lokale experimenten met de bijstand nou eigenlijk hebben opgeleverd.

De aanleiding voor de experimenten met de bijstand was de invoering van de Participatiewet in 2015. Bij gemeenten, onder bijstandsgerechtigden en (andere) experts was er bezorgdheid en onvrede over die wet, nog voor hij was ingevoerd. De kritiek was onder andere dat de wet te streng was en te veel uitging van wantrouwen. De verwachting was dat de wet ineffectief zou zijn en veel extra bureaucratie zou opleveren.

Veel gesprekken

Gemeenten wilden daarom experimenteren met een ruimhartiger vorm van bijstand, die meer uitgaat van vertrouwen en die meer ruimte en autonomie geeft aan de bijstandsgerechtigden. Het vermoeden was, onder andere op basis van inzichten uit de gedragswetenschap, dat dit zou leiden tot betere resultaten op het gebied van onder andere gezondheid, welzijn, re-integratie en participatie.

Na veel gesprekken en behoorlijk wat tijd, kwam er toestemming van het ministerie van SZW voor de experimenten, waarbij enigszins van de Participatiewet kon worden afgeweken (zie o.a.: Bommeljé, 2017; Betkó, 2018). Hoewel ze minder ver konden gaan in hun experiment dan eigenlijk gewenst, deden zes gemeenten hier aan mee: Deventer, Groningen, Nijmegen, Tilburg, Utrecht en Wageningen. Een aantal andere gemeenten deden op eigen houtje een soortgelijk experiment, zonder daarbij af te wijken van de wet (Biezen et al., 2020; Bos et al., 2023).

Foto: Catholic Church England and Wales (cc)

De oorlog in Gaza ‘slim omzeilen’

COLUMN - Een van de meest krampachtige en verontrustende reacties op het studentenprotest tegen de oorlog in Gaza komt uit een hoek waar je zoiets niet zou verwachten: de Universiteit voor de Humanistiek. Docent Rodante van der Waal schreef er over in Trouw. Van der Waal doceert ‘dekoloniale theorie’ en had in dat verband gesproken over het optreden van Israël in Gaza. Enkele studenten verweten haar antisemitisme nadat ze haar naam hadden aangetroffen onder een door duizenden zorgmedewerkers ondertekende petitie die opriep om het geweld te beëindigen. Vervolgens kreeg zij een mail van de onderwijsdirecteur die haar opdroeg ‘het in mijn collegereeks niet meer te hebben over Palestina of Gaza. Mocht een student er toch nog naar vragen, dan moest ik het onderwerp ‘slim omzeilen’. De teksten van de alom gerespecteerde Palestijnse theoreticus Edward Said moesten van het curriculum af. De Palestijnse gastdocent moest ik afzeggen.’ Van der Waal weigerde dat. De Universiteit trok daarop een eerdere toezegging voor voortzetting van haar betrekking in.

De Universiteit wil ‘om privacy-redenen’ niet ingaan op dat laatste punt. ‘De genoemde Palestijnse filosoof Edward Said’, schrijft de UvH, ‘komt aan bod in curricula van de UvH, passend bij de leerdoelen van het betreffende vak.’ Kennelijk dus niet bij het onderwerp dekolonisatie. Hebben ze Said daar wel gelezen? Je zou je ook kunnen afvragen hoe het zit met de academische vrijheid als van hogerhand wordt bepaald welke literatuur een docent mag gebruiken.

Vorige Volgende