Gemaakte meerderheden en het minderheidskabinet
Zesenzeventig zetels. Dat is de meerderheid van het komende kabinet in de Tweede Kamer. Een hele nauwe meerderheid. Maar op veel manieren heeft het komende kabinet niet de steun van een meerderheid: niet van de Nederlands kiezers of de Staten Generaal.
Er is sprake van een manufactured majority: van een minderheid wordt in een verkiezingsuitslag een meerderheid gemaakt om het land regeerbaar te maken. Eigenlijk hoort zo iets bij een land met een districtenstelsel: grappig genoeg is het nu zo dat in het Verenigd Koninkrijk het systeem niet meer werkt, er is een coalitieregering nodig omdat het districtenstelsel geen heldere meerderheden meer oplevert.
Deze coalitie heeft geen meerderheid van de stemmen gehaald. De VVD haalde 20.49% van de stemmen, de PVV 19.63% van de stemmen en het CDA 15.45%. Dat is samen 49.55% van de stemmen. De coalitie partijen hebben alle drie een restzetel binnen gehaald. Restzetels worden in ons kiesstelsel toegekend aan grotere partijen dan aan kleinere partijen: omdat rechts minder versplinterd is dan links zijn zij dus groter. Nou was er een lijstverbinding op links: tussen PvdA en GroenLinks. Als D66 bij die lijstverbinding had gezeten dan was er geen meerderheid gekomen voor rechts. Dan had hun teller stil blijven staan op 75. Links heeft dit kabinet te danken aan zijn eigen verdeeldheid.
Nou zou je kunnen stellen dat met de Trots op Nederland (0,56% van de stemmen) dit kabinet zou steunen en dat de SGP (1.73% van de stemmen en 2 zetels) in de Tweede Kamer hier daadwerkelijk steun aan heeft belooft te geven. Maar toveren met cijfers kan iedereen. Zo hebben uitgesproken tegenstanders van samenwerking met de PVV, Klink (goed voor 33115 stemmen, een halve zetel), Ferrier (1269 stemmen), Koppejan (3604 stemmen) en Schinkelshoek (304 stemmen), samen 39192 stemmen opgehaald. Zonder die stemmen zou het CDA op 20 zetels zijn blijven steken en had GL/PvdA een extra restzetel opgehaald: terug naar 75.
