Jurja Steenmeijer: autonome professionals zijn betere professionals

door Marcel Ham, Dorien Claessen Sociaal werk gaat steeds meer gebukt onder regels. Dat beperkt de handelingsruimte van professionals. Dat is de focus van de Marie Kamphuis Lezing die Jurja Steenmeijer (BPSW) houdt op 24 september 2026 tijdens de Agenda van het Sociaal Werk. Jurja Steenmeijer bijt zich al jaren vast in het vraagstuk van de autonomie van de sociaal werker. Ze schreef er in 2022 een boek over, met daarin een model voor het dagelijks handelen. De vraag naar hoe autonoom sociaal werkers zijn, speelt al decennia, en wordt volgens Steenmeijer met de dag urgenter. De overheid, maar ook diverse organisaties bemoeien zich steeds meer met het professioneel handelen van sociaal werkers. Goed hulpverlenerschap wordt dan al snel het volgen van beleid en voorschriften in plaats van de professionele standaarden van het beroep zelf. In het verleden was ze zelf sociaal werker en nu is ze directeur van de Academie van de beroepsvereniging van professionals in sociaal werk (BPSW). Bij de Academie kunnen sociaal werkers terecht voor scholing. Aanmelden Agenda van het Sociaal Werk ‘Sociaal werker aan zet: meer professionele autonomie’ is het thema van de Agenda van het Sociaal Werk die op 24 september 2026 plaatsvindt bij The Colour Kitchen in Utrecht. Jurja Steenmeijer houdt de Marie Kamphuis Lezing. Als sociaal werker, ethica en auteur biedt zij een inspirerende visie op professionele autonomie in het sociaal werk. Diverse workshops gaan in op de positie van sociaal werkers. Je kunt je hier aanmelden. Wat is je recentste voorbeeld van de inperking van de autonomie van de sociaal werker? ‘Ik hoorde van een professional in een gemeente dat ze een aanvraag voor jeugdzorg had afgewezen. De moeder van het kind was jurist en ging naar de klachtencommissie van de gemeente en trok ook de wethouder aan haar jas. Uiteindelijk werd de aanvraag alsnog toegekend door de gemeente, terwijl de professional een weloverwogen besluit had genomen, en op professionele gronden geen reden zag om de gevraagde voorziening toe te kennen. De voorziening zou niet gaan werken, in dit gezin was iets anders nodig, oordeelde zij.’ Dus de ingreep van de gemeente ging hier ten koste van de expertise van die professional. Heb je nog een voorbeeld? ‘Wat je in zijn algemeenheid ook vaak hoort, is dat sociaal werkers zeggen dat ze bepaalde informatie niet willen delen omdat dat onder hun geheimhoudingsplicht valt en dat hun organisatie of gemeente dan zegt: ‘Ja, maar we wij werken samen met de politie.’ En vervolgens word je onder druk gezet die informatie toch te delen. Die professional belt dan vertwijfeld met de BPSW en zegt: ‘Maar dit kan toch helemaal niet?’’ Dus er is alle reden voor een Marie Kamphuis Lezing over de autonomie van het beroep. Kun je al iets verklappen over hoe je professionals gaat aanmoedigen om hun professionele autonomie te versterken? ‘Dat kan op drie manieren. De eerste stap is door een sterkere identificatie met je professie. Wat is je identiteit als sociaal werker? De tweede stap is legitimeren; dat betekent dat je actief professionele argumenten inzet voor de onderbouwing van je handelen en de besluiten daarbinnen: je vakkennis, de beroepscode, mensenrechten vanuit de reflectie met je collega’s. En dat je die bronnen in een goede argumentatieve structuur weet te gieten. ‘Weerwerk bieden, kritisch denken over de collectieve oorzaken achter individuele problemen en tegengas geven’ De laatste stap is weerwerk bieden, oftewel kritisch denken over de collectieve oorzaken achter individuele problemen en dat je tegengas kunt geven. En dat als een beleidsmaker zegt dat iets onder ‘zelfredzaamheid’ valt, je daar ook een kritisch en onderbouwd weerwoord op hebt.’ Je eerste stap, de identificatie met het beroep van sociaal werker, daar schort het nu aan? ‘Ja. Je ziet het in De grote raadpleging van het sociaal werk van Movisie vorig jaar. Als je aan 1200 sociaal werkers vraagt naar hun beroepsnaam krijg je vijfhonderd verschillende antwoorden. Ze gebruiken hun functienaam: sociaal makelaar, welzijnscoach, koppelmedewerker... Eigenlijk zou iedereen moeten zeggen: ik ben sociaal werker. En natuurlijk is het dan prima dat op je kaartje je functie staat, zodat mensen weten wat je voor hen kan betekenen. ‘Mensen tot hun recht laten komen. Dat is je belangrijkste missie’ Maar tegelijk moet wel duidelijk zijn dat je professionele kaders en kennis hebt. Dus dat je de legitimering, stap 2 dus, zoekt in professionele bronnen. En niet alleen in het systeem.’  Wat is de belangrijkste bron van het sociaal werk? ‘Artikel 1 van de Beroepscode voor professionals in sociaal werk. Dat draait om ‘mensen tot hun recht laten komen’. Dat is je belangrijkste missie. Mensen tot hun recht laten komen in wisselwerking met hun omgeving, zodat ze zich zo optimaal mogelijk kunnen ontplooien, in lijn met hun eigen aard en behoeften. Vervolgens kijk je naar wat die mens nodig heeft, en: wat kan ík als professional daarin betekenen? Maar wat helaas heel vaak gebeurt is het omgekeerde. Dat je vanuit je werkopdracht op pad wordt gestuurd en tegen een dilemma aanloopt en denkt: hé, wie ben ik om hier wat van te vinden? Dan wordt de beroepscode er pas als laatste bij gepakt, maar dat is je stártpunt. Dan mis je dus de identiteit die je autonoom maakt en de onderbouwing om je handelingsruimte te vergroten.’ ‘Mensen tot hun recht laten komen’ is best abstract. Kun je dat meer handen en voeten geven? ‘Ik weet niet of je dat moet doen, want dan ga je alweer het antwoord voor de professional geven. Mensen tot hun recht laten komen verwijst én naar rechtvaardigheid én naar floreren als mens, de ‘zelf’ worden die je wilt en kunt zijn. Je kunt alleen in de situatie - in een gezamenlijk zoekproces - ontdekken wat dat betekent. Als je het vooraf invult, perk je de ruimte toch weer in.’ ‘Ik hoor werkgevers ook wel zeggen: die autonome professional van jou, Jurja, die bestaat helemaal niet’ Maar als je honderd verschillende mensen vraagt wat het betekent om mensen tot hun recht te laten komen, dan krijg je honderd verschillende antwoorden. ‘Gelukkig maar! Het zijn ook honderd verschillende mensen. Het stoort me mateloos als ik een stuk lees dat begint met ‘iedereen recht heeft op goede zorg’, en het vervolgens dan tientallen pagina’s gaat over hoe dat er voor iedereen hetzelfde uitziet en waarmee dus geprobeerd wordt professionals weer in het gareel te krijgen. Honderd verschillende antwoorden vinden we onverdraaglijk, maar mensen zijn uniek. Is het dan niet logisch dat ze krijgen wat ze nodig hebben op de honderd verschillende antwoorden die ze geven?’ Maar tegelijkertijd wil je ook die gemeenschappelijke identificatie van de sociaal werker krijgen. ‘Wat mij betreft zit die gemeenschappelijkheid in de argumentatie die je gebruikt om beslissingen te nemen. En niet in het besluit dat je neemt, dat mag alle variatie hebben. De redenen waarmee je je besluit onderbouwt, moeten natuurlijk wel uit gedeelde bronnen komen. Wat dus professioneel niet kan is: ‘Ik doe dit omdat het goed voelt’.’ Vragen we dan niet te veel van sociaal werkers? ‘Het is niet makkelijk want het systeem probeert ze steeds weer in te perken. Ik hoor werkgevers ook wel zeggen: die autonome professional van jou, Jurja, die bestaat helemaal niet. Dan denk ik: ja, logisch als het systeem de hele tijd tegen ze zegt: goed werk is werk in lijn met de afspraken die we als werkgevers hebben gemaakt. Werkgevers suggereren dan dat professionals hun eigen hobby’s zitten te beoefenen. Dan denk ik: hobby’s? Heb je soms een gaatje in je hoofd om in zulke termen over werk in de jeugdbescherming te praten? Maar als antwoord op jullie vraag: ja, professionals moeten dit zeker aankunnen, ze hebben een vierjarige hbo-opleiding op zak, hè.’ Goed, je neemt een overwogen beslissing met hulp van de bronnen die je tot je beschikking hebt, dan moet je ook nog eens de moed hebben om daarvoor te gaan staan, zoals in het voorbeeld waarmee je begon. Dat is niet makkelijk, de wethouder kan je bellen, je kunt de pers over je heen krijgen, je baan kan onder druk komen te staan… ‘Als je de argumenten gebruikt op basis van je professionele standaarden en kennis, dan sta je dus niet alleen, maar op de schouders van je beroepsgroep. Je moet het ook niet alleen doen, maar met collega’s bespreken. En als je er niet uitkomt, haal je de beroepsvereniging erbij. Als je niet alleen staat kun je ook veel moediger zijn, je hebt iets in handen. Als ik professionals hoor zeggen: ‘Maar wie ben ik dan om dit te vinden?’, dan denk ik: kom op joh! ‘Wat professionals volgens mij nodig hebben is de moed om ergens voor te gaan staan’ Wat professionals volgens mij nodig hebben is de moed om ergens voor te gaan staan. En er dan ook rekening mee durven te houden dat ze in al hun kwetsbaarheid durven te falen.’ Je derde stap naar meer autonomie betekent: meer tegengas geven. Een jaar of vijf geleden is er veel discussie geweest over politisering van het sociaal werk. Sindsdien lijken sociaal werkers dat juist niet meer te zijn gaan doen. Waarom is politiseren zo moeilijk? ‘Ik denk omdat sociaal werkers gestimuleerd worden om te beginnen waar ze nog niet zijn. Ik zie het in de trainingen die ik geef aan sociaal werkers. Dan heb ik het voorbeeld van mensen in een sociaal werkbedrijf in Apeldoorn die meer salaris eisen. De gemeente waar dat bedrijf is gevestigd weigert dat. De kop in de krant is: ‘Harry (56) wil meer loon, maar mag een budgetcoach nemen’. Ik denk dan: zijn ze helemaal gek geworden daar in Apeldoorn? Maar dan vraag ik mijn cursisten: ‘Wat roept dit bij jullie op?’ En de meesten zeggen: ‘Wel fijn dat die mensen geholpen worden om beter rond te komen.’ Sommigen vragen zich voorzichtig af of dat geld voor de budgetcoach niet beter direct naar Harry kan, en een enkeling vindt de salariseis terecht. Nu gaat het mij er niet om dat Harry en zijn collega’s meer geld moeten krijgen, maar als NS-medewerkers of docenten meer salaris vragen, krijgen ze niet de reactie dat ze moeten leren budgetteren. Wat is dan het verschil?’ ‘Regels kunnen ruk uitpakken. In die gevallen komt het aan op het beoordelingsvermogen van de professional’ We weten uit eerder onderzoek dat professionals het vaak wel fijn vinden om veel houvast te hebben - een stappenplan, een participatieladder, duidelijke regels, noem maar op. ’Kijk, 80 procent van de regels zijn gewoon goed. Maar regels kunnen ook ruk uitpakken. In die gevallen komt het aan op het beoordelingsvermogen van de professional. Die moet dan de ruimte pakken zodat mensen wel tot kun recht kunnen komen. Dan heb je dus andere argumenten nodig dan de regels die gelden om je besluit te onderbouwen. Dat vergt scherpe professionals.’ Je legt de bal voor meer autonomie bij professionals, en ook bij organisaties en werkgevers. Wat hebben burgers of cliënten aan autonome sociaal werkers? ‘Autonomie betekent niet dat je kunt doen waar je zin in hebt. Juist niet! Als professional verklaar je je vrijwillig gebonden aan de vakinhoudelijke en ethische normen van de professie. Het gaat niet om ‘ik mag het zelf bepalen’. Dat is vaak waar burgers bang voor zijn. Dus zij hebben baat bij autonome sociaal werkers. Zij krijgen betere professionals tegenover zich die hun handelen kunnen onderbouwen en die de messiness van het leven niet wegdrukken maar daar oog voor hebben.’ Dit artikel verscheen eerder bij Sociale Vraagstukken. Marcel Ham is hoofdredacteur van Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. Dorien Claessen is senior onderzoeker/projectleider Professionalisering van sociaal werk

Door: Foto: Jurja Steenmeijer fotograaf Marloes van Doorn (met toestemming Sociale Vraagstukken)

Quote du Jour | Trump profiteert van 9/11

Onder de kop ‘De wetteloze reactie op 9/11 maakte de weg vrij voor Donald Trump‘ schrijft Mari Meyer over de binnenlandse gevolgen voor de VS van veiligheidsmaatregelen die zijn genomen na de aanslagen op het World Trade Center, nu 25 jaar geleden.

In het artikel komt David Kaye, hoogleraar internationaal recht aan het woord:

“Vlak na de aanslagen hanteerden we een wetteloze aanpak, zonder serieus na te denken over de vraag of die maatregelen gepast of nuttig waren voor onze veiligheid. Wat we vandaag de dag zien, lijkt op een militarisering van de Amerikaanse overheid tegen mensen die in de Verenigde Staten wonen”, zegt Kaye. Dat leidt ertoe dat inwoners – migranten, maar ook staatsburgers – te maken hebben met de Nationale Garde die wordt ingezet tegen eigen burgers, alsmaar strengere grensmaatregelen en toenemende surveillance (…) Amerikanen wordt sindsdien het idee voorgespiegeld dat privacy onbelangrijk is in een wereld waarin terrorisme bestaat. Veel gesprekken over surveillance worden nog altijd gelinkt aan het uitbannen van dreiging. Wie zich ertegen verzet, wordt neergezet als iemand die niet geeft om de nationale veiligheid. Privacy en vrijheid van meningsuiting worden voorgesteld als luxe, niet als noodzakelijke onderdelen van een democratie.”

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Recensie Zomergasten | Jim van Os in de Allerlaatste Zomergasten Ooit

RECENSIE - Bijna aan eind van deze Allerlaatste Zomergasten Ooit liet de allerlaatste zomergast ooit, psychiater Jim van Os, een fragment zien waarin kunstenares Marjan Teeuwen het sloopafval van een sloophuis zo opstapelt dat er iets nieuws ontstaat. Een herschikking van het interieur, met een geheel eigen schoonheid. Maanden is ze bezig, monnikenwerk noemt ze het. Als het klaar is, dan staat het een paar weken, wordt het kunstwerk vastgelegd en wordt het met de grond gelijkgemaakt. ‘Er komt wel weer iets nieuws’, zegt ze. Voor haar gaat het erom te laten zien dat de mens een ‘enorme kracht heeft de wereld op te bouwen. En met dezelfde kracht breken we hem ook weer af.’

Jim van Os zegt dat het verleidelijk is om de kunstwerken van Marjan Teeuwen te projecteren op de psychiatrie. Die moet, in zijn ogen, ook afgebroken en herschikt worden. Maar zelf zag ik toch vooral een metafoor voor het einde van het programma dat sinds 1988 bestaat en waarvan ik nu naar de allerlaatste aflevering aan het kijken was. Een programma waarin elke keer één gast (een enkele keer twee) drie uur de tijd kreeg om samen met een presentator een ideale televisieavond op te bouwen, door zorgvuldig fragmenten, persoonlijke verhalen, bekentenissen, verhullende en onthullende reacties op elkaar te stapelen.

Foto: "Jews Against Zionism" by zorilla is licensed under CC BY 2.0

De laatste niet-antisemiet moet het licht uitdoen

OPINIE - een gastbijdrage van Mihai Martoiu Ticu

Nazi-vergelijkingen met twee maten

Vorige week beschuldigde voormalig parlementariër Wim Kortenoeven de ChristenUnie en het CDA van antisemitisme. Kortenoeven, die tegenwoordig in een Israëlische nederzetting woont en zich tot het orthodoxe jodendom heeft bekeerd, richtte zich in het Reformatorisch Dagblad op twee partijen die een boycot van producten uit Israëlische nederzettingen steunen. Hij haalde daarbij zelfs de Duitse leus ‘Kauft nicht bei Juden’ aan, bekend van de landelijke boycot van Joodse winkels, artsen en advocaten die de NSDAP op 1 april 1933 organiseerde.

Thierry Baudet werd voor de rechter gesleept toen hij de coronamaatregelen met de Holocaust vergeleek en Francesca Albanese (VM Speciaal Rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden) werd op verzoek van het CIDI uit de Tweede Kamer geweerd toen ze Tweede Wereldoorlog-analogieën maakte, omdat die de Holocaust zouden bagatelliseren. Dus blijkbaar mag Kortenoeven, directeur van het Netherlands-Israel Public Affairs Committee (NIPAC), een lobbyorganisatie ten behoeve van Israël (een Nederlandse variant van het Amerikaanse AIPAC), de Holocaust wél bagatelliseren, want hij doet het voor een goed doel.

Een paar dagen eerder werd ook Frans Timmermans van antisemitisme beschuldigd omdat hij rechts en extreemrechts in Israël met de nazi’s vergeleek. Trouwens, de vergelijking van Timmermans was een legitieme deductieve analogie.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Closing Time | Kings of Leon

Kings of Leon maakt typische stadionrock: superstrak getimed, midtempo, meezingbare refreinen, stevig maar niet te hard, u kent het. Maar dat was niet altijd zo. Ze begonnen als prettig rammelend rockbandje. Dichterbij de garage dan het stadion. Het verschil tussen de rammelende en de stadion-uitvoering van deze Kings is goed te horen als je de originele opname van Molly’s Chambers uit 2003 vergelijkt met een live uitvoering van tien jaar later. Ieder zijn voorkeur, zullen we het daar maar op houden?

Foto: "Roeland Stekelenburg van de NOS over de verkiezingen" by nextcolor is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

Heeft mediagebruik impact op stemkeuze?

ANALYSE - door door Emma van der Goot, Mark Boukes, Rachid Azrout

Begin juni verscheen Veelstemmig, het rapport van het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO) over de Tweede Kamerverkiezingen van oktober 2025. Dit blog (eerder verschenen bij Stuk Rood Vlees) gaat in op één van de bevindingen. Het hele rapport is hier te vinden.

Verkiezingssuccessen worden vaak toegeschreven aan de mediastrategie van politieke partijen. De ‘winnaar’ van de 2025 verkiezingen, Rob Jetten, had een sterke onlinecampagne en wist het zelfs tot de finale van de Slimste Mens te schoppen, terwijl de ‘verliezer’, Geert Wilders belangrijke televisiedebatten moest afzeggen. Hoeveel media precies bijdragen aan succes blijft lastig vast te stellen, maar de resultaten van het NKO laten zien dat zichtbaarheid in verschillende media er weldegelijk toe doet.

Media belangrijke informerende rol

Uit het NKO blijkt dat mediagebruik samenhangt met het aantal partijen dat keizers tijdens de campagne in overweging nemen. Voor acht verschillende partijen werd aan kiezers gevraagd, zowel voor als na de campagne, hoe groot ze de kans achtten om op die partij te stemmen.

We zien dat kiezers die vaker nieuwsmedia gebruikten tijdens de campagne gemiddeld ook meer partijen in overwogen voor hun stemkeuze (zie Figuur 1). Dit patroon zien we voor matig gebruik van media, maar met name voor dagelijks gebruik. Opvallend is bovendien dat dit geldt voor alle onderzochte mediatypes.

Foto: Wolfgang Hasselmann on Unsplash

Klimaatverandering verhoogt het risico op malaria

In de Democratische Republiek Congo breidt de ebola epidemie zich razendsnel uit buiten de oostelijke provincies waar het virus onlangs weer opdook. Gevreesd wordt dat andere delen van het land, inclusief de hoofdstad Kinshasa met 19 miljoen inwoners niet gespaard kunnen worden. Deze ebola-uitbraak wordt veroorzaakt door de zeldzame Bundibugyo-stam van het virus, waarvoor nog geen vaccin of behandeling is goedgekeurd. Tot nu toe zijn er 2000 doden te betreuren maar volgens de WHO is de kans groot dat het aantal slachtoffers hoger wordt dan bij de vorige uitbraak in 2014-2016. Er zijn niet genoeg bedden beschikbaar in de ziekenhuizen om besmette patiënten te isoleren. Onderzoekers waarschuwen dat Afrika naast deze epidemie moet rekenen op een verhoogde kans op malaria, een ziekte die vooral veel kinderen treft. Oorzaak is de klimaatverandering die voor hogere temperaturen zorgt, ook in gebieden waar deze ziekte nu nog minder voorkomt.  

De verspreiding van malaria heeft van oudsher de meeste slachtoffers gemaakt in de tropische gebieden van West- en Centraal-Afrika, waar de temperaturen doorgaans binnen het bereik liggen dat geschikt is voor overdracht van de infectieziekte door de malariamug. Daarentegen zijn sommige delen van Zuidelijk Afrika en de hooglanden van Oost-Afrika tot nu toe koel genoeg gebleven om de verspreiding van malaria tegen te gaan, waardoor de ziekte geen grote belasting voor de volksgezondheid is geworden. Dat begint nu te veranderen. Stijgende temperaturen veroorzaken ook daar meer malariagevallen. Het betekent overigens niet dat landen waar de temperatuurstijging uitgaat boven het meest gunstige bereik voor de overdracht van malaria nu van een last verlost zijn, zegt de Nigeriaanse hoogleraar Olugbenga Mokuolu. ‘Een wereld die te warm is voor malaria is geen goede wereld voor de algehele gezondheid van kinderen.’ 

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Closing Time | Walk of the Earth covered Goteye

One-man bands kennen wel wel. Je hebt ze in alle soorten soorten en maten.

Eén instrument bespeeld door meerdere muzikanten / musici is de andere categorie. U kent wel: quatre-mains, de vier handen op één piano. Wat natuurlijk altijd beter kan, maar voor 88 pianisten op één vleugel is wel wat kunst nodig.

De Canadese complete band ‘Walk off the Earth’ covered hier ‘Somebody That I Used to Know’ van Goteye. Dus met hun vijven, op één gitaar.

Foto: Adelina Craciun on Unsplash

Vlammend betoog in zinderende zomer

OPINIE - Opeenvolgende hittegolven, gigantische bosbranden en enorme droogte en de zomer is nog niet voorbij. Hoog tijd dat we de klimaatcatastrofe benoemen voor wat zij is en ons verenigen tegen ontkenners, betoogt socioloog en pedagoog Mieke van Stigt.

Bij zomer denken we graag aan een tijd van zorgeloosheid: van buiten genieten van de zon, van de zeelucht in je haren en van lange avonden buiten zitten en naar de sterren kijken.

Niet zorgeloos

Dit idyllische beeld wordt steeds lastiger vol te houden, al is terwijl ik dit schrijf de zomer amper op de helft. Dagelijks zien we op het Franse nieuws, dat we als francofielen graag volgen, beelden van ongekend veel en zware bosbranden door de extreme hittegolven die ze daar zo mooi canicule noemen. Ook in Spanje, Griekenland, Portugal woeden hevige branden. Die zorgeloze vakantie kun je inmiddels wel vergeten. Vakantiegangers kregen het advies om de auto vluchtklaar te zetten en belangrijke spullen bij zich te houden. Niettemin zijn er inmiddels toeristen omgekomen, huizen afgebrand en honderdduizenden inwoners en vakantiegangers geëvacueerd.

Voor de inwoners is het een ramp. Er zijn dit jaar al drie hittegolven geweest en de vierde is op komst. De problemen die dat geeft: smeltend asfalt, strandende treinen en bloedhete huizen. In Parijs overleed bijvoorbeeld een 66-jarige vrouw in haar onbeschermde appartement onder een zinken dak. Sowieso kwam de regio plek tekort in de mortuaria wegens de enorme oversterfte door de hitte, tot nu toe bijna 6000 doden bovenop het normale aantal. Tel hierbij op de onweersbuien met bizar grote hagelstenen, de tornado’s en modderstromen, dieren die omkomen in de branden of van de droogte, mislukkende oogsten. Het is allemaal niet leuk meer.

Foto: AZC Zoeterneer Komt goed op een dag. Foto van de auteur

Opvangen van vluchtelingen is heel normaal

OPROEP - door Romy Santpoort, projectleider team ‘Wat werkt’ bij Movisie.

Het opvangen en helpen van mensen op de vlucht is heel normaal. Dat doen we in Nederland al eeuwenlang. De meeste mensen steunen de opvang van mensen die zijn gevlucht, ziet Romy Santpoort.

Ik hoor bij die meerderheid. Ik woon op nog geen 200 meter van een azc, een oude gevangenis die tijdelijk dienst doet als opvang. Op de muur, onder het schrikdraad staat in slordige graffiti: ‘Komt goed op een dag’. Als ik vanaf het station naar mijn huis loop, wandel ik soms even mee met iemand die op zoek is naar het azc. Je herkent zo iemand aan grote tassen of koffers, een zoekende blik en onduidelijke routebeschrijving op een papiertje in de hand.

Als je dan even naast iemand loopt, spreek je geen asielzoekers, maar mensen. Zo liep ik mee met Caro uit Brazilië. Caro hoopt op een toekomst met haar vier kinderen. Ze is haar thuisland en haar man ontvlucht, die op straat in Amsterdam leeft. Een paar weken later liep ik mee met Mohammed, een (wereldberoemde) journalist uit Gaza wiens vrouw en kinderen in Amsterdam worden opgevangen. Voor Mohammed was er geen plek in de opvang in Amsterdam. Azc’s met plek voor een gezin van 6 zijn schaars, dus moest hij, via Ter Apel, naar de gevangenis in Zoetermeer verhuizen.

Quote du Jour | EU houdt de natiestaat in stand

Jan Werts (Montesquieu Instituut en de Clingendael Spectator ) is al vijftig jaar correspondent in Brussel en blikt voor Villamedia terug op de veranderingen binnen de EU en zijn vakgebied. Hij trekt een interessante conclusie uit zijn jarenlange ervaring met de Europese politiek:

Ooit leerde ik op school dat we op weg waren naar de federale ‘Amerikaanse‘ Verenigde Staten van Europa. Daar hoor ik vandaag niemand meer over. Het is dan ook, grappig genoeg, precies andersom gegaan. De nationale staten gebruiken naar mijn ervaring Europa om in een economisch gemondialiseerde wereld toch hun politiek en cultureel voortbestaan te verzekeren. Het voortbestaan van de natiestaten is een belangrijk resultaat van de Europese Unie. Die conclusie lees je overigens nooit.

Tussen droom en werkelijkheid | Zomergasten met Nasrah Habiballah

RECENSIE - De tweede aflevering van het laatste seizoen Zomergasten zat vol met dromen. Die niet zelden verstoord werden door de werkelijkheid. Journaliste Nasrah Habiballah leidde ons langs schitterende fragmenten zonder haar journalistieke masker te laten zakken.

‘Ik wil de openingsscène van Oklahoma! verfilmen’, zegt een van de hoofdpersonen uit A Bunch Of Amateurs, een documentaire over een groep bejaarde filmliefhebbers. De man heeft een geruit hemd aan, een rode kiel om zijn hals en een cowboyhoed op zijn hoofd. Hij wil gefilmd worden terwijl hij op een witte hengst door het maisveld rijdt en ‘Oh, what a beautiful morning’ zingt. ‘Heb je ooit op een paard gereden?’, vraagt iemand. ‘Nee’, zegt hij. ‘En waar vind je mais zo hoog als het oog van een olifant?’ ‘Niet hier in de buurt’, geeft hij toe.

Even later staan ze in het enkelhoge gras van een weiland. Een vrouw met dezelfde kleren is zijn stand-in. ‘Vanuit deze hoek zie je niet dat ik het niet ben’, zegt de man terwijl hij door de camera naar de vrouw kijkt op het witte paard.

De man had een droom. Of het uiteindelijke resultaat overeenkomt met het droombeeld, is nog maar de vraag. Maar doet dat er toe? Hij heeft het toch maar mooi gerealiseerd. Dat hij zelf niet op het paard zat? Een kniesoor die daarover valt.

Volgende