KORT | Toekomst?

Schaliegas en illegalen zijn op dit moment de belangrijkste onderwerpen in de Nederlandse politiek. Met de eerste omdat we al jarenlang verzuimen een alternatief voor onze energievoorziening te vinden, en we dus een gat moeten vullen. En illegalen zijn makkelijk als zwarte schapen aan te wijzen: van alle tijden en ze gaan niet weg. Door ze expliciet strafbaar te stellen, kunnen we rustig slapen.

Laten we vooral niet bezig zijn met wat werkelijk belangrijk is. Nederland en Europa bevinden zich in de ergste crisis sinds tijden. We weigeren te erkennen dat de oorzaak daarvan –een economie opblazen op basis van schuld- nog steeds niet weggenomen is. En we doen geen enkele poging om na te denken over hoe we in de nieuwe economische realiteit, waarin groei geen gegeven meer is, Nederland draaiende gaan houden zonder de ellende naar komende generaties door te schuiven.
We sluiten akkoorden die het oude bestendigen en niemand in de nabije toekomst al te veel schade berokkenen.

Ook het nadenken over hoe we onze maatschappij weer tot een open, tolerante en vrije samenleving maken, schreeuwt om aandacht. We zijn vooral bezig “fouten” te bestrijden met schijnoplossingen, niet met het goede te benoemen en tot bloei te brengen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Veilig schieten voor kinderen?

Deze week schoot in de VS een 5 jarig jongetje zijn 2 jarig zusje dood. Een “ongelukje” zoals er velen jaarlijks zijn in de VS.
Wat het bijzonder maakt is het geweer waar het mee gebeurde, een Crickett. Een kindergeweer, om verantwoord en veilig op te groeien met schieten.
Tenminste als je hun reclame mag geloven.
Uit de aanprijzing:
“My first riffle, a moment you never forget”
“With a safety promoting design”
“Girls and even moms will love the way they can pick one to their own taste”

Tja.
(Via via Osocio)

Foto: Peter Wassenaar (cc)

Stengelseizoen

COLUMN - Eten met de seizoenen, het valt niet mee. Van sommige gewassen hebben de telers bepaald dat het seizoen op een specifieke dag begint en eindigt. Eerder en later zijn ze er niet. Of mogen ze er in elk geval niet zijn. Asperges, bijvoorbeeld. Die zijn er vanaf de derde donderdag van april tot de voorlaatste vrijdag van juni.

Nu is er één ding vervelend: dat we elk jaar maar weer opnieuw vergeten de natuur een kalendertje te sturen. Die gooit dus ook met grote regelmaat roet in allerlei eten. In 2011 hadden we een uitzonderlijk zacht voorjaar en waren de asperges ruim een week te vroeg, hoewel dat halsstarrig werd ontkend door de aspergepropagandamachine (nee, niet zeggen dat dat een mooi Scrabblewoord is want het past niet op het bord). Nu, na een winter die uitzonderlijk lastig te verjagen viel, zijn ze er officieel alweer twee weken, maar geen boer heeft ze al van de koude grond. Alle asperges die nu verkrijgbaar zijn, komen uit kassen of van onder tunnels.
Die andere stengels, die zijn er al wel. Ik doel op de rabarber, ook altijd zo’n fijne lentebode al blijken er hele volksstammen te zijn die ervan gruwen. Mocht dat komen doordat je er ruwe tanden van krijgt (want dat is zo: rabarber bevat nog meer oxaalzuur dan spinazie die dat effect ook heeft), weet dan dat het helpt om wat zuivel en/of een eierdooier door de moes te roeren. Die gaat dat effect tegen en in het geval van een eierdooier krijg je ook nog een mooie binding. Wel heel goed roeren zodat je geen stukjes eigeel krijgt. Ziezo, toch nog iets praktisch in dit stukje.

#Dezeweek | Flipperkasten op Facebook

COLUMN - Over het hoge flipperkastgehalte van Facebook Ads.

Ik gebruik Facebook nu zo ongeveer vier jaar. Daarvoor kende ik het wel, maar in die tijd mocht je pas een account aanmaken als je 16 was. Tot het zover was, sleet ik mijn kostbare vrije tijd dus al krabbelend en ‘respect’ gevend. De dag dat ik mijn eerste like kon geven zie ik nog altijd als een heugelijke, maar sindsdien is al een hoop veranderd.

Enkele maanden geleden heeft Facebook haar newsfeed-beleid omgegooid. Om de al veel langer aanwezige Facebook Ads populairder en rendabeler te maken krijg je nu een veel groter aantal gesponsorde berichten in je newsfeed. Net zoals eerdere uiterlijke veranderingen in de profielpagina en de introductie van de Facebook Chat leverde ook dit weer een hoop gekakel op. Ik heb zelfs het gehoord dat ‘Facebook steeds meer op televisie gaat lijken, al die stomme reclame.’ Ik kan me er niet zo druk om maken. Als je het er zo zwaar mee hebt kan ik alleen maar denken: ‘Hey, er zit een kruisje in de rechterbovenhoek.’ Al loopt dat misschien niet zo lekker op de melodie.

Het unieke aan de Facebook Ads is dat ze vrijwel ultiem getailord kunnen worden op de doelgroep die je beoogt. Inmiddels heeft bijna elke Jan Met De Pet al een Facebookpagina, waarop hij veel meer informatie vrijgeeft dan hij doorheeft. Als jij als bedrijf producten wil aanbieden aan Jan Met De Petten die meer informatie vrijgeven dan ze doorhebben, dan hoef je dat alleen maar in te voeren in het digitale ad-formulier en Facebook doet de rest. Hier geldt echter nog steeds het oeroude computerprincipe dat ik van mijn vader leerde: Als je er poep instopt, komt er ook poep uit.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Garry Knight (cc)

Democratie

COLUMN - Tegen halfelf hadden Mijnheer OZ en ik genoeg van TV kijken en wilden naar het Waterlooplein lopen om te zien wat Willempjeprik was.

‘Nemen we de fiets’ opperde Mijnheer OZ.
‘Zullen we dat wel doen? Je komt er toch niet in?’

Ik had nog vers in het geheugen dat we daar woonden, op de kop van de Damstraat, en dat Koninginnedag voor ons van 7 uur tot 10 uur ’s ochtends behelsde. Je moest dan weer binnen zijn anders kon je je eigen huis niet meer bereiken. We spreken omstreeks anno 1995. Ik had gedacht dat het alsmaar erger was geworden.

We namen toch de fiets. Wie schetste onze verbazing toen bleek dat we zowat tot de Dam vrij konden fietsen. De straten waren leeg. Op een paar grootverkopers van lelijke kleren uit België na geen handel. Zeker geen zolderverkoop. Het was een tikkeltje unheimlich.

Op de Dam was er wel een menigte ja, dat verwachtte je ook wel, maar daaromheen, Damrak, Rokin, de Wallen, was alles toegankelijk. De rest van de mensheid zat zich zeker nog voor de buis te vergapen aan de pracht en praal van de Groten der Aarde.

Naar het Waterlooplein dan maar. Daar stond een band op een podium te spelen, waartussen een spreker iets met veel ‘Democratie, democratie’ stond te preken. Een twintigtal meters daarvandaan had een technofreak die diezelfde ochtend door iemand aan de hiel was vastgehouden en in de speed gedoopt, kans gezien een kraam in te richten met loeigrote luidsprekers. Waaruit keiharde oertechno kwam. Dwars door de ‘officiële’ democratische muziek heen. Een verloren ziel stond voor die kraam wild te dansen. Één bord stak eenzaam uit boven de hoofden: ‘1980 was veel leuker’. De keuze voor de kleur wit als symbool van de antimonarchie knalde in al zijn mislukking in ons gezicht: niemand van die anarchisten bleek iets wits in huis te hebben gehad – zwart was meer hun ding, zeg maar. De enigen die iets wits aan hadden waren keurige royalisten die hier toevallig langs moesten,en die die kleur combineerden met het onvermijdelijke oranje. Nergens iets dat op Willempjeprik leek. Het was inmiddels een uur of één.

Volentekriebels | Een weekend zonder alcohol

COLUMN - Een zinderend verslag van een nuchter weekend.

Mijn urine rook naar bedorven tomatensoep en zo zag het er ook uit, maar dan in het geel. Dat leek me een mooie aanleiding om weer eens een huisarts te bezoeken. We speelden een quiz. De huisarts was de quizmaster en ik de kandidaat. De eerste en enige vraag was: wat denk je zelf dat je hebt? Ik gokte op een blaasontsteking. Dat was het goede antwoord en ik won een zevendaagse antibioticakuur.

Ik wist dat dit betekende dat ik een week lang geen alcohol mocht drinken. Maar hee, ’s ochtends een vent, ’s avonds een vent, en dus ging ik donderdagavond zonder gejeremieer naar het lanceerfeestje van Noisey in de mij zo geliefde Club Trouw. Alle hipgave mensen stonden in de grote zaal, dus ik ging naar de hardebandjeskelder. Terwijl ik harde bandjes keek dronk ik liters nep-Spa Rood en ik voelde me hoe langer hoe nuchterder. Ik ben natuurlijk wel vaker nuchter, maar dat is meestal op maandagochtend en zeker niet om twee uur ’s nachts in een kelder. Ik werd er slaperig van en kon bijna niet meer op mijn benen staan.

De volgende ochtend had ik tot mijn verbazing lichte hoofdpijn. Ook had ik dankzij de draaidopjes van de flesjes bronwater een schaafwond op de plek waar je duim en wijsvinger elkaar ontmoeten. ’s Avonds voelde ik me weer beter en dat kwam goed uit, want ik had beloofd om in ruil voor gratis bier te jureren bij een bandjeswedstrijd op een studentenfestival. Onder deze omstandigheden was dat een schrale deal, maar ik hoopte dat er wat mooie studentes rond zouden lopen en dus had ik er alsnog best zin in. Het viel tegen. Als je nuchter bent zijn twintigjarige studentes veel te jong. Later die avond zou ik met een paar vrienden op stap gaan, maar omdat ik het te koud vond om te fietsen zegde ik dat af. Niet drinken is schadelijk voor vriendschappen.

Foto: Riccardof (cc)

Eeuwige roem in het Grütas Park

ELDERS - Eeuwige roem heet het verhaal van Bernlef over een armoedige standbeeldbewaker in een voormalig communistisch land (in Geleende levens, Querido, 2010). De man houdt de wacht bij een kerkhof van standbeelden van de gevallen leider, totdat er iemand komt die zijn leven ingrijpend verandert. Een ondernemer die kansen ziet in de nieuwe verhoudingen koopt alle beelden op en maakt er een pretpark van, “Lipido’s Historisch beeldenpark”. Met beelden van de voormalige dictator in alle standen, zelfs liggend zonder hoofd “om de herinnering aan de volksopstand levend te houden.” En een museum vol parafernalia uit de oude tijd: surrogaatkoffie, surrogaatzeep, doosjes slecht brandende lucifers en foto’s van eertijds beroemde sportlieden. Door het hele park heen hangen luidsprekers aan bomen die op gezette tijden populaire muziek uit het voorbije tijdperk laten horen, afgewisseld met toespraken van de leider. Een vreemd idee?

Het verhaal van de standbeeldbewaker, die door de ondernemer wordt aangesteld als zijn woordvoerder en dan met zijn vrouw een luxe leven gaat leiden, loopt uiteindelijk niet goed af, bij Bernlef. Toen ik verhaal las vond ik het nogal absurd. Hoe verzin je zoiets? Maar “Lipido’s Historisch beeldenpark” bestaat echt, heb ik nu ontdekt. Het is te vinden in Litouwen en het heet Grütas Park. Er staan 86 beelden van Stalin, Lenin, andere communistische grootheden en voormalige leiders van Litouwen. Het is een pretpark inclusief een museum met schilderijen, een speeltuin en een dierentuin.

#Dezeweek | Vieze Ratatouille

COLUMN - Nog één keer over het Koningslied dan. Dat is een vieze ratatouille, waardoor je toch weer iets meer van Nederland gaat houden.

Ik heb gesmuld de afgelopen week. De rel rondom het koningslied was er één om de vingers bij af te likken. Onevenaarbaar kneuterig op alle fronten. Het lied was natuurlijk een waar gedrocht, de communicatie wellicht nog slechter. Maar het allermooiste vond ik dat uiteindelijk de ontstane rel erin slaagde Nederland anno nu zóveel beter te beschrijven dan het lied zelf.

Ewbank maakte een denkfoutje. Hij was hoogstwaarschijnlijk in de veronderstelling dat wanneer hij ‘van alles wat’ zou hebben, hij ook ‘voor ieder wat wils’ zou hebben. Tot zover klopt het nog, maar inherent daaraan is natuurlijk ook dat er ‘voor ieder wat haats’ is. Ik wil mezelf bijvoorbeeld al van kant maken als ik Ruth Jacott op televisie zie, maar er zullen natuurlijk ook mensen zijn die enkel bij het zien van Ali B al zin krijgen om PVV te stemmen. Het Koningslied werd een goor compromis waar niemand het mee eens was. Eén grote ratatouille, en iedereen vond ‘m vies.

Net toen ik deze ratatouille in gratie had opgenomen – ik kende de tekst, en was er klaar voor het dinsdagavond half acht uit volgegoten borst, als ware het een geuzenlied, mee te blèren – barstte de bom. Blijkbaar waren de kritiek en de (onjuiste) bejegeningen van taalfouten Ewbank te veel geworden en vond hij het gepast, als enige paraplu in de zeikregen, de biezen te pakken. Hij ‘trok het Koningslied terug’. Dit was al leuk. Sinds wanneer kun je een liedje terugtrekken? Hoe gaat dat praktisch in z’n werk? Ergens was het ook wel een beetje treurig. Het maakte vooral duidelijk dat Ewbank dat hele liedje zelf ook maar niks vond. Anders blijf je er, zelfs in een flinke zeiktsunami, gewoon achter staan.

Vorige Volgende