SlimmerIQen gevraagd/gewenst!

Binnenkort kunnen we ons gaan verwonderen over hoe geweldig het is om als kind een IQ te hebben van meer dan 130. We kunnen gaan zien hoe jonge slimmeriken de meest ingewikkelde sommen en getallenreeksen weten op te lossen en de meest complexe vraagstukken tot een goed einde weten te brengen. Zo’n vijftien geselecteerde ‘Einsteintjes in de dop’ mogen namelijk met elkaar de strijd aangaan om de prestigieuze titel van ‘Slimste Kind Van Nederland.’ Na het zien van het promotie-optreden van presentator Peter van der Vorst in het programma ‘RTL Late Night’, plaats ik echter mijn vraagtekens bij het pedagogische aspect en de invloed van het programma ‘SlimmerIQen’ op de kinderen die deze kijkcijferhit zullen (moeten) ondergaan.

Oprichter Westboro Baptist Church geëxcommuniceerd en stervende

Fred Phelps, de controversiële boeteprediker en oprichter van de Westboro Baptist Church is stervende. Hij is uit de kerk gezet en ligt in een hospice in Topeka (Kansas). Dat zegt zijn zoon, Nathan Phelps, die de beweging al sinds 1976 verlaten heeft.

Fred Phelps verkreeg internationale beruchtheid door met zijn kerk te demonstreren bij begrafenissen van homoseksuelen en Amerikaanse soldaten. Wie kent de foto’s niet van groepjes demonstranten met posters als ‘God hates fags!’ en ‘Thank God for dead soldiers’? Verscheidene documentairemakers waaronder de vermaarde Louis Theroux bezochten de familie Phelps, die lijkt te genieten van alle negatieve aandacht die ze krijgen.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: copyright ok. Gecheckt 09-02-2022

Van die dingen | Bel me niet

COLUMN - Ja hoor, daar gaan we weer. Telefoon. Ik hol van mijn bureau naar mijn toestel dat verderop ligt op te laden om voor de zoveelste keer ‘privénummer’ in mijn scherm te zien. Ik wacht al lang niet meer op het geluidje dat er iets is ingesproken. Ik druk de beller weg en loop terug naar mijn laptop. Sinds een maand of vier word ik dagelijks drie keer gebeld door een anoniem nummer.

In het begin nam ik op. Of ik een abonnement wilde op een krant die ik ooit had uitgeprobeerd? Nee. Superaanbieding voor een nieuw product, hoe kon ik weigeren? Nee. Of ik een lot bij een of andere loterij wil uitproberen? Nee. Superkorting bij een tijdschrift naar keuze? Nee. Hoe moeilijk kan het zijn, ik wil het niet! Als ik een abonnement op een krant wil, een tijdschrift, extra loten, dan regel ik het zelf wel. Echt, heus, daar ben ik toe in staat marketingmensen. Zelfs zonder dat ik korting krijg. Maar het komt er gewoonweg op neer dat IK HET NIET WIL! Ook niet na hevig aandringen. Als ik nee zeg, bedoel ik echt nee. Ook maanden later. Aan het eind van het gesprek zou ik worden doorverbonden met het Bel-me-niet Register.

Het Bel-me-niet Register, daar verwacht ik niet veel meer van. Daar sta ik al jaren geregistreerd, maar omdat ik met mijn nummer ook bij de Kamer van Koophandel sta ingeschreven, mogen ze me toch bellen, zei het callcenterjongetje. Bedankt Kamer van Koophandel. Ik heb nog nooit iets positiefs van die hut zien komen, maar dat behandel ik wel een keer in een andere column. Ik heb mijn nummer ook op mijn site staan. Klopt als een bus. Eigen baas, dus ik wil wel gevonden worden voor opdrachten. Ik moet ook leven. Maar dat ik bij het Bel-me-niet Register sta geregistreerd, zegt iets over hoe ik denk over marketinggerelateerde-callcentergedreven-supercommerciële telefoontjes. Ik wil NIET gebeld worden. Bel me NIET. Zo heet dat register. Het zou toch een belletje moeten doen rinkelen, maar nee.

Foto: Gwydion M. Williams (cc)

Het onbehagen tussen de seksen

COLUMN - De manosphere: wie de Engelstalige blogwereld een beetje volgt, is er ongetwijfeld al eens tegenaan gelopen. Een hoekje van het internet waar mannen, maar ook vrouwen, pleiten voor een terugkeer naar meer traditionele verhoudingen tussen de seksen.

Sommigen zouden dit hoekje misschien beschrijven als de onderbuik van het internet, maar eerder is het pijnpunt, het kruis. Want juist daar doet het zeer: hun tirades gaan naast relationele en maatschappelijke trends, vooral over seksualiteit en genderidentiteit.

De manosphere wordt bevolkt door een zeer diverse groep bloggers. Sommigen grossieren in stereotyperende versiertrucs. Anderen zijn zijn heilig overtuigd van de inherente inferioriteit van vrouwen. Er zijn zelfs allerakeligste types die seksueel misbruik bagatelliseren of rechtpraten. Weer anderen zijn vanuit een rechts-conservatieve levensvisie overtuigd van vastomlijnde rollen voor mannen en vrouwen. Ook zijn er, die door een nadruk op het werken aan bepaalde klassieke deugden, een nieuwe invulling trachten te geven aan man-zijn in deze tijd.

Het is te makkelijk, deze diffuse community af te doen als een stelletje reactionairen die de boot naar een post-feministische samenleving hebben gemist. Ze leggen iets bloot, wat – gezien de groeiende lezersaantallen – mannen, maar ook vrouwen na aan het hart ligt. Er is, of je nu wilt of niet, een spanningsveld tussen gelijke rechten en plichten en het juist interessante verschil tussen mannen en vrouwen. Hoe houd je het spannend in bed, gezellig in huis en fair in het maatschappelijk verkeer?

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Free to Be…You and Me

Veertig jaar geleden, op 11 maart 1974, werd Free to Be…You and Me uitgebracht in de VS. Deze combinatie van boek, film en album had als boodschap dat traditionele genderrollen niet vast hoefden te staan. Ook jongens kunnen met poppen spelen, was bijvoorbeeld de boodschap van het bovenstaande filmpje.

Ander filmpje: Boy meets girl.

Ook nu nog is Free to Be…You and Me relevant voor kinderen (en ouders). Jammer genoeg lijkt er geen Nederlandse versie te bestaan…

h/t Lethe

Foto: Sam Wolff (cc)

Zwijgend ten einde?

COLUMN - Vraag me maar niet waarom ik hier nu ineens over schrijf. Hou het maar op een combinatie van aanleidingen. Vraag me ook maar geen details – wat ik kwijt wil, staat hier onder. En nee, ik ben niet suïcidaal, dit is geen verkapte noodkreet. Maar ik breek me dus al een poos het hoofd over de vraag: als iemand denkt aan suïcide – zelfmoord in dat kale, kille Nederlandse woord – moet hij dan zijn omgeving daar over inlichten of niet? Een vrij duivels dilemma.

Want ga maar na: als je niks zegt en je stapt er ‘onverwacht’ uit, laat je dierbaren achter met duizend vragen. Afscheidsbrieven lossen dit niet, of slechts zeer ten dele op. De nabestaanden zullen zich tot in lengte van dagen blijven afvragen: hoe is het mogelijk dat ik dit níet heb zien aankomen?! Heb ik mijn familielid/partner/vriend dan zó verwaarloosd? Heb ik zó slecht geluisterd?! Bovenop het verwoestende verdriet van de suïcide sec geeft dat een extra kwelling. En een tipje van de sluier waarom ik hier over schrijf: ik spreek uit ervaring.

Maar als je wél aankondigt dat je ‘het niet meer ziet zitten’ zorgt dat voor angst en misschien zelfs paniek in je omgeving. Ook dat heb ik ervaren. In het beste geval leidt dat tot hulp waardoor je van je voornemen – of misschien pas vage idee – wordt afgehouden. In het slechtste geval vindt de suïcide wél plaats – en zit eenieder bovenop het verdriet met een immens schuldgevoel. ‘Hij/zij had het nog gezegd… en ik heb niks ondernomen’.

Foto: Esparta Palma (cc)

De ‘phub’-factor

COLUMN - Nadat ik de titel van deze column heb getikt, ontvang ik een WhatsApp’je. Of ik zin heb om vanavond nog ergens iets te gaan drinken in de stad met enkele vrienden? Het brengt me aan het twijfelen. Ik stuur dit keer een ‘Vanavond even niet meer’-app’je terug aan de afzender, afgesloten met een welgemeend: ‘Maar bedankt voor het aanbod.’ Heb ik nu, helemaal aan het begin van deze column, zitten ‘phubben?’, vraag ik me af.

Enfin. ‘phubben’ staat voor de op-de-irritatiegrens-werkende combinatie van ‘phone’ en ‘snubbing’ (iemand negeren). Dus, in een sociale setting geregeld afgeleid zijn, doordat je op je smartphone kijkt of er nog nieuwtjes zijn, app’jes zijn binnengekomen, je een Facebook-like hebt gemist óf dat wellicht iemand je heeft gebeld. De zogenaamde ‘sociale setting’ wordt dan langzaam omgetoverd tot een ‘setting’, waar weinig sociaals meer aan is. Het is zelfs een steeds groter wordende bron van ergernis aan het worden onder de hedendaagse bevolking.

En ik kan het begrijpen. Ik stoor me ook al enige spreekwoordelijke eeuwen aan het gebruik van mobieltjes in het openbare leven. En dan bedoel ik dus het ongepaste gebruik ervan. Waar men jaren geleden alleen nog maar de mogelijkheid had tot luidruchtig bellen en alles negerend sms’en in het openbaar, is daar tegenwoordig het ‘social media-monster’ bijgekomen. Sinds deze allesvernietigende, digitale en (a-)sociale opmars, is het leven er niet empathischer op geworden. Of denken we dat maar?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Bart (cc)

Woede slecht voor je hart

NIEUWS - ‘Denk toch om je hart!’ riepen we altijd tegen wijlen oom Jaap, als hij weer eens liep te kankeren op de wat luidruchtige spelende buurkinderen of uit zijn dak ging als de krant te laat was. Hij legde uiteindelijk rokend het loodje, gestorven aan vuurwerk.

Oom Jaap is de uitzondering op de regel, die de Harvard School of Public Health heeft gevonden. Mensen met een kort lontje hebben een verhoogd risico op een hartaanval of een beroerte. Het onderzoek is gebaseerd op data uit onderzoeksliteratuur.

Mensen die al aan hart-en vaatziekten lijden, hebben na een woedeuitbarsting vijf keer meer kans op een hartaanval. Maar ook mensen die minder vaak kwaad worden en gezonder zijn, lopen meer risico aan een boze bui te overlijden.

De onderzoekers bekeken negen onderzoeken, waaronder een Nederlands onderzoek uit 2011 dat oorzaken van een subarachnoïdale bloeding (beroerte) in kaart bracht. Dat onderzoek concludeerde dat koffie drinken en zware psychische arbeid de grootste triggers voor een beroerte zijn. Dat was een onderzoek onder 250 patiënten. De Harvard School of Public Health baseert de conclusies op de duizenden gevallen die men in de negen onderzoeken vond.

Eén keer per maand uit je dak gaan is nog niet zo gevaarlijk, twee tot vijf keer per dag is levensgevaarlijk (zie diagram). Een waarschuwing voor boze reaguurders? Zij denken misschien dat binnenvetters eerder aan een hartaanval ten onder gaan, dus gooien ze het er gewoon uit. Geen zware psychische arbeid, eerder gemakzuchtig de emotie boven de inhoud laten gaan.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Spraakverwarring

COLUMN - Toen ik in het tweede jaar van mijn tweede studie zat, werd ik door een docent aangemoedigd mee te doen aan het prestigieuze concours “International Contest for Outstanding Students of the Japanese Language”. Nooit gehinderd door zelfonderschatting toog ik spoedig naar de Laan der Dinges te ‘s-Gravenhage, alwaar het concours plaats vond, in de statige villa van de Japanse ambassade.

In de wachtkamer begreep ik de omvang van mijn overmoed. Alle aanwezigen zaten in het laatste jaar van hun studie. Ze keken meewarig naar mij, die driftig doorging met wat ik de hele reis had gedaan: Japanse karakters in mijn hoofd stampen. Ik nam altijd overal een zakschriftje mee vol met die rabiate dingen, die zo vreselijk zijn om te leren en des te makkelijk om te vergeten. Elke student Japans of desnoods Chinees (het Chinese schrift is makkelijker) zal dit beamen.

Ik zat daar dus ijverig te blokken, onder de neerbuigende blikken van mijn opponenten. Zij maakten daar zelfs opmerkingen over, zo van ‘Goshie, ben jij nog met karakters bezig? Dat doen we al lang niet meer hoor.’ Na het schriftelijk onderdeel werden wij een voor een binnen geroepen.

Ik won.

Dat betekende dat ik voor drie weken naar Japan moest, als afgevaardigde van Nederland te midden van een bonte stoet studenten Japanologie uit de hele wereld. En dus mijn kleuter achter moest laten bij zijn stokoude vader, een figuur van de bovenste plank, zware alcoholist en notoire verwaarlozer van baby’s.

Vorige Volgende