De laatste niet-antisemiet moet het licht uitdoen

een gastbijdrage van Mihai Martoiu Ticu Nazi-vergelijkingen met twee maten Vorige week beschuldigde voormalig parlementariër Wim Kortenoeven de ChristenUnie en het CDA van antisemitisme. Kortenoeven, die tegenwoordig in een Israëlische nederzetting woont en zich tot het orthodoxe jodendom heeft bekeerd, richtte zich in het Reformatorisch Dagblad op twee partijen die een boycot van producten uit Israëlische nederzettingen steunen. Hij haalde daarbij zelfs de Duitse leus 'Kauft nicht bei Juden' aan, bekend van de landelijke boycot van Joodse winkels, artsen en advocaten die de NSDAP op 1 april 1933 organiseerde. Thierry Baudet werd voor de rechter gesleept toen hij de coronamaatregelen met de Holocaust vergeleek en Francesca Albanese (VM Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden) werd op verzoek van het CIDI uit de Tweede Kamer geweerd toen ze Tweede Wereldoorlog-analogieën maakte, omdat die de Holocaust zouden bagatelliseren. Dus blijkbaar mag Kortenoeven, directeur van het Netherlands-Israel Public Affairs Committee (NIPAC), een lobbyorganisatie ten behoeve van Israël (een Nederlandse variant van het Amerikaanse AIPAC), de Holocaust wél bagatelliseren, want hij doet het voor een goed doel. Een paar dagen eerder werd ook Frans Timmermans van antisemitisme beschuldigd omdat hij rechts en extreemrechts in Israël met de nazi’s vergeleek. Trouwens, de vergelijking van Timmermans was een legitieme deductieve analogie. Deze week kwam daar nog een voorbeeld bij. Eddo Verdoner betoogde in de Volkskrant dat een cartoon van Peter de Wit over de bezetting antisemitische beeldtaal zou gebruiken. Mijn voorstel is om de definitie van antisemitisme te versimpelen: “Alle uitspraken over het Israëlisch-Palestijnse conflict zijn antisemitisch, behalve de uitspraak: ‘Israël heeft altijd gelijk.’” Antony Lerman en de herdefiniëring van antisemitisme Een uitvoerige analyse van de steeds ruimer wordende definitie van antisemitisme staat in Whatever Happened to Antisemitism? Redefinition and the Myth of the ‘Collective Jew’ van de Britse onderzoeker Antony Lerman. Hij schrijft niet alleen als academicus, maar ook vanuit tientallen jaren ervaring binnen organisaties die antisemitisme onderzochten. Hij werkte bij het Institute of Jewish Affairs, later werd hij directeur van die organisatie en van haar opvolger, het Institute for Jewish Policy Research. Hij zette ook de Antisemitism World Report op, een jaarlijks landenrapport over antisemitisme. In die zin is Lerman ook een klokkenluider in zijn eigen vakgebied. Hij beschrijft in zijn boek conflicten binnen de organisaties waarvoor hij werkte en druk van andere instellingen. Toen hij in 1985 kritiek uitte op de neiging Arabische oppositie tegen Israël als antisemitisch te behandelen, leidde dat tot oproepen hem te ontslaan. Later verzette zijn instituut zich tegen samenwerking met een door de Mossad gefinancierd onderzoeksproject, omdat het twijfelde aan de onafhankelijkheid daarvan. Van Jodenhaat naar ‘nieuw antisemitisme’ Lermans hoofdonderwerp is de verandering van het begrip antisemitisme sinds de jaren zeventig. Klassiek antisemitisme heeft volgens hem betrekking op vijandigheid tegen Joden als Joden: bijvoorbeeld samenzweringstheorieën over Joodse macht, bloedlaster, Holocaustontkenning en racistische karikaturen. Hij bestrijdt niet dat zulke vormen van antisemitisme nog steeds bestaan. Daarnaast ontstond volgens Lerman geleidelijk het concept van het ‘nieuwe antisemitisme’. Daarin kwam de houding tegenover Israël en het zionisme steeds centraler te staan. De gedachte is dat Israël tegenwoordig de rol vervult van de ‘collectieve Jood onder de naties’: zoals Joden vroeger werden uitgesloten, gedemoniseerd en bedreigd, zou Israël nu als staat worden uitgesloten, gedemoniseerd en bedreigd. Boycots van Israël, anti-zionisme en bepaalde vormen van kritiek op de staat konden vanuit die gedachte als hedendaagse verschijningsvormen van antisemitisme worden beschouwd. Lerman reconstrueert hoe deze benadering zich vanaf de jaren zeventig ontwikkelde. De verhouding tussen anti-zionisme en antisemitisme werd steeds intensiever besproken, maar lange tijd bestond daarover geen overeenstemming. Zo werd binnen Joodse en Israëlische instellingen enerzijds betoogd dat het ontkennen van Joodse nationale zelfbeschikking antisemitisch kon zijn, terwijl anderzijds werd erkend dat oppositie tegen Israëlisch beleid of ideologische kritiek op het zionisme dat niet noodzakelijk was. Volgens Lerman kwam rond de eeuwwisseling een omslag. De tweede intifada, de Durban-conferentie en een groeiende politieke aandacht voor anti-Israëlische uitingen versterkten de opvatting dat anti-zionisme en antisemitisme nauw met elkaar verbonden waren. Onderzoeksinstellingen, Joodse organisaties en Israëlische overheidsorganen gingen zich steeds nadrukkelijker met dit ‘nieuwe antisemitisme’ bezighouden. De ‘collectieve Jood’ Het theoretische middelpunt van Lermans boek is zijn kritiek op het beeld van Israël als ‘collectieve Jood’. Volgens hem worden daarin twee verschillende categorieën met elkaar verbonden: een bevolkingsgroep en een staat. Een individu kan vanwege zijn Joodse afkomst of religie worden gehaat of gediscrimineerd. Een staat is daarentegen een politieke instelling die kan worden beoordeeld op haar wetgeving, grenzen, ideologie, militaire optreden en beleid. Daarom volgt volgens Lerman uit vijandigheid tegenover Israël of het zionisme niet zonder meer vijandigheid tegenover Joden. Hij trekt daaruit niet de conclusie dat anti-Israëlische uitingen nooit antisemitisch kunnen zijn. Dat kunnen ze volgens hem wel degelijk zijn, bijvoorbeeld wanneer klassieke stereotypen over Joodse macht of samenzweringen worden gebruikt of wanneer Joden als groep verantwoordelijk worden gesteld voor het optreden van Israël. Zijn bezwaar richt zich tegen een automatische gelijkstelling: de concrete inhoud en context moeten bepalen of een uiting antisemitisch is. Van EUMC naar IHRA Een belangrijk deel van het boek gaat over de institutionalisering van deze nieuwe benadering. In 2005 publiceerde het European Union Monitoring Centre on Racism and Xenophobia een ‘working definition’ van antisemitisme. Die tekst was volgens het EUMC onderdeel van een lopend proces en had geen juridische status. De definitie kwam niet uitsluitend van academische onderzoekers tot stand; Lerman beschrijft hoe vertegenwoordigers van verschillende organisaties bij de ontwikkeling ervan betrokken waren. In 2016 nam de International Holocaust Remembrance Alliance een aangepaste versie van die definitie over. Voor Lerman is vooral van belang dat veel van de bijbehorende voorbeelden betrekking hebben op Israël. Daardoor werd een ontwikkeling die eerder vooral in politieke en academische discussies plaatsvond volgens hem steeds sterker onderdeel van het beleid van regeringen, universiteiten, politieke partijen en andere instellingen. Lerman ziet daarin de institutionele verankering van een bredere definitie van antisemitisme, waarin niet alleen vijandigheid tegen Joden, maar ook bepaalde vormen van anti-zionisme en Israëlkritiek een plaats krijgen. Het risico van begripsvervaging Lermans belangrijkste bezwaar is uiteindelijk conceptueel. Wanneer zeer uiteenlopende verschijnselen onder hetzelfde begrip worden gebracht, wordt het volgens hem moeilijker onderscheid te maken tussen klassieke Jodenhaat en politieke conflicten over Israël en Palestina. Daarom verzet hij zich tegen de eenvoudige formule dat anti-zionisme gelijkstaat aan antisemitisme. De twee kunnen volgens hem overlappen, maar zijn niet identiek. Of een uitspraak over Israël antisemitisch is, moet worden vastgesteld aan de hand van wat er daadwerkelijk wordt gezegd, welke stereotypen worden gebruikt en tegen wie de vijandigheid is gericht. Dat heeft volgens Lerman ook praktische gevolgen. Wanneer BDS, kritiek op de bezetting, discussies over een éénstaatoplossing of beschuldigingen van mensenrechtenschendingen al snel onder verdenking van antisemitisme komen te staan, kan het begrip mede gaan bepalen welke politieke standpunten nog als legitiem worden behandeld. Tegelijkertijd waarschuwt hij dat een te ruim begrip het moeilijker kan maken om antisemitisme in zijn klassieke vormen precies te herkennen en te bestrijden. Hij koppelt zijn kritiek daarom juist aan de wens het begrip analytisch scherp te houden. Te onthouden Antisemitisme is een vorm van racisme. Racisme is het gedrag waarbij iemand ongerechtvaardigde voordelen nastreeft, of anderen onterechte nadelen toebrengt, gebaseerd op veronderstelde biologische kenmerken. De juridische definitie omvat ook ‘rassendiscriminatie’ (discriminatie op afkomst of nationale of etnische afstamming). U moet echter onthouden dat de kern van discriminatie is dat iemand schade lijdt, of iets wordt ontnomen (of onthouden) waar hij of zij recht op heeft. Om CDA, ChristenUnie, Frans Timmermans en de Volkskrant van antisemitisme te kunnen beschuldigen, moet men dus eerst aantonen dat zij de Joden schade toebrengen. Over de auteur: Dit artikel verscheen eerder bij Thrasymachus. Mihai Martoiu Ticu is afgestudeerd filosoof en heeft een master Internationaal Recht (Universiteit Utrecht). Hij schrijft op zijn persoonlijke website over politiek, filosofie, argumentatie en mensenrechten. Tevens plaats hij artikelen op zijn weblog Thrasymachus.

Door: Foto: "Jews Against Zionism" by zorilla is licensed under CC BY 2.0
Foto: "Roeland Stekelenburg van de NOS over de verkiezingen" by nextcolor is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Heeft mediagebruik impact op stemkeuze?

ANALYSE - door door Emma van der Goot, Mark Boukes, Rachid Azrout

Begin juni verscheen Veelstemmig, het rapport van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) over de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Dit blog (eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees) gaat in op één van de bevindingen. Het hele rapport is hier te vinden.

Verkiezingssuccessen worden vaak toegeschreven aan de mediastrategie van politieke partijen. De ‘winnaar’ van de 2025 verkiezingen, Rob Jetten, had een sterke onlinecampagne en wist het zelfs tot de finale van de Slimste Mens te schoppen, terwijl de ‘verliezer’, Geert Wilders belangrijke televisiedebatten moest afzeggen. Hoeveel media precies bijdragen aan succes blijft lastig vast te stellen, maar de resultaten van het NKO laten zien dat zichtbaarheid in verschillende media er weldegelijk toe doet.

Media belangrijke informerende rol

Uit het NKO blijkt dat mediagebruik samenhangt met het aantal partijen dat keizers tijdens de campagne in overweging nemen. Voor acht verschillende partijen werd aan kiezers gevraagd, zowel voor als na de campagne, hoe groot ze de kans achtten om op die partij te stemmen.

We zien dat kiezers die vaker nieuwsmedia gebruikten tijdens de campagne gemiddeld ook meer partijen in overwogen voor hun stemkeuze (zie Figuur 1). Dit patroon zien we voor matig gebruik van media, maar met name voor dagelijks gebruik. Opvallend is bovendien dat dit geldt voor alle onderzochte mediatypes.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du Jour | EU houdt de natiestaat in stand

Jan Werts (Montesquieu Instituut en de Clingendael Spectator ) is al vijftig jaar correspondent in Brussel en blikt voor Villamedia terug op de veranderingen binnen de EU en zijn vakgebied. Hij trekt een interessante conclusie uit zijn jarenlange ervaring met de Europese politiek:

Ooit leerde ik op school dat we op weg waren naar de federale ‘Amerikaanse‘ Verenigde Staten van Europa. Daar hoor ik vandaag niemand meer over. Het is dan ook, grappig genoeg, precies andersom gegaan. De nationale staten gebruiken naar mijn ervaring Europa om in een economisch gemondialiseerde wereld toch hun politiek en cultureel voortbestaan te verzekeren. Het voortbestaan van de natiestaten is een belangrijk resultaat van de Europese Unie. Die conclusie lees je overigens nooit.

Foto: Wolfgang Hasselmann on Unsplash

Klimaatverandering verhoogt het risico op malaria

In de Democratische Republiek Congo breidt de ebola epidemie zich razendsnel uit buiten de oostelijke provincies waar het virus onlangs weer opdook. Gevreesd wordt dat andere delen van het land, inclusief de hoofdstad Kinshasa met 19 miljoen inwoners niet gespaard kunnen worden. Deze ebola-uitbraak wordt veroorzaakt door de zeldzame Bundibugyo-stam van het virus, waarvoor nog geen vaccin of behandeling is goedgekeurd. Tot nu toe zijn er 2000 doden te betreuren maar volgens de WHO is de kans groot dat het aantal slachtoffers hoger wordt dan bij de vorige uitbraak in 2014-2016. Er zijn niet genoeg bedden beschikbaar in de ziekenhuizen om besmette patiënten te isoleren. Onderzoekers waarschuwen dat Afrika naast deze epidemie moet rekenen op een verhoogde kans op malaria, een ziekte die vooral veel kinderen treft. Oorzaak is de klimaatverandering die voor hogere temperaturen zorgt, ook in gebieden waar deze ziekte nu nog minder voorkomt.  

De verspreiding van malaria heeft van oudsher de meeste slachtoffers gemaakt in de tropische gebieden van West- en Centraal-Afrika, waar de temperaturen doorgaans binnen het bereik liggen dat geschikt is voor overdracht van de infectieziekte door de malariamug. Daarentegen zijn sommige delen van Zuidelijk Afrika en de hooglanden van Oost-Afrika tot nu toe koel genoeg gebleven om de verspreiding van malaria tegen te gaan, waardoor de ziekte geen grote belasting voor de volksgezondheid is geworden. Dat begint nu te veranderen. Stijgende temperaturen veroorzaken ook daar meer malariagevallen. Het betekent overigens niet dat landen waar de temperatuurstijging uitgaat boven het meest gunstige bereik voor de overdracht van malaria nu van een last verlost zijn, zegt de Nigeriaanse hoogleraar Olugbenga Mokuolu. ‘Een wereld die te warm is voor malaria is geen goede wereld voor de algehele gezondheid van kinderen.’ 

Foto: Adelina Craciun on Unsplash

Vlammend betoog in zinderende zomer

OPINIE - Opeenvolgende hittegolven, gigantische bosbranden en enorme droogte en de zomer is nog niet voorbij. Hoog tijd dat we de klimaatcatastrofe benoemen voor wat zij is en ons verenigen tegen ontkenners, betoogt socioloog en pedagoog Mieke van Stigt.

Bij zomer denken we graag aan een tijd van zorgeloosheid: van buiten genieten van de zon, van de zeelucht in je haren en van lange avonden buiten zitten en naar de sterren kijken.

Niet zorgeloos

Dit idyllische beeld wordt steeds lastiger vol te houden, al is terwijl ik dit schrijf de zomer amper op de helft. Dagelijks zien we op het Franse nieuws, dat we als francofielen graag volgen, beelden van ongekend veel en zware bosbranden door de extreme hittegolven die ze daar zo mooi canicule noemen. Ook in Spanje, Griekenland, Portugal woeden hevige branden. Die zorgeloze vakantie kun je inmiddels wel vergeten. Vakantiegangers kregen het advies om de auto vluchtklaar te zetten en belangrijke spullen bij zich te houden. Niettemin zijn er inmiddels toeristen omgekomen, huizen afgebrand en honderdduizenden inwoners en vakantiegangers geëvacueerd.

Voor de inwoners is het een ramp. Er zijn dit jaar al drie hittegolven geweest en de vierde is op komst. De problemen die dat geeft: smeltend asfalt, strandende treinen en bloedhete huizen. In Parijs overleed bijvoorbeeld een 66-jarige vrouw in haar onbeschermde appartement onder een zinken dak. Sowieso kwam de regio plek tekort in de mortuaria wegens de enorme oversterfte door de hitte, tot nu toe bijna 6000 doden bovenop het normale aantal. Tel hierbij op de onweersbuien met bizar grote hagelstenen, de tornado’s en modderstromen, dieren die omkomen in de branden of van de droogte, mislukkende oogsten. Het is allemaal niet leuk meer.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Closing Time | Eels with Strings

Volendam heeft de palingsound, LA heeft Eels. Tot mijn verbazing is de band van Mark Oliver Everett, alias E, nog maar een keertje langsgekomen in Closing Time en toen niet eens met een eigen nummer. En de video op die pagina is inmiddels verdwenen. Hoog tijd om daar wat aan te doen. Maar welk nummer? Ik overwoog I Like Birds, als ode aan de familie pimpelmezen die mijn balkon heeft uitgekozen als hun favoriete hangplek. En Susan’s House, de sfeerschets van de wijk van LA waar E woonde in de jaren ’90. Het was geen Volendam. Novocaine For The Soul, die andere klassieker van hun eerste plaat, had ook gekund.

Foto: AZC Zoeterneer Komt goed op een dag. Foto van de auteur

Opvangen van vluchtelingen is heel normaal

OPROEP - door Romy Santpoort, projectleider team ‘Wat werkt’ bij Movisie.

Het opvangen en helpen van mensen op de vlucht is heel normaal. Dat doen we in Nederland al eeuwenlang. De meeste mensen steunen de opvang van mensen die zijn gevlucht, ziet Romy Santpoort.

Ik hoor bij die meerderheid. Ik woon op nog geen 200 meter van een azc, een oude gevangenis die tijdelijk dienst doet als opvang. Op de muur, onder het schrikdraad staat in slordige graffiti: ‘Komt goed op een dag’. Als ik vanaf het station naar mijn huis loop, wandel ik soms even mee met iemand die op zoek is naar het azc. Je herkent zo iemand aan grote tassen of koffers, een zoekende blik en onduidelijke routebeschrijving op een papiertje in de hand.

Als je dan even naast iemand loopt, spreek je geen asielzoekers, maar mensen. Zo liep ik mee met Caro uit Brazilië. Caro hoopt op een toekomst met haar vier kinderen. Ze is haar thuisland en haar man ontvlucht, die op straat in Amsterdam leeft. Een paar weken later liep ik mee met Mohammed, een (wereldberoemde) journalist uit Gaza wiens vrouw en kinderen in Amsterdam worden opgevangen. Voor Mohammed was er geen plek in de opvang in Amsterdam. Azc’s met plek voor een gezin van 6 zijn schaars, dus moest hij, via Ter Apel, naar de gevangenis in Zoetermeer verhuizen.

Tussen droom en werkelijkheid | Zomergasten met Nasrah Habiballah

RECENSIE - De tweede aflevering van het laatste seizoen Zomergasten zat vol met dromen. Die niet zelden verstoord werden door de werkelijkheid. Journaliste Nasrah Habiballah leidde ons langs schitterende fragmenten zonder haar journalistieke masker te laten zakken.

‘Ik wil de openingsscène van Oklahoma! verfilmen’, zegt een van de hoofdpersonen uit A Bunch Of Amateurs, een documentaire over een groep bejaarde filmliefhebbers. De man heeft een geruit hemd aan, een rode kiel om zijn hals en een cowboyhoed op zijn hoofd. Hij wil gefilmd worden terwijl hij op een witte hengst door het maisveld rijdt en ‘Oh, what a beautiful morning’ zingt. ‘Heb je ooit op een paard gereden?’, vraagt iemand. ‘Nee’, zegt hij. ‘En waar vind je mais zo hoog als het oog van een olifant?’ ‘Niet hier in de buurt’, geeft hij toe.

Even later staan ze in het enkelhoge gras van een weiland. Een vrouw met dezelfde kleren is zijn stand-in. ‘Vanuit deze hoek zie je niet dat ik het niet ben’, zegt de man terwijl hij door de camera naar de vrouw kijkt op het witte paard.

De man had een droom. Of het uiteindelijke resultaat overeenkomt met het droombeeld, is nog maar de vraag. Maar doet dat er toe? Hij heeft het toch maar mooi gerealiseerd. Dat hij zelf niet op het paard zat? Een kniesoor die daarover valt.

Closing Time | Ontevreden

Het had het lijflied kunnen zijn van een zeker type hedendaagse boze burgers, ware het niet dat degenen die zich er het meest in zouden moeten herkennen, dat het minste zullen doen. Dit nummer kwam uit in 1991; de tijd waarin wij ons nog verheven voelden boven de Vlamingen, omdat daar het Blok in opkomst was. Of dat de inspiratie vormde voor dit nummer weet ik niet, maar het zou zomaar kunnen. Enkele jaren laten nam Raymond van het Groenewoud wat nadrukkelijker stelling tegen het Vlaams Blok, met het nummer l’étranger c’est mon ami.

Foto: Schermafbeelding Boze geesten podcast

Eensgezind kritiek leveren

Waarom zou je als mens met iemand in gesprek gaan voor een camera of achter een microfoon? Waarom niet in je eentje je eigen mening verkondigen? Waarom met zijn tweeën, of zelfs met nog meer mensen? Dat is een kwestie die me al een tijdje intrigeert. Dat komt doordat veel kritische gesprekken op YouTube en in podcasts een bijzonder karakter hebben.

Het voor de hand liggende antwoord op mijn vraag is zoiets als: twee weten meer dan één. Je vult elkaar aan, je corrigeert fouten van de ander, je spreekt elkaar tegen. Mij lijkt dat mensen met elkaar spreken om hun horizon te vergroten. En dat je dus kijkt of luistert naar een groep van meerdere sprekers, omdat dit je horizon nog meer vergroot. Maar dan zou je niet bij voorkeur optreden met iemand met wie je het bij voorbaat eens bent. En dat is precies wat er gebeurt .

Dat blijkt uit een fenomeen als De snijtafel. Dat begon in 2012 met twee jonge mannen, Kasper C. Jansen en Michiel Lieuwma, die samen kritiek leverden op van alles en nog wat: liedjes, interviews, afleveringen van De Wereld Draait Door. Het was een tijdje heel populair, ik sprak allerlei mensen die zoiets ook wilden maken, al is dat geloof ik nu alweer wat minder. Heel vervreemdend was dat Jansen en Lieuwma wel kritisch waren op hetgeen ze behandelden maar in de afleveringen die ik heb gezien nooit kritisch waren op elkaar.

Foto: NASA on Unsplash

“Maar wat als we voor het verkeerde alternatief kiezen?”

COLUMN - Eind vorige eeuw ging ik informatica studeren aan de HTS. Ik vond het magisch hoe je met weinig middelen hele toffe nieuwe dingen kunt maken. Tijdens mijn middelbare schooltijd liep ik al het programmeervirus op door leuke en handige programma’s te schrijven, toen nog onder MS DOS. Het gaf me een enorm bevrijdend gevoel, en ik kon er veel creativiteit in kwijt. Daar ga ik goed op.

En hoewel je anno 2026 met veel minder kennis, met nog goedkopere techniek, en minder tijd, nog veel meer gaafs zou kunnen maken, krijgen steeds minder mensen (waaronder ik) bij ICT nog dat bevrijdende gevoel. Ik voel me steeds vaker een organische slaaf van een log en shitty digitale gevangenis. Of het nou de Outlook e-mail is van de gemeente Nijmegen, of het delen van bestanden via Teams met sommige partners op de Radboud Universiteit: gebruikers worden gedwongen trage en nodeloos onhandige programma’s te gebruiken waarvoor al decennia veel betere alternatieven zijn. Daar ga ik heel slecht op.

Zoals @bert_hubert laatst catchy formuleerde hebben veel grote organisaties hun tech-afdelingen de afgelopen decennia getransformeerd naar big-tech-afdelingen. En dat is zonde. Want de belangen van big tech zijn niet de onze.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Manuel Torres Garcia on Unsplash

Het Pentagon als testosteronkliniek

De Amerikaanse minister van Defensie Pete Hegseth wil alle militairen van dertig jaar en ouder jaarlijks laten testen op een tekort aan testosteron. Ook vrouwen vallen onder het programma. Militairen met lage waarden kunnen vrijwillig testosterontherapie krijgen. Hegseth noemt het zelf de opmaat naar een “High-T Department of War”.

Daarmee is meteen duidelijk dat dit niet uitsluitend gezondheidsbeleid is. Testosteron fungeert hier als politiek symbool: meer hormoon, meer kracht, betere soldaat. Een ingewikkeld medisch onderwerp wordt teruggebracht tot de beeldtaal van sportscholen, podcasts en de manosphere, want wetenschappelijk bewijs ontbreekt.

Een testosterontekort kan serieuze klachten veroorzaken. Maar bevolkingsbrede screening onder gezonde militairen is iets anders dan gerichte diagnostiek bij mensen met symptomen. Testosteronwaarden variëren door tijdstip, slaap, stress, ziekte, voeding en fysieke belasting. Een lage uitslag is niet automatisch een aandoening. Bij massale jaarlijkse tests zullen onvermijdelijk grote aantallen militairen in vervolgonderzoek en behandeling terechtkomen, ook wanneer hun lage waarde tijdelijk of klinisch nauwelijks relevant is.

Daarmee dreigt normale vermoeidheid te worden gemedicaliseerd. Militairen slapen slecht, werken onregelmatig en staan onder stress. Dat kan hormoonwaarden beïnvloeden. Testosteron voorschrijven is dan aantrekkelijker dan werkroosters aanpassen, rust organiseren of langdurige overbelasting aanpakken. Het lichaam van de militair wordt “gerepareerd”, terwijl de omstandigheden die het probleem veroorzaken intact blijven.

Volgende