Sinds drie jaar domineert de economische crisis de politiek en de media. Het faillissement van de bank Lehman Brothers in de VS wordt aangewezen als de directe aanleiding. De implosie van de kredietmarkt bracht het financiële systeem in Amerika in gevaar, waarna de crisis zich als een olievlek over de wereld verspreidde. De oorzaakvan de crisis is echter minder duidelijk voor wie geen doorgewinterde econoom is.
Maarten van Rossem draagt in de eerste lezing van de serie Kapitalisme een duidelijke oorzaak aan voor het ontstaan van de crisis: het neoliberalisme dat in het marktmechanisme de oplossing voor alle economische problemen ziet. Als je de markt laat functioneren zonder inmenging door bijvoorbeeld de overheid, zal de economie zichzelf herstellen. Dit idee werd uitgedragen door Alan Greenspan, die tot 2006 voorzitter was van de invloedrijke Federal Reserve System in Amerika. Privatisering, liberalisering en deregulering zijn de stokpaardjes van het neoliberalisme. Dat dit niet altijd functioneert, is zichtbaar bij de problemen in de thuiszorg en spoorwegen sinds ze geprivatiseerd werden. Desondanks is het neoliberalisme nog altijd de motor achter economisch beleid in het Westen. Dat was echter niet altijd het geval. Sinds dertig jaar wordt het neoliberale marktmechanisme gehanteerd. Daarvoor kenmerkte de economische geschiedenis van de twintigste eeuw zich door de conjunctuurpolitiek van Keynes.